Eindelijk weet ik waar de onzekerheid in mijn leven vandaan komt. De onrust is eruit gekieperd, wat overblijft is rust. Het is sereen zelfs, in mijn hoofd. Waar normaal gesproken het rariteitenkabinet in mijn bovenkamer vierentwintig uur per dag vergadert, is het nu volkomen rustig.
De vraag der vragen is beantwoord en de diagnose is gesteld. Daardoor vind ik mijn leven weer zo heerlijk simpel. Het komt gewoon door Henk. Het Syndroom van Henk, wel te verstaan.
Ergens diep vanbinnen onder de verschillende lagen van mijn hersenschors, heeft zich kort geleden een illegale bewoner in mijn bovenkamer verstopt, als ongewenste gast. De gierigaard betaalt natuurlijk geen huur, nee, hij heeft die ruimte, zeer brutaal, ordinair gekraakt toen ik even niet oplette.
Deze illegale kraker heet Henk, misschien kent u hem nog wel. Henk was vroeger namelijk coach. Hij doceerde op bevroren water. Precies, een ijsmeester. Een klapheld op ijzers. Toen het op het ijs wat minder liep, of gleed, besloot Henk een scheve schaats te glijden, het roer om te gooien en prominent in reclamespotjes te verschijnen.
Sinds het bewuste spotje wordt uitgezonden, is Henk niet meer uit mijn hoofd te rammen. Vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week, heb ik open huis, open hoofd. Ik heb last van een non-stop, live reclamemarathon tussen mijn oren en na afloop volgt de herhaling. Het blijft wel sport, natuurlijk.
“Dat kan beter” echoot de hele dag, door de spelonken van mijn slakkenhuis. Hierdoor kan ik niet meer schrijven en niet meer helder denken.
Waarom móet het altijd beter? Ik ben zo stijf als een hark, houd niet van atletiek en toch doe ik al jaren aan polsstokhoogspringen. Omdat ik het moet, van mezelf en sinds kort dus ook van Henk. Ik héb geen syndroom van die man, ik bén het geworden. Bij het uitdelen van de zelfverzekerdheidsstokjes tijdens mijn geboorte, in 1970, waren ze op tegen de tijd dat ik aan de beurt was. Als tamme, gedweeë baby ging ik bij mijn ouders wonen. Daar betaal ik een prijs voor want sindsdien ben ik er niet bepaald assertiever op geworden. Alles aan en in mij is groter geworden tijdens mijn opvoeding, echter met uitzondering van mijn zelfbewustzijn.
Toch is er hoop. Vandaag hoorde ik van een medeschrijver, dat er een nieuw reclamespotje van Henk uit is. Hij schijnt nu, in een ander clipje, de hele tijd “nee” tegen iedereen te roepen. Dat biedt perspectief.
In dat geval mag Henk bij mij blijven, nee hij móet zelfs. Hij wordt mijn hoop in bange dagen. Henk zal mij redden. Henk zal mij voortaan bevrijden van nare en vervelende klusjes. Van verschrikkelijke bezoeken, zonder te verblikken en verblozen. Het woord “nee” zal door mijn huis schallen, de fundering van mijn huis zal er van schudden.
“………Mevrouw Ontwikkeling, u spreekt met de aannemer. Héél vervelend, maar in uw offerte is een foutje geslopen. Er staat € 2.000,00 terwijl dit € 2.500,00 had moeten zijn. Vind u het erg, dat ik het even aanpas ….?”