In de trein
Iedere dag van de week, met uitzondering van het weekend, stap ik in de trein die me van Amsterdam Centraal naar Utrecht Centraal brengt. Mijn werk als copywriter bij een reclamebureau aan de Neude zorgt voor een zooi gevarieerde opdrachten waar mijn ongebreidelde fantasie me goed van pas komt.
Fantaseren kost echter veel kracht en daarom ben ik al een paar keer in slaap gevallen op mijn terugreis naar Amsterdam. Gelukkig kon ik steeds bij Alkmaar uitstappen en de trein terug naar Amsterdam nemen, in de hoop dat de conducteur me niet betrapte op het hebben van een voor die route ongeldig ticket.
Een week geleden is me dat voor het laatst overkomen. Op maandagavond welteverstaan. Ik had zojuist een hoogdravende openingszin gevonden voor een campagne over reizen naar een luxueus resort in de Seychellen en me direct na het betreden van de trein in het hoekje van mijn stoel genesteld.
Gelukkig kan ik het me permitteren om eerste klas te reizen waardoor niemand ongevraagd tegen me aan zit te rijden of me de natte neus van zijn of haar poedel tegen mijn klamme hand drukt onder het slaken van kreetjes als: “Hij bijt niet hoor”, “Hij vindt u zeker leuk want normaal doet hij dat niet” of “Heeft u liever honden of poesjes?”.
Na een paar minuten keek ik nieuwsgierig naar buiten en zag tot mijn grote verrassing de regendruppels op de ruit snel verdampen. Scherp zonlicht gleed naar binnen en vulde de coupé. Ik voelde de weldadige warmte op mijn gezicht en keek naar de andere twee passagiers in mijn buurt. Het waren een man en een vrouw die zo ver uit elkaar zaten dat ze ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hadden.
Opeens kuste een opwindende muziek mijn oren. Ik begon ongewild mee te deinen op het ritme. Het was perfecte muziek om op te dansen: salsa, een echte Latino-uiting. De man verderop had opeens een strak zwart kostuum aan en de vrouw een prachtige rode rok en een niets verhullend wit bloesje. Ze gingen naar elkaar toe en hun lichamen leken al na een paar excellente draaiingen voor eeuwig verbonden. Ze maakten op onvoorstelbare wijze gebruik van de beperkte ruimte tussen de stoelen en na een paar minuten vloog het zweet van hun inspanningen in het rond.
Als op commando verscheen er een man in de deuropening die opvallend veel leek op de conducteur die ik bij het instappen in Utrecht had gezien. Hij had een wapperend rieten rokje aan en droeg op zijn blote bovenlijf alleen een aantal borstharen. In zijn hand had hij een dienblad met twee vuurrode cocktails die hij buigend aan het dansende stelletje overhandigde.
Het paartje gooide de drankjes dankbaar naar binnen terwijl ze bleven swingen en mijn verrassing werd alleen maar groter toen daarna de trein plotseling stopte terwijl ik zeker wist dat er nog geen station kon zijn.
Het paartje was inmiddels licht vermoeid (dacht ik) gaan zitten, nu dicht bij elkaar en behoorlijk hongerig. Niet alleen op elkaar (vermoedde ik) maar ook wegens het grote energieverlies.
Maar ook dat werd meteen aangevuld. De deur van de coupé ging opnieuw open en een tweede man, ook herkenbaar door zijn rieten rokje en zijn blote bast, dit keer goed geschoren, schoof een complete barbecue naar binnen die net tussen de stoelen paste. Het vuur loeide al en op het rooster ontwaarde ik twee grote steaks die een heerlijke geur verspreidden.
Ook deze man kwam me bekend voor. Ik herinnerde me nog hoe ik bij het instappen vriendelijk naar de machinist had gezwaaid, in de hoop dat hij me veilig terug naar Amsterdam zou brengen.
Met een elegante beweging overhandigde de barbecueman het hete vlees op een papieren bordje aan het stelletje dat snel aan de slag ging om de verloren energie weer aan te vullen.
Enerzijds was ik jaloers omdat ik zelf geen smakelijke vrouw, hap of drank kreeg aangeboden maar anderzijds werd ik bijna emotioneel over de nieuwe service van NS. Daar zou ik beslist een prachtig stukje over schrijven als ik weer thuis was.
“Meneer, kan ik uw kaartje zien?”, maakte de conducteur een eind aan mijn droom.
Hij had inmiddels geen blote bast meer en ook de trein reed inmiddels verder alsof hij nooit gestopt was.
“Dat kaartje geldt alleen voor Utrecht-Amsterdam vice versa”, beet hij me toe na korte inzage in mijn reisbewijs.
“En dadelijk stoppen we in Alkmaar. Dat wordt bijbetalen”, vervolgde hij, niet begrijpend waarom ik zo strak keek naar de plek waar hij zojuist nog een rieten rokje droeg.
Ik gaf hem zuchtend het verschuldigde bedrag. Ik had opeens een geweldige dorst.
“Is er ergens koffie te krijgen?”, probeerde ik voorzichtig, nog steeds overtuigd van de geweldige service alhier.
“Er was toch ooit een karretje met drank en eetwaren?”, vulde ik aan.
“Maar meneer, daar zijn we al tijden mee gestopt. De koffie was sowieso niet te drinken, nat, bruin en lauw zal ik maar zeggen, en wij zijn er niet voor de gezelligheid.”
Hij draafde verder zonder op mijn antwoord te wachten en knipte de kaartjes van de man en vrouw in de coupé. Ze zaten meters uit elkaar. Meteen daarna stopte de trein in Alkmaar.
Ik pakte mijn map en nam afscheid van de twee. En van de grandioze service.



internetredactie 2011-10-18 09:13:55
LEES MEER REACTIES OP DIT ARTIKEL
Reageer:
Om te reageren dient u ingelogd te zijn. Klik hier om in te loggen.