Wieke – Een land vol ijsklonten

Ze maken de compound al een paar dagen onveilig met grote hakbijlen. Zes stoere mannen in de kracht van hun leven. Vandaag zijn ze in onze tuin om overhangende takken te verwijderen. Als apen klimmen ze in de bomen. Balancerend op een tak houden ze zich met een hand vast en met de andere kappen ze. Dit alles op blote voeten.

Van Frank weet ik dat er elke dag gewonden binnenkomen, die in hun been of voet hebben gehakt. Vaak wachten ze met naar de dokter gaan. Omdat die er niet is, of omdat ze eerst naar de traditional healer gaan. Hoe langer ze wachten, des te lastiger het wordt om zo’n been te behandelen. Komt er een botontsteking bij, dan geneest dat zelden goed en moet het been eraf. Invalide voor het leven ben je dan. En werkloos.

Van de week is er een mangoboom omgevallen bij onze buren. Iemand heeft de onderkant in brand gestoken en toen stortte hij ’s nachts neer. Vlak voor ons hek, zodat wij er niet meer uit konden. Wie had het gedaan? Wilde de manager weten. Niemand. Maar die boom zat vol slangen en daarom moest hij weg. Het recht was even in eigen hand genomen. De zes stoere mannen hakten hem in mootjes en zo was de weg weer vrij.

 

 

 

 

 

 

En nu zijn ze bij mij. Een zaag hebben ze niet. Een ladder ook niet. Met hakbijlen gaan ze om beurten de takken te lijf. Vijf minuten kappen, vijf minuten rusten. Het zweet druipt van hun gezichten. Het is geen vaste baan, ze krijgen per opdracht betaald. In de heuvels verderop maken ze stenen. Elke familie heeft daar een eigen plekje, met een kuil vol klei en water. Met houten mallen vormen ze stenen van de klei. Iedereen helpt mee, ook de kinderen. Een arbeidsintensieve klus, maar als dan eindelijk de vrachtwagen met de stenen wegrijdt, op weg naar de opkoper, is er weer even genoeg geld om fatsoenlijk te eten. Het hier op de compound gekapte hout mogen ze houden, om de stenen mee af te bakken.

Een hard bestaan. Maar terwijl ze bij mij de takken kappen, zingen ze uit volle borst. Ze maken grappen, eentje zet een raar maskertje op bij wijze van bril, omdat zijn kompaan een soort duikbril heeft opgezet om zijn ogen tegen in het rond vliegende houtspaanders te beschermen.

Ik maak limonade voor ze en doe er ijsklonten in, die ze laten ze smelten in hun mond, als kleine kinderen. “Net zo koud als mijn land,” vertel ik. Ze willen meteen verhuizen. Dat is nog eens wat, een land vol ijsklonten. Ik breng ze crackers met aardbeienjam. Het ‘God bless you’ is niet van de lucht.

Zelden heb ik me zo gezegend gevoeld, in alle opzichten, als bij deze vrolijke, hard werkende mensen met hun liedjes, hun grappen en hun onnavolgbare humor.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

  • x

    internetredactie 2012-10-02 07:29:14

    Plaats hier uw reactie voor Wieke - Een land vol ijsklonten

    LEES MEER REACTIES OP DIT ARTIKEL

    Reageer:

    Om te reageren dient u ingelogd te zijn. Klik hier om in te loggen.

    x
    x
    x
    x
    x
    x