Wilma – Waar wouden zijn…

Waar wouden zijn als vuur zo heet, torenhoog en mijlenbreed…” Dit citaat komt uit Torenhoog en Mijlenbreed, een kinderboek waarin de hoofdpersoon Edu uiteindelijk op Venus belandt. De schrijfster ervan heeft nog meer prachtige boeken op haar naam staan, dikke pillen die ik in mijn jeugd bijna letterlijk heb verslonden. Het leuke is dat de kinderen van nu dat nog steeds doen, want de schrijfster over wie ik het heb, is Tonke Dragt. Jawel, dezelfde die ook De brief voor de koning schreef, een boek dat een paar jaar terug succesvol werd verfilmd.

Haar boeken blijven je echt een leven lang bij. De woorden van de stokoude robot uit Torenhoog en Mijlenbreed waren namelijk het eerste wat in me opkwam toen ik de beelden van de bosbranden rond Athene zag. Bosbranden zijn niet nieuw, ze komen over de hele wereld al eeuwenlang voor. We zien het op de televisie, huiveren even en zeggen tegen elkaar: "Wat vreselijk, hè?" Toch is een ramp al snel verleden tijd voor hen die er niet rechtstreeks mee te maken hebben. Zij die het overkwam, dragen het echter altijd met zich mee.

Twee jaar geleden brandde het bij ons op Pilion ook. Niet zomaar een beetje. Nee, vier bange dagen lang woedde hier een immens groot vuur dat uiteindelijk tien procent van de bossen op ons mooie schiereiland in de as legde. Het begon aan de oostkant, sloeg door naar het midden en eindigde aan de westkust op zo’n veertien kilometer afstand van ons dorp. Gelukkig zaten er bergen tussen ons en de branden, maar de vlammen laaiden op tot meters boven de toppen, rook golfde geelgrijs over het dak van onze woning naar de zee en de geur van ontelbare verschroeide bomen drong door tot in onze kleren.

Wij hebben geluk gehad. De wind draaide, er kwamen blusvliegtuigen uit omringende landen en het vluchtkoffertje dat ik op de derde dag inpakte, heb ik ongebruikt weer kunnen uitpakken. Maar de schrik zit er bij mij nog goed in. De verstikkende brandlucht, het zware gedreun van de vliegtuigen die af en aan vlogen, de gillende sirenes, de nachtelijke loopjes naar de boulevard om te kijken tot hoever het vuur was genaderd… Ik zal het nooit vergeten. Nog steeds sper ik mijn neusgaten gealarmeerd open als de buurman zijn vuil verbrandt, nog steeds spits ik mijn oren als de twee blusvliegtuigen hun wekelijkse testvlucht maken, nog steeds krijg ik kippenvel als ik de zwartgeblakerde restanten van die eens zo mooie bossen zie.

Wat mij in die angstige dagen een heel surrealistische gevoel gaf, was het feit dat het dagelijkse leven op de plaatsen waar nog geen vuur was ondertussen gewoon doorging. Terwijl grote rookwolken langs de horizon naar zee dreven en de blusvliegtuigen hun gigantische waterzakken vulden op nog geen vijfhonderd meter van de boulevard, lagen de mensen gezellig aan het strand, speelden de kindertjes in de golven en dronken de oude mannen hun dagelijkse glaasje tsipouro aan de stamtafel in de taverne.

Natuurlijk was de brand het gesprek van de dag, maar de hartkloppingen die ík ervan had, zag ik nauwelijks terug bij mijn dorpsgenoten. De algemene stelling was dat je pas als het vuur ‘over de kustweg’ kwam, moest gaan rennen. Voor die tijd had het weinig zin om je er druk over te maken. "Als het komt, komt het…" zei mijn buurman met een licht schouderophalen.

Het is een levensfilosofie die hier op veel dingen wordt toegepast en zeker iets waaraan ik met mijn Nederlandse achtergrond flink heb moeten wennen. Het gaat me steeds beter af, dat wel, maar ik zal het nooit helemaal onder de knie krijgen. Voor het geval de aarde onverwachts gaat beven of branden liggen paspoort, mobiel en creditkaart nog steeds dag en nacht onder handbereik en staat de tas met belangrijke papieren uit ons verleden voor het grijpen. Je kunt maar beter voorbereid zijn, toch?

Een rampenplan, zoals ik als inwoner van Vlaardingen destijds door de gemeente kreeg uitgereikt en jarenlang verplicht in de meterkast had hangen, kennen ze hier niet. Toch, als ik de beelden uit Athene zie, zou dat misschien nog niet eens zo’n slecht idee zijn. Alle huizen van regeringswege uit voorzien van een rampenplan in de meterkast. Het lijkt me een prima agendapunt voor de volgende verkiezingen. Ik voorzie maar één probleem: in dit land bestaat de meterkast heel vaak uit een provisorisch stoppenkastje aan de buitenkant van het huis. En hoe kun je daar nu nóg een rampenplan in kwijt?

 

 

 

x

willy1944 2009-08-31 18:15:17

Vroeger stond er op de zijkant van onze munt God zij met ons.Daar denk ik dan maar aan op zo\'n moment.En als men zo\'n levensvisie heeft verander je daar meestal niets aan.Ieder voor zich en God voor ons allen.en.... God zit in ons allen.

internetredactie 2009-08-31 14:45:02

Plaats hier uw reactie voor Wilma - Waar wouden zijn...

LEES MEER REACTIES OP DIT ARTIKEL

Reageer:

Om te reageren dient u ingelogd te zijn. Klik hier om in te loggen.

x
x
x