Hun kindjes waren al overleden in de baarmoeder, zijn te lang blijven zitten, en een paar slagers in gezondheidscentra hebben de baby’s met ruw geweld verwijderd.
Ze liggen in ons ziekenhuis en ik heb ze geïnterviewd voor het Liliane Fonds. De PEP heeft niet veel keus, maar ik denk dat ze een doosje met handcrème, nagellak en een vijl in een romantische doos met zoete roze strikken vast leuk vinden. Er hangen massa’s babykleertjes en ik hoop dat de meisjes die op een dag toch nodig zullen hebben. Het is nog maar de vraag of ze ooit meer kinderen kunnen krijgen.
Ik fiets terug en op de parkeerplaats van ons ziekenhuis zie ik een non in een witte habijt, met een kluit kinderen om zich heen. Het is sister Doreen, mediator van het Liliane Fonds en ze werkt hier 100 km vandaan. Wat leuk dat ik haar hier tegenkom! De kinderen hebben klompvoeten, of benen van ongelijke lengte. Ze zijn hier voor een controle.
Ze moeten nog uren wachten, het is warm en ze hebben niets te drinken bij zich. Ik fiets snel naar huis en vul een paar grote flessen met water, aangelengd met limonadesiroop. De papajasalade die ik gisteravond vergeten ben aan ons bezoek te geven als dessert, kan ook mooi mee. En zo kunnen we gezellig geïmproviseerd picknicken op de parkeerplaats. Het verkort de lange wachttijd op de dokter in de polikliniek, waar dagelijks een enorme rij staat, zit of ligt.

Ze vertelt over Waylen, het jongetje in zijn rode voetbalshirt. Zijn ene klompvoetje is al rechtgezet, nu het andere nog. De vader van Waylen deelde zijn vrouw mee dat ze het maar moest uitzoeken met Waylen, het was een schande dat zij hem een gehandicapte zoon had gegeven. Jammer dat je zulke vaders niet in de gevangenis kan gooien. Uitzonderlijk voor Zambia, waar mensen over het algemeen heel goed voor hun zieke of gehandicapte familieleden zorgen. De moeder van Waylen bracht haar kind bij sister Doreen, want geld voor de operaties heeft ze niet. Als zijn andere voetje ook goed staat, gaat hij terug naar zijn moeder en straks zal hij kunnen voetballen en rennen, net als andere jongetjes. Dat die rotvader maar flink op zijn neus mag kijken dan!
De kinderen zwaaien uitbundig naar me als ze naar de polikliniek gaan. Ze hinkepinken, strompelen, gebruiken krukken en pas nu ik ze nakijk, valt het op dat ze een handicap hebben. Super dat ze geholpen kunnen worden.
Later op de dag zie ik de meiden terug, die elkaars nagels aan het lakken zijn. Ze zijn weer even meisjes en geen moeders die hun kind kwijt zijn.
Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel