Ongevraagd advies

‘Ongevraagd advies’
Bepaalde situaties in de Randstad doen me af en toe herinneren aan het kleine dorpje in Drenthe, waar ik ben opgegroeid. Ik zal dit toelichten aan de hand van twee voorbeelden uit de praktijk. Nog afgezien van het feit dat heel veel mensen elkaar nog gewoon op straat groeten. Mensen op het platteland denken vaak dat dit alleen bij hen nog geldt, maar dat is dus niet zo.
Ik trim mijn hond, een Cocker Spaniël, altijd zelf. Hij heeft namelijk een makkelijk te onderhouden vacht en ik vind het leuk om zo met onze hond bezig te zijn. Oké, ik geef het toe. Ik ben van mening dat ik hem beter, zeg maar gerust stoerder, knip dan een professionele trimmer. Als Rakker bij zo’n trimmer vandaan komt, lijkt hij net een verwijfd teefje. Dat komt mede door zijn nogal zoetige kleuren (wit met lichtbruine vlekken). Tevens controleer ik zijn lijfje dan meteen even of er niets afwijkends te zien is. Rakker wassen doe ik alleen in ons ligbad. Van alle gezinsleden maakt hij nog het meest van ons gezin gebruik van het bad!
Als het mooi weer is stop ik alle trimspulletjes, inclusief wat lekkers als beloning voor zijn geduld, in mijn rugzak en wandel samen met hem naar het nabijgelegen park. Zo was ik druk bezig hem te knippen. Het nadeel is alleen dat je nooit lang alleen in het park bent. Het blijft natuurlijk wel de Randstad. Eerst kwam er een man met een hond aanlopen.
‘Ah, u knipt uw hond. Ik dacht dat u een geit ritueel aan het slachten was,’ vertrouwde hij me toe.
Ik schoot in de lach. Zo zou het er van verre inderdaad best wel eens kunnen uitzien, gezien zijn merendeels witte vacht. Mak als een lammetje kan ik tijdens zijn knipbeurt rustig een van zijn poten optillen om hem in de buurt van zijn intieme delen te knippen. Ik heb nog nooit misgeknipt, dus hij vertrouwt me volkomen. Eerst kijkt hij met zijn bruine ogen me nog even vol vertrouwen aan. Alsof hij wil zeggen: ‘maak er weer wat moois van, vrouwtje!’ Half slapend ondergaat hij vervolgens het hele ritueel. Ik wurm me ondertussen in allerlei bochten en onelegante standjes, want het moge duidelijk zijn. Een hond knippen, terwijl hij heerlijk soezend in het gras ligt, is voor mij niet de meest prettige positie. Langer dan dertig minuten houdt mijn rug het dan ook niet vol! Daarna komt er een vrouw op de fiets langs. Tot mijn verbazing stopt ze en geeft me ongevraagd allerlei adviezen over hoe ik het beste mijn hond kan knippen.
‘Ja hoor, mevrouw. Bedankt en nog een fijne dag, mevrouw’.
We waren met z’n drieën (mijn man, mijn oudste zoon en ik) een flink eind wezen wandelen. De zon brandde onverminderd voort. Halverwege besloten we een flesje frisdrank te kopen. Komt er een oudere vrouw op onze hond aflopen.
‘Ach, arm hondje. Krijg jij helemaal geen lekker koel bakje water van je baas?’
Vervolgens richt ze zich op en kijkt mij aan. Of ik wel wist dat er heel handige bakjes te koop zijn in de dierenwinkel, zodat onze hond voortaan ook onderweg kan drinken.
‘Nee, dat wist ik niet. Bedankt voor het advies.’
Dus je begrijpt, soms heb ik sterk het gevoel nog steeds in een klein dorpje te leven. Op het moment dat willekeurige voorbijgangers met allerlei adviezen komen, sta ik wel even raar op mijn neus te kijken, maar eigenlijk is het ook wel weer schattig.



