Een klein jong meisje, op de site van de libelle. En mijn leeftijdsgenoten lezen de libelle echt niet hoor! Nee, mijn oma, ja die leest dat blad. & brengt ze daarna mee naar haar geliefde zoon en (schoon)dochter. Heeft schoondochter het dan volledig uitgelezen, dan vinden ze hun plaatsje op de wc. Daar komen zeonder de spetters te zitten van de mannen des huizes, die nog niet weten dat ze in de wc moeten richten, en niet net daarnaast. En dat kleine jonge meisje, leest de libelle dan netjes. Elk zinnetje en regeltje word nauwkeurig gelezen, en bij dingen die ze écht raar vind, dan hooor je haar even zuchten.
Maar wat doet dat jonge meisje nou op zoon ‘oudelullen- site;’?
Ik ben een meisje van 16, en ik ben niet de gemakkelijkste. Niet de gemakkelijkste thuis, niet de gemakkelijkste op school. Schreeuwen helpt niet, en straf des te minder. Als je 16 bent ben je in de puberteit en begint je verstand te groeien..(aldus mijn vader).
En dat verstand begint mij nu in de weg te zitten. Want die jeugd van tegenwoordig.. En ik ben daar 1 van. Ooooooo, wat heb ik het toch zwaar.
Maar, wees niet bang hoor! Ik ben op mijn plaats. Ik geniet, huil, lach, praat en nog veel meer. En het liefst schrijf ik. Niet wat ik voel, of zo. Maar wat ik denk én vind. En die oude mensen van tegenwoordig (en daar bedoel ik óók mensen van 30 mee, want die zijn ook al oud!) snappen de leeftijd 15 16 17 niet echt. Of beweert u van wel?
Ik ben een meisje, met veel pijn en verdriet. Om mijzelf en om anderen. Lang was ik depressief, en lang wilde ik dood. Weg van deze rot aarde. Ik begon te snijden in mijzelf. kon alleen maar huilen. Een periode wat ik nu aan het verwerken ben. En waar ik het verder ook niet op internet over wil hebben.
Wat mij écht op het hart ligt, is iets wat ik moeilijk vind. Want ben ik de enige 16 jarige die hier over nadenkt? Over jeugd die altijd wat te zeuren heeft, altijd maar kan klagen?
Ik zit in een kerk, en geloof. Ik zit een christleijke band, en geloof. Ik zit op een christelijk koor en geloof. Maar voor ik zoiets kon zeggen, moest er veel gebeuren. Want God bestond immers niet. Niet in mijn wereld, waar alles fout ging. Waar liefde niet bestond, en alleen haat heerste. Ik heb zelfs een litteken in de buurt van mijn elleboog, met de letter H. Gekrast met een nagelschaartje, zodat ik mezelf altijd zou blijven herrineren, dat niet liefde maar haat heerst. Maar ik ben nu tot inzicht gekomen. Met veel moeite en pijn, leerde ik iemand vertrouwen. Iemand die ik wellicht niet kende, maar die ik sprak via msn. In gezicht praten durfde ik niet, ik schaamde mezelf. En op een gegeven moment kwam mijn moeder er achter. Ik vertelde haar bijna alles. Tranen stroomden over mijn gezicht, ik proefde zoute tranen. Maar het hoge woord was er uit, en er word aan gewerkt, heel hard. Nu daar aan word gewerkt, komt mijn geloof weer op de eerste plaats. Want geloven dat niet de liefde maar haat heerst, kan niet samen gaan met het geloof in God. En mijn droom is om ooit belijdenis te doen. Weer te geloven dat liefde bestaat. Mijn verstand weet dat het bestaat, maar mijn hart voelt het nog niet.
Ik krijg genoeg liefde van mijn ouders. Mijn familie en vrienden geven om me. Ik weet niet waar het mis is gegaan, maar ik weet wel dat het flink is mis gegaan. En wat ik ook weet, is dat de volwassen volledig langs de jongeren lopen, en wij, jongeren, volledig wegrennen voor de volwassenen.
Bij ons in de kerk word constant wel gezeurd; We zingen saai, er moet meer opwekking komen. De dominee praat zo moeilijk. Cathechesatie is stom. Ik wil niet meer naar de kerk. Er moet meer voor de jeugd komen.
EN IS ER DAN EEN KEER WAT VOOR DE JEUGD, DAN KOMEN ZE NIET.
Snap jij dat nou ? Ik niet. Oo, ik zeur wel. Ik zeur genoeg.., Ik mis in de kerk heel erg de btrokkenheid van jeugd, en gemeente met elkaar. De jeugd is als het ware zijn eigen gemeente geworden. En ik vind dat raar! Ik raakte in de war, wilde niet meer naar de kerk, want die kerk en gemeente snapten het toch niet. Tot dit weekend. Ik had generale repetitie gehad van de band, waar ik in zing, en fietste naar huis met een medezanger. We praten. en praatten, en praatten. Tot we de kerkklok 12 uur ( inde nacht) hoorden slaan. Het zette me aan het nadenken. Zaterdagveel geoefenen, we hadden als band weer een optreden. In een jeugdddienst. Het raakte me. Zondagmiddag, we hebben een jeugddienst. Het was aansprekend. Zondagavond een sing in in de kerk. Het was geweldig!
Maar 1 ding ontbrak; jeugd.
(komt vervolg..)