Wieke – echte mannen
dinsdag, januari 31st, 2012In een van zijn laatste e-mails naar huis beschrijft hij de gang van zaken in dat etablissement. Zijn baas in Bahir Dar, dokter Bitwa, neemt hem mee. Bij de ingang zit een slager met een vlijmscherp mes. “Welkom!” zegt de man vriendelijk. Achter hem hangt een zojuist gesneefde koe, die gisteren nog fijn over de uitgestrekte prairie rond Bahir Dar zijn galgenmaal bij elkaar graasde.
Dokter Bitwa wijst een paar delen van de koe aan die hem wel lekker lijken. Ze gaan aan een tafeltje zitten en daar worden enorme pullen met bier neergezet. Zo gaat het standaard op alle tafeltjes. Frank kijkt om zich heen. Geen vrouw te bekennen. Deze plek staat stijf van de testosteron. Hoewel hij even twijfelt als hij een man met een roze krant ziet. Iedereen leest echter een roze krant en kennelijk hoort het erbij om al roze kranten lezend grote stukken vlees in je mond te stoppen.
Het vlees wordt rauw genuttigd en Frank denkt dat ik gillend weggelopen zou zijn. Maar hij wil natuurlijk zijn gastheer niet voor het hoofd stoten. Een bord vol rode hompen wordt voor hem neergezet en hij denkt angstig aan zijn net geïnstalleerde kronen. Hier kauwen de mannen de brokken achteloos weg alsof het tumtummetjes zijn.
Hij doopt de bloederige stukken vlees in een kruidenmengsel, wikkelt het in de injera (dagelijks voedsel in Ethiopië, een soort pannenkoek) en als je niet ziet wat erin zit, is het al een stuk minder eng. De Ethiopiërs vinden het rauwe, bloederige vlees een delicatesse waarvoor ze graag vroeg opstaan. “Ik kreeg er toch een flink gevoel van,” mailt Frank, “alsof ik net een koe had besprongen vanachter een bosje, hem met pijl en boog had gedood en nu het kadaver leegat met mijn medejagers.”
Mijn respect voor hem neemt toe bij elke regel die ik lees.
Als hij maar niet onder de wormen en parasieten thuiskomt. ’s Middags loopt hij langs het restaurant. Dat is nu dicht. De koe is op, de slager naar huis. De volgende koe graast in de wei aan de overkant.
Zouden we ooit nog eens naar Ethiopië gaan (geen denkbeeldige zaak, want Frank mag hier morgen komen werken, hebben ze gezegd), dan hoop ik dat ik mee mag, als vrouw. En anders verkleed ik me toch als kerel? Een wit gewaad, een petje op mijn kop, een valse snor en een roze krant. Ik zeg alleen wel dat ik toevallig die dag aan het vasten ben.
Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel
[rectangle]



Nu in Libelle, tot en met week 43: Puzzelmarathon in Libelle voor Simavi!