Ebru – Zelfreflectie

Ebru Umar is vaste columnist voor Metro en Libelle. In 2004 verscheen Burka & Blahniks van haar hand. In 2005 schreef zij Vier over 8 en Geen talent voor de liefde.
Haar nieuwste boek Turkse Verleidingen verscheen op 6 februari en ligt nu in de winkel. Sprankelende reisverhalen in een land zonder straatnamen en mét een leger dat vrouwenrechten beschermt, restaurants die het woord ‘service’ wél kennen en winkelcentra die zelfs de meest verwende shopper doen duizelen.
Tijdens de Zomerweek speelden we het spel Ranking the columnisten waarin columnisten konden zeggen wat ze van elkaar vonden. Via internet konden ook Libelle-lezeressen aangeven hoe ze over ons dachten. De boeiendste vraag was: “Met welke columnist zou uw man een avondje mogen stappen?” Het antwoord was misschien nog wel interessanter. Om het even op mezelf te betrekken: volgens Libelle- lezeressen ben ik een bandeloze vrouw, die iedere nacht tot vijf uur in de kroeg hangt. Kortom, Libelle-lezeressen vertrouwden aan elke columnist hun man toe, behalve aan mij. Ik sms’te het bericht naar mijn vriendin Linda – gelukkig getrouwd met twee kindjes, heeft de poging mij aan de man te brengen allang opgegeven – die een wijs advies gaf: “Schrijf er een column over! Hilarisch!” Ik sms’te het bericht naar mijn METRO-collega’s die niet meer bij kwamen van het lachen: “Ze moesten eens weten… Of weten die dames meer dan wij?” De waarheid is heel simpel: ik reis misschien veel, ik spreek misschien veel mensen, ik leid geen huisje-boompje-beestje-bestaan, maar spannend vind ik het allerminst. Ik houd van thuis zijn, achter mijn computer te zitten, boekjes lezen en mooie stukjes schrijven. Ik vind het vervelend als de bel gaat, sociaal zijn is een opgave en als ik op een dag meer dan drie mensen spreek, ben ik ‘s avonds uitgeput. Ik ben asociaal. Ik ben een egoïst. Ik ken mezelf. En gisteren ben ik achter nog iets gekomen: ik ben een sadist. Ik kan mensen roekeloos pijn doen zonder er iets bij te voelen. Als je mij weet te kwetsen, dan komt er een rode lap voor mijn ogen. Je moet je best doen om mij pijn te doen, heel erg je best. Maar ik zie en onthoud alles. En op een gegeven moment loopt de emmer over. Mensen die mij kennen, kennen mij als een vriendelijke, behulpzame persoon die precies weet wat ze wil en die graag alleen is. Extravert maar ook mensenschuw. Maar kwets mij in mijn ziel en je bestaat niet meer voor mij. Met dit soort karaktereigenschappen moet je de wereld voor jezelf beschermen. Daarom zit ik graag thuis. Alleen. Durft u uw slechte karaktereigenschappen onder ogen te zien? Hoe gaat u daarmee om?
Ebru Umar





