Wiep over de schaatsmode
Afgelopen week konden we voor het eerst sinds jaren weer eens de schaatsen onderbinden. Dinsdagmiddag gingen we eindelijk los op de prachtige ijsbaan van Gorredijk, vlakbij de boerderij waar mijn zussen, broer en ik zijn geboren. Toen we klein waren mochten we in de winters- die in mijn kinderoptiek eeuwen duurden- naar de verlichte baan. Dubbeltje mee, in het donker- houtjes aan elkaar gebonden om de nek- lopend naar de ijsbaan. We droegen door Beppe gebreide truien, mutsen en wanten en droomden van een Elfstedentocht schaatsen. Van alles wordt nu van zolder gehaald. Sleeën uit grootmoeders tijd, houtjes en de Noren waar Ard en Keessie hun grandioze successen op behaalden. Je ziet veel mensen in hun skikleding, spijkerbroek of oude schaatsbroek, maakt niet uit wat je draagt, als het maar warm is.Â
Op Nieuwjaarsdag zijn we gaan schaatsen op het Nannewiid, vlakbij Heerenveen. Baantjes rijden op het nog niet helemaal bevroren meertje, heel spannend. Na het eerste rondje is de angst dat ik er door heen ga zakken al snel weg en is het genieten van het schitterende weer, het mooie ijs en alle mensen in hun kleurige, bij elkaar gezochte outfits. Ook ijszeilers zoeken de wind op. Helaas voor hen, heerlijk voor ons is het bijna windstil. Bij een nostalgische koek en zopie met dampende ketels op het gasstel drinken we warme chocolademelk.
Later op de dag zien we de snelle, fel gekleurde pakken, klapschaatsen en supersonische brillen. Want de marathonrijders willen het liefst hun kilometers op echt ijs schaatsen. In Nederland hebben we fantastische kunstijsbanen. Wereldrecords sneuvelen om de haverklap; materiaal en ijs worden almaar weer geperfectioneerd. Maar er is maar één soort ijs wat echt telt, en dat is natuurijs. Met hobbels, wakken, scheuren en werkijs. In een zelfgebreide trui zul je de Elfstedentocht niet meer winnen. Maar dat hoeft ook niet. IJspret is voor iedereen.



