Ebru – Je leven verpest door de Citotoets

Ebru Umar is vaste columnist voor Metro en Libelle. In 2004 verscheen Burka & Blahniks van haar hand. In 2005 schreef zij Vier over 8 en Geen talent voor de liefde.

Haar nieuwste boek Turkse Verleidingen verscheen op 6 februari en ligt nu in de winkel. Sprankelende reisverhalen in een land zonder straatnamen en mét een leger dat vrouwenrechten beschermt, restaurants die het woord ‘service’ wél kennen en winkelcentra die zelfs de meest verwende shopper doen duizelen.

Het zou verboden moeten worden: de Citotoets. Achterlijk instrument, een momentopname om iemands leven op elfjarige leeftijd te verpesten. Zelf ben ik de dans godzijdank ontsprongen. Ik zat op een internationale basisschool die niet meedeed aan die onzin. De directeur schreef een aanbevelingsbrief voor het gymnasium en omdat mijn ouders allebei arts waren, werd ik aangenomen. Beetje jammer dat ik geen volbloed Hollander was, maar daar wisten ze op het Erasmiaans Gymnasium te Rotterdam wel raad mee: hop, in het allochtonenklasje. Stoïcijns kwam ik de zes jaar door, aan alle kanten tegengewerkt door mijn conrector die wilde dat ik wiskunde A zou laten vallen want dat kon ik niet. Hij had gelijk, ik kon het niet, maar een vier was voldoende om het eindexamen te halen en niet veroordeeld te worden tot de studie Rechten. Een gepaste studie voor meisjes in OSM-kringen (Ons Soort Mensen). Aangezien ik echter niet tot de OSM behoorde, gooide ik mijn kont tegen de krib (goh) en slaagde ik met acht vakken (zeven was verplicht) waaronder een vier voor wiskunde voor mijn gymnasium-alfadiploma. Latijn was een moetje maar Grieks was leuk, écht leuk. Vooral het vertalen van De Medea, de heks die haar kinderen vermoordt om wraak te nemen op haar overspelige echtgenoot. Medea is mijn heldin: wraak is een gerecht dat koud, ijs- en ijskoud opgediend moet worden. Mijn schrijfvaardigheden werden op mijn fantastische school niet opgemerkt, ik had immers geen dubbele achternaam en maakte door mijn internationale basisopleiding d/t-fouten. En ‘vouten’. Ik ging bedrijfskunde studeren en vond na tien jaar mijn ware roeping: schrijven. Tien jaar van mijn leven verspild aan een andere carrière en dan heb ik nog geluk gehad. Maar nu mijn zusje. Tien jaar jonger dan ik en om de een of andere reden altijd onder de indruk geweest van haar oudere zussen. Die beiden zo knap waren dat ze in zes jaar het gymnasium haalden. Nee, dan zij: volgens de Citotoets haalde ze amper mavo-niveau. Het dommerdje van de familie dus. Haar leraar bevestigde dat ze nooit een studie zou kunnen afronden. Te weinig herseninhoud. Dat ze zes jaar daarna toch haar gymnasiumdiploma haalde, noemden ze toeval. Want ja, volgens de Citotoets én die leraar was ze immers een dommerdje. Inmiddels zijn we bijna tien jaar verder en is ze nog steeds overtuigd van het gelijk van de éne leraar. Die zak, die ontzettende klootzak, zit in haar brein: ‘IK KAN DIT NIET’. Wat ‘dit’ is? Het afronden van haar studie psychologie. Niet dat ze nog 34 vakken moet doen, nee hoor. Na een valse start (verkeerde studie) is ze een scriptie en stage verwijderd van de drs-titel. Appeltje eitje. De scriptie is vrijwel klaar, aan de stage is ze onlangs begonnen. En nóg verschuilt ze zich achter de Citotoets en die éne vreselijk basisschoolleraar. Hoeveel kinderen lopen een levenslang minderwaardigheidscomplex op door die ene, achterlijke momentopname? Mijn geduld is op. In september wordt er afgestudeerd. Klaar. En die basisschoolleraar weet ik te vinden. Zoals ik ook mijn lerares Nederlands te vinden weet.

Ebru Umar

x
x
x
x
x
x
x