Nou, tante is heel mooi weggebracht, hoor ik. Gekleed in het zonne-gele pakje dat ze aanhad op hun 50 jarig huwelijksfeest. Een vrolijk pakje – maar het was voor haar ook vrolijk ‘ik ga naar pappa toe’.
Meer dan 50 jaar hadden die 2 een goed, liefdevol huwelijk. Ook al zei tante tegen me op het 50jarig feest ‘stellen die zeggen dat ze in 50 jaar huwelijk nooit ruzie hebben gemaakt liegen dat ze barsten!”.
Wat leefden ze eenvoudig toen, in simp’le huizen tussen groen, het vee, de landerijen…. Een leuk rijtjes-huis, het laatste van de rij. Vlak naast de spoorlijn Deventer-Zwolle. Het went snel, die treinen.
Grote tuin, een achterdeur die altijd openstond voor familie en vrienden – als ik daar de voordeur 2 x in m’n hele leven heb gebruikt is het veel. 4 Kinderen grootgebracht, beetje passen en meten, maar daar stond je niet bij stil. Dat was gewoon zo.
Twello – klein dorpje bij Deventer was voor een stadskind prachtig. Bij het oversteken van zo’n smal weggetje kwamen de stads-instincten bovenborrelen – kijken links, rechts, nogeens links ‘komt daar niet een woeste agrariër aanrazen op een trekker?’ In geen velden of wegen een agrariër (die toen nog gewoon boer heette) te bekennen, laat staan een woeste op een trekker.
Neef H. en ik zijn de jongsten van het stel, en met name zijn oudste broer voelde zich geroepen op ons te Passen. (zie agrariër bovenvermeld). Het lukte niet erg.
Tante kon heerlijk koken. Als die op zondagmorgen in de keuken mokka-mousse pudding stond te maken wisten ze het al ‘Eindhoven komt op visite’. Ik ben namelijk dol op mokka-mousse pudding. Zo luchtig als wat, steeg bijna zo de vorm uit. Ik heb het ooit zelf geprobeerd: baksteen. Recept gevraagd ‘nee nee! Da’s mijn geheim!’ (als jullie een recept hebben voor luchtige mokka-pudding: ik houd me aanbevolen!’).
Het tegendeel is me ook ooit overkomen. Ik mocht komen eten bij de buren. Achtergrond: het door-en-door verwence mormel dat ze dochtertje noemden moest geaccepteerd worden door de kinderen in de straat. Enig kind, zo schriel als maar kon, met piekharen en een voortdurend verkouden snuffelneus met van die rooie velletjes. Getver, kortom. En zo kleinzerig als wat – als ze weer eens een spelletje verloor brullend naar der moeder ‘ze zijn gemeen!’. Moeder weer naar een moeder in de straat, die weer naar de onschuldige lammetjes (wij dus) ‘Laat dat jong toch eens winnen!’. Hoezo, laat winnen! Dat doe je zelf, of je wint niet! In feite het stomste wat je doen kunt als ouder, je dwingt zoiets niet af.
Nou ja, ik mocht komen eten. Nasi. Mijn ma maakte zeer verdienstelijke, in een wok, scheutje neutrale olie laten walmen, roerbakken, Indische kruiden, omeletje…
Maar bij de omkopers? Goeie dag! Een braadpan, daarin meer dan een half pakje boter! Dan gekookte kip, met de lellen en vellen er nog aan – ieks! Kruiden? Vond haar man niet lekker. Nasi groenten? Niks nie, worteltje. Ketjap? Nee. Sambal? doe niet zo raar. Ik wurgde wat naar binnen, boter, lellen en al. Kokhalsde naar huis, ik zou zelfs boontjes hebben gegeten.
Het omkopen is niet gelukt.
Dan de taxi-chauffeur. Dat was gisteren. Een van de betreurenswaardige mogelijke complicaties van mijn lever-toestand is inwendige bloedingen. En dan met name in de endeldarm. Hij krijgt stuwing of zoiets, de aderen zwellen op, en soms zegt er een ‘knap’. Dan bloed je, en niet zo zuinig ook. Het linke is dat het ook een slag-ader kan zijn, en dat is gevaarlijk: dus: alert zijn!
Gistermiddag, tijdens de klim naar de Mont-Ventoux; pats, raak. en flink bloeden ook. Nooddienst gebeld. Meteen komen. Het werd inmiddels al minder, dus een slag-ader was het niet, maar toch. Taxi gebeld. De chauffeur bezag me zo eens en zei ‘zo komt u er niet in’. Spoedgeval! Ik kan er toch een stel kranten onder leggen? Straks moet ik m’n wagen nog schoonmaken. Ja maar… niks, weg was ie. Tax 2 gebeld. Het bloeden was inmiddels gestopt, dus ik hees me maar in wat schoons zonder bloedvlekken.
Boel werd bekeken en behandeld, en ik weer terug. Maar hm, voor hetzelfde geld duikel ik omver. Ik had er ook nog een vuilniszak bij kunnen leggen.
Nou ja, ik heb het maar weer overleefd.