Ebru – Vrouw zijn

Ebru Umar is vaste columnist voor Metro en Libelle. In 2004 verscheen Burka & Blahniks van haar hand. In 2005 schreef zij Vier over 8 en Geen talent voor de liefde.
Haar nieuwste boek Turkse Verleidingen verscheen op 6 februari en ligt nu in de winkel. Sprankelende reisverhalen in een land zonder straatnamen en mét een leger dat vrouwenrechten beschermt, restaurants die het woord ‘service’ wél kennen en winkelcentra die zelfs de meest verwende shopper doen duizelen.
Afgelopen week was ik in Nepal. Een snoepreisje, onder het mom van persreis. Totdat je de kleine lettertjes leest: ik werd uitgenodigd om projecten te bekijken die zich bezighouden met de bestrijding van vrouwenmishandeling, -onderdrukking en -discriminatie. Dat maakt een reis een stuk zwaarder, maar absoluut interessanter. Dat vrouwen gediscrimineerd worden, is een gegeven, ook in onze maatschappij. De SGP spant de kroon met vrouwendiscriminatie in haar politieke beleid, maar ach, je hoeft maar om je heen te kijken en je ziet dat vrouwen en mannen niet gelijkwaardig behandeld worden. In geen enkel debatprogramma zitten net zo veel mannen als vrouwen aan tafel, presentatrices boven de veertig zul je bij de publieke omroep ook niet tegenkomen en over bestuursfuncties of salariëring zal ik maar zwijgen. Maar dat is niets vergeleken met de situatie in Nepal. Daar is vrouwendiscriminatie geïnstitutionaliseerd. Enerzijds door het kastenstelsel dat stelt dat niet alle mensen gelijk zijn. Binnen het kastenstelsel zijn vrouwen minderwaardig aan mannen. Het gevolg: vrouwen zijn het bezit van mannen. Als ik het zo opschrijf, zijn het slechts woorden. In de praktijk is het om te huilen: een vrouw heef geen recht van spreken, moet haar man gehoorzamen, werkt zich een slag in de rondte op het land of waar dan ook in de landbouw, en mag in veel gebieden als ze ongesteld is niet eens thuis wonen. Niet alleen mannen mishandelen vrouwen, ook oudere vrouwen mishandelen hun eigen jongere seksegenoten. Vrouwen mishandelen hun schoondochters, gezellig samen met hun man. Ze overgieten ze met benzine om ze levend te verbranden, binden ze vast zodat hun man ze kan slaan en gebruiken ze als slaaf. Het is schrijnend.
Ik ben niet zo voor ontwikkelingshulp. Geld naar arme landen sturen zodat ze daar iets kunnen doen, is niet mijn ding. Niemand die geld aan mij uitdeelt, is een van mijn egoïstische gedachten. Een ander deel in mij vindt het maar raar dat wij, de kolonialen, mensen daar wel even vertellen wat ze moeten doen en hoe het leven geleefd dient te worden. Er blijft altijd meer aan de strijkstok hangen dan dat de eindbestemming bereikt. En laten we eerlijk zijn, door deze reis ben ik ook onderdeel van de strijkstok geworden. Maar als ik zie wat er gebeurt, wat ‘normaal’ is in zo’n land, en wat onze invloed kan zijn alleen door het sturen van geld aan organisaties die vrouwenprojecten steunen, ben ik blij dat ik dit soort reizen mag maken. Blij dat ik over misstanden kan berichten. Want geld is een middel om een vanzelfsprekendheid als mensenrechten door te drukken. Vrouwen zijn mensen en hebben net als mannen rechten. Dezelfde rechten als mannen. Als ik zie hoe mannen, die de wereld regeren, een puinzooi maken van die wereld word ik droevig. Waarom zijn vrouwen wereldwijd niet gelijkwaardig aan mannen? Waarom worden vrouwen wereldwijd gediscrimineerd? Waarom worden wij gezien als minderwaardig, dom, ondergeschikt? Waarom menen volksstammen dat wij vrouwen het bezit van anderen, mannen, zijn? En waarom geloof ik niet dat ik ooit nog ga meemaken, ook niet als Hillary Clinton de belangrijkste vrouw ter wereld wordt, dat vrouwen gelijkwaardig aan mannen zullen zijn? Waarom is het een straf, een schande om vrouw te zijn?
Ebru Umar






