Wieke – Wie wil de inboedel van opa?

Wie het huis van een overleden familielid heeft moeten opruimen, weet er alles van. Waar ga je alles laten? Als je sterft, ben je zelf weg, maar je hele hebben en houden staat er nog en je nabestaanden zitten ermee.
Ik kom op dit onderwerp omdat ik net lees over de veiling van de Fortuynspullen. Er hing een spandoek voor zijn woning met de nogal agressieve tekst: “Wie met Pim zijn spullen naar buiten huppelt, wordt weer netjes teruggeknuppeld.” Of het ook gevoelig ligt, voor een twintigtal Fortuynaanhangers. Ze moeten er niet aan denken dat Jan en alleman gaat bieden op Pims sloffen en sigaren.
Het is van alle tijden en culturen dat er spullen van overledenen worden bewaard, of worden meegegeven in het graf. Je zult er maar om verlegen zitten.
Jaren geleden had ik grote moeite met het feit dat mijn vader de inboedel van mijn opa door een veilinghuis liet ophalen. Ik had zijn bureau met rolluik zo graag gehad, maar waar had ik het moeten laten in mijn zolderkamertje?
Nu heb ik zijn medaillekast, door hem zelf gemaakt. Hij was meubelmaker. En ooit zwemkampioen van Nederland. De hele familie loerde er destijds naar, maar mijn moeder, die de dagelijkse zorg voor haar vader had, nam de kast mee naar huis en niemand mocht ernaar wijzen.
Ik weet dat het wrevel heeft opgewekt dat ik die kast nu heb. Ik word ouder. Moet je bij je leven al schoon schip maken en je spullen vast verdelen? Het zijn mijn spullen, dus mijn verantwoordelijkheid? Wat moeten mijn kinderen straks met mijn honderden Libelles, frutsels uit apenlanden en koelkastmagneten?
Inmiddels denk ik: die spullen horen bij je leven. Spullen zijn tijdelijk en horen niet bij je dood. Daarna zien mijn kinderen maar wat ze ermee doen. Dat is kortzichtig gedacht, want er kunnen enorme rellen ontstaan. Mijn zorg niet meer? Gek genoeg toch wel. Zo heb ik tientallen dagboeken. Wanneer komt het moment dat ik ze vernietig?
Soms zou ik willen dat ik wat boeddhistisch over me had: spullen zijn onbelangrijk. Als ik mijn opa’s theekopje bekijk, denk ik terug aan onze gesprekken. Daar heb ik dat kopje toch niet voor nodig? Toch ben ik blij dat ik het heb.
Hoe gaan jullie om met macabere gedachten zoals ik die soms heb en hoe is het als de realiteit zich aandient? Het is iets waarbij emoties meer meespelen dan het verstand, dat is wel duidelijk.
Lees ook







hartenvrouw 2009-03-02 13:58:47
Ja hoor ik ging ook regelmatig bij haar langs. Maar door de afstand wat minder dan de mijn broers. En natuurlijk staat zo,n verhaal niet op zich; dat heeft een lang verleden. Goed voor een ander onderwerp, nl: Üit je geloof stappen" Er is geen ruzie maar er is ook geen "hechte" band. Ik schat in dat voor heel veel vrouwen van mijn generatie geldt:
"Geloof maakt meer kapot dan je lief is"
wieke 2009-03-02 09:56:41
Ik kan me goed voorstellen dat je, kinderloos zijnde, denkt: wie behandelt mijn spullen straks nog met liefde? Misschien moet je nu alvast eens bedenken welk nichtje je blij zou kunnen maken met je sieraden. Wat ook kan: ze ooit verkopen. Want als je het nou over liefde voor sieraden hebt: iemand die 'tweedehands' sieraden uitzoekt, kan enorm blij zijn met een mooi, al gedragen stuk met een geschiedenis. Ik denk wel eens: eigenlijk zou er bij al die gouden armbanden een briefje moeten zijn. Van wie het sieraad was, waarom het ooit cadeau is gegeven, et cetera.
wieke 2009-03-02 09:53:24
Wat een bijzonder verhaal over je vader, althans, hoe hij begraven is. Ik wist niet dat dit zo ging, onder het zand. Klinkt logisch, wij zijn ook net gek met die enge kisten. Er sijpelt een groot drama tussen jouw regels door, over je vader met zijn trauma vanwege de oorlog. Ik vind het moedig van je dat je het kunt opbrengen om te zeggen: wie neemt het hem nou nog kwalijk, ik niet. Het zal voor jou niet gemakkelijk zijn geweest om door hem te worden opgevoed.
Maar wat je vertelt over het snelle opruimen: ik herken dat meteen. Wij zijn ook te snel begonnen met mijn moeders kleren wegdoen. Mijn vader wilde dat, maar ik ben na een week ruimen in snikken uitgebarsten. Al dat niet afgemaakte naaiwerk, haar kleren waar herinneringen aan kleefden, alles in die zakken naar het Leger des Heils. We hebben wel wat dingen achtergehouden, mijn zusje en ik.
Te snel is niet goed, maar soms moet het. Neem nu maar de tijd en laat de herinneringen stromen. Sta er ook niet al te lang bij stil, want daarmee doe je jezelf tekort. Probeer de goede dingen te onthouden (opschrijven helpt vaak) en de slechte te benoemen, maar doe ze daarna weg. Die helpen je niet verder.
LEES MEER REACTIES OP DIT ARTIKEL
Reageer:
Om te reageren dient u ingelogd te zijn. Klik hier om in te loggen.