We willen graag de rijstvelden zien. Even weg van de werkvloer om wat meer mee te krijgen van Malang en omgeving dan alleen het kindertehuis. We worden op onze wenken bediend. Het is oogsttijd. De lange halmen worden afgesneden en bij bossen op een tafel of steen geslagen om de korrels los te maken. Hier en daar gebeurt dat machinaal, maar ook dan is het nog een heel karwei om dat rijstplantje uiteindelijk in de nasi te laten belanden.
Achterop bij zuster Thres op de motor, rijden collega Erma en ik om de beurt door de rijstvelden, zodat we betere foto’s kunnen maken. Thres verbaast ons dagelijks. Een keurige non, maar als ze iets gedaan wil hebben, gaat ze net zolang te keer totdat het gebeurt. Ze bestuurt de motor als een vent en lacht de hele dag. Super om op deze manier dichtbij de arbeiders in de rijstvelden te kunnen komen. De sluier van Thres wappert in de wind en haar rok fladdert om haar benen in de stevige schoenen.

Ik waan me in de boeken van Hella Haasse, die zo prachtig de sfeer van het oude Indië kon beschrijven. Toen waren de nonnen vast ingetogener dan onze stoere zuster Thres. Mannen en vrouwen trekken gezamenlijk op in de sawa’s en werken zich drie slagen in de rondte in de vochtige hitte. Op de achtergrond een berg met de intrigerende naam Sleeping Beauty. Als we goed kijken, zien we het profiel van een slapende vrouw op de top van de rustende vulkaan, de handen gevouwen over haar romp. Nog voordat de mens ontstond, lag zij daar al te snurken.
Alle arbeiders dragen, net als vroeger, grote punthoeden tegen de felle zon. Ze laten zien hoe ze de korrels ontdoen van het kaf. Niets van de rijstplant gaat verloren. De stengels worden gebruikt voor dakbedekking. Het is stoffig werk, de meeste mensen bedekken hun mond en neus met een lap. Niemand heeft een gram overtollig vet op het lijf. Wat zitten we thuis toch moeilijk te doen met allerlei diëten.

Ik zie de oplossing voor mijn neus gestalte krijgen. Zittend op je luie achterste slurpen je vetcellen zich gulzig vol. Als ik straks weer terug ben in Zambia, neem ik me voor, gaat de beuk erin. Ik klim weer bij zuster Thres achterop de motor. Nog een laatste rondje, om de kleuren in te drinken.
’s Avonds krijgen we nasi en die is zoveel lekkerder dan in Nederland. Ik bekijk de korrels met andere ogen. Niks aan, op zo’n bord. Hun leven op de sawa is zoveel mooier.
Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel