Of het nou de spanning was die eruit kwam, of het naderende onweer: ik deed geen oog dicht. Ik staarde naar het plafond, en telde schaapjes. Vroeg me ineens af, waarom tellen we eigenlijk schaapjes? Waarom niet eens iets anders, nijlpaarden bijvoorbeeld? Omdat die niet over hekjes kunnen springen! Nou, dan lopen ze er toch doorheen? Neehee! dan wordt de boer boos!
Al giraffen tellend slapeloosde men door. Giraffen, overigens, springen ook niet,: die stappen er gewoon overheen.
Wat nu te doen. Warme melk met honing? Probleempjes: ik haat melk, laat staan warm, ik heb niet eens melk in huis en warme karnemelk met honing lijkt mij een combinatie die garant staat voor snel toiletbezoek. Alles en iedereen sliep, behalve ik. Dan maar eens op de linkerzij. Hielp niet. Ik draaitolde door: geen snurk te bekennen. Hoe laat is ut? Oh, schiet al op: half 4. Die warme melk deed me denken aan wat ons vroeger door de strot werd geduwd, zoals levertraan. Getsie! Dan kwam dat op een lepel met een klontje suiker ‘kijk es! goed voor je!’ Ik kreeg een diepgeworteld wantrouwen tegen alles dat goed voor je was. Maar ja, je slikte het he. Net zo goed als je opat wat er voor je neus werd gezet, zelfs al waren het boterboontjes.
Eindelijk: ik sliep. En toen barstte het onweer los. Het was me niet gegund. Nou ja, toen maar eruit. En nog eens even nagedacht over een zeer merkwaardige conversatie gisteren. Met vriendin van het Autootje.
Hee, ik ben nog niet dood!
Nou, en?
Uh, da’s toch mooi?
Verder nog nieuws?
Uh, nou nee, ik vind dit wel ff genoeg!
Jij hebt nou toch vakantie he, wat ga je doen?
Puinruimen.
Maar, dat zou zoonlief toch al lang gedaan hebben?
Da’s niet jouw pakkie an! (die onthoud ik voor de volgende keer dat ik zo nodig mee moet naar de Efteling. Waarom wil je niet? Da’s niet jouw pakkie an!)
Oh. Zeg, heb jij morgen de auto? Ik moet een heleboel boodschappen.
Nee. Zoonlief heeft de auto, hij moet werken. Ga maar online bij de AH.
Heb ik geprobeerd, en er zelfs over gebeld, want hij pakt mijn bonuskaart niet.
Zal je wel een typefout hebben gemaakt! Blijven proberen, Anneke!
Maar ik zeg net, dat heb ik al, en ik heb ze gebeld, de kaart moet worden omgeruild!
Zeg dat dan!
Dat zeg ik!
Je moet een lijstje per week maken, dat deed je vroeger ook toen je de auto had.
Dat zeg ik toch! Maar nu dat Joep bijspringt op z”n fietske kan ik geen lijstje per week maken want dan valt’ie om met fiets en al!
Ja maar toen je nog een auto had, maakte je een lijstje per week!
Je luistert niet! Zoals gewoonlijk! Ik kan nu geen lijstje per week, fiets, weet je nog!
Ja oen, wat bazel je nou! Wat er in dat warhoofd van jou speelt weet ik niet, zullen wel de medcijnen zijn.
Zeg eens, kan dat niet wat beleefder! Ik maak jou toch ook niet uit voor vanalles en nog wat! En ik ben helemaal geen oen, ik bazel niet en een warhoofd ben ik ook niet. En ik zie wel hoe ik het red, de groeten.
Even later: telefoon: misschien kan ik die kaart dan omruilen. Hm. We zullen zien.
With friends like that, who needs enemies.