Onze Daniel (Sicilië)

 

 

Van alle heerlijke momenten die ik hier dagelijks ervaar, is dit er één uit de top drie: Daniël die ons begeleidt naar ons favoriete tafeltje, de stoel voor mij aanschuift en vakkundig een fles rode wijn ontkurkt. Het is een luxe waaraan ik zomaar zou kunnen wennen.

Fenna en ik hebben hem ontdekt! Hij is de Italiaan, met zijn donkere haar en bruine ogen waarnaar we op zoek waren. Gastvrij, maar niet onderdanig; charmant, maar niet opdringerig. Als hij lacht, en doet hij zodra hij ons ziet, maar niet te uitbundig want hij heeft een beugel, laten zijn ogen zien dat hij echt blij is.

Hij is aandoenlijk bescheiden, en daardoor absoluut ongevaarlijk. Zijn zachtmoedige verschijning roept eerder vertedering op dan begeerte.

Na één dag wist hij al dat we rode wijn dronken en voor Friso pakte hij een fles water, zonder koolzuur. Belangstellend vraagt hij naar onze dag. Hebben we weer genoten op zijn eiland? Ja, dank je Daniël. Als het kon zouden we hier gaan wonen. Is het gelukt met de zeilboot? Ja, hoor. Wat spreek je trouwens goed Engels, Daniël. Van een complimentje wordt hij verlegen, dus stellen we snel nog een vraag, maar hij hervindt zich en legt uit in Engels met een verrukkelijk Italiaans accent hoe hij dat heeft geleerd en hoe hij nog veel beter wil worden, want nú werkt hij in het restaurant, maar morgenochtend vroeg staat hij weer aan de balie. Zie je wel. Daar hebben we hem eerder gezien, maar niet herkend in zijn mooie zwarte pak. Nou Daniël, jij komt er wel. Wij vinden je heel goed.

Als hij te lang met ons praat, kijkt zijn chef geïrriteerd in onze richting. Er wachten meerdere gasten op een fles wijn, borden moeten worden afgeruimd, tafels moeten worden gedekt voor de volgende gang. Dat kan ons niet schelen. Eerst willen Fenna en ik met hem op de foto. Het eerste glas wijn heeft bij mij zijn werk gedaan, voel ik. Ik heb vast en zeker rode blossen, kleine oogjes en mijn lachen is te overdreven. Zijn klamme hand ligt op mijn schouder; ik klem me vast aan mijn tas.

Voordat ik aan het hoofdgerecht begin, kijk ik naar de uitstalling van de kleurrijke toetjes. Als nog niemand de symmetrie heeft bedorven, is het buffet een lust voor het oog.

Toch doe ik na een paar dagen rustiger met de toetjes, die eigenlijk alleen maar mierzoet smaken. Een uitzondering daarop vormt het marsepein waarmee de taarten zijn bedekt. Sicilië is het eiland van de amandelbomen, dus de smaak van marsepein is puur amandel. De fruitschaal is  gevuld met fruit van dit eiland. Sinaasappels, kiwi’s en perziken. Sappig, zoet en aromatisch.

Friso hoeft niet lang na te denken over zijn keuze. Een bord gebakken aardappels is zeven dagen lang zijn hoofdgerecht. De vis lijkt niet op kibbeling. Het varken aan het spit lijkt niet op een karbonade. Gehaktballen kennen ze hier niet. De enige keer dat er gefrituurde hapjes waren, bleken er onder het laagje paneer artisjokken te zitten, bovendien nog koud ook. Geen aangename verrassing vond Friso, die een krokante kipnugget in zijn mond dacht te steken. Het hapje werd op de rand van het bord geschoven bij alle visgraten en even later opgehaald door Daniël. Een beetje schuldig voelde ik me over het eten dat wel opgeschept werd, maar niet gegeten. Voor Daniël wil ik mijn bord leegeten, bang als ik ben om weer in de schuur gezet te worden als een vijfjarige, die haar rode bietjes niet lustte. Gelukkig hier geen rode biet gezien,of het moet  mijn eigen hoofd zijn!

 

x

internetredactie 2009-04-30 17:12:19

Plaats hier uw reactie voor Onze Daniel (Sicilië)

LEES MEER REACTIES OP DIT ARTIKEL

Reageer:

Om te reageren dient u ingelogd te zijn. Klik hier om in te loggen.

x
x
x