Wieke – Mobieltjesgekte

Al woon je in een hut zonder stroom, zoals onze hulp Aaron, de meeste mensen hebben hier een mobieltje. Met hippe, lekker harde, ringtone. Nou ja, hip? Veel halleluja en loof de Heer, want Zambia is een gelovig land.
Zambia heeft het verschijnsel ‘vaste telefoon in huis’ overgeslagen. En voor landen in ontwikkeling is de mobieltje een uitkomst. Toen we ooit vastzaten in een moeras in Burkina Faso, en ik dacht dat we in die natte hel vol muggen moesten overnachten, belde de chauffeur met een bekende en in no time stonden er zes potige jongemannen op brommers om onze bijna verzopen auto heen. Zij tilden het ding druipend in vijf minuten op de kant. Dankzij de mobieltjes, die ook daar waren opgerukt.
Overal, in de kleinste dorpjes, staan rood geschilderde tentjes van de firma AIRTEL, waar je je telefoon kunt laten opladen. Je ziet veel rode huizen met het logo van AIRTEL. Dat vindt niemand een probleem, als je zomaar die rode verf gratis krijgt. De verbindingen zijn niet altijd even fantastisch, maar daar wordt aan gewerkt. Mast na mast verrijst op heuveltoppen.
Ons buurjongetje van tien jaar heeft van zijn vader (verpleegkundige met een goed salaris) een mobieltje gekregen. Dat zie je nog niet vaak: een kind met een telefoon. Hij is dan ook ongekend populair bij andere kinderen, omdat hij foto’s van ze maakt.

Je verstand staat er bij stil, maar In ons ziekenhuis was het tot voor kort doodgewoon dat het operatiekamerpersoneel onder werktijd stond te bellen. Gisteren werd de arts-assistent, die stond te helpen bij het hechten, gebeld. Zegt ze tegen de omloopbroeder: “Leg mijn telefoon even tegen mijn oor?” Frank flipte. “WEG MET DAT DING OF JE HEBT GEEN WERK MEER!” riep hij. Ze keek bezeerd en verontwaardigd. Nu is er een protocol geschreven. Dat je op de operatiekamer niet meer mag bellen, gebeld mag worden of een spelletje mag doen op je telefoon terwijl de patiënt op tafel ligt.
Ze zijn er nog wel, telefooncellen waarin je met een kaart kan bellen. In felle kleuren. Maar ze zullen al snel net zo antiek zijn als de rode telefooncellen in Engeland. Of wij ze in Nederland nog hebben weet ik niet eens meer.
Mijn buurjongetje heeft een mobieltje. En wat zou Adamson (20) er graag eentje hebben. Hij woont ver weg in de bush. We zijn er geweest, er is niets te doen voor jongeren. En al helemaal niet voor een jonge knul die vanwege een dwarslaesie nooit meer zal kunnen lopen. “I need a cellphone!” Zei hij tegen me, vlak voor hij naar huis zou gaan. We zijn niet van zomaar cadeaus geven, maar het zal daar in zijn hutje het enige vertier zijn dat hij heeft.
Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel







martha1968 2012-10-16 13:21:04
internetredactie 2012-10-16 08:56:35
LEES MEER REACTIES OP DIT ARTIKEL
Reageer:
Om te reageren dient u ingelogd te zijn. Klik hier om in te loggen.