Ebru – Absurd trauma

Ebru Umar is vaste columnist voor Metro en Libelle. In 2004 verscheen Burka & Blahniks van haar hand. In 2005 schreef zij Vier over 8 en Geen talent voor de liefde.

Haar nieuwste boek Turkse Verleidingen verscheen op 6 februari en ligt nu in de winkel. Sprankelende reisverhalen in een land zonder straatnamen en mét een leger dat vrouwenrechten beschermt, restaurants die het woord ‘service’ wél kennen en winkelcentra die zelfs de meest verwende shopper doen duizelen.

Vorig jaar heb ik toegegeven dat mijn grote tik het strijken van vaatdoekjes is. Ik ben een smetvrezig meisje dat alles strijkt. Zelfs om één uur ’s nachts ga ik liever strijken dan dat ik onder ongestreken lakens slaap. Maar ik heb een andere, verdrongen tik. Hoe smetvrezig ik ook ben, er is een lichaamsdeel waar niemand aan mag komen. En waar ik zelf ook niet aan kom: mijn oren. Van kindsafaan ben ik panisch met mijn oren. Dat ik aan een kant doof ben, heeft daar weinig mee te maken, ik ben niet extreem voorzichtig met mijn gehoor. Maar, en nu komt het, mijn oren schoonmaken, eh nee, nu even niet en nooit niet. Zou een oorarts misschien ooit iets gedaan hebben wat dit trauma heeft opgewekt? Oorbellen oké, maar de binnenkant van mijn oren negeer ik. Als klein meisje knipte mijn vader mijn nagels en rende mijn moeder me achterna omdat mijn oren toch echt schoon moesten. “NEEEEEEEE! Mijn oren doen het prima”, gilde ik vanonder de tafel vandaan. Dit gevecht heeft zich jarenlang op gezette tijden herhaald totdat ik de deur uitging om te studeren. Eindelijk verlost! Totdat ik natuurlijk per ongeluk bij mijn ouders was en per ongeluk naast mijn moeder ging zitten, die nooit per ongeluk mijn oren inspecteerde en vervolgens zei: “Ebru, je oren moeten schoongemaakt.” Ik durf het bijna niet te bekennen maar op dat soort moment slaan alle stoppen door. Ik ben bang voor het schoonmaken van mijn oren. En nu, ik ben dertig plus, wat zeg ik veertig min, ben ik wéér gillend weggelopen. “Ebru, er zitten koekjes in je oren.” Hoppa, alsof ik door een wesp was gestoken. Natuurlijk zegt mijn verstand dat ik mijn oren moet schoonmaken maar mijn hart zegt iets totaal anders! “Die koekjes zitten daar prima, mama, echt, aan mijn oren geen polonaise. NEEEEEE! Please, please, please, houd je dan niet van mij?!” Het enige wat ontbreekt zijn tranen. Ik vind het eng, doodeng. Helaas pas ik intussen niet goed meer onder de tafel en doet mijn moeder wat moeders doen. Ze trekt zich niets van me aan. “Ja maar Ebru, je gaat naar de manicure en pedicure, je laat je kin laseren en je wenkbrauwen epileren, je benen worden geharst en al je nagels zijn gelakt. Kom, we gaan even je oren schoonmaken.”
Nu zit ik dus na te trillen achter mijn computer. Ingreep van nog geen minuut – zo fijn een moeder die arts is, en het tintelt nóg na. Dat zal het de hele dag blijven doen. Mijn hart bonkt, bloeddruk is gestegen en ik zit verkrampt achter mijn pc. Idioot, ik weet het. Absurd trauma. En een absolute tik. Normale mensen zijn bang voor spinnen, of muizen. Of parachutespringen. En ik? Ik ga nooit meer naast mijn moeder zitten. Echt niet.

Maar er moet iemand zijn met nog een idiotere tik. Kom maar door, PLEASE. Anoniem!

Ebru Umar

x
x
x
x
x
x
x