Zeg tegen Edwin Evers dat je vanochtend nog naar hem op de radio luisterde en hij reageert ad rem en vrolijk: “Ah, was jíj dat?!” De man die al vijftien jaar iedere werkdag ruim twee miljoen luisteraars trekt met zijn populaire ochtendshow Evers staat op (radio 538) en daarvoor meerdere malen werd bekroond, is ook buiten die radiostudio snel, en in alles op zoek naar een grap. Maar eenmaal in gesprek zal hij het een paar keer zelf benoemen: zo open als hij in zijn werk is, zo gesloten is hij daarbuiten. “Want wat ik over mezelf kwijt wil, doe ik wel op de radio.” Toch heeft hij zijn stamkroeg in woonplaats Hardenberg uitgekozen als decor: hier drinkt hij na afloop van de plaatselijke voetbalcompetitie iedere zaterdagavond een biertje met zijn vrienden. Hardenberg, dat is thuis. En dit café voelt als zijn huiskamer. Door het raam van de kroeg wijst hij zijn leven aan: zijn ouders wonen ‘daar om de hoek’ en onlangs kocht hij een kapitale villa ‘hier ergens vlakbij’. De wat verlegen jongen die in dit Overijsselse dorp op zijn kamer ooit honderden radioshows op cassettebandjes insprak voor zijn zelf verzonnen zender ‘Radiostad Hardenberg’, blijft zijn geboorteplek trouw. En al praat hij al jarenlang dialectloos Nederlands, ook dat is allemaal een kwestie van tijd en plaats. Want natuurlijk kan de man die bekendstaat om zijn hilarische imitaties van BN’ers als Frans Bauer en Geert Wilders nog steeds heel erg Hardenbergs praten: “Kom hier in het weekend maar eens terug en je verstaat me niet meer.”
Je staat elke werkdag om vier uur ’s ochtends op om 130 kilometer naar de radiostudio in Hilversum te rijden. Waarom ben je zo trouw aan Hardenberg? Kun je hier anoniemer zijn dan in de stad?
“Nee, en ik denk zelfs dat je in de stad anoniemer bent dan hier. Ik merk natuurlijk wel dat ik nooit meer ergens echt ongezien ben, maar ik heb daar niet zoveel last van. Die bekendheid hoort bij wat ik doe en ik ga daar maar gewoon mee om. Ik heb trouwens ook een huis in Hilversum waar ik doordeweeks weleens ben. Maar de mensen hier ken ik al mijn hele leven en dat vind ik prettig. Als ik hier ben, kom ik thuis.”
Op de radio ben je heel extravert, privé lijk je best ingetogen. Is dat verlegenheid?
“Ik heb privé inderdaad niet zo veel lawaai bij me, op de voorgrond staan hoeft niet zo van mij. Ik vind dat zelf geen verlegenheid, al denken de mensen om me heen daar misschien anders over. En ergens ís het natuurlijk ook gek, want op de radio ben ik een behoorlijke schreeuwer en flap ik er van alles uit, ook over mezelf. Dan wil ik dat het vrolijk is en knalt, dat het energie heeft. Als ik om zes uur ’s ochtends achter die microfoon ga zitten, moét het gebeuren. Dat is te vergelijken met het moment dat een scheidsrechter op zijn fluitje blaast en je weet: daar gaat-ie. Maar eenmaal uit die studio ben ik vrij rustig. En ik heb ook niet het idee dat ik daarbuiten nou zo veel nieuws te melden heb.”
Dus geef je weinig interviews en over je privéleven praat je ook niet veel. Vind je het vervelend als er naar je vriendin wordt gevraagd?
“Nee hoor. Ze heet Leone en ze woont ook in Hardenberg. We wonen nog niet samen, maar dat gaat op den duur vast gebeuren. En het klopt dat ik het daar verder eigenlijk nooit zo over heb, want dan gaat er weer zo’n roddelblad doen alsof ze me zelf gesproken hebben en alles uit de context rukken. Ik maak me trouwens helemaal niet druk over wat er over me wordt geschreven, maar ik ben wel voorzichtig. Wat ik kwijt wil over mezelf, doe ik op de radio. Daar schaam ik me niet zo snel.”
Hoe houd je je succes op de radio constant?
“We praten in de ochtendshow natuurlijk over de meest kneuterige dingen die we vervolgens belachelijk maken. En dat gaat best ver soms. Ik heb weleens uitgebreid verteld over een nogal intieme operatie die ik moest ondergaan. Nou, dat kreeg ik weken later nóg te horen. Misschien is het geheim van het succes ergens dus wel dat ik ben zoals de meeste mensen zijn. Maar ik doe dat niet omdat ik denk dat mensen dat leuk vinden. Het is meer dat we ’s ochtends in alle vroegte met elkaar in die studio zitten en we elkaar op dat moment compleet vertrouwen.“
En dat vind je iedere dag nog steeds leuk?
“Ik vind dat nog steeds heel erg mooi ja, zeker zoals het nu gaat. De ochtendshow die we nu maken is precies het radioprogramma dat ik al voor ogen had toen ik net begon. En na al die jaren verveelt het me nog steeds niet. Het enige wat ik moet doen, is dit vasthouden.”
Lees het gehele interview in Libelle 19