Een achteloze voorbijganger zag gisterenavond een willekeurig groepje dames op leeftijd op een terras naast de kerk in Wageningen zitten. Hij zag glazen wijn naast de gevulde borden, lampjes op tafel, een gezamenlijke toast en genietende gezichten van het heerlijke eten.
Misschien dat deze voorbijganger met een opgetrokken wenkbrauw het zijne dacht van de herrie die die negen dames op het terras produceerden. Teveel gekletter met het bestek, te hard gelach, teveel geklets, monden die geen moment stilhielden.
De voorbijganger zou even zijn pas kunnen inhouden om zich af te vragen wat dat nou voor een clubje was. Een vrijgezellenfeestje? Nee, zou zijn conclusie zijn, daar waren de dames te oud voor. Bovendien zou de voorbijganger kunnen horen dat de gesprekken daar met tijd en wijle te intiem voor waren. Dit waren dames die elkaar goed kenden.
Aan de soepele manier waarop de dames elkaar plaagden, aan de vele herinneringen die over tafel gingen, aan de discussies die lachend voor de zoveelste keer werden gevoerd, aan de aandacht die er was voor elkaars verhalen, zou een voorbijganger kunnen opmaken dat deze dames op dat terras elkaar niet alleen goed kenden, maar ook al heel lang.
Als onze voorbijganger zelf (oud) student was, dan zou zijn conclusie voor de hand liggen: deze dames hebben hier in het Wageningse gestudeerd en houden een reünie. Hij zou er zelfs een beetje smalend over kunnen doen: vast zo’n jaarclubje met dames die het goed getroffen hebben in het leven.
Hoe het ook zij, de achteloze voorbijganger zou zijn pad vervolgen en z’n schouders ophalen over dat gezellige damesclubje op dat hippe terras.
Maar ik niet, want dat die dames zijn mijn vriendinnen. Al 23 jaar lang delen we lief en leed. Vroeger zingend met een pilsje aan de bar van de studentenkroeg en gisterenavond met een wijntje en lekker eten, genietend van de Nederlandse zomer.