Posts Tagged ‘column Femke’

Femke – Eetprobleem

donderdag, augustus 18th, 2011

Laatst werd ik me er ineens van bewust hoe vaak ik aan eten denk. Zoals er over mannen gezegd wordt dat zij ieder uur wel een paar gedachtes over sex hebben, zo ben ik de hele tijd bezig met voedsel. ’s Ochtends valt het wel mee, dan zit het slot nog op mijn maag, maar vanaf een uur of elf ontwaakt er een soort beer in mijn maag en die begint dan zo ongelofelijk te grommen, dat het bijna bedreigend wordt.

Ik begin heel hard te hopen dat er kroketten en pindasoep in de kantine zijn, en tegen de tijd dat het lunchtijd is, ben ik het feit dat ik hard richting de tachtig kilo ga, al bijna helemaal vergeten. Alles in mij roept dat die ene vette hap het verschil ook niet zal maken en dus ga ik voor de bijl. [rectangle]

Meestal gaat het de rest van de middag goed, maar als ik rond zessen op het station sta en de trein komt weer eens te laat, dan dwalen mijn ogen toch af naar de chipsautomaat. De focus op de rest van de wereld verdwijnt en het zoemt in mij CHIPSsss, CHIPSsss, CHIPSsss. Bijna als vanzelf gaat mijn hand naar mijn portemonnee en floep, die € 1,25 zit zo in de machine. Dat eerste bolognese-chipje in mijn mond. De hemel.

Vaak is dit ook het moment dat ik me voorneem weinig avondeten op te scheppen en geen (pak) koekje(s) bij de koffie te nemen. Maar helaas. De chips beklijft niet en tegen de tijd dat Reinier mij een pasta met zalm-roomsaus voorschotelt, zit ik zo lekker te smikkelen dat er ongemerkt een tweede portie in gaat. En dan moet de avond nog beginnen. Een avond die tussen acht en tien uur gedomineerd wordt door een ongeremd verlangen naar ijs met karamelsnippers, chocoladekoekjes, witte chocolade en tussen tien en twaalf door toastjes brie en kaasstengels.

Ik loop meerdere malen naar de keuken om in de kastjes te kijken wat we nog hebben, overweeg naar de snackbar te lopen, twijfel, doe het niet… en doe het uiteindelijk toch. Eten beheerst mijn leven en dus ben ik voor de zevende keer aan de Sex and the City-box begonnen. Zolang ik mijn ogen op de broodmagere, benijdenswaardige Carrie Bradshaw houd, kan mij niks gebeuren. Het vervelende is alleen: Carrie eet in elke aflevering. Voortdurend.

Femke – Servies

donderdag, januari 27th, 2011

Jij, die vond dat het niet uitmaakte dat je borden met vijf verschillende dessins had (van Ikea tot grootmoeders boerenbont) en die het niet erg vond dat er hoekjes van de schaaltjes waren en dat geen enkele theekop dezelfde kleur had.

In mum van tijd draait je hele wereld alleen nog om Wedgwood, Iittala, VTwonen, Blond Amsterdam. En ga zo maar door. Waar je een week ervoor nog zou hebben gelachen om een ontbijtbordje van € 24,99 begint je grens te verschuiven en zie je ineens hoeveel mooier Wedgwood is dan Blokker en Ikea. Je kunt aan niets anders meer denken dan aan een heel servies van Wedgwood, compleet met soepborden, grote schalen, kleine schalen en bordjes voor je botermesje.[rectangle]

Over dat botermesje gesproken. Ineens vind je ook je bijeengeraapte zootje bestek niet goed genoeg meer. Je wilt een besteklade, met bestek voor de lunch en bestek voor het diner, en alles graag in zilver. Dat wil je. En op vakantie, dat wil je ook, ook al is het nog lang geen zomer. Ver weg, wil je, om even tot rust te komen.

Je bent tenslotte niet echt op vakantie geweest, omdat je een dure bruiloft hebt gehad. En een bruiloft is geen vakantie. Een bruiloft is, met name vóór de bruiloft, hard werken. Dus je hebt het verdiend, vind je.

En dan belt je moeder. Ze belt met een verhaal over oude mensen in Moldavië. In de reportage die ze op tv zag werd een oude vrouw getoond van wie een been was geamputeerd. Toen de vrouw voor het eerst sinds dagen werd bezocht, begon ze meteen te huilen: ‘Ik heb al zo lang niets meer gegeten.’

Je moeder doet de huilende bejaarde na en het gaat je door merg en been. Je schaamt je, want terwijl die vrouw honger heeft, ben jij met je servies, je bestek en je vakantie naar Bali bezig. Want dat had je nodig, vond je.

Tegen je moeder zeg je dat je het servies, dat zij aan je wil geven niet meer hoeft te hebben en aan je man vraag je of het oké is om het vakantiegeld aan Moldavië te schenken. Maar je hoopt dat ze tegenstribbelen. Zodat jij geen schuldgevoel meer hoeft te hebben.

columnsuithetblad

Femke – Fanvirus

donderdag, januari 20th, 2011

Ik weet nog dat hij mij (als achtjarige!) enthousiast wakker maakte en me voor MTV zette, zodat ik naar een rare blonde vrouw met punt-bh kon kijken. Zo snel mogelijk sloop ik weer naar boven om rustig verder te slapen.

Toen ik een jaar of veertien was, kreeg ik het idee dat ik er wel ‘aan toe’ was. Tijd voor een idool. Tijd om elk liedje, elk interview, elk bewegend beeld uit je hoofd te kennen. Omdat ik twee vriendinnen had die helemaal weg waren van de band Bon Jovi besloot ik dat ik me eveneens op de langharige leadzanger zou focussen.

Na een paar maanden merkte ik echter wederom dat ik totaal niet mee kon komen met het uitknippen van plaatjes uit popmagazines en het liggen wachten voor deuren van VVV-kantoren om concertkaarten te bemachtigen. Ik vond het zonde van mijn tijd.

Gelukkig gingen die idoolloze puberjaren voorbij en kon ik me aansluiten bij de saaie volwassenen. Want volwassenen hebben geen idolen. Zijn geen fan. In ieder geval niet gillend en beertjes gooiend. Dacht ik.

Totdat ik met een lieve collega naar een groot concert in een voetbalstadion ging. Het was de tweede keer dat ik zoiets meemaakte. Van de eerste keer herinner ik me vooral de dreunende gedachte: wat doe ik hier? Wat doe ik hier? Ik bleek te zijn gekomen voor een blik op een heen en weer springend poppetje in de verte.

Ditmaal was ik dichter in de buurt van de zanger die optrad, maar wederom vroeg ik me af wat nu eigenlijk het nut van zo’n massale bijeenkomst is. Om van iemands muziek te genieten kun je volgens mij nog beter naar je iPod luisteren.

Toen de zanger het podium afstapte en door het middenpad naar een verhoging halverwege het stadion liep, moesten bodyguards hem afschermen omdat veertigjarige dames zich op hem wilden werpen. Werkende moeders worstelden zich zo dichtbij mogelijk om de hand van de zanger aan te kunnen raken. Een mens, een simpel zingend mens, werd geëerd alsof hij de Verlosser himself was.

En ik? Ik voelde me voor het eerst in mijn leven dankbaar dat het fanvirus aan mij is voorbijgegaan.

columnsuithetblad

Femke – Technologie

donderdag, januari 13th, 2011

Meestal begint het met een ferm tegengeluid van mijn kant (zoals vorig jaar mijn column over de iPhone). Ik voel dan zo’n ontzettend grote weerzin om me te conformeren aan wat nieuw, hip, leuk en handig is dat ik expres de andere kant op kijk. Ja, ja, dat is dom natuurlijk, maar vooruitgang vliegt me naar de strot. [rectangle]

Mijn theorie hierover is dat het te maken heeft met het trauma dat ik aan wiskunde heb over gehouden. Wiskunde deed mij in tranen uitbarsten, omdat ik het vanaf de brugklas niet begreep. De docenten gaven mij meestal een vier omdat ze het zielig vonden om iemand een drie te geven. Computers en andere hi-tech-te-programmeren-niet-te-begrijpen-uitvindingen doen mij gruwelijk sterk aan wiskunde denken. Vandaar ook mijn resistentie tegen het hele sociale netwerk-gebeuren. Hyves, Facebook, Twitter.

Als ik eerlijk ben, vind ik het gewoon te moeilijk. Of, beter gezegd: het kost me te veel moeite om het te begrijpen. Ik heb ergens een verdwaalde Hyvespagina staan (met een afgrijselijke foto), die ik dolgraag verwijderd wil zien, maar wie weet hoe dat moet? Ik niet.

Ook ben ik ooit aan een twitteraccount begonnen, omdat ik Paul de Leeuw wilde volgen, maar dat ging eveneens halverwege mis. Iets met een wachtwoord dat naar mijn mail zou worden gestuurd en wat dan weer niet gebeurde ofzo. Tja, en dan word ik ongeduldig en ga ik alleen nog maar harder blèren dat ik het onzin vind en dat je mij er NOOOIT tegen zult komen.

Echter, gister is er iets veranderd. Ik hoorde een vriend van mij op de radio en was verbaasd dat ik niet wist dat hij live te horen zou zijn. Wat bleek? Hij had het op z’n twitter gezet. Ineens besefte ik dat ik me de laatste tijd wel vaker buitengesloten voel als mensen van alles van elkaar weten doordat ze op elkaars Facebook zitten te loeren.

Ik voel me nu dus gedwongen. In een hoek gedrukt. Nee, nee, nee! Ik wil niet in mijn eentje in de Middeleeuwen achterblijven. Met slechts paard en wagen, een wasbord en een olielamp. Hoezeer het ook tegen mijn natuur ingaat: ik zal overstag moeten gaan.

columnsuithetblad

Femke – Een zwerver

donderdag, januari 6th, 2011

De man heeft lang, vies, geklit haar, geen tanden en hij praat in zichzelf. In eerste instantie had ik er niet echt een mening over, maar dit veranderde toen een vriendin me vroeg of ik er wel eens aan dacht dat hij z’n huis in de fik kon steken. En dat mijn huis dan ook zou afbranden. Ineens werd ik boos op de gemeente. Waarom moest ons mooie blok uit 1900 worden verpest door een oude dronkaard die de boel niet netjes kon houden? Straks zouden wij ons huis onder de waarde moeten verkopen omdat de prijs omlaag werd gehaald door deze man. [rectangle]

Mijn negativiteit verdween als sneeuw voor de zon toen ik op een dag de daklozenkrant onder ogen kreeg. Het coververhaal ging over Rooie Richard, ‘onze’ zwerver. Ik las dat Richard stemmen hoort en dat hij dat al dertig jaar verzacht met drank. Bovendien is hij uitvinder. Hij creëert de meest fantastische tweewielers en zelfs pumps waarop vrouwen lekker kunnen lopen. Hij heeft dan wel geen vrouw in de buurt die het kan uitproberen en de fietsen zijn wat onpraktisch om je mee te vervoeren, maar toch.

Ook kwam ik te weten dat hij een grote liefde had. Ze verdween met de noorderzon, maar nog steeds als het regent, ziet hij de datum waarop ze hem verliet in druppels op de ramen staan. Die wetenschap ontroerde mij. Het deed mij weer even inzien dat nu eenmaal niet alle mensen op deze wereld hetzelfde in elkaar zitten. Dat de maatschappij juist wordt gekleurd door zonderlinge figuren met een afwijkend leven. Een leven waarin begrippen als tijd, structuur, planning, vitaminen en op tijd naar bed, geen enkele betekenis hebben.

Dankzij mensen als Richard is de wereld spannender en mysterieuzer en juist zo mooi. Daarom ben ik gestopt me te ergeren als hij weer eens om vijf uur ’s ochtends begint met het timmeren van een optakelbaar afdakje. Of als ik hem om één uur ’s nachts nog tegen zichzelf hoor mompelen. Binnenkort ga ik hem een bezoekje brengen. Ik heb nog een tv over. Misschien kan hij hem wel gebruiken. Of anders uit elkaar slopen.

columnsuithetblad

Femke – Nachtelijke plannen

donderdag, december 30th, 2010

In de trant van: O, wat was dat interview met Marco Borsato leuk! We hadden echt een mooi gesprek, maar wat jammer dat we niet langer de tijd hadden. Het lijkt me echt gezellig om een middagje met hem op het strand te wandelen. Gewoon, de hond uitlaten. Zijn hond uitlaten. Zou-ie een hond hebben?

Bizar leven leidt zo’n man toch. Altijd in de belangstelling. Daar zou eigenlijk een boek over geschreven moeten worden. Een biografie! Dat die er nog niet is, zeg. JA, EEN BIOGRAFIE. Ik ga gewoon de biografie van Marco schrijven. Of ik bedenk me ineens in paniek dat ik hoogstwaarschijnlijk onvruchtbaar ben. Vervolgens ga ik meteen op zoek naar hoe het dan zou moeten. Ivf? Misschien. Adoptie? Nee, dat lijkt tegenwoordig wel handel te zijn. Een baby die niemand wil. Ja! Een Zuid-Afrikaanse wees die besmet is met het hiv-virus. Zo’n kindje zou hier waarschijnlijk écht beter af zijn. JA! Dat zouden Reinier en ik moeten doen. Überhaupt eigenlijk, ook al kunnen we wel kinderen krijgen. Het adopteren van een hiv-wees heeft misschien wel de voorkeur boven nog een extra kind op deze wereld zetten.[rectangle]

Of ik vat ineens het plan op om in Suriname te gaan wonen. Lekker in de zon, zonder stress (rustig, rustig) en in een land met overwegend vriendelijke mensen. JA, dan kunnen Reinier en ik samen met Harmen en Maaike (mijn broer en schoonzus) een kindertehuis opzetten!

Op die momenten gaat mijn bloed kolken, krijg ik hartkloppingen van opwinding, stoot ik Reinier aan en probeer hem enthousiast te krijgen. Dat lukt lang niet altijd even goed, aangezien mijn echtgenoot nijdig wordt als ik hem uit zijn slaap haal en meer van het ‘ho, ho’ dan van het ‘ga, ga’ is. En, dat moet ik eerlijk toegeven, hij kent me nu eenmaal. Mijn nachten zijn namelijk verraderlijk. Ik kan er totaal van overtuigd zijn dat ik hét idee van de eeuw heb en als ik de volgende dag onder de douche sta, begrijp ik niet meer hoe ik het in mijn hoofd haalde. Alsof ik door het duister niet meer helder kon nadenken. Toch roep ik mezelf geen halt toe, omdat ik ervan overtuigd ben dat het echt goede en uitvoerbare idee er ooit tussen zal zitten. Dat het ’s morgens nog net zo spannend klinkt als overdag.

columnsuithetblad

Femke – Getrouwd

woensdag, december 8th, 2010

Er is wel degelijk iets veranderd. Natuurlijk werken we nog zoals we werkten, slapen we nog zoals we sliepen, eten we nog zoals we aten en kijken we nog tv zoals we tv-keken. Het zit ’m ook niet in de wittebroodsweken. Die zogenaamde roze wolk stamt volgens mij nog uit de tijd dat mensen elkaar vijf minuten voor het huwelijk ontmoetten, toevallig heel erg verliefd op elkaar werden en vervolgens in het perfecte, door hun ouders gekochte huisje, voor het eerst de liefde bedreven. En dat dat dan ook nog fantastisch was. [rectangle]

Nee, de eerste tijd na ons huwelijk was het niet allemaal extra verliefderig en romantischer dan ooit. Wij hadden zelfs de volgende dag, op weg naar het vliegveld, alweer onze eerste ruzie. Dat ging gewoon door. En toch…

Toen ik laatst door de stad fietste, voelde ik me ineens heel licht. Zeg maar bijna gelukkig. Ik keek om me heen en zag het fantastische Amsterdam aan me voorbijtrekken, de stad waaraan ik mijn hart heb verpand. De muziek klonk door mijn iPod en keihard zong ik mee: ik had zin om mijn geluk uit te schreeuwen. Ineens besef ik zo goed dat ik geweldige vrienden heb, in een fijn huis woon, de baan heb die ik altijd wilde hebben en als klap op de vuurpijl ook nog eens ben getrouwd met de man die ik bij elkaar had gedroomd. Dat laatste zie ik als een regelrecht wonder.

De hindernissen die Reinier en ik hebben genomen, waren niet te tellen. Het ging van schreeuwende ruzies tot ijzingwekkende, stille ­periodes en weer terug. Bedrog, woede, onmacht, lafheid, ­leugens, twijfel. Alles kwam langs. En toch.

Het is goed gekomen. Beter dan goed. Hij en ik. Samen trotseren we de wereld en dus elkaar. Ik vertrouw erop dat we er altijd uit zullen komen, ongeacht toekomstige puinhopen. En ik ben tevreden. Eindelijk tevreden.

Jarenlang heb ik gestreefd naar een ideaalbeeld waarvan zo veel mensen me hebben gezegd dat het niet haalbaar was, maar ik heb het bereikt. Ik voel me rustig. De jacht is gestaakt.

columnsuithetblad

Femke – Kaal

donderdag, december 2nd, 2010

Mijn collega Alida roept echter al jaren dat ik zulk dun haar heb. Haar opmerkingen variëren van: “Wat heb jij toch een klein staartje!” tot het venijnige: “Had jij altijd al zo weinig haar?” Ik liet dat van me afglijden. Alle kapsters die mijn hoofd ooit onder handen hebben genomen, complimenteerden me namelijk met mijn dikke bos. Hoewel… plotseling besef ik dat dit al een paar jaar niet meer gebeurt. [rectangle]

Langzamerhand sijpelde naar binnen dat mijn dikke-haar-overtuiging misschien nergens meer op gestoeld was. Ineens zag ik dat mijn kwelgeest gelijk had: IK HEB DUN HAAR. In flarden kwamen er herinneringen terug van de laatste jaren. Grote bossen haar in mijn borstel, haren op de rug van mijn bureaustoel, haren die door anderen van mijn schouders worden geplukt, haren tussen mijn vingers als ik mijn hand door mijn haar strijk. Mijn hart sloeg over en het ergste kapsel doemde op: KAALHEID. Ik zag mezelf al met pruiken en hoofddoekjes lopen en baalde ervan dat mijn hoofd, dat toch al te groot is en een rare vorm heeft, zou zijn blootgesteld aan het oog van de wereld.

Mijn obsessie is de afgelopen weken met de dag gegroeid. Iedere ochtend kijk ik met angst en beven in de spiegel. Er is dan maar één vraag die telt: zie ik al grote kale plekken door mijn pierige kapsel heen schijnen? Ik tel de haren die ik verlies en google me suf naar oorzaken van mijn enorme uitval. Is mijn levensstijl zo destructief dat mijn haar van ellende loslaat? Krijg ik te weinig vitaminen binnen? Rook ik te veel? Blondeer ik mijn haar te vaak?

Laatst probeerde ik steun te vinden bij mijn echtgenoot, mijn wederhelft, mijn partner, mijn liefde. Ik dacht dat een huwelijk ook inhoudt dat je steun bij elkaar vindt als je van wanhoop niet meer weet wat je moet doen. De conversatie ging als volgt:
Ik: “Schatje, ik moet je iets ergs vertellen: mijn haar valt uit!”
Hij: “Mmm, wat?”
Ik: “Moet je zien hoe dun mijn staart is!”
Hij: “Ja ja.”
Ik: “Reiniehierrrrr!!! Ik word káál!”
Hij: “O, heb je weer iets nieuws gevonden om over te zenuwen?”
En dat was dat.
Ik lijd nu in stilte.

columnsuithetblad

Femke – Krengerig

donderdag, november 25th, 2010

Laatst vertelde Reinier me dat hij een nieuwe televisie ging ophalen. Hij kon een groter exemplaar krijgen van een vriend. Ik haalde mijn schouders op. Tv’s, auto’s. Ik snap wel dat ze nuttig zijn, maar ze hoeven van mij niet groot, supersonisch en met de nieuwste technische snufjes te zijn uitgerust. Zolang ze het maar doen. [rectangle]

Maar goed, Reinier is een man en hij wilde dat ding. Prima. Totdat hij me vroeg of ik hem wilde helpen als hij het bakbeest zaterdagochtend de trap op moest tillen. Verkeerde vraag, aangezien ik in een krengerige bui was. Dus ik zei: “Nee, daar heb ik geen zin in. Dan slaap ik nog.” Reinier flipte bijna, wat mij alleen nog maar krengeriger maakte. Ik voelde dat ik eigenlijk mijn excuses hoorde aan te bieden en dat ik moest zeggen dat ik natúúrlijk die tv omhoog zou slepen, maar er kwam zo’n grote tegenzin in me op dat ik het niet over mijn lippen kon krijgen.

Schijnbaar onaangedaan liep ik langs Reinier om de badkamer in te duiken en mijn tanden te poetsen. Mijn lief pikte dit niet en kwam op me af stormen. Voor ik het wist griste hij de tandpasta uit mijn handen en kneep de tube leeg boven mij hoofd. Ik schrok en keek hem verbouwereerd aan. Even was het stil en toen barstte ik in lachen uit. Wat een hilarische actie. En zo ontzettend ineffectief. Tenminste, dat dacht ik. Met mijn hoofd onder de kraan heb ik geprobeerd om de tandpasta uit mijn haar te wassen en vervolgens ben ik in bed gekropen. Terwijl ik heel moe was, kon ik niet in slaap vallen.

Tot mijn verbazing hield mijn schrijnende mentholhoofd me wakker. Het prikte als een gek, maar wat ik ook probeerde… niets hielp. De volgende dag voelde mijn haar hard en kleverig aan en dat veranderde niet nadat ik het drie keer had gewassen. Ook de wasbeurten in de rest van de week mochten amper baten: ik bleef raar, stug en viezig haar houden. Reinier woelde er af en toe doorheen en gniffelde zelfvoldaan.

columnsuithetblad

Femke – Trouwen met een hernia

donderdag, november 11th, 2010

Dat been voelde vreemd aan. Als niet bestaand. Dof. Ik dacht: ik moet gewoon even rustig gaan liggen en dan trekt het zo wel weg. Vervolgens kwam ik niet meer van de bank af. Ik kon niet lopen, staan, liggen, zitten. Ook niet na een slapeloze nacht. Vriendin Elisabeth haalde me op om naar de huisartsenpost te gaan (Reinier had zijn vrijgezellenweekend) en toen de dokter me zag binnenkomen, fronste hij zijn wenkbrauwen. Na me te hebben onderzocht, zei hij: “Jouw huwelijk gaat heel anders worden dan je je hebt voorgesteld!”[rectangle]

Ik kreeg morfine-achtige pijnstillers en lag de dagen die daarop volgden plat op een matje op de vloer. Het bed en de bank waren te zacht. Aan alle kanten maakten mensen zich zorgen. Ze vroegen: “Hoe moet dit nu? Je huwelijk is over een paar dagen!” Hoewel ik mezelf had ingeschat als iemand die op zo’n moment totaal in paniek raakt, gebeurde het tegenovergestelde. Ik werd kalm. Volledig kalm. Ik gaf de controle over de laatste regeldingetjes uit handen en mijn enige doel werd: aanwezig zijn op mijn eigen huwelijk.

Reinier wist niet hoe ’ie het had, want ineens had híj de regie en als hij me ook maar iets vroeg, gaf ik met een onverstaanbaar, stoned valiumstemmetje een onzinnig antwoord. Op de dag van het huwelijk leek het ’s ochtend nog even mis te gaan. Ik voelde me niet goed genoeg en smeekte de dokter om een verdovende prik in mijn rug. Hij was daarop tegen, aangezien ik dan weinig mee zou krijgen van het feit dat ik trouwde.

Ik besloot dat ik niks anders kon doen dan me over te geven aan het feestgedruis. Dan maar mét pijn. Wonder boven wonder bleek die instelling, in combinatie met de adrenaline die door mijn aderen stroomde, te werken. Gaandeweg voelde ik me steeds gelukzaliger. Ze zeggen weleens dat je trouwdag de mooiste dag van je leven is en tegen mijn verwachting in is dat het ook geworden. Ondanks (of misschien wel dankzij) mijn vermeende hernia. Want die verdween als sneeuw voor de zon.

columnsuithetblad

Femke – Ik ben gelukkig

donderdag, november 4th, 2010

Heftige liefdesuitbarstingen in de trant van ‘ik heb de ware ontmoet’, vreselijke verhalen zoals ‘hij beantwoordt mijn liefde niet en ik kom maar niet over hem heen’, dramatische dips waarbij ik dagenlang mijn bed niet uit kwam en dusdanige ruzies met vrienden dat ik het zelfs met ze uitmaakte. Er was altijd wel iets aan de hand.[rectangle]

Wanneer je mij aan de telefoon had, wist je dat het wel even ging duren, omdat ik uitgebreid moest vertellen wat voor ellende of welke heftigheden me waren overkomen. De laatste tijd is het andersom. De ene dag heb ik een stampvoetende vriendin aan de lijn die baalt omdat ze weer eens een slechte date met een man had of omdat ze gek wordt van haar dertigerscrisis (“Man, kinderen, baan… ik moet opschieten, maar ik heb geen idee!”). De andere dag is het een terneerge- slagen vriendin die haar saaie baan vervloekt.

Verder hoor ik op mijn werk geregeld de nodige ellende voorbijkomen en laatst begon er zelfs iemand in de trein haar tragische levensverhaal vol ziekte en dood aan mij te vertellen. In eerste instantie zag ik het allemaal als puur toeval dat mensen ineens hun moeilijkheden in dit leven aan mij meedeelden. Toen ik het echter vertelde aan vriendin Elisabeth keek ze me nadenkend aan en zei: “Misschien is het helemaal niet toevallig dat dit allemaal gebeurt. Mensen vertellen nu eenmaal graag hun verhaal aan diegenen die stabiel en rustig zijn.” Stabiel en rustig. STABIEL EN RUSTIG? Dat is werkelijk nog nooit tegen mij gezegd. Zolang ik me kan herinneren, ben ik de hysterica van de groep.  Degene die schreeuwt, degene van wie mensen zeggen: “Heeft ze speed gebruikt of zo?”. En nu noemde mijn beste vriendin me stabiel en rustig. Sterker nog, ze sprak haar vermoeden uit dat mensen wellicht de ruimte voelen om hun twijfels en verdriet met mij te delen omdat ik die ruimte nu eens een keer niet zelf inneem.

Na drie keer ademhalen, moest ik toegeven dat er misschien wel wat in haar theorie zat. Het gaat goed met mij. Ik zit niet meer om het minste of geringste tegen het plafond. Ik ben eigenlijk best gelukkig. En ik praat niet alleen meer, ik luister ook. Kom maar op met die verhalen!

columnsuithetblad

Femke – Schoonheidsspecialist

donderdag, oktober 28th, 2010

Dagenlang struinde ik het internet af en uiteindelijk vond ik, dankzij een collega, een site van een salon die me wel vertrouwen inboezemde. Een afspraak was zo gemaakt en dus togen mijn moeder en ik op een doodgewone vrijdag richting de beautykliniek. Hoewel ik geen idee had wat ik kon verwachten, had ik er wel zin in. Zou ik er daadwerkelijk mooier van worden? [rectangle]

In de salon werden we hartelijk ontvangen. Twee schoonheidsspecialisten begeleidden ons naar een lichte, witgeschilderde ruimte waar twee comfortabele ligstoelen stonden opgesteld. Er heerste een serene sfeer, met name door de zacht tinkelende muziek. Het begon goed, met een warme doek en een crèmepje en een scrubje en nog een crèmepje. Hoewel ik het meestal lastig vind als er iemand aan mijn lijf zit, lukte het me vrij snel om te ontspannen.

Toen sprak de beautymevrouw een woord uit waarvan ik de betekenis nog niet kende. Ze zei: “Als je het goed vindt, begin ik nu aan de dieptereiniging.” Voordat ik in­stemmend kon knikken, begon ze zo te drukken en te poeren dat het vermogen om te praten even totaal verdween. Ineens hakte mijn weggestopte trauma, een acnehuid tussen mijn negende en achttiende levensjaar met talloze bezoekjes aan huis-, huid- en homeopathische artsen, er keihard in. Terwijl mijn moeder met drie kleine drukjes door de ‘dieptereiniging’ was gerold en al lag te genieten van de gezichtsmassage liet mijn schoonheidsbeul weten dat ze “zo’n beetje op de helft” was.

Inmiddels rolden de tranen over mijn wangen. Van pijn en ellende. Ik dacht aan de schaamte die ik had gevoeld over mijn gebobbelde, onappetijtelijke pubergezicht en besefte weer extra heftig dat mijn huid voor altijd is getekend door dat verleden. Het lukte me niet meer om de lol in te zien van de massage en het masker. Mijn hele gezicht gilde het uit. Toen we na een uur weer buiten­ stonden, verzuchtte mijn moeder voldaan: “Heerlijk!” Ik haalde gelaten mijn schouders op: dat je je zo lelijk kunt voelen na een bezoek aan de schoonheidsspecialist.

columnsuithetblad

Femke – Tatoeage

donderdag, oktober 7th, 2010

In de trein naar Hoofddorp kreeg ik een briljant idee: het moest een tatoeage worden. Een paar jaar geleden hebben Reinier en ik al een keer een hele nacht liggen praten over hoe mooi het zou zijn om aan elkaar verbonden te worden door een tattoo. Toen we echter de daaropvolgende dag wakker werden, keken we elkaar aan en schoten in de lach. “Nee, dat gaan we never nooit doen,” zei ik stellig en Reinier was het helemaal met me eens. [rectangle]

En toch kwam datzelfde idee weer bovendrijven, een paar dagen voor Reiniers verjaardag. Tot mijn verbazing was mijn lief dolenthousiast. Zelfs toen ik alweer aan het terugkrabbelen was, hield hij zijn poot stijf: hij moest en zou die tatoeage. Of eigenlijk: wíj moesten en zouden die tatoeage, want we besloten er allebei eentje te nemen in de aanloop naar ons huwelijk. Maar tjee, waar doe je dat? De enige naam die in mijn hoofd opkwam was Henk Schiffmacher en dus togen we op een willekeurige vrijdag naar zijn tattooshop. Een beetje timide kwamen we binnen. Zou het pijn doen? En hoelang duurt het eigenlijk om zo’n ding te zetten?

Ik voelde me eerlijk gezegd een totale nerd tussen al die zwaargetatoeëerde mensen. Tijdens het wachten raakte ik er meer en meer van overtuigd dat ze dachten: wat komen die twee maagdelijk witte mensen hier doen? Gelukkig was het tatoeëren zelf minder erg dan ik vermoedde. Het voelde alsof ik tien minuten lang gekrabd werd door een kat. Vervelend, maar niet onoverkomelijk. Het resultaat mocht er zijn, vonden zowel Reinier als ik. Zo blij als een kind kwamen we naar buiten. We gingen meteen naar vriendin Elisabeth, die ons officieel een tikje stoerder geworden vond. De ouders van beide kanten waren een stuk minder enthousiast. Reiniers vader kwam met de opmerking: “Het menselijk lichaam is mooi genoeg van zichzelf” en mijn moeder kon niet meer dan een “Gatver” uitbrengen. Maar gelukkig, we zijn dertig en nemen onze eigen beslissingen. Het resultaat: een tatoeage van een nautische ster op Reiniers schouderblad en mijn enkel. De ster staat voor hoop. Voor het vinden van de juiste weg in dit leven. En de weg vinden, dat doen wij samen. Ik ben zijn ster, hij de mijne.

columnsuithetblad

Femke – Vrijgezellenavond

donderdag, september 30th, 2010

Mijn vrijgezellenfeestje kwam natuurlijk op een dag dat ik het niet verwachtte. En dus een kater had. Ik had vriend Janwillem nog gevraagd: “Het is toch niet morgen, hè?”, maar hij bezwoer me dat ik het helemaal mis had. Ik geloofde hem en stond mezelf daarom toe om net íets te diep in het wijnglaasje te kijken. Gevolg: misselijk en met knallende koppijn stond ik op. [rectangle]

Toen was daar ineens dat sms’je: om 16.40 uur staat er een taxi voor je deur. Trek iets leuks aan en stap erin! De stress sloeg me om de oren. Ik kan er namelijk ab-so-luut niet tegen als de controle mij uit handen wordt genomen. Wat volgde, waren uren met rare opdrachten en bizarre taferelen. Zo stond daar ineens mijn jeugdliefde voor me. Hij was getraceerd door mijn vriendinnen en kwam helemaal uit het zuiden van het land om mij te ­shockeren. Nou, dat lukte. Ik kon echt geen woord meer uitbrengen en werd er helemaal emotioneel van (onderdrukt natuurlijk, want ik huil nooit in gezelschap).

Toen ik ’s avonds tijdens het diner de tafel rondkeek, schoot ik ook weer bijna vol. Wat een leuke, geweldige mensen. Ik wilde het wel uitschreeuwen van liefde, maar ja… dat doe je dan weer niet. Langzamerhand begon ik me een beetje te ontspannen. Het leek erop dat alle gekkigheden ten einde waren gekomen. Helaas. Toch niet. Plotseling kwam er onder luid gejuich een prachtige, gespierde, donkere man binnenlopen om een striptease op te voeren. Ik heb gegild. Zo ontzettend hard gegild.

De dagen na de happening was ik totaal van mijn stuk. Ik kon het helemaal geen plek geven. Het was waarschijnlijk de combinatie van die kater, het feit dat mijn jeugdliefde er was, mijn sterke gevoel jegens mijn vrienden en het feit dat ik nu toch echt-echt-echt in het huwelijksbootje ga stappen. Mijn lichaam en geest reageerden totaal overspannen. Ik kreeg buikpijn, uitslag over mijn hele lichaam en droomde de meest onrustige dromen. De enige remedie zou een flinke huilbui zijn, maar mijn tranen zaten zo vast als een huis. Onmogelijk om er bij te komen. Dus wat deed ik: ik maakte ruzie met Reinier (kwaad worden is mijn uitvlucht-emotie). Toen kwamen de tranen ­vanzelf. Een half uur lang heb ik gierend gehuild. Wat een ­opluchting. En wat een heftigheid, zo’n vrijgezellenavond. Dat belooft nog wat voor de trouwdag…

columns

Femke – Achternaam aannemen

donderdag, september 23rd, 2010

De vraag wordt meestal verpakt in een toch niet/toch wel-samenstelling. ‘Je gaat toch niet hetzelfde heten als je man, hè?’ of ‘Je houdt toch wel je eigen naam, hè?’ of ‘Na dertig jaar Sterken moet je er toch niet aan denken om dat te veranderen?’

Ik verbaas me er nogal over dat er klaarblijkelijk een stevige mening is over het veranderen-van-naam-na-een-trouwerij. Voor mij is het namelijk heel logisch dat ik hetzelfde ga heten als Reinier. Vanaf mijn vroegste jeugd tot een paar jaar geleden was het een onderdeel van verliefd zijn om in schriften en dagboeken te schrijven: Jacco en Femke Kroon, Rutger en Femke Poldervaart, Walter en Femke Bakhuis, Cris en Femke Marinescu. Om vervolgens met vriendinnen te bespreken of het een geschikte achternaam was en of het bij jouw voornaam paste.[rectangle]

Toen ik wist dat Reinier en ik zouden gaan trouwen is het dus niet eens onderwerp van gesprek geweest. Ik vind het mooi om met hem een eenheid te vormen, aan het begin te staan van een gezin met (hopelijk) kinderen die ook allemaal dezelfde naam dragen. Maar er zijn mensen die iets heel anders vinden, zo mag ik de laatste tijd aan den lijve ondervinden. Vooral de veertigers gillen vreselijk hard. Zij die hebben gevochten (of de vruchten plukten van het gevecht van hun moeders) voor vrouwenrechten, willen mij zo ongeveer opleggen dat ik gebruik móet maken van het recht om mijn eigen achternaam te behouden. Ze doen werkelijk alsof ik door Reiniers achternaam te dragen de rest van mijn leven zwijgend en naar de grond kijkend achter hem aanloop. Alsof het een teken is van mijn ondergeschiktheid aan hem. Hoe belachelijk is dat? Mij wordt verweten dat ik ouderwets ben, dat ik had moeten eisen dat Reinier míjn naam zou aannemen of dat ik gek ben omdat ik toch niks met zijn naam en alles met mijn eigen naam heb. Het gaat echt te ver, vind ik. Waarom krijg ik al die ongevraagde meningen naar mijn hoofd geslingerd?

Ik zou zeggen: ieder zijn eigen redenen. Voor mij draaien feminisme en emancipatie om het zelf mogen kiezen. En ik heb gekozen voor zijn naam.

columns

Femke – Je ex tegenkomen

donderdag, september 2nd, 2010

Zolang je elkaar niet spreekt en ziet, speelt het niet, maar als je dan ineens oog in oog staat, schiet het toch weer even door je hoofd. En je weet… wij hebben iets gedeeld, maar dat is nu weg. Heel soms vind je een nieuwe vorm, als in vriendschap, maar vaker toch is de ultieme  verwijdering het beste. Er zit wrok, verwijt, verdriet en zodra je dat verwerkt hebt, is er eigenlijk niets meer over.

Behalve dan dat schokje als je elkaar per ongeluk tegen het lijf loopt. Zijn ex tegenkomen. Ook ongemakkelijk. Vooral als het zijn grootste ex is. Zijn eerste-liefde-ex. De ex met de schattige naam. De ex voor wie hij gedichtjes schreef in de trant van: ‘Je ligt als een vosje opgerold in mijn bed. Oh, wat verlang ik ernaar om naast je te kruipen.’ De ex om wie hij gehuild heeft, terwijl ik hem nog nooit heb zien huilen. Die ex. Niet dat ik me (nog) bedreigd voel door die ex, maar het is toch een momentje: haar tegenkomen. Vooral omdat ik niet begrijp hoe zij en hij, terwijl hij en ik nu. Zo’n totaal ander type. Ik zie geen enkele overeenkomst.

Maar goed. We kwamen haar dus tegen bij de fietsenstalling op het station. Het was  onhandigheid ten top. Zij kon er nog net uitpersen: “Hoe is het met de bruiloft?” en hij wist niks anders te zeggen dan: “En waar ga jij naar toe?” Toen viel het stil. Er was niks meer te zeggen blijkbaar.

De ex-geliefden keken wat bedremmeld naar elkaar en de stilte rekte zich meer en meer uit. Waar ik normaal niet de beroerdste ben om op zo’n moment in te springen en Reinier te redden, heb ik nu niets gedaan. Ik morrelde aan mijn fiets, keek naar wat er voor mijn ogen geschiedde en zei, na een paar minuten: “Zullen we maar gaan?”

Thuis aangekomen kon ik het toch niet laten om op te merken dat het wel een erg zwijgzame ontmoeting was geweest. “Tja”, zei Reinier, “ik had verwacht dat jij me wel zou redden. Dat doe je altijd!” Ik schaamde me een beetje voor mijn kinderachtige gedrag, maar ik weet: de volgende keer doe ik het weer niet.  Normaal zou ik Reinier redden, maar deze keer deed ik niets!

Uit het blad Meer columns

Femke – Voor het interview met Jan Taminiau

donderdag, augustus 19th, 2010

Ik ken zijn ontwerpen een beetje en vind ze ge-wel-dig. Stiekem heb ik zelfs al de droom gehad dat ik terloops laat vallen dat ik binnenkort ga trouwen en dat hij mij zo geweldig vindt dat hij speciaal voor mij een trouwjurk ontwerpt. Met heel veel pailletten. En dat ik er dan uitzie als Carrie Bradshaw in de eerste Sex and the City-film.

Als ik aanbel bij zijn atelier op de Amsterdamse wallen, word ik een beetje zenuwachtig. Een assistent haalt me op en leidt me naar boven langs allerlei paspoppen en, volgens mij, oude ontwerpen. Dan sta ik ineens in een ruime kamer met een houten vloer.

Jan Taminiau staat met zijn rug naar me toe achter een laptop. Hij draait zich om. Ik kijk in een heel sympathiek gezicht.

Uit het blad Meer columns

Femke – Zingen op de trouwdag

donderdag, augustus 5th, 2010

Op een nacht had ik het: ik zou gaan zingen tijdens mijn huwelijksceremonie. Hallelujah in de uitvoering van Lisa van X Factor. Zonder dat iemand iets vermoedde, zou ik opstaan, de microfoon pakken en Reinier toezingen. Hij zou tranen met tuiten huilen.

Een beetje verlegen vertelde ik het mijn getuigen Carla en Elisabeth. De eerste zei: “Tja, ik had wel verwacht dat je zoiets dramatisch zou gaan doen.” En de tweede keek me met grote ogen aan en vroeg: “Durf je dat echt?” “Ja, hoor”, antwoordde ik manmoedig. Ik was vast van plan het door te zetten.

Natuurlijk kon ik het op mijn werk ook niet voor me houden. Gelukkig reageerde collega Alida enthousiast: “Ja, prachtig, Femke, dat wordt heel mooi en emotioneel.” Collega Marleen begon spontaan te lachen: “Och jee, ga je dat echt doen? Nee, toch?” Alida verdedigde me nog. “Nou, Marleen, je
weet toch de voorgeschiedenis van Femke en Reinier? Zij is hem niet altijd even trouw geweest en dan is dit toch een prachtig gebaar?” Marleen was echter niet overtuigd, maar meldde me nog wel even fijntjes dat de bruiloften die je bijblijven altijd díe zijn waarop er iets gigantisch misgaat. [rectangle]

Vastbesloten me niet van de wijs te laten brengen, begon ik alvast met oefenen. Het zou niet al te makkelijk worden, aangezien ik niet het bereik van Lisa heb. Maar goed, ik zou mijn muzikale vriend Roemer vragen of hij me wilde begeleiden op de piano.

Bij onze eerstvolgende ontmoeting merkte ik dat ik wat schroom had om het hem te vragen. Ik stelde het uit totdat hij er zelf over begon. Natuurlijk was de tamtam me alweer vooruitgesneld. Roemer: “Dus je wilt Hallelujah gaan zingen op je bruiloft?” Ik: “Ja.” Roemer: “Waarom?” Ik: “Nou, omdat ik dat wel een mooi gebaar vind.” Roemer: “Moet je luisteren, Femke. Je hebt een prima stem en ik weet dat je best aardig kunt zingen, maar als je wilt dat zoiets ook daadwerkelijk ontroerend is en niet gênant, dan moet het wel heel goed en strak in elkaar zitten. Denk je dat je dat kunt?”

Tja, van je vrienden moet je het hebben. Ik heb het maar afgeblazen. Tegen zo veel ‘steun’ kon ik niet op. Reinier vond het jammer. Maar was het wel met Roemer eens. Ze weten niet wat ze missen.

Meer columns

Femke – Een meerdaagse kater?

donderdag, juli 29th, 2010

Het was een avond als tien jaar geleden. Een hapje eten, kletsen en biertjes drinken met goede vrienden. Omdat het zo gezellig was, wilden we niet huiswaarts keren vanwege een zoiets banaals als sluitingstijd, dus we besloten richting het appartement van de vriend te koersen die nog niet samenwoonde. Het werd half zes, compleet met wodka, ‘laten-we-Femke-ns-op-de-hak nemen-humor’, sigaretten en slappe verhalen. [rectangle]Thuis aangekomen rolde ik mijn bed in om volledig in coma te raken. Toen Reinier opstond en mij een kus op mijn neus gaf, voelde ik dat wel, maar wist ik gewoonweg niet meer waar mijn hoofd, ogen en mond zaten, dus ik kon hem niet aankijken, laat staan iets zeggen.
De dag was al flink op weg toen ik eindelijk wakker werd en mij uit bed hees. Een zware mist voor mijn ogen en een lichte druk op mijn borst. Een patatje en een dvd’tje later besloot ik dat ik het best wederom mijn bed kon opzoeken om mezelf zo snel mogelijk uit mijn miserabele staat van zijn te krijgen.

De volgende ochtend werd ik wakker met een intens somber gevoel. De mist was opgetrokken, maar ik had voortdurend het idee dat ik in tranen uit kon barsten. Alles leek donker, bedreigend en mistroostig. Ik zag gewoonweg niet hoe ik de uren die voor mij lagen moest doorkomen. Ook op mijn werk lukte het niet om in een goede stemming te komen en toen ik ’s avonds naar huis reed, was ik aan het uitrekenen in hoeveel tijd ik eten kon maken zodat ik zo snel mogelijk weer met mijn hoofd onder de dekens kon gaan liggen.

Wat was er met mij aan de hand? Ik besloot vriendin Elisabeth te bellen. Wonderlijk genoeg had zij soortgelijke gevoelens gehad in de dagen die achter ons lagen. We filosofeerden erop los. Wat kon er aan de hand zijn? Was het volle maan? Nee. Moesten we ongesteld worden? Nee. Was er iets ergs gebeurd? Nee. Elisabeth opperde dat het misschien de wodka van afgelopen zaterdag was! Ik lachte haar vierkant uit. Een kater van meerdere dagen, wie heeft daar ooit van gehoord? Nee, ik was ervan overtuigd dat er met mij iets ernstigs aan de hand was. In verwarring ging ik slapen. Toen ik wakker werd, was de wereld in mijn hoofd opgeklaard. Dus toch. Geen depressie, gewoon ouderdom. Alcohol maakt meer kapot dan je lief is. Vooral na je dertigste.

Meer columns

Femke – Ik wil niet alleen achter blijven

donderdag, juli 15th, 2010

Ik had vannacht een vreselijke droom: ik was in een kantoorgebouw vol met onbekende mannen en vrouwen die allemaal gehuld waren in dezelfde grijze kleding. Ik wist niet wat ik daar deed, maar wel dat ik er voor altijd moest blijven. Het nare was dat ik met niemand een klik had. Je kent het wel: zo’n situatie dat je met iemand in de lift staat (een collega of een vriendin van een vriendin) en dat je dan niks te zeggen hebt. Gewoon, omdat je je niet gemakkelijk voelt bij die persoon. Waarom dat soms gebeurt, daar ben ik nog niet achter, maar feit is dat er nu eenmaal mensen zijn met wie je meteen iets hebt en anderen bij wie je voelt dat het nooit iets zal worden. Nou, met die laatste groep zat ik dus opgescheept in dat flatgebouw. Ik voelde me totaal ontheemd. Ze keken me voortdurend vreemd aan en als ik wat vroeg werd er naar me gekeken alsof ik het niet waard was om tegen te praten. [rectangle]
Langzamerhand besefte ik hoe alleen je kunt zijn als er niemand is tegen wie je aan kun kletsen en die je snapt. Door al die gelijkvormige kantoorlieden werd me duidelijk hoe de buitenbeentjes van deze maatschappij zich moeten voelen. Ineens herinnerde ik me dat te kleine, ongewassen, langharige jongetje van de lagere school. Niemand ging met hem om en hij werd bijna nooit voor feestjes uitgenodigd. Ook doemde dat dikke meisje van de middelbare school in mijn gedachten op. Ze liet een tatoeage op haar hele buik zetten en iedereen sprak er schande van.
Gelukkig ben ik nooit in zulke situaties beland, maar mijn droom maakte me weer eens duidelijk wat ik natuurlijk allang wist: tjonge, wat ben ik toch bang om alleen achter te blijven! En dan niet zozeer alleen in de zin van buitengesloten, maar juist ook alleen binnen een groep mensen bij wie ik niet pas. Het idee dat niemand lacht om mijn grapjes. Dat ik een opmerking maakt en dat niemand dan snapt waarover ik het heb.
Het lijkt me afgrijselijk en soms heb ik er een irrationeel grote angst voor. Een angst die me doet dromen van flatgebouwen met gelijkvormige mensen in een oneindig heelal.

Meer columns