Echt Italiaans (Sicilië)
Het is zaterdagochtend. De lokale markt wacht op ons. Tussen de Italiaanse koopvrouwen met hun grote boodschappentassen struinen we de stalletjes af. De prijzen worden duidelijk aangegeven bij de koopwaar. Het euroteken is goed zichtbaar op stukken karton geschreven en bij de artikelen gelegd. Goedkoop, denk ik hebberig, als ik de laaggeprijsde zonnebrillen zie liggen.
Friso heeft er al een opgezet. In deze zon kan je niet zonder. Hij probeert de een na de ander en bekijkt zich in het spiegeltje. De vormgeving is strak, groot, goud.
‘Echt Italiaans design,’ zeg ik tegen hem. Hij zet een gaaf model op zijn neus en lijkt niet meer op een Hollandse puber, maar meer een Italiaanse bink. Zelf heb ik ook wel zin in een zonnebril. Nóg één, moet ik zeggen. In elke tas heb ik inmiddels een bril, op de fruitschaal thuis ligt er eentje, op mijn voorhoofd ook, en twee ben ik op dit moment kwijt, maar die vind ik wel weer. Gestrest op zoek gaan naar de verdwenen brillen ga ik zeker niet, vooral omdat de ervaring leert dat zoeken nooit helpt; de brillen laten zich altijd weer ontdekken op plaatsen, waar je juist niet had gezocht.
Alfons kijkt afwisselend naar mij en Friso, geeft zijn deskundig mening en helpt zoeken naar nog een beter model, die ons de allure moet geven die de Italianen in hun genen hebben, maar waarvoor wij accessoires moeten inzetten.
Ondertussen staat Fenna in de kraam ernaast te graaien in een grote berg riemen. Tutto € 2 heeft ze gelezen. Net als de brillen zijn de riemen ook echt Italiaans. Grote gouden gespen, veel glimmende decoratie en tegelijkertijd sierlijk en elegant. Helaas is de kwaliteit minder; hier en daar mist een glanzend steentje en laat de opdruk los. Nee, Fenna koopt niets.
Friso en ik hebben een besluit genomen en rekenen vier euro af. Tevreden met onze aankoop slenteren we verder over de markt op zoek naar meer koopjes. De Italianen hebben een naam hoog te houden met mooie artikelen. Alfons wil zijn slag slaan. Een portemonnee is zijn doel. Eentje met veel ruimte voor al zijn plastic kaartjes, zodat hij de klantenkaart van Karwei, Gamma en Praxis altijd bij zich heeft. Hij heeft nog meer tijd nodig dan wij voor onze brillen, maar uiteindelijk vindt hij een geschikt exemplaar. De verkoper is zo vriendelijk om het plakkertje made in China er snel af te halen.
Ons volgende doel is de ijswinkel. Als echte Hollanders hebben we de prijzen vergeleken en gekozen voor een gelateria in het oude dorp. De keuze is enorm. Fenna en ik laten ons leiden door de kleuren; de kleur van het ijs moet passen bij onze kleding. Voor Ingrid, vandaag gekleed in wit met veel lichtgroene accessoires, valt de keuze op pistache-ijs. Ik, met mijn paarsroze bloesje, moet bosvruchten nemen. Friso neemt vanille-ijs waarvan de kleur terugkomt in zijn pet en short en juist goed afsteekt bij zijn oranje shirtje. En Alfons weet twee smaken te bestellen. Ik kijk belangstellend toe hoe de ijsverkoper met een spatel het ijs op het hoorntje aanbrengt. Het lijkt een soort boetseren. Steeds opnieuw brengt hij een nieuwe laag aan, totdat ik het ijs van hem aanpak en snel moet gaan likken, wil de boel niet smelten.
Als we allemaal de zachte buitenkant van ons ijs hebben weggelikt, gaan we over tot de volgende fase. We hebben dan wel onze favoriete smaak gekozen, maar we zijn ook nieuwsgierig naar wat we misschien wel zijn misgelopen. Dus proeven we van elkaars ijs en vergelijken de smaken met die van ons zelf gekozen ijs.
‘Mmm, ook heerlijk,’ vind ik van Friso’s ijsje.
‘Vreemde kleur, dat groene ijs, best lekker. Maar deze is het lekkerst,’ zegt Friso. Hij poseert bij de fontein en aait een scharminkelig katje.
Na een enerverende middag die we drijvend, zwemmend, surfend, zeilend, spetterend en spatterend in de Ionische Zee doorbrachten, moeten we deze dag wel eindigen met een pizza.
Het duurt vrij lang voordat onze bestelling is opgenomen. Maar ja, we hebben allemaal wel iets te zeuren. Alfons wil geen ansjovis op zijn pizza, Friso wil een pizza zonder olijven, Fenna wil absoluut geen mozzarella. Ik houd me stil, maar wat heb ik een spijt van mijn pizza d’originale di Sicilia, waarop gemarineerde stukken aubergine drijven in een grote plas olijfolie. Nee, écht Italiaans zijn we nog lang niet!



internetredactie 2009-04-30 17:24:30
LEES MEER REACTIES OP DIT ARTIKEL
Reageer:
Om te reageren dient u ingelogd te zijn. Klik hier om in te loggen.