Femke- Zonder uitzicht

S’nachts komen de plannen. Er zijn van die periodes dat ze me onafgebroken uit mijn slaap houden.
In de weken na Antonie Kamerlings dood heb ik me nogal geërgerd aan de uitspraken die ik om mij heen hoorde. Uitspraken als: “Wat ben je voor een vader als je je kinderen zomaar in de steek laat?” of “Wat een laffe daad”. Wie zijn wij om een oordeel te hebben over wat een ander doet?
Natuurlijk, ik vind het ook moeilijk te begrijpen. Dat wat Antonie Kamerling deed. En eigenlijk vind ik het wonderlijk dat zelfs ik het niet snap, want ooit zat ik er dichtbij. Of, laten we het zo zeggen, dichterbij dan de meeste mensen komen. Ik zat ooit onder die zware, zwarte deken naar lucht te happen. Wanhopig te zijn en tegelijkertijd helemaal niets te voelen. Ik dacht er niet aan om er actief een einde aan te maken, maar ik hoopte wel heel erg dat de vliegtuigen, auto’s en treinen waarin ik zat zouden verongelukken. En ik heb gedreigd. Ik heb mijn vriendje van destijds de stuipen op het lijf gejaagd door te zeggen dat ik het ‘echt niet meer trok en een mes ging pakken’. Tja, dat kan dan ‘aandacht vragen’ heten, maar dan ben je toch vrij ver heen.
Gelukkig zijn deze dramatische taferelen inmiddels heel wat jaren en doses antidepressiva geleden. Toch zal ik nooit vergeten dat ik werkelijk het licht niet meer zag. Geen idee had hoe mensen opstaan, aan het werk gaan, trouwen, kinderen baren, leven. Ik zal nooit vergeten hoe mijn moeder me huilend aankeek en zei dat ze echt niet wist hoe ze dit voor me op moest lossen en hoe ik me heb moeten verzetten tegen opname in een of andere psychiatrische instelling. Hoe ik me voorstelde eenzaam, verlaten en psychotisch in de goot te belanden. Zonder uitzicht. Aan de rand van de samenleving.
En zie me nu. Getrouwd, een fijne baan, vrienden, familie en zonder depressie. Dat is geen verdienste. Ja, ik heb hard gevochten en me weken, maandenlang uit bed gesleept terwijl ik er het nut niet van inzag. Waarom het mij wel en anderen niet lukte, is de grote vraag. Waarschijnlijk was het een combinatie van de juiste medicijnen op het juiste moment, precies de goede gespecialiseerde hulp en een afgrond waar je nog net uit kunt klimmen. Maar ergens ben ik er ook van overtuigd dat het gewoon toeval is. Gruwelijk toeval.
Lees ook







tr450903 2011-02-27 11:42:24
Iedereen leest altijd wat hij/zij wil lezen. Mij viel vooral - in deze column -de zin op over jouw moeder. Die ene zin gaf mij een enorme verbindende kameraadschap met haar. Ook ik ben "zo'n moeder". Met alle liefde en warmte die er in ons zit, proberen wij onze jongste dochter van 26 jaar door alle dieptes heen te slepen. Maar de belangrijkste drive moet van haarzelf komen, dus je zit ook vaak aan de zijlijn te wachten tot het zover is, ze is immers volwassen en slim genoeg. Iedere dag is een nieuwe dag met nieuwe kansen is ons motto! En heel belangrijk: probeer van hele kleine dingen te genieten
anders houd je het niet vol!
Thea 27-02-2011
HannekeGroeneweg 2011-02-10 19:09:23
âHierâ, zei Hanneke, mijn echtgenote, âmoet je lezenâ, en onderwijl schoof zij je column over Antonie Kamerling onder mijn neus. âAan het begin beginnenâ voegde ze eraan toe, mij kennende. Vervolgens las ik je verhaal, dat net zo goed door mijzelf geschreven had kunnen zijn, en zoals ik ze wel meer lees. En was ik geschokt, zoals ook elke keer weer. Niet zozeer door onbegrip in de omgeving, want dat was er niet jegens mij, maar door de herinnering aan de afschuwelijkheid van de ervaring van de depressie zelf, en ook door de afloop van je verhaal.
Want het interessantste deel van je column is de laatste alinea, waarin Grote Levensvragen worden gesteld na je waarneming, dat het nu heel goed met je gaat, en na de vaststelling: âdat is geen verdiensteâ. De vragen namelijk âwaarom lukte het mij wel?â en âwaarschijnlijk (?) waren het medicijnen, goede hulp en een net-niet-fatale afgrondâ. Je slotantwoord is, dat je âer ergens ook van overtuigd bent, dat het gewoon gruwelijk toeval isâ, en dat vind ik de schokkendste zin uit je column. Want er is een grote dissonantie tussen âgeen verdiensteâ en âgruwelijk toevalâ enerzijds, en je kennelijk onwillige gevecht anderzijds. Want als er werkelijk een gevecht was, dan is het resultaat een gewonnen of verloren gevecht, en dus geen zaak van het toeval. En als het gevecht gewonnen is, maar het voelt aan, alsof je het resultaat maar half zelf hebt bepaald, dan wordt die onbepaaldheid nog steeds geen toeval. Dan zie je een kennelijk cruciaal aspect van je gevecht over het hoofd, namelijk een onopgemerkte verdienstelijkheid van jezelf of één van een ander, waardoor het gevecht werd gewonnen. Maar niet het toeval, kom op zeg!
Het toeval bepaalt het lot, wanneer iedere handelingsvrijheid verdwenen is, althans dat zou je kunnen denken. Maar zelfs in dat laatste geval (onder in het putje van je depressie) is er op de âmachtâ van het toeval veel af te dingen. Zoveel, dat zelfs als er totaal âgeen verdiensteâ is (en dus geen vrijheid, zoals bij jou NIET het geval was), toeval niet bestaat. Uiteraard niet voor een religieus persoon, maar ook niet voor een atheïst. Want die laatste is noodzakelijkerwijze ook een determinist, die zeker meent te weten, dat de natuur volledig bepaald is door de natuurwetten, en die kennen geen toeval. Er blijft dan over, dat je bent gered door een kracht in jezelf, of je die nu herkend hebt, of niet, of door een ander. Er is dus inderdaad wellicht geen of weinig verdienste, maar zeker ook geen toeval. Hoogstens een gewonnen of verloren gevecht.
Hartelijke groet,
Hans Groeneweg
Brouwershaven
internetredactie 2011-02-10 11:37:59
LEES MEER REACTIES OP DIT ARTIKEL
Reageer:
Om te reageren dient u ingelogd te zijn. Klik hier om in te loggen.