Hermien – Op de kast

De kogel is door de kerk. Ik heb een andere auto, wat zeg ik… ik heb zelfs voor het eerst in mijn leven een spiksplinternieuwe auto. Uiteindelijk is alles heel snel besloten. Ik was al eerder bij de bewuste dealer geweest, had zelfs manlief al eens meegesleept en de derde keer werd ons die leuke actie als een vette worst voor de neus gehouden. Bovendien was de inruil boven verwachting.

Binnen een week kon ik mijn nieuwe auto halen. Intussen durfde ik amper met mijn oude auto te rijden. Stel je voor dat ik net nu een paaltje zou raken en mijn inruil zou verspelen. Nadat alle formaliteiten in orde waren, nam ik plaats in mijn nieuwe auto en reed breed grijnzend naar huis. Ik had mijn zin en zou vanaf nu klein, energiezuinig en wegenbelastingvrij rijden. Vijftig euro per maand bespaar ik hierdoor, daarnaast is de verzekeringspremie beduidend lager en rijdt het nieuwe karretje wel 1 op 20. Ik reken me rijk en vergeet gemakshalve de aankoopsom. Niets voor niets tenslotte.

Onderweg naar huis kwam ik zoonlief met zijn vrienden op de fiets tegen. ‘Je moeder kijkt als Beatrix’, had één van zijn maten opgemerkt, vertelde hij later. Vind je het gek. Ik ben vreselijk blij met mijn nieuwe auto. Zoonlief nam gelijk plaats achter het stuur en begon tot mijn grote schrik aan allerlei knopjes te draaien. Met mijn man had ik al afgesproken dat hij zijn eerste ritje samen met zijn vader zou maken. Een moeder die om de haverklap ‘pas op, kijk uit en let op je snelheid’ gilt, is natuurlijk niet handig. Zaterdag vertrokken de twee grote heren in mijn ieniemienie auto.

Ik probeeder onverstoorbaar door te gaan met waar ik mee bezig ben en wildel niet denken aan wat er allemaal mis kon gaan met mijn nieuwe bolide. Na een tijdje kwamen ze terug. Ik hoorde ze druk pratend beneden de gang inlopen. Natuurlijk wilde ik niet flauw doen en gelijk naar buiten rennen om de auto op krassen te inspecteren. Ze vonden me toch al zo ziekelijk blij met mijn nieuwe auto. Ogenschijnlijk rustig bleef ik boven bezig en reageerde niet…. Totdat ik manlief hoorde zeggen: “dat heeft net een rijbewijs en denkt te kunnen rijden.” Met moeite wist ik mij te beheersen. Manlief doet er nog een schepje boven op. “Schade aan de voorkant”, vervolgde hij en ja hoor, ze hebben het voor elkaar. Ik sprong de trap af om te bekijken wat er met mijn gloednieuwe auto aan de hand was. Nu al gelijk de eerste schade, het zal toch niet waar zijn, dacht ik. ‘ Wat, waar, hoe’, wilde ik weten. Grijnzend wijzen mijn twee mannen me op de twee dode vliegen op de motorkap. Die had zoonlief niet meer kunnen ontwijken. Lachend liepen ze door… ze hadden me toch even op de kast weten te jagen.

 

x
x
x