Marelle: Tikken in mijn hoofd
donderdag, juni 24th, 2010Een nieuw verhaal ontspint zich vaak eerst in mijn hoofd. Woorden golven daar sierlijk rond. Ze rangschikken zich als vanzelf in een goede volgorde. Ik weet precies hoe ik moet beginnen. Mijn personages kletsen met elkaar en wisselen de juiste informatie uit. Het eerste hoofdstuk lijkt een eitje. Ik hoef het alleen nog maar op te schrijven.
[rectangle]
Dan zit ik achter mijn computer. Probeer de woorden te herinneren. Weg zijn de volzinnen. Personages zwijgen. Het ritme is volledig verdwenen in de mist die plotseling is opgedoken. Natuurlijk doe ik een poging. Verschillende zelfs. Ik ben toch niet gek? Die zinnen heb ik toch zelf bedacht, waarom weet ik die dan niet meer? Een aantal woorden laat zich wel zien, maar de samenhang is compleet zoek. Gefrustreerd ga ik theezetten. Ik neem er zelfs een foute roze koek bij. Mijn kaken malen actief, maar de leegte in mijn hoofd blijft. Het overkomt me vaker dan me lief is. De tic dat woorden zomaar de weg kwijt raken in de duistere wereld van mijn hersens. Niet alleen overdag, heel vaak ook ’s nachts. Het notitieboekje naast mijn bed vertoont allerlei krabbels. Gedachten die op dat moment super leken, maar die de volgende ochtend verschrompelen tot draken van ideeën.
Als ik even later, moedeloos van het denken, onderweg ben naar de supermarkt, duiken de zinnen pesterig weer op. Heel bewust blijf ik ze herhalen. Nu onthouden, Marelle. Je kunt het! Na de gehaaste boodschappen (en natuurlijk veel vergeten eten), voel ik de euforie als ik die paar zinnen zowaar weet te reproduceren. Twee zinnen. Verder kom ik niet. Veel schrijvers hebben dat notitieboekje altijd bij zich. Altijd en overal. Ik meestal ook. Die complete dialoog schrijf je echter niet 1-2-3 op. Ik beperk het dus tot korte notities. Te kort om echt zin te hebben.
Had ik maar een computertje in mijn hoofd. Een bescheiden klein computertje, waarop ik al mijn invallen direct kan typen. Tikken in mijn hoofd, dat lijkt me wel wat. Een uitkomst voor al die prachtige, maar later vergeten, zinnen. Of zouden die teksten dan alleen uit hersenkronkels bestaan?
