Wieke – Kleine potjes met grote oren
maandag, oktober 31st, 2011Overal voel ik handjes. Een jongetje snuffelt aan mijn arm. Een ander geeft me een bescheiden likje. Hoe ruikt, voelt en smaakt zo’n witte mevrouw? De kans om haar aan te raken zal zich niet snel weer voordoen. Een enorme klont kinderen hangt om me heen.
Het gaat te ver om al dit beeldige kroost met vliegen te vergelijken, maar bij het interviewen kan ik ze niet gebruiken. Onze begeleiders moeten ze bij ons vandaan zien te houden. Het liefst kropen ze in de camera’s van Freek en zouden ze dichtbij mij willen zitten. Het zijn schatjes, maar ik wil niet met vrouwen over heftige dingen praten met al die kinderen erbij. De omstandigheden zijn al lastig genoeg en kleine potjes hebben grote oren.
Grappig hoe wij met vier Nederlanders aan deze trip begonnen en hoe er steeds meer Nepalezen bij komen. Allemaal hebben ze wel iets te maken met dit project en ze willen er dolgraag bij zijn. Terecht, maar het is steeds een gevecht om wat privacy te scheppen bij een gesprek. Met een grote optocht komen wij iedere keer een dorpje binnen. Bij ‘dorpje’ moet je je een paar lemen huizen voorstellen, verbonden door smalle paadjes.
Bij een van de dorpjes is het kindertal enorm. “Ze moeten echt weg,” zeg ik tegen tolk Kaajal. Zij geeft het door aan een vrijwilligster en dan volgt er een grote schoonmaakactie. Rondom ons worden kinderen weggejaagd en naar een heuveltop gebonjourd. Vanaf een rots kunnen ze toch zien wat er beneden gebeurt. Net een theatervoorstelling, met alle kinderen in de balkonloge.
Maar wat zijn ze lief en leuk. Ernstig kijkende jongetjes, de toekomstige mannen en vaders in dit gebied. Prachtige meisjes. Ze zorgen voor elkaar. Elk kind sjouwt wel rond met een kleiner kind. Dit zijn sterke overlevers, als je bedenkt dat er zoveel kinderen hun vijfde verjaardag niet halen.
Wat zou ik graag een dagje blijven, om met ze te spelen. Ik fotografeer ze en het ondeugendste jongetje van de groep wil op de foto met een doek over zijn hoofd. Een kleine clown, met veel lol in zijn leven.
En nog liever zou ik over een aantal jaren teruggaan om te horen wat er van ze is geworden. De meesten gaan naar school. Het onderwijs is niet je dat, omdat leerkrachten liever lesgeven in gebieden die niet zo geïsoleerd liggen. Maar hun moeders staan inmiddels op de barricaden. Zij willen een beter leven voor zichzelf en voor hun kinderen. Met zulke moeders als voorbeeld hebben ze de belangrijkste levensles al te pakken: vecht voor je hachje en maak samen een vuist.
Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel


