Interview met nóg een dochter van Bernhard: Mildred Zijlstra

Het nieuws sloeg in als een bom: prins Bernhard had nóg een dochter. En zij, Mildred Zijlstra (65), was hierdoor afgelopen zomer veel in het nieuws. Met haar gezin had ze afgesproken geen interviews meer te doen, maar voor Libelle maakte ze een uitzondering.
“Die enorme media-aandacht van afgelopen zomer had ik niet verwacht. Mijn man en ik wonen in Frankrijk en kwamen naar Nederland omdat Marc van der Linden het eerste exemplaar van zijn boek De vrouwen van prins Bernhard aan mij wilde uitreiken. Noem het naïef, maar ik kwam gewoon een boek in ontvangst nemen en heb er verder niet over nagedacht. Toen we aankwamen op Schiphol zag ik op de voorpagina van de Telegraaf een artikel over de vermeende derde buitenechtelijke dochter van prins Bernhard. Dan schrik je wel. Voor mij is het nooit een geheim geweest dat ik geadopteerd ben. Sinds mijn 36e weet ik wie mijn biologische moeder is en sinds 2003 ‘weet’ ik dat Bernhard mijn vader is. Ik zeg ‘weet’ omdat ik veel indirect bewijs daarvoor heb. Nee, geen DNA-test. Die hebben Alexia en Alicia ook niet gehad en desondanks heeft hij hen erkend. Ik vermoed dat Bernhard van mijn bestaan heeft geweten, maar zeker weten doe ik het niet. Maar het kan bijna niet zo zijn dat mensen in zijn directe omgeving kennelijk wel op de hoogte waren en hijzelf niet.”
Mildred uit de hemel
“Bernhard was een verzetsheld, de oorlog was net voorbij, het koningshuis een symbool. Mijn moeder werkte bij de Binnenlandse Strijdkrachten waarvan Bernhard aan het hoofd stond. In 1946 werd ik geboren in wat nu het Bronovo-ziekenhuis in Den Haag is. Daar kon mijn moeder terecht door hulp van mensen uit de directe omgeving van Bernhard. Dat was niet geheel vanzelfsprekend, mijn moeder kwam niet uit Den Haag en het Bronovo is het ziekenhuis waar de leden van de koninklijke familie naartoe gaan.
Er is nooit geheimzinnig gedaan over mijn adoptie, ik heb altijd geweten dat ik geadopteerd ben. ‘Mildred uit de hemel’ noemde mijn moeder me. ‘Sommige kindjes worden uit een buik geboren en andere kindjes vallen uit de hemel’, zei ze. Rond mijn vijftiende begon ik me af te vragen wie mijn biologische ouders waren; uiteindelijk wil je weten op wie je lijkt. Pas op mijn 36e, toen ik zelf al kinderen had, ben ik actief op zoek gegaan. Dat was lastig. Ik ben streng reformatorisch opgevoed en had altijd het gevoel dat ik dankbaar moest zijn. Het is niet zo vanzelfsprekend dat je als adoptiekind in zo’n goede, liefdevolle omgeving terechtkomt als ik. Mijn adoptievader vond het heel begrijpelijk dat ik naar mijn moeder op zoek ging, maar de zoektocht naar mijn vader had hij mij ten stelligste ontraden. Hij wist dat ik dat natuurlijk wel ging doen. Toen hij mij mijn adoptiepapieren gaf waar alleen de naam van mijn moeder op stond, zei hij: ‘En nu ga je natuurlijk verder zoeken want je oude vader is niet gek.’”
“Mijn vader was erg goed bevriend met Lodewijk Bosch van Rosenthal, een jachtvriend van Bernhard. Bosch van Rosenthal en Bernhard reden vaak paard in de bossen van Rhenen en ik weet dat mijn vader wel eens mee is geweest. Achteraf zie je kleine aanwijzingen. Zo kwam ik regelmatig bij Bosch van Rosenthal en zijn vrouw thuis, ze noemden me ‘prinsesje’ en legden me in de watten. Dat was altijd heel bijzonder. Het was redelijk vanzelfsprekend dat ik tijdens de zoektocht naar mijn biologische vader bij meneer Bosch van Rosenthal uitkwam omdat mijn adoptievader en hij erg goed bevriend waren. Ik had het vermoeden dat hij meer zou kunnen weten en hij was inderdaad degene die me vertelde dat ik bij Bernhard moest zijn. Hij drukte me op het hart om niets te doen, want ‘Je schaadt het koningshuis, je schaadt de prins’. Dat was voor mij de bevestiging van alles wat ik vermoedde. Ik heb natuurlijk veel gesprekken gehad met mijn ouders, mijn biologische moeder en ook met Bosch van Rosenthal, maar als het dan wordt uitgesproken, krijg je te maken met loyaliteit ten opzichte van je biologische moeder en je adoptieouders. Wat moest ik met mijn nieuw verworven kennis? Dit is niet alleen mij overkomen, het overkwam anderen net zo goed, zoals mijn gezin en wat te denken van Bernhards familie?
Toen ik eenmaal wist wie mijn biologische vader was, heb ik er voor mijn kinderen geen geheim van gemaakt. Zijn erfenis laat me koud, het ging en gaat mij niet om geld. Als adoptiekind wil je weten waar je vandaan komt. Op wie je lijkt. Ik ben zoals elk kind nieuwsgierig naar wie mijn vader was. Als aan mijn vriendinnen gevraagd werd wie hun vader was en wat hij deed, hadden ze daar een antwoord op. Ik droeg met verve uit wie mijn adoptievader was. Hij was een enorm charismatische man die mij op handen droeg en mij zijn godsgeschenk noemde. Maar uiteindelijk wilde ik ook zonder schroom kunnen zeggen: ‘En mijn biologische vader is…’ Nou, Bernhard is mijn vader. Punt.”
Uitvaart
“Het is jammer dat ik Bernhard nooit heb kunnen ontmoeten en diep in mijn hart heb ik er ook spijt van dat ik niet naar Den Haag ben gegaan om langs de baar te lopen als een laatste vorm van respect. Het had gekund. Wij woonden toen al in Frankrijk en hoewel ik er op het moment zelf vrede mee had en aan de buis gekluisterd zat bij zijn uitvaart, denk ik nu soms: had ik maar… Ik heb in stilte naar zijn begrafenis gekeken, het was heel ontroerend en toen de familie afdaalde, dacht ik even: en nu wil ik erachteraan. Zijn andere buitenechtelijke dochters, Alexia en Alicia, hebben hun vader gekend en konden op hun manier afscheid nemen. Misschien dat ik hen nog eens zou willen ontmoeten, ooit, als het stof is neergedaald. Ik zou het zeker leuk vinden als zij contact met mij zouden zoeken. Zij hebben hem natuurlijk ook niet als vader-vader gehad. Ik ben benieuwd hoe hij naar hen toe was, waarover ze spraken. Verder heb ik niet het gevoel dat er een leven aan mij voorbij is gegaan of dat ik iets gemist zou hebben. En dat ook mijn biologische moeder een gezin met kinderen heeft waarin ik niet ben opgegroeid, is net zozeer een gegeven waar ik geen spijt van hoef te hebben. Ik heb het immers heel goed gehad bij mijn adoptieouders. Mijn doel is bereikt, ik heb er veel van geleerd.”
Erkenning
“Een schrijfster zei me dat er nog steeds mensen zijn die last hebben van Bernhards bestaan. Zowel bij zijn leven als na zijn dood. Dat vond ik een bijzondere opmerking. Hoe je het ook wendt of keert, hij was een bijzondere man. Wat ik wil zeggen, is dat wij, kinderen, niet verantwoordelijk zijn voor de daden van onze ouders. Wij zijn verantwoordelijk voor onze eigen keuzes in ons eigen leven. Ik ben bijna veertig jaar met mijn man, onze kinderen hebben allemaal gestudeerd, ze hebben gelukkig goede banen en maken zich verdienstelijk voor de maatschappij. We zijn dan ook erg trots op ze en inmiddels heb ik ook geweldige kleinkinderen. Ik voel me een gezegend mens.”
Dat ik door het boek van Marc van der Linden met mijn verhaal naar buiten ben gekomen, heeft voor mij een stuk erkenning gebracht. Ik heb vrijwel geen negatieve reacties gehad, iedereen heeft me met respect behandeld. Natuurlijk zou erkenning van mijn bestaan door de koninklijke familie een prachtige afronding zijn, maar ik weet heel goed dat het er waarschijnlijk niet in zit. Dat steekt niet, waarom zou het? Ik heb zo’n ander leven gehad. Onze levens lopen niet parallel. Ik woon inmiddels al zeven jaar in Frankrijk, ik geniet van de natuur, ik schilder, ik maak beelden, ik zing, ik maak muziek. Mijn leven gaat ook na dit interview gewoon weer door.
Ik wil met mijn verhaal graag álle kinderen die op zoek zijn naar hun biologische ouders een hart onder de riem steken en de boodschap meegeven: zet door. Het is een elementair recht om te weten wie je ouders zijn.”

internetredactie 2011-12-15 13:14:46
LEES MEER REACTIES OP DIT ARTIKEL
Reageer:
Om te reageren dient u ingelogd te zijn. Klik hier om in te loggen.