Het is mooi om te zien hoe vrouwen baby’s en peuters op hun eigen rug leggen, daar de doek overheen gooien en dan de boel handig vastknopen. De kinderen weten niet beter, die blijven doodstil liggen totdat de doek veilig om ze heen zit. Het is loodzwaar, zo’n kind op je rug. Denk je eraf te zijn, na negen maanden in je buik, sjouw je er nog minstens drie jaar mee rond op je rug en dan hangt het volgende kind al weer voorop aan de borst en zit nummer zoveel in je buik.
In het ziekenhuis liggen alle vrouwelijke patiënten onder een kitenge. Lekker koel in de hitte van oktober en november. En hebben ze het koud, dan doen ze er drie om. Willen ze privacy – hier ver te zoeken – dan doen ze de kitenge over hun hoofd, als boodschap: ik ben er even niet.
Op feesten dansen vrouwen in de prachtigste kitenges (bij ons heet hij – of zij? – pareo toch?) Een kerkkoor (een koor is altijd van de kerk) draagt dezelfde kitenge. Met een witte bloes erop en allemaal dezelfde kitenge om hun hoofd gedrapeerd. Fleurig, vrolijk, verleidelijk.

Want wat onder die kitenge zit, dat zouden de mannen best graag zien, maar dat gebeurt niet. Je benen laat je niet zien, dat is iets voor westerlingen. Een half onderbeen gaat nog, maar meer is aanstootgevend. Zelfs vrouwen die een broek dragen, doen er nog een kitenge overheen. In de grote steden zie je ze wat minder, omdat daar de skinny jeans oprukken. Ook als je maat 60 hebt, en je kunt het betalen, draag je als opperste teken van vooruitgang skinny jeans. Die nog te krijgen zijn ook.
Eerst dacht ik als blanke Nederlandse: geen gezicht 2012, ik in een kitenge. Beetje de aangepaste toerist uithangen zeker. Maar ik ben om. Het is heerlijk om zo’n ding te dragen als je net uit bed komt, of in bad bent geweest. Ik heb er een paar op strategische plekken in de tuin liggen, als ik daar in badpak bij mijn opblaasbadje zit en er roept weer een meneer bij het hek dat hij erin wil. Een badpak kennen ze in mijn omgeving niet.
Ik ben verslingerd geraakt aan de kitenge en ik kan geen markt of winkel meer voorbij of ik bezwijk voor een kleurige, o zo handige kitenge. Ik heb er nu vijf en dat is heel weinig, vinden ze hier. Geen nood, ik blijf nog lang genoeg om zeker voor een verdriedubbeling te zorgen.
Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel