Het is doodstil om me heen. Na bijna twee weken vol aan de bak te zijn geweest, is er de komende 24 uur niemand die me nodig heeft. Geen honderd keer mama per minuut, geen billen om af te vegen, geen drinken dat omgaat, geen hongerige monden te stillen, geen vragen die meteen beantwoord dienen te worden, geen internetverbinding die al in gebruik is om Pokémon filmpjes te kijken, geen geruzie, geen gekrijs en vooral geen Dirk Scheele uit de luidsprekers.
In plaats daarvan is het stil. Heb ik eindelijk de tijd om na te denken over de vraag die iedereen stelt: Hoe is het nou, om in Nederland te zijn?
Laat ik met het weer beginnen: dat is zalig! Wat een luxe dat je gewoon naar buiten kunt, in de zon kunt lopen zonder dat het meteen te heet is, zonder dat je meteen naar de zonnebrandcreme moet grijpen. Ik zette net de ramen open en voelde meteen een verkoelend briesje de kamer in komen; heerlijk.
Na twee weken is het nog steeds raar om de hele dag Nederlands om me heen te horen. Ik was vanmorgen in de supermarkt en terwijl ik mijn best deed om niet naar de gesprekken om me heen te luisteren, gooide Daniël het winkelwagentje vol met boodschappen die we niet nodig hadden. Ik was het zat en ik zei bestraffend: ‘Hé, van Puffelen (ach ja, ik heb zo mijn koosnaampjes) hou daar eens mee op, het is genoeg.’ De wat oudere mevrouw die net langsliep, gaf me een onderzoekende en toen beschuldigende blik. Het duurde even voordat ik me realiseerde dat ze me natuurlijk gewoon had verstaan.
Haar blik zei ook: ‘je mag niet boos zijn op zo’n kind.’ Zo’n kind, alsof Daniël van een andere planeet komt en niet opgevoed hoeft te worden. Natuurlijk vallen we in Amerika op als we met Daniël op pad zijn. Maar hier is het net anders, Daniël is net wat meer een bezienswaardigheid en geven meer moeders me blijken van medeleven, in plaats van dat ze Daniël een glimlach schenken. Behalve dan gisteren in het Dolfinarium in Harderwijk, het nationale gehandicaptenpretpark, daar was Daniël één van de velen.
Al met al is Nederland gewoon kneuterig. Alles is klein, ik krijg mijn gehuurde Espace nauwelijks geparkeerd en alles is zó dichtbij. Zelfs de Nederlandse tv is kneuterig. Er is geen Amerikaan die het in zijn hoofd haalt om een tv-programma te maken dat drie uur duurt, zonder reclame, waarin niets meer te zien is dan twee mannen die praten over oude zwartwitte tv-beelden. Overigens niets dan hulde voor Jelle en Jan, die zeer onderhoudend lieten zien hoe mooi tv kan zijn.
Maar het allerbeste aan Nederland is toch wel de nabijheid van opa’s en oma’s die niets liever willen dan de kleinkinderen te logeren hebben. Zodat ik ongestoord stukjes kan schrijven.