Ebru – De man Matthijs

Ebru Umar is vaste columnist voor Metro en Libelle. In 2004 verscheen Burka & Blahniks van haar hand. In 2005 schreef zij Vier over 8 en Geen talent voor de liefde.

Haar nieuwste boek Turkse Verleidingen verscheen op 6 februari en ligt nu in de winkel. Sprankelende reisverhalen in een land zonder straatnamen en mét een leger dat vrouwenrechten beschermt, restaurants die het woord ‘service’ wél kennen en winkelcentra die zelfs de meest verwende shopper doen duizelen.

Nee, ik behoor niet tot de 98% Nederlandse vrouwen die graag eens een beschuitje met Matthijs van Nieuwkerk wil eten. Sterker nog, ik ben nog nooit een vrouw tegengekomen die viel voor mannetje Matthijs, dus dat alle vrouwen voor hem zouden vallen, is pure nonsens, verzonnen om de mythe Matthijs in stand te houden. Ik behoor tot de 98% vrouwen die Matthijs niet kan luchten of zien. Wel ken ik vrouwen die weglopen met kerel Peter R. En sinds Peter R. Matthijs live wees op geschonden afspraken, vind ik Peter nog cooler dan toen hij Joran ontmaskerde. Matthijs is een zak (dames, bespaar de redactie de boze brieven, lees verder en laat mij weten of er een andere term is om Matthijs te omschrijven dan de drie letters die het door mij gekozen woord vormen). Vorig jaar april bereikte mij het dwingende verzoek Matthijs van Nieuwkerk te ‘doen’ in mijn Libelle-rubriek. “Waarom?”, vroeg ik verbaasd. De Wereld Draait Door is een stom programma. Omdat er geen alternatief tegenover staat, is publicerend, cabarettierend, acterend, zingend en anderszins mediabehoeftig Nederland veroordeeld om aan te schuiven in de grote Matthijs show. “Ebru, er komt een blad uit dat zijn naam draagt, dus we moeten Matthijs”, was het antwoord. “Bovendien,” (nu volgt een standje), “hoor jij naar dat programma te kijken zodat je weet wat er speelt in de media.”
 

Maar goed, u vraagt, wij draaien, dus je belt met de uitgever van de MATTHIJS., zij mailen met Matthijs, jij mailt met Matthijs en dit is wat er gebeurt als je vervolgens belt met Matthijs.
 

“Hallo?”

“Hoi, je spreekt met Ebru, stoor ik?”

“Eh, bel me over tien minuten even terug.”
 

Je belt over tien minuten terug.

“Hallo?”

“Met Ebru.”

“Hallo? Hallo? ….. He? Hallo?”

“Matthijs, je spreekt met Ebru, van Libelle.”

Tuut tuut tuut.
 

Kan aan de verbinding liggen, dus je belt nog een keer.

“Dit is de voicemail van Matthijs…”
 

Je belt een uur later nog een keer. Klik en tuut.

En zo gaat dat drie dagen lang: “Bel straks even.”
 

Je informeert de uitgever van de MATTHIJS., die dolgraag wil dat hij door je geïnterviewd wordt. Je wordt ge-cc’d op haar verzoek aan hem “Ebru raakt een beetje in paniek, haar deadline komt dichterbij, bel haar even, ik wil graag dat je in Libelle komt, dat is goed voor onze verkoopcijfers.” Je mailt de uitgever van de MATTHIJS. dat jij de laatste bent die in paniek raakt en dat je voor hem duizend anderen kunt spreken, dus paniek aan deze zijde van het internet lijkt me ongepast. De Libelle-redactie vraagt je alsjeblieft vol te houden, we willen Matthijs, de Nederlandse vrouw is dol op Matthijs. Welke Nederlandse vrouw is dol op Matthijs? Ik ken ze niet en op de redactie van Libelle zitten ze ook niet. Om een lang verhaal kort te maken: Matthijs belt niet terug, neemt niet op, mailt niet terug, en laat niets van zich horen. Vind ik het jammer? Nee. Vindt de Libelle-redactie het jammer? Ja, want iedereen heeft Matthijs. Maar de vraag blijft: vindt de Libelle-lezeres het jammer? Zo ja, dan zal ik me wederom verlagen tot voetveeg van Matthijs. De meeste stemmen tellen. Tot die tijd echter geniet ik van alle relletjes rondom de man Matthijs en DWDD.

Ebru Umar

x
x
x
x
x
x
x