Willen wij Turkije nog wel? En wat wil Turkije zelf?

Lily Sprangers is directeur van het Turkije Instituut, dat zich richt op het vergroten van de kennis over Turkije in Nederland.

‘De euro is van ons allemaal’ was jaren geleden de slogan waarmee de Europese munt werd geïntroduceerd en dat geldt voor Europa als geheel misschien nog wel sterker. Natuurlijk is ‘Brussel’ een machtige factor in het hele spel, maar kiezers van de 27 lidstaten zijn niet helemaal zonder invloed! De verkiezingen van het Europese Parlement getuigen daarvan. 

Europa – of beter gezegd de Europese Unie en daarbinnen vooral de Europese Commissie (het dagelijks bestuur, zeg maar) en het Europese Parlement – houdt zich bezig met veel verschillende onderwerpen: van onderwijs tot milieu en van migratie tot gezondheid. Wat er besloten wordt, raakt vaak direct aan ons dagelijks leven. Toch zijn er ook onderwerpen die vallen in de categorie ‘ver-van-mijn-bed-show’. Eén daarvan is de heikele kwestie van het Turkse lidmaatschap. Daar lijken steeds minder politici trek in te hebben, zowel in Nederland als in Europa en zelfs in Turkije neemt de steun hiervoor af. Waarom leek het destijds dan wel zo’n goed idee?

Al in 1963 vroeg Turkije een zogeheten associatiestatus aan, de eerste stap op weg naar lidmaatschap. De EU heette toen nog gewoon EEG en bestond nog maar uit zes leden. Turkije was toen al ruim tien jaar lid van de NAVO en werd gezien als een belangrijke bondgenoot in de Koude Oorlog. De EEG voelde zich echter nog te jong om ook werkelijk uit te gaan breiden. Dat kwam pas later. Tot 1987 telde de EU twaalf lidstaten. Toen Turkije in 1987 het lidmaatschap aanvroeg, werd dat afgewezen. De slechte mensenrechtensituatie in het land was de belangrijkste reden.

Sinds de val van de Berlijnse muur in 1989 is het aantal lidstaten van de EU explosief gegroeid. Ook het aantal onderwerpen waar Brussel zich mee bezighoudt, is enorm toegenomen. Vroeger was dat alleen maar de gemeenschappelijke markt, nu omvat het veel meer beleidsterreinen. Voor landen die nú toetreden, is het aanpassen aan de Europese regelgeving dan ook veel lastiger dan het twintig jaar geleden was. Turkije en de Europese Unie zijn eind 2005 gaan praten over hoe Turkije die sterk gegroeide wetgeving in eigen land zou moeten toepassen. Dat is één ding. Iets anders is of de bevolking van de EU en de regeringen Turkije er nog wel bij wíllen hebben. De argumenten tégen zijn overigens soms ook de argumenten vóór. Tegenstanders wijzen op de omvang van de bevolking: nu nog 72 miljoen en over tien jaar 80 miljoen. Turkije zou dan het grootste land van de EU zijn. Hun angst is dat velen van hen naar Europa zouden willen. Voorstanders zeggen juist dat het sterk vergrijsde Europa die arbeidskrachten heel hard nodig zal hebben.
Tegenstanders wijzen erop dat Turkije een overwegend Islamitische bevolking heeft. Maar, zeggen voorstanders, Turks lidmaatschap bewijst dat Europa de Islam niet als ‘de vijand’ ziet. En dat is een belangrijk signaal voor de eigen moslimbevolking, maar ook de betrekkingen met het Midden-Oosten. Turkije is als het ware een brug naar de Arabische wereld.

Of Turkije uiteindelijk bij Europa zal komen, hangt af van wat Turkije zelf doet om dichter bij Europa te komen, maar natuurlijk ook van de vraag of wíj dat nog willen. Daarover zou je een rationele, op feiten gebaseerde discussie moeten kunnen voeren, maar dat is in Nederland helaas steeds lastiger aan het worden.

x

internetredactie 2009-05-14 15:01:36

Plaats hier uw reactie voor Willen wij Turkije nog wel? En wat wil Turkije zelf?

LEES MEER REACTIES OP DIT ARTIKEL

Reageer:

Om te reageren dient u ingelogd te zijn. Klik hier om in te loggen.

x
x
x