Astrid. Worstenbroodjes

“Ik ben heel bescheiden”, vertelt Tim terwijl ik de vloer aanveeg van het overblijflokaal. Hij gaat er eens makkelijk voor zitten. “Ik schep nooit op over hoe goed ik kan rekenen. Maar ik kan echt goed rekenen joh!”
“Fijn. Dat is handig voor later”, antwoord ik en trek mijn jas aan.
“Kom, doe je jas dan gaan we buitenspelen.”
Tim loopt naar de lege gang en pakt zijn jas. De rest van de groep is al buiten op het plein, maar Tim is niet zo snel. Die kletst liever met de overblijfjuf.
“Juf, weet jij eigenlijk welke school je moet doen om directeur te worden?” vraagt hij.
“Directeur van wat?” vraag ik.
“Directeur van een grote fabriek.”
“En wat maakt jouw fabriek dan?”
“Zelfbedacht eten”, zegt hij trots. “Ik ga zelf eten bedenken en alle supermarkten gaan dat dan verkopen.”
“Misschien moet je dan eerst naar de koksschool”, opper ik.
Negenjarige Tim weet wel beter. “Nee, ik word geen kok. Ik maak een worstenbroodje, of iets anders, wat je zo in de magnetron kan doen. Dat lijkt mij wel wat. Dan word ik heel rijk en eet iedereen mijn worstenbroodjes.”
“Worstenbroodjes bestaan toch al?” vraag ik voorzichtig.
“Ja, die zijn heel lekker. Maar die ik ga maken zijn nog veel beter en veel lekkerder”, zegt hij commercieel. “Houd jij van worstenbroodjes?”
Ik besluit even niet eerlijk te zijn. “Ja, heerlijk”, zeg ik met een stalen gezicht.
“Mooi, dan krijg jij mijn eerste broodje.”
Jufachtig geef ik antwoord. “Ik kan niet wachten, maar dan moet je eerst heel goed je best doen op deze school”. Hij glimlacht naar me, trekt het hek van het schoolplein open en rent weg om mee te doen met voetballen.



Bambi150 2011-03-10 11:54:14
hilbrands 2011-03-09 09:49:31
mijntweedeik 2011-03-09 09:43:04
LEES MEER REACTIES OP DIT ARTIKEL
Reageer:
Om te reageren dient u ingelogd te zijn. Klik hier om in te loggen.