Interview met Nasrdin Dchar

Op vrijdagavond 30 september gebeurde er dit: nadat bekend was geworden dat hij het Gouden Kalf voor beste acteur had gewonnen voor zijn rol in de film Rabat, toog Nasrdin Dchar het podium op, zoende eerst presentatrice Thekla Reuten vol op haar mond en begon vervolgens aan een emotionele toespraak van precies drie minuten.
In die drie minuten had hij het over universele waarden van het leven: geloof, hoop en liefde. Of, in zijn woorden, over het verwezenlijken van dromen, liefde en passie voor je vak en vooral: het overwinnen van angsten, “want die heb ik nogal”. In de krant had hij gelezen dat Maxime Verhagen vond dat angst voor buitenlanders begrijpelijk was. Dus zei hij: “Nou mijnheer Wilders en mijnheer Verhagen, ik ben een Nederlander, ik ben trots op mijn Marokkaanse bloed, ik ben moslim en ik heb een fokking Gouden Kalf in mijn handen. Dus wees maar bang.” Hij kreeg een staande ovatie. Achter de schermen werden tranen weggepinkt, zijn ouders kwamen diep ontroerd in beeld.
Daarna ging het snel. Nasrdins speech werd binnen een paar dagen meer dan honderdduizend keer bekeken op Youtube en doorgelinkt via duizenden Facebook-pagina’s. Televisieprogramma’s buitelden over elkaar heen om de betekenis van deze speech te analyseren, in kranten verschenen lange columns en opiniestukken. Een held was hij, eindelijk durfde iemand het multiculturele debat weer eens open te gooien en zijn hart te laten spreken. Maar kritiek kreeg hij ook en die was vaak hard. Daarom besloot hij rust te nemen en voorlopig even zijn mond te houden. Tot nu.
Wat gebeurde er met je na die avond?
“Mijn familie werd overladen met telefoontjes, bloemen en berichten. Er werd constant aangebeld, mensen kwamen langs om te vragen of mijn ouders koffie kwamen drinken, ook mensen die ze nooit eerder gezien hadden. Om mij heen heeft iedereen heel veel liefde gekregen. En ik ook, 99% was positief. Ik heb honderden berichten, sms’jes en mailtjes gekregen, dat gaat nog steeds door. Op straat geven wildvreemde mensen me een hand en zeggen ‘dankjewel, je hebt onze harten geopend’. Ongelooflijk.”
Ben je niet ook geschrokken?
“Ik ben ontzettend geschrokken! Ik ben blij dat dit is gebeurd, want kennelijk was het nodig om het hier weer eens over te hebben met elkaar. Maar deze omvang was de bedoeling niet, de dinsdag en woensdag na de uitreiking was ik helemaal van slag. Ik ben naar mijn ouders gegaan en daar heb ik twee dagen lang gejankt.”
Waar was je zo overstuur van?
“Vooral van de negatieve berichten. Vanuit de rechtse kant zijn heel nare dingen gezegd. En vanuit de islamitische kant trouwens ook.”
Hoe ben je daar weer uit gekomen?
“Ik heb het in me om snel bang of negatief te worden, maar mijn familie zei: ‘Ieder goed mens weet dat het uit een goed hart is gekomen wat je hebt gezegd. Dat nare is maar een klein deel, vergeet het’. Dat probeer ik en dat gaat gelukkig steeds beter. Kijk, ik had een fijne avond en ik ben blij dat mijn woorden er zo uitkwamen. Er is nog niemand geweest die me ervan heeft kunnen overtuigen dat wat ik zei verkeerd was. Maar wat daarna gebeurde, was extreem en voelt nog steeds onwerkelijk.”
“Ik wilde echt niet alleen maar dankjewel zeggen op dat podium, dat past niet bij mij, niet bij de prijs en niet bij de film die we hebben gemaakt. Ik had wel een uur kunnen praten, maar ik had die punten bedacht. Daarnaast had ik allemaal ballonnetjes in mijn hoofd, waarbij dat artikel over Maxime Verhagen steeds terugkwam. Ik heb me daar zó boos over gemaakt.”
Hoe dan?
“Er werd geschreven dat ik een slachtofferrol innam, Nico Dijkshoorn noemde mij continu ‘De Marokkaan’ in zijn column. Terwijl dat nou juist precies is waar ik vanaf wil. Ik zei: ‘Ik ben een Nederlander, ik ben trots op mijn Marokkaanse bloed én ik ben een moslim’. Met die drie dingen wilde ik zeggen: het maakt niet uit wat je bent, als je maar trots bent en dat een plek geeft. En misschien wilde ik ook zeggen dat het tijd is dat sommige mensen wakker worden en hun eigen land wat beter leren kennen. In veel analyses van mijn speech las ik het idee van een ‘gast zijn’ terug, of dat ik nog steeds word gezien als een buitenlander. Dan snap je het niet, want ik ben een geboren en getogen Nederlander, ik kom uit Steenbergen. Er zijn heel veel mensen bang voor andere achtergronden in dit land, maar er zijn ook veel Nederlands-Marokkaanse mensen die zich daardoor zijn gaan schamen. Dat is echt niet oké, we zijn allemaal Nederlanders.”
En wat zijn je verdere plannen? Niet bang voor het Gouden Kalf-syndroom?
“Dat is toch dat niemand je meer belt, omdat iedereen denkt dat je het druk hebt? Nou, ik speel vanaf januari de hoofdrol in de voorstelling Kust van het Ro Theater, dat gaat ook weer over zoeken naar je wortels. En in de film Süskind speel ik een joodse verzetsstrijder, dus eindelijk eens een rol die helemaal niets met mijn achtergrond te maken heeft. Daarna ben ik vrij en ik hoef helemaal geen BN’er te worden, dus denk ik goed na over wat ik ga doen. Laatst kreeg ik trouwens een heel leuk verzoek: of ik een school wilde openen. In mijn speech sprak ik ook jongeren aan op hun dromen, ik vind dat echt heel erg belangrijk. Dus dat ga ik doen, ik voel me vereerd.”
Meer Nasrdin
Nasrdin Dchar (Steenbergen, 1978) is bekend van televisieseries als Shouf Shouf!, Deadline, De Troon, De vloer op en de film Tirza. Dit jaar was hij te zien in de bioscoopfilms Rabat en Lotus, vanaf 19 januari 2012 is hij te zien in de oorlogsfilm Süskind. Dchar is als gastacteur verbonden aan het Ro Theater, waar hij vanaf 18 januari 2012 in Kust speelt. De voorstelling Oumi, over zijn familiegeschiedenis, gaat september 2012 landelijk in reprise. Nasrdin heeft een relatie met maatschappelijk werker Amy Donk en woont in Rotterdam.
Bekijk het filmpje van de speech van Nasrdin Dchar op de Facebook pagina van Libelle.
Lees ook




internetredactie 2011-11-24 10:00:06
LEES MEER REACTIES OP DIT ARTIKEL
Reageer:
Om te reageren dient u ingelogd te zijn. Klik hier om in te loggen.