‘Medemens in nood. Wat nu?’
Je wilt een medemens in nood altijd helpen nietwaar? Het probleem is alleen wanneer is iemand in nood? Een noodsituatie is namelijk niet altijd goed in te schatten. Zeker niet in een paar seconden. Als je de juiste beslissing neemt, heb je een medemens geholpen dan wel gered. Neem je het verkeerde besluit, dan breng je jezelf en je gezin mogelijk in gevaar. Lees maar over onderstaande situaties en beslis wat jij in mijn geval had gedaan.
Ik liep naar mijn auto, die geparkeerd stond in het centrum van Lelystad. Ik had haast, want over pakweg vijf minuten zouden mijn kinderen uit school komen. Aangezien we nog niet in Lelystad woonden, maar even er buiten, haalde ik hen iedere dag met de auto op. Ik maakte het slot open en wilde instappen. Net op dat moment kwam er een vrouw met een klein bruin hondje op mij af lopen.
‘Oh mevrouw. Kunt u mij alstublieft helpen? Ik word achtervolgd en ik ben zo verschrikkelijk bang.’
Tja, daar sta je dan. Ik aarzelde en wierp een vertwijfelde blik op mijn horloge. Als ik niet snel vertrok, zouden mijn jongens zo meteen ongeduldig op me staan wachten.
‘Ik wil aangifte doen bij het politiebureau. Kunt u mij daar even naartoe brengen?’ vroeg de vrouw wanhopig.
Wat te doen? (Beslismoment, nog niet verder lezen. Wat zou jij hebben gedaan?)
‘Stapt u maar in. Ik moet eerst mijn kinderen ophalen,’ besloot ik impulsief.
Eenmaal onderweg naar school kwam ik er achter hoe verward de vrouw wel niet was. Haar hele verhaal, die zij onafgebroken achter me zat te vertellen, klopte van geen kanten. Straks zaten mijn kinderen bij een mogelijk gevaarlijk mens in de auto. Wat te doen?
Ik parkeerde dicht bij de school en liet haar uitstappen, alvorens ik de auto afsloot. Ik liet geen vreemde in mijn auto achter.
‘Wacht u hier maar even.’
Ze knikte en bleef braaf naast de auto staan wachten. Ik rende over het schoolplein naar een vader die ik een beetje kende. Ik vroeg hem om raad. Hij adviseerde me haar zo snel mogelijk ergens te droppen. Aan zijn gezicht en houding viel duidelijk af te lezen dat hem dit nooit overkomen zou zijn. Maar ja, ze keek zo angstig. Het leek in het begin alsof er echt iets aan de hand was. Ik liet de mevrouw naast me op de voorstoel plaatsnemen en onze jongens achterin. Ik had ze geïnstrueerd niets tegen haar te zeggen. Opnieuw bleef die mevrouw maar vreemde teksten uitslaan. Ik heb haar ergens bij het centrum afgezet en ben snel doorgereden. Oef, hier waren we zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Wat een angst hebben onze jongens en ik onderweg uitgestaan. Dit dus nooit meer!
Een andere situatie. Mijn man en ik fietsten een dik jaar geleden op een avond, na het bijwonen van live optredens van verschillende jazzmuzikanten, in vrolijke stemming terug naar huis. Voor ons kwam een man met zijn fiets ten val.
Wat te doen? (Beslismoment, nog niet verder lezen. Wat zou jij hebben gedaan?)
Mijn man probeerde hem behulpzaam weer omhoog te helpen. Opnieuw viel de man om. Het was voor mijn man van dichtbij meteen duidelijk waarom hij was gevallen. Hij was stomdronken. We zijn maar doorgefietst, want hier was geen helpen aan.
In onze huidige woonplaats stond vorig jaar een vrouw, die zich wanhopig vasthield aan een lantaarnpaal.
‘Oh, mag ik me aan uw arm vasthouden? Ik ben zo bang!’ riep ze met een angstig gezicht naar me.
Ik hield in mijn ene arm de boodschappen en in mijn andere hield ik de riem van ons hondje vast.
Wat te doen? (Beslismoment, nog niet verder lezen. Wat zou jij hebben gedaan?)
Al had ik beide handen vrij gehad, dan nog was ik niet op haar verzoek ingegaan. Ik had mijn lesje wel geleerd…
‘U mag achter mij lopen,’ antwoordde ik.
Ik wachtte niet op haar, maar liep rustig door. Na enkele minuten keek ik achterom. Ze stond nog steeds met beide armen om de paal. Ik dacht bij mezelf: je bent tot zover gekomen, dan zie je ook maar weer dat je terugkomt en liep door.