De vuilnisbelt in Katete wordt steeds hoger, maar iedereen gooit tenminste dáár zijn vuilnis neer. Tot mijn ontzetting zie ik joelende kinderen op stukken karton van die gore berg afglijden. “Lekker,” zegt Frank, als ik het thuis meld, “ik wou dat iemand ze vertelde hoe gevaarlijk dat is. En dan maar verbaasd zijn dat ze tyfus oplopen.” Dat heerst op het ogenblik. Frank had nog nooit een geval van tyfus gezien, tot hij hier kwam. Het is bijna elke week raak en de mensen komen er veel te laat mee. Enorme darmproblemen zijn het gevolg. Regelmatig trekt hij ze bij het graf vandaan.
Gelukkig verzinnen de Zambiaanse kindjes ook minder gevaarlijke dingen. Ze maken autootjes van plastic flessen. Trots rijden ze ermee rond en doen enthousiast sirenes na. Aan elkaar gevlochten rietstengels zijn vliegtuigen, waarmee ze de hele wereld rondvliegen, al broembroem roepend, dat is in alle talen hetzelfde. Een fietswiel wordt een hoepel en een spelletje dammen kan prima met flessendoppen op een stuk zeil met witte en zwarte blokken.
Buurmeisje Patience doet haar kinderen in bad. Dat zijn de knijpers. Eigenlijk moet ze met de was helpen, maar geef een kind een teil met water en het is uren zoet. Haar vriendinnetjes maken van zand en steentjes een huis. “Baby”, wijst er eentje op een takje, dat leuk is aangekleed met gras.

Op de markt aaien twee jongetjes mijn fiets, zo mooi vinden ze die. Het is een prehistorisch geval, de handremmen zijn kapot, alleen de terugtraprem doet nog wat. Maar het is een fiets zonder stang. En ik heb een gebloemd zadeldekje. Dat maakt deze fiets uniek in heel Zambia. Of ze even achterop mogen? Daar ga ik, met twee van trots glimmende, zesjarige jongetjes op de wankele bagagedrager. Op de hoofdweg willen ze er weer af. En dan pas realiseer ik me dat er zomaar vier paar blote voetjes tussen de spaken hadden kunnen komen.
Frank had me verbaal alle hoeken van ons huis laten zien als ik de jochies bij hem op de poli had afgeleverd. Goed afgelopen. En nu maar hopen dat vandaag eens niemand tyfus krijgt, iets breekt of door een stier op de horens wordt genomen. Want ook dat doen kinderen: vechtende stieren uit elkaar halen. Bang zijn ze niet. Zich vervelen? Nooit. En ondertussen loopt ons buurjongetje met zijn armpje in vers gips. Uit een boom gevallen…
Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel