Ebru – Bord voor mijn kop

Ebru Umar is vaste columnist voor Metro en Libelle. In 2004 verscheen Burka & Blahniks van haar hand. In 2005 schreef zij Vier over 8 en Geen talent voor de liefde.
Haar nieuwste boek Turkse Verleidingen verscheen op 6 februari en ligt nu in de winkel. Sprankelende reisverhalen in een land zonder straatnamen en mét een leger dat vrouwenrechten beschermt, restaurants die het woord ‘service’ wél kennen en winkelcentra die zelfs de meest verwende shopper doen duizelen.
“Van jou wil ik vijftien kinderen”, flitste het door mijn hoofd toen ik hem zag. “Vijftien is misschien een beetje veel, elf is ook goed”, was de volgende gedachte. Ik was uitwisselingsstudent in Wenen en hij kwam de klas binnenlopen. Op dat moment kende ik zijn naam niet en wist ik niet waar hij vandaan kwam. Ik zag alleen zijn hoofd, zijn stralende ogen en goddelijke glimlach. Als vanzelfsprekend kwam hij na de les naar me toe “Hi, I’m Anthony.” Hij bleek uit Australië te komen. Ik kwebbelde wat, een kwartier later vroeg hij blozend mijn telefoonnummer en dezelfde avond nog stond hij voor mijn deur. Ik was 23 en hield van Anthony vanaf het moment dat ik hem zag. Kansloos verhaal uiteraard en het sprookje eindigde met mijn vertrek naar Nederland. Vele telefoontjes en brieven volgden – waar zouden die brieven toch gebleven zijn? Ergens veilig opgeborgen, ik hield van hem en houd nog van hem, al heb ik hem in geen tien jaar gezien. Lang daarna luisterde ik naar Sander die een presentatie hield. “Vroeger zou ik zó op jou gevallen zijn”, flitste door mijn hoofd. “Gelukkig ben ik nu wijzer.” Not. Een kwartier na de presentatie had hij mijn nummer en ik zijn kaartje. Vijf weken later had ik een gebroken hart dat mij twaalf kilo deed kwijtraken. Met Sanders tranen om een onmogelijke liefde (waarom begrijp ik nog steeds niet) eindigde mijn vertrouwen in mannen. Niet dat ik dat ooit gehad had, maar toch: hoop doet leven, leven is lijden. Totdat ik een aantal jaren terug de Fransman tegenkwam. Zijn ogen straalden als die van Sander zodra hij mij zag. Wat mij natuurlijk alleen maar in verwarring bracht want tja, alle mannen zijn klootzakken, toch? Vooral als ze een vriendin blijken te hebben die wil trouwen en kinderen krijgen. Fransman dumpte de vriendin, meldde zich in Amsterdam, ik luisterde naar hem en zette hem op de trein terug naar Parijs. Ik bedoel, ooit wilde ik ook kinderen van nou ja, laten we geen namen noemen en ik kon alleen aan zijn vriendin denken die nu thuis zat te huilen. Aan mijn lijf geen polonaise. En jaar terug zag ik Fransman weer. Met een zwartharige heks die in niets op mij leek. Ik slikte en slikte en zette mijn trots opzij. “Ik ben enorm geschrokken van de gevoelens die je in mij losmaakt vandaar dat ik zo onhandig reageerde.” Hij begon te stotteren, wist zich geen raad en sprak de legendarische woorden: “Dat is mijn nieuwe vriendinnetje, ze is best aardig, heus, ze is aardig.”" Afgelopen week zag ik hem weer. Het was bijna net zo relaxt als voorheen. Hij zag dat ik mijn haar geverfd had (“Staat je goed”), dacht dat ik een nieuwe ring om had (“Meen je dat, is die niet nieuw, sorry dan vergis ik me”), maar zag ook mijn nieuwe Hermès-horloge onder mijn lange mouwen – best knap (“Dat is een prachtig horloge Ebru, dat zijn de betere cadeaus”). Heks was in geen velden of wegen te bekennen. Hij nodigde me uit in Parijs: “Ik neem je mee naar de beste patisseries, je weet niet wat je proeft.” En ik? Ik glimlachte, mijn hart maakte een sprongetje en ik liep weg. Ik heb een gebroken hart. HELP!
Ebru Umar






