Dagen voor vertrek stond hij op de oprit en begon de grote verhuizing. Met een tjokvolle sleurhut en als het even kon de hond in de achterbak vertrokken we naar Zeeland of de Veluwe, of toen we wat groter waren de grens over naar Oostenrijk.
De eindeloze ritten in de auto waren niet saai, maar één groot feest. Vakantie-doe-boeken, reisspelletjes en heel veel lekkers namen we mee op de achterbank. Eindeloos speelden we ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet’.
Niet alleen de lange ritten waren gezellig, eenmaal op de camping werd het alleen maar leuker. We maakten vriendjes, barbecueden voor de tent, bouwden zandkastelen en kletsten uren voor het slapengaan. Hoe ouder ik werd, hoe minder ik op de camping te vinden was.
Ik ging liever met vriendinnen feesten in Spanje of met mijn vriend op pad. We kozen voor een appartement in plaats van een tent, wat dat was lekker makkelijk.
Maar de laatste jaren begint het weer te kriebelen. Al twee keer haalde ik mijn tent uit de schuur en ging ik bepakt en bezakt een weekend naar Texel. Het waren korte avonturen, maar toch. Ik sliep weer buiten, ging weer met de wc-rol onder mijn arm naar de toiletten en hoorde de zeewind langs het dunne tentzijl razen.
Toen ik de afgelopen weken bezig was met het maken van de Camping Gids in Libelle, kwam het hevige verlangen naar een kampeervakantie weer naar boven. Lekker primitief in een hutje op de hei. Ik zag me zelf al zitten, voor de tent op een klapstoel met een wijntje in een plastic beker. ‘s Avonds een kampvuurtje maken, slapen onder de sterren en luisteren naar honderden krekels. Ik heb nog niet geboekt. Maar dat zal niet lang meer duren.
Liselotte Idema
Toerisme Redacteur