“Jij bent echt lelijk zeg!” Je zult het naar je hoofd krijgen! De maraboe hoort bij de ‘ugly five’. Met zijn kale nek, ongekamd grijs haar en pokdalige koppie niet moeders mooiste.
Onze eerste maraboe zien we bij een dode buffel. De leeuwin is nog aan het eten en tot zolang moet de ooievaarachtige op zijn beurt wachten. Hij ziet eruit als een gepensioneerde schoolmeester, gepokt en gemazeld door een leven met lastige pubers. Roerloos houdt hij de gang van zaken in de gaten en hij kijkt waarschuwend om naar de gieren. Die moeten niet denken dat ze kunnen voordringen. [rectangle]
Zowel de maraboe als de gier is erop gebouwd om gemakkelijk in een lijk te kunnen pikken. Over die kale, doch praktische nek is nagedacht. Elk onderdeel van een dier of insect heeft nut. Wat onzinnig lijkt, is bij nader inzien volkomen logisch.
Wij hebben niet zoveel geduld als de maraboe en rijden naar een plek bij de rivier waar ze wonen. In de bomen bouwen ze grote, slordige nesten. Ze lopen niet, ze schrijden. Heel voorzichtig, alsof ze bang zijn om een heup te breken. Elegant ook. Als ze hun vleugels uitspreiden, zijn ze ineens 2,5 meter breed. Zo wuiven ze zichzelf koelte toe en voelen ze hoe het met de thermiek is: valt er gemakkelijk te vliegen of juist niet?
Gek, hoe langer we kijken, hoe mooier ze worden. Eentje staat er met gespreide voeten bij als een balletdanser. Ik doe het hem niet na. Als ze allemaal tegelijk hun vleugels laten wapperen, is dat adembenemend mooi. Eén mannetje blaast zijn keelzak op om indruk te maken op de dames. Ik had maraboes nooit in verband gebracht met seks. Al is het maar omdat je denkt: je zal wel mooi uitkijken om het met zo’n lelijkerd te doen. Belachelijk, want ook maraboes paren al sinds hun oprichting.

Als ze plotseling met z’n allen wegvliegen, als statige jumbo jets, denk ik aan dichtregels uit ‘The Ancient Mariner’ van Coleridge: “He prayeth well who loveth well both man and bird and beast.” Het gedicht eindigt met: “For the dear God who loveth us, he made and loveth all.” Mooi en lelijk, iedereen telt mee. Of je nu wel of niet gelovig bent, elk schepsel zit geniaal in elkaar. Dat is na de oerknal ooit door iets of iemand bedacht. En daar sta ik, die machtige maraboes nakijkend, wederom verwonderd, graag even bij stil.
Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel