Ebru – Hoe gastvrij zijn wij?

Ebru Umar is vaste columnist voor Metro en Libelle. In 2004 verscheen Burka & Blahniks van haar hand. In 2005 schreef zij Vier over 8 en Geen talent voor de liefde.
Haar nieuwste boek Turkse Verleidingen verscheen op 6 februari en ligt nu in de winkel. Sprankelende reisverhalen in een land zonder straatnamen en mét een leger dat vrouwenrechten beschermt, restaurants die het woord ‘service’ wél kennen en winkelcentra die zelfs de meest verwende shopper doen duizelen.
Zo, het zit er weer op, terug in Nederland na tien dagen Suriname. Als ik dit tik, zit ik nog in Paramaribo, maar tegen de tijd dat dit online wordt gezet, stap ik in een taxi van Schiphol naar huis. Suriname was zalig en een eyeopener. Ik was uitgenodigd door iemand die ik in Portugal had leren kennen. Ik zei dat ik zeker zou komen. Ik ben werkelijk geweldig ontvangen. Ik mocht nog geen 500 meter lopen, werd overal naartoe gebracht en elke dag kreeg ik het lekkerste eten (eh ja, dat worden groene appeltjes en thee terug in Nederland. En trainen…). Ze hebben me naar de jungle gestuurd waar ik een dag en een nacht heb doorgebracht, ik ben op White Beach, een strand aan de Suriname-rivier, geweest en we zijn gaan varen op diezelfde Suriname-rivier. Natuurlijk heb ik ook gewerkt maar ik heb het al eerder gezegd: mijn werk mag je toch geen werk noemen? Al heb ik wel mevrouw Venetiaan geïnterviewd en de vice-premier ontmoet.
De piloot die mij terugvloog uit de jungle heette Scott. Onmiskenbaar een blanke Hollandse jongen, totdat hij zijn mond opendeed. Een Surinamer in hart, nieren en tongval. Of ik het naar mijn zin had gehad in Suriname, vroeg hij. Ik kon niet anders dan bevestigend antwoorden. Of hij wel eens naar Nederland kwam, vroeg ik. Hij aarzelde. “Het is een beetje raar,” zei hij. “Als onze familie hier komt, nemen wij twee weken vrij en doen we er alles aan om ze een mooie tijd te bezorgen. Maar als wij naar Nederland komen, heeft tante Mien pas over drie dagen even tijd. Ik vind dat gek. De enige die tijd heeft en vreselijk leuk is, is neef Rinus. Die is steuntrekker en heeft altijd tijd. En geld, ik snap niet hoe hij dat doet. Hij werkt niet en gaat toch elke zomer naar Spanje met vakantie.”
De piloot raakte een snaar. Als ik in Turkije ben, maakt iedereen zonder problemen tijd voor me. Hier in Suriname ben ik onbeschrijfelijk gastvrij ontvangen door vier mensen van wie ik er drie niet eerder kende. Laat ik niet heilig doen: ik zou dat in Nederland niet kunnen, zo veel tijd en vooral aandacht aan een gast besteden. U wel? Of zit gastvrijheid niet in onze Nederlandse genen?
Ebru Umar
Lees ook





