Oma Do
“ We gaan ook nog even langs oma,” zegt mijn man.
Nog voordat ik iets in kan brengen, draaien we de parkeerplaats van Huize Jacobus op, waar oma haar laatste dagen slijt.
“ O, we gaan naar de ouwe oma van de lift,” joelen mijn zoon en dochter.
Ik stap gelaten het muffe gebouw binnen.
Oma zit in een gesloten afdeling. Je kan er alleen in met een speciale code. De deur voor je gaat pas open als de deur achter je in het slot is gevallen. Overal hangen kleine bordjes met de tekst: bezoekers let op dat de patiënt niet met u mee naar buiten loopt!
Ik word er akelig van.
De kinderen vinden het prachtig al die gangen, zoevende deuren en grote rode knoppen!
Do hangt onderuit in haar rolstoel en staart wat wazig voor zich uit.
Als we binnen komen verschijnt er een flauwe glimlach op haar rimpelig gezicht, maar ze herkent ons niet.
Ze speelt een spel: In het midden van de tafel staat een soort grote sjoelbak met gaten erin. De spelers, vijf dementerende bejaarden, moeten om beurten een klein balletje in het gat mikken.
De boel wordt gecoördineerd door een frisse activiteitenbegeleidster die om de minuut de spelregels moet uitleggen. Waar haalt ze het geduld vandaan!
Als oma per toeval in de zeven mikt en de hoogste score haalt, klapt de begeleidster hard in haar handen. “Wat goed, mevrouw,” kirt ze.
De kinderen klappen verrukt mee voor oma. Oma schrikt van alle tumult. Ze snapt er niks van!
Terwijl de kinderen het spel fanatiek mee spelen en mijn man de koffie regelt, bekijk ik de foto’s die aan de wand hangen.
Van elke bewoner is er één, met geboortedatum.
Oma Do is uit 1920 en met haar 91 jaar de oudste van het stel; geboren net na de Eerste Wereldoorlog. De Tweede Wereldoorlog als jonge vrouw beleefd en in tijden van schrale armoede dapper zes kinderen grootgebracht. Wat een leven!
Deze zelfde vrouw is nu hoog bejaard, wordt rond zevenen door de verpleging naar bed gebracht, speelt bejaardensjoel en komt niet meer buiten. Ik merk dat het me raakt.
Als het tijd is om te gaan, krijgt oma net haar fruithap: een gepureerd prutje dat haar met een klein lepeltje wordt gevoerd.
Hoofdschuddend loop ik de kamer uit.
We zwaaien oma met z’n allen uit, maar ze zwaait niet terug en lijkt verzonken in haar eigen sluimerwereld.
Op de terugweg overdenk ik met diepe ernst dit bijzondere bezoek.
De kinderen delen mijn zwaarmoedige gevoelens niet. Ze zijn in opperbeste stemming. Ze hebben zojuist een uur lang een spel gespeeld en met hun zes en negen jaar vijf bejaarden verslagen. Wat een mop!
“Wanneer gaan we weer?” vragen ze opgetogen.
Grappig hoe een bepaalde gebeurtenis door een ieder anders wordt beleefd!
Lees ook


usa58 2012-02-02 13:39:57
Maartje 44 2012-01-31 17:19:08
willy1944 2012-01-31 16:10:22
LEES MEER REACTIES OP DIT ARTIKEL
Reageer:
Om te reageren dient u ingelogd te zijn. Klik hier om in te loggen.