Wiep – Voetbaltrainers

Het zijn doorgaans stoere mannen die aan de rand van de het voetbalveld staan. Ze trotseren storm, regen en soms sneeuw- en hagelbuien. Een enkel watje heeft een paraplu boven zijn hoofd onder deze barre omstandigheden; de meeste niet. Strak in het pak- moet van de clubleiding én van de sponsor- staan ze voor de dug-out. Het is hun taak om hard te zijn, zuur te kijken, dwarse spelers van de grasmat te halen, of erger, naar de tribune te verbannen. De persmuskieten zitten hun op de huid, presteren ze slecht dan gaan de fans met witte zakdoeken zwaaien en volgt het onvermijdelijke ontslag. ‘We vinden het uitermate triest, maar we hebben geen keus’, zegt de clubleiding. Het leven is keihard voor deze mannen. Hun leven draait om dat spelletje met die bal. Voetbal is oorlog. Geen tijd voor onzin.

Je zou zeggen dat deze struise trainers- die dikwijls niet uit blinken door hun fijngevoelige stijl- zich niet zo druk maken om hun uiterlijk. Maar dat doen ze kennelijk wel, want sommige voetbaltrainers verven hun haar. Ja, u leest het goed. Zij kleuren het haar. Subtiel weliswaar, maar het is echt zo. Er is een trainer die heel slim zijn grijzende slapen laat voor wat ze zijn, maar bovenop slaat zijn haardosje een beetje groenig uit. Dat krijg je wanneer je met zo’n thuispakket van het Kruidvat aan de slag gaat. De man verdient ver boven modaal, het zou hem sieren als hij de kapper ook wat gunt, maar nee, hij vraagt waarschijnlijk zijn vrouw om het goedje een keer in de maand op zijn hoofd te smeren. ‘ Een kwartiertje in laten werken, schat’, roept ze, terwijl ze hem het plastic kapje opzet.

Eén trainer doet het zeker niet. Ús Foppe. Aan die flauwekul doet Foppe niet mee. Foppe is namelijk écht stoer.

x
x
x