Lachen om grappen die ik niet leuk vind, is nooit mijn sterkste kant geweest. Dit is op zich niet zo erg. Vrienden waarderen het wel dat ze weten wat ze aan me hebben. Maar het wordt wél een probleem wanneer de baas die mop verteld. Alle collega’s liggen in een deuk, want zij zijn begenadigd met acteertalent maar ik niet. Een goede slijmbal zal ik dus nooit worden.
Op dat punt zou het nieuwe werken wel een goede optie voor me zijn. Want als je vanuit huis werkt, word je veel eerder op je prestaties beoordeeld dan op je vermogen om op het juiste moment te glimlachen. Je werkgever ziet tenslotte alleen maar het werk dat je aflevert en het contact zal veel minder zijn.
Het nadeel is alleen dat je moet leren stoppen met je werk en niet door blijft gaan. Door bijvoorbeeld ’s avonds van de bank op te staan om toch nog even aan iets te werken. Ik heb dat nu al. Ik schilder, ontwerp en doe mee aan de Libelle wedstrijd. Hierdoor is er altijd wel wat te doen. Als ik geen blogs aan het schrijven ben, dan ben ik voor mezelf bezig. Hoe meer vrijheid ik heb, hoe meer ik volplan en doe. Ik voel me namelijk verschrikkelijk schuldig als ik niks te doen heb. Wanneer je naar een kantoor gaat dan heb je dit probleem niet. Dan kun je namelijk thuis niks meer doen.
Daarnaast kun je nog eens spontaan overleggen en brengt het werk op kantoor ook gezelligheid met zich mee. Want je hebt natuurlijk zat leuke collega’s en bazen die wél leuke grappen maken.
Zelf vind ik de combinatie het lekkerste. Ik zou het liefst weer een paar dagen ergens parttime werken in combinatie met al mijn andere activiteiten. Dan heb ik van alles wat. Het nieuwe werken, het oude werken, het samenwerken, het onder druk werken, het ontspannen werken, het aan jezelf werken en het creatieve werken. Het enige wat ik dan nog moet onthouden is dat ik wel aan een stukje vrije tijd moet blijven werken. Want dat is een baan die door bijna iedereen, net als ik, nog wel eens vergeten wordt.