Ebru – Hij wil me slaan, ik zie het

Ebru Umar is vaste columnist voor Metro en Libelle. In 2004 verscheen Burka & Blahniks van haar hand. In 2005 schreef zij Vier over 8 en Geen talent voor de liefde.

Haar nieuwste boek Turkse Verleidingen verscheen op 6 februari en ligt nu in de winkel. Sprankelende reisverhalen in een land zonder straatnamen en mét een leger dat vrouwenrechten beschermt, restaurants die het woord ‘service’ wél kennen en winkelcentra die zelfs de meest verwende shopper doen duizelen.

De auto stopt bijna naast me. Twee jongens hangen uit het raam. “Kun jij me vertellen waarom jij toch zo’n onzettende kankerhoer bent?” Ik zeul met een vuilniszak waardoor ik niet reageer zoals ik had moeten reageren: “Laat je ogen laseren, ik ben je zus niet.” In plaats daarvan zeg ik dat hij me blijkbaar beter kent dan ik mezelf en flikker de zak in de container.

Een uur later sta ik bij de Vomar. Omdat ik niet anders dan een briefje van € 200,- heb, vraag ik eerst of ze dat accepteren. Een ‘behoofddoekt’ meisje vertelt mij vriendelijk dat ze dat niet doen. Ik kijk om me heen en zie alleen hoofddoekjes. Die trouwens allemaal Amsterdams spreken.

Op naar de Albert Heijn, waar een chagrijnige vrouw zegt dat ook de AH van mening is dat alles waar € 200,- en € 500,- op staat, geen geldig betaalmiddel is. Ik heb dan wel een briefje van € 50,- bij me, maar ik heb geen idee hoe ver je daarmee komt. Spaarzaam winkelend red ik het.

Ik houd zelfs nog geld over om bij Blokker bio-ethanol in te slaan. Voor mijn nieuwe haard, die ik nog steeds niet heb kunnen gebruiken omdat alleen Blokker bio-ethanol verkoopt. Ook hier overal hoofddoeken. Ik vraag een man met oordopjes of hij in de rij staat. Hij schudt nee, en wijst naar een vrouw die in de rekken zoekt. Ik sluit aan bij wat dus het einde van de rij lijkt te zijn. Achter mij sluit een donkere man aan. Nu bemoeit de vrouw van de oordopjesmeneer zich ermee. “U moet achter aansluiten.” Hoewel zij zich richt tot de donkere meneer, ben ik verbaasd. Zij stond in de rekken te zoeken. Bovendien ontkende de man bij haar dat ze in de rij stonden. De donkere meneer zegt: “Ik dacht dat u nog bezig was.” De vrouw is Amsterdams en zoekt herrie: “Ik stond in de rij.”

Net als ik me ermee wil bemoeien – ik ben blijkbaar ook voorgepiept – begint de donkere meneer te schreeuwen. “Dit is de rij hoor, niet zo’n rek. Ga maar, ga maar. Maar je stond niet in de rij.” Geïntimideerd haakt de vrouw af maar ik ben niet zo snel onder de indruk: “Je moet niet zo schreeuwen jij.” “Jij moet niet naar me wijzen”, roept hij me toe, steeds bozer wordend.

Nooit heb ik begrepen waarom je niet zou mogen wijzen naar iemand. De fles bio-ethanol in mijn handen wijst dus nog steeds naar hem. “Jij moet niet schreeuwen”, herhaal ik rustig. Zijn ogen schieten vuur, zijn mond schuimt. Ik schiet bijna in de lach, dit is hilarisch, wil hij slaan? Te grappig. “Jij moet niet wijzen!”, roept hij nog harder. Ik zwaai met mijn fles bio-ethanol en vervolg nog even rustig: “Jij moet niet schreeuwen. Gewoon niet doen.” Hij wil slaan, ik zie het. Heerlijk, zo’n man die wil slaan, maar niet durft omdat hij dan alle vooroordelen bevestigt.

Niemand van het Blokker-personeel zegt iets. Als ik de winkel uitloop, vraag ik me af wat er toch in hemelsnaam gebeurd is in Nederland. In Amsterdam. De afgelopen twintig, maar vooral tien jaar. Wie het weet mag het zeggen. Het antwoord blijft uit. Al jaren. Laten we vooral PvdA blijven stemmen met zijn allen.

Ebru Umar

x
x
x
x
x
x
x