Posts Tagged ‘column’

Wieke – echte mannen

dinsdag, januari 31st, 2012

In een van zijn laatste e-mails naar huis beschrijft hij de gang van zaken in dat etablissement. Zijn baas in Bahir Dar, dokter Bitwa, neemt hem mee. Bij de ingang zit een slager met een vlijmscherp mes. “Welkom!” zegt de man vriendelijk. Achter hem hangt een zojuist gesneefde koe, die gisteren nog fijn over de uitgestrekte prairie rond Bahir Dar zijn galgenmaal bij elkaar graasde.

Dokter Bitwa wijst een paar delen van de koe aan die hem wel lekker lijken. Ze gaan aan een tafeltje zitten en daar worden enorme pullen met bier neergezet. Zo gaat het standaard op alle tafeltjes. Frank kijkt om zich heen. Geen vrouw te bekennen. Deze plek staat stijf van de testosteron. Hoewel hij even twijfelt als hij een man met een roze krant ziet. Iedereen leest echter een roze krant en kennelijk hoort het erbij om al roze kranten lezend grote stukken vlees in je mond te stoppen.

Het vlees wordt rauw genuttigd en Frank denkt dat ik gillend weggelopen zou zijn. Maar hij wil natuurlijk zijn gastheer niet voor het hoofd stoten. Een bord vol rode hompen wordt voor hem neergezet en hij denkt angstig aan zijn net geïnstalleerde kronen. Hier kauwen de mannen de brokken achteloos weg alsof het tumtummetjes zijn.

Hij doopt de bloederige stukken vlees in een kruidenmengsel, wikkelt het in de injera (dagelijks voedsel in Ethiopië, een soort pannenkoek) en als je niet ziet wat erin zit, is het al een stuk minder eng. De Ethiopiërs vinden het rauwe, bloederige vlees een delicatesse waarvoor ze graag vroeg opstaan. “Ik kreeg er toch een flink gevoel van,” mailt Frank, “alsof ik net een koe had besprongen vanachter een bosje, hem met pijl en boog had gedood en nu het kadaver leegat met mijn medejagers.”

Mijn respect voor hem neemt toe bij elke regel die ik lees.

Als hij maar niet onder de wormen en parasieten thuiskomt. ’s Middags loopt hij langs het restaurant. Dat is nu dicht. De koe is op, de slager naar huis. De volgende koe graast in de wei aan de overkant.

Zouden we ooit nog eens naar Ethiopië gaan (geen denkbeeldige zaak, want Frank mag hier morgen komen werken, hebben ze gezegd), dan hoop ik dat ik mee mag, als vrouw. En anders verkleed ik me toch als kerel? Een wit gewaad, een petje op mijn kop, een valse snor en een roze krant. Ik zeg alleen wel dat ik toevallig die dag aan het vasten ben.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

[rectangle]

Ilse Lindeijer – Het Nieuwscafé-avontuur

vrijdag, januari 6th, 2012

Sinds een klein jaar schrijf ik blogs op mijn eigen website en voor twee andere websites. En nu mag ik gaan deelnemen aan het Libelle Nieuwscafé-panel voor 2012!

Omdat ik zelfstandig ondernemer ben, maak ik graag tijd voor leuke nieuwe projecten waar ik energie van krijg, waarmee ik nieuwe ervaringen kan opdoen én nieuwe mensen kan ontmoeten. Het was alsof er een cadeau in mijn schoot geworpen werd!

Ik kijk met een enorm positief gevoel terug op de fotoshoot en de interviews. Het was leuk om de panelleden, stuk voor stuk krachtige vrouwen met diverse achtergronden en carrières, te ontmoeten en met elkaar iets goeds neer te zetten. En dan de make-up, haarstyling en fotoshoot… Ik kan er best aan wennen! [rectangle]De thema’s die werden besproken, zijn interessant en nodigen uit om met elkaar in gesprek te gaan, uiteraard met respect voor ieders mening.

Met enthousiasme en een open mind ben ik in het Libelle Nieuwscafé-avontuur gestapt. Ik ontmoet je graag via het forum en/of tijdens de Nieuwscafé-events!

Hartelijke groet,
Ilse Lindeijer (Twitter: @basico2010)

Hans – Kazentips uit Nederland

donderdag, januari 5th, 2012

Zo twitter ik tegenwoordig af en toe en gisteren werd ik ineens gevolgd door een meisje van negentien met een Poolse naam – of een Tsjechische of Slowaakse naam – dat in gebrekkig Engels meldde dat ze me graag wilde ontmoeten. En ze stond ook nog op de foto in een goudkleurige bikini.

“Kijk eens,” zei ik een trots tegen mijn vrouw, “een reactie op Twitter, helemaal uit Oost-Europa. Leuk toch?”

Mijn vrouw keek eerst naar het beeldscherm en toen naar mij. Pas nu begrijp ik met wat voor blik ze naar me keek: O God, het is echt zo, ik ben getrouwd met de meest naïeve man van Nederland… [rectangle]Via Twitter wissel ik met Libelle-lezeressen boekentips uit en niet te vergeten kazentips, ja, onlangs meldde ik wat lezeressen nog dat je nergens zulke goede kazen hebt als op de markt in Haarlem (nu ik toch bezig ben: vooral de stiltonkaas is geweldig!).
“Dit is een prostituee”, zei mijn vrouw.
“Echt?”, zei ik.
Er volgde een enorm diepe zucht: “Zie je dat nou echt niet?”
“Maar waarom zou een prostituee uit Oost-Europa mij nou willen volgen op Twitter?”, zei ik, wat u vast ook naïef vindt, zo’n vraag, maar ik dacht: in Oost-Europa zitten ze toch vast niet te wachten op tips over boeken en kazen van een Nederlander.
“Omdat,” zuchtte mijn vrouw, “zo iemand heel veel mannen volgt op Twitter, net zo lang tot ze beet heeft. Ja?”

Ik was ontdaan. Denk je als twitteraar eindelijk een nieuwe doelgroep te hebben aangeboord – eerlijk gezegd word ik soms wat moe van die boeken- en kazentips – blijkt dat het om iets héél anders gaat en dat mijn eigen vrouw me dit moet uitleggen, in plaats van dat ze jaloers wordt omdat nu ook meisjes in goudkleurige bikini’s mij willen volgen.
Eigenlijk wilde ik dat meisje twitteren: “Zeg, dacht je nou echt dat ik je niet doorhad?” Maar in plaats daarvan deed ik mijn plicht en twitterde ik mijn Libelle-vriendin Rian uit Zaandam: “Heb je hem al geproefd, Rian, die stiltonkaas? Lekker hè?”

Volg Hans op Twitter, Libelle volgt hem ook!

Femke – 5 kilo zwaarder?

donderdag, december 29th, 2011

Als je televisie kijkt en je ziet iemand uit zijn bed stappen, zal je eerste gedachte iets zijn in de trant van: O, die wordt wakker. Waarschijnlijk zul je niet denken: Goh, het lijkt maar een piepklein flatje waar dat bed staat. Zouden de cameraman, de geluidsman en de regisseur wel in die slaapkamer passen?

Momenteel denk ik dat laatste dus wel. Ik kan geen programma meer zien zonder te bedenken hoe het gemaakt wordt, hoe de cameraman eruit ziet, of de geluidsman lang heeft lopen pielen om ergens onzichtbaar een microfoontje in een bh te proppen en of de regisseur net zo lief is als de onze. De onze? Ja, de onze.

Er is het afgelopen jaar namelijk een docu­mentaire gemaakt van Libelle. En dan heb ik het niet over een filmpje dat in een paar uurtjes in elkaar is gedraaid, nee, ik heb het over een echte documentaire. Een film, op waarheid gebaseerd, die gemaakt is door maandenlang uren en uren filmmateriaal te verzamelen op de redactie van Libelle (en daarbuiten!).

Vergaderingen, brainstorms, onverwachte problemen; het documentaireteam van de VPRO stond overal met de neus bovenop. Hoe het precies zo kwam, weet ik niet meer, maar op de een of andere manier werd ik een van de mensen die op een gegeven moment dag en nacht gefilmd werden. Nu ja, dát is misschien een beetje overdreven, maar als je met een stevige jetlag, in je pyjama aan het ontbijt verschijnt en er hangt plotseling een microfoon boven je bordje Brinta, dan knipper je toch wel even met je ogen. Sowieso ben ik natuurlijk, zoals elke vrouw, doodsbang voor hoe ik overkom op tv. Vijf kilo zwaarder, hoor ik altijd. Wie kan dat gebruiken? En mijn stem. Oef, daar kan ik echt niet naar luisteren.

Maar laat ik stoppen met klagen. Natuurlijk vond ik het een geweldige ervaring om onderdeel uit te maken van deze film en stiekem heb ik alweer gedroomd van de regisseur die me naar aanleiding van deze documentaire belt en zegt: ‘Ik wil jou voor de hoofdrol van mijn film!’ Het allerbelangrijkst is echter dat er een document is gekomen van het mooiste en grootste vrouwenblad van Nederland. Dit geeft iedereen de unieke kans om nu eindelijk eens van dichtbij te zien met hoeveel liefde en plezier (en soms ook stress) wij elke week weer een nieuw nummer maken. Ik zou zeggen: geniet ervan!

De documentaire is op 4 januari te zien op Ned. 2 om 20.25.

Femke – Compensatie

vrijdag, december 23rd, 2011

Het was tijdens een urenlange vlucht naar New York dat Reinier ineens ondraaglijke schuldgevoelens kreeg ten opzichte van het milieu. Toen er een stewardess voorbij kwam zwieren, trok hij haar aan haar jasje en vroeg of wij onze heen- en terugreis konden compenseren door geld te doneren voor de aanplanting van bossen.

De jonge vrouw keek vertwijfeld. Alsof ze niet goed wist waar mijn man het over had. Reinier pakte het vliegtuigmaatschappij-magazine erbij en wees op de laatste pagina aan dat het daadwerkelijk mogelijk moest zijn om onze CO2-uitstoot voor tien, twintig of dertig euro te compenseren. Met een gezicht in de vorm van een vraagteken liep de stewardess op een drafje naar haar collega’s. Om de daaropvolgende twintig minuten niet meer terug te komen. [rectangle]We waren bijna in een hazenslaapje gesukkeld toen ze ons wekte door een pinapparaat in ons gezicht te duwen. “Het kan, hoor!”, riep ze opgewekt. Reinier informeerde opgetogen hoeveel we moesten storten om Amsterdam-New York-Amsterdam te compenseren. “Met dertig euro komt u er wel, hoor!”, glimlachte de stewardess, terwijl ze vijfentwintig minuten daarvoor nog nooit van het geld-storten-om-bomen-te-planten leek te hebben gehoord. Toen de pinbon uit het apparaat liep ten teken dat de transactie was gelukt, vroeg Reinier of we misschien nog iets van een certificaat kregen ter bewijs van waar het geld nu eigenlijk naartoe ging.

Tsja, ik begreep hem wel, het voelde op deze manier een beetje vreemd. Hup, dertig euro de ruimte in geslingerd. Op goed vertrouwen. Wie weet zou de vliegmaatschappij er een stuk vleugel voor een nieuwe Boeing voor kopen. En dat wilden wij natuurlijk niet. De stewardess begreep ons helemaal en zei dat er vast wel iets van een certificaat was. Wederom ging ze te rade bij haar collega’s. En wederom duurde het minstens een kwartier voordat ze terugkwam. Deze keer was ze zo mogelijk nog blijer dan de keer met het pinapparaat. “Ik heb een certificaat voor jullie, hoor!”, riep ze al van verre en overhandigde ons een papieren (kots)zakje met daarin twee cola light, een snickers en een zakje gezouten amandelen.

Om de blikjes cola zat inderdaad een groot papier gevouwen. Het was een placemat uit de eerste klas, met op de achterkant in ballpoint geschreven: “Bedankt voor jullie donatie. Groeten van KL 641 AMS-JFK. Tom, Judith,
Simone, Caroline, Yolanda, Reinier, Patrick, Lisa, Kristy, Liesbeth, Danielle, Burton, Tessa, Catherine en Coen.”

Gediz – De Bob

donderdag, december 1st, 2011

Vanavond ben ik de Bob, dus nuchterheid is geboden. Met vier vriendinnen gaan we naar een Ladies Night met dance classics. Bij aankomst zie ik dat het niet is wat ik me ervan had voorgesteld. Ik zie nogal wat mannelijke dakduiven de til in schuifelen, dus het feest is niet alleen voor vrouwen. Mijn vriendin bedoelde blijkbaar dat wij dames onder elkaar een avondje gaan dansen. O, ook goed.

Binnen is het vol met veertigplussers die zich weer tiener (willen) wanen. En bloedheet. Dus na de nodige alcoholvrije dranken, is toiletbezoek onvermijdelijk. Vijf velletjes papier, doortrekken en handen wassen kost dertig cent per keer. Voor € 1,50 kun je onbeperkt naar de wc. De organisatoren weten kennelijk dat de doelgroep van vanavond een zwakke blaas heeft. [rectangle]Terug in de zaal klinkt I’ve got the power door de boxen. Ik voel me weer achttien. Gevolgd door Dancing on the ceiling, dan ben ik weer vijftien. Wanneer Too shy van Kajagoogoo klinkt, vrees ik het ergste: de dj zal toch niet nog verder teruggaan in de tijd? Ik ben intussen al twaalf jaar en voel niets voor een regressiesessie in deze omgeving. Gelukkig gaat hij in rap tempo Back to the future. Ik zie een vrouw ongegeneerd gapen, terwijl ze stap-sluit doorbeweegt. Links van mij staat een man met een midlifecrisis wild te hakken op de vloer. Achter mij zijn twaalf vrouwen in een kring aan het dansen om een berg handtasjes. Het lijkt wel de aankomsthal van Schiphol met al die hutkoffers.

Iets verderop vermaakt een echtpaar zich. Hij heeft witgrijs haar, zij donkerbruin. Tegenwoordig moet je aan de echtgenoten zien wat de werkelijke leeftijd van hun partner is. Weer terug op het toilet zie ik onder de tl-lamp flink wat van mijn grijze haren oplichten. Ik onderzoek of de make-up mijn kraaienpootjes nog steeds dekt, als vriendin Jacky op mijn schouder tikt. “Ik heb me toch een leuk gesprek met ene Bob!”, galmt ze door de betegelde ruimte. “Hij is een boer van 53, woont op een landgoed en kookt graag.” Ze troont me mee naar de chef de cuisine die bij de bar aan zijn vijftiende biertje staat te nippen. “Hallo Bob”, zeg ik. “Ik hoor dat jij graag kookt.” “Dat klopt”, zegt hij, “ik heet trouwens Kees.” Nog zo’n gouwe ouwe. Maar ik ga geen beschuitjes eten met Kees. Nee, ik neem een spaatje, kijk nog even rond en tel mijn zegeningen. Eén daarvan is dat ik nuchter ben.

Tineke – Fijn weer thuis

donderdag, december 1st, 2011

Tijdens Kerstmis, lang geleden, zaten we in het huisje op de heuvel. We hadden geen kerstboom maar wel vazen vol mistletoe. Die hing in grote bossen aan een populier, die nu trouwens gekapt is omdat zijn takken verstrikt raakten in de elektriciteitsdraden.

Het stormde, zoals vaak aan het einde van het jaar, alsof het weer spijt heeft van alle mooie dagen die het heeft uitgedeeld en nu nog even laat zien dat het heus ook nog wel iets anders te bieden heeft. [rectangle]Toevallig waren er die Kerstmis geen vrienden in hun huisjes, zodat we op elkaar en het scrabblebord waren aangewezen, want over televisie beschikten we ook nog niet. In het dorp waar we onze inkopen deden, stond op het pleintje een kerstboom, voorzien van gloeilampen in felle kleuren geel, rood en blauw en versierd met goud- en zilverkleurige nepcadeautjes met grote strikken. De etalages zagen eruit zoals altijd, op die ene tak dennengroen met kaars na. [rectangle]We wilden wel eens weten hoe het was, Kerstmis ver van alle luxe en overdaad, en het was precies zoals we al dachten: vreemd.

Op Eerste Kerstdag schoven we ’s middags het Weihnachts­oratorium in de cd-speler. Het stormde. We maakten de haard aan en schonken rode wijn in. Op tafel lagen de boeken klaar. Een dunne stapel dikke boeken van Jean en een dikke stapel dunne boeken voor mij, want zo liggen de verhoudingen bij ons. En daar zaten we dan, en eigenlijk was het net zo’n dag als alle andere winterse dagen op de heuvel en dat gaf toch een vreemd gevoel. De kinderen belden. Of we het wel leuk hadden daar. “Enig!”, zeiden we. En we zeiden ook nog een paar dingen over rust, stilte en onthaasting. De kinderen luisterden geduldig en zeiden dat ze er zelf niet aan moesten denken en dat ze het ook niet helemaal begrepen, want van rust, stilte en onthaasting waren we op onze leeftijd toch ruim voorzien, dus of we nou thuis zaten of in Frankrijk… We zeiden dat het toch anders was. Heel anders zelfs. En dat was voorlopig het laatste contact met de frivole buitenwereld. Twee dagen na Kerstmis reden we weer naar huis. Het stormde. We maakten de haard aan en schonken rode wijn in. Op tafel lagen de boeken klaar. “Fijn weer thuis”, zeiden we tegen elkaar.

Wieke – Zet dat kind uit!

donderdag, december 1st, 2011

We willen even naar de zon en we boeken een huisje in een Grieks, all-inclusivepark. Vanaf het moment dat je uit je vliegtuig stapt, nemen andere personen het zelfstandig denken van je over en duwen je naar de plek waar je wezen moet. Grappig, hoe wij na de landing meteen dommer worden.

Op het vliegveld van Athene staat Dimitrus met een bordje. Wij lopen hem vijf keer voorbij. Dimitrus, gewend aan buitenlandse klungels, ziet aan onze zoekende gezichten dat we bij hem horen. Hij plukt ons uit de menigte en stalt ons bij de koffieshop: “Niet weglopen, ik moet nog op vluchten uit Parijs en Tel Aviv wachten en dan gaan we naar de bus.” [rectangle]Hij harkt alle gasten in een uur bij elkaar, maar dan mist er een familie. Net waren ze er nog. “Ze verschonen hun baby”, weet een van de Israëliërs. Het duurt en duurt. Zou het hele gezin in bad gaan? Hè hè, daar heb je ze. De baby krijst het vliegveld bij elkaar. Dimitrus neemt ons mee naar de bus en daar ontbreekt het gezin met de baby alweer. Dimitrus knarsetandt. “Allemaal de bus in en niet meer eruit!”, zegt hij streng.

Hij gaat de familie zoeken en komt na een kwartier zonder gezin terug. “We gaan!”, zegt hij verbeten. De Israëliërs worden woedend. Dat kan zomaar niet, desnoods gaan zij voor de bus liggen. En daar komen ze op hun dooie gemak aangewandeld – de kleine jankerd met papa, mama, en veel broertjes. Beladen met chips en cola. De buggy moet in het ruim en dient te worden ingeklapt. Moeder wil buggy in de bus, omdat het nog steeds gillende kind vastgezet moet worden. Mag niet van de chauffeur. Alle Israëliërs bemoeien zich ermee, de broertjes scheuren de chipszakken open en proppen hun monden vol.

Ik kan er niet meer tegen en spreek de papa aan: “Meneer, u hebt de boel nu drie kwartier opgehouden. Drie kwartier van ONZE tijd. U gaat nu gewoon doen wat de reisleider en de chauffeur zeggen.” Een Fransman voegt er in zijn eigen taal aan toe: “En zet dat kind uit!” “He says you should switch off your whining kid”, vertaal ik gedienstig. Het wonder geschiedt. Ze gaan zitten. Zuchtend neemt Dimitrus voor ons plaats. Hij draait zich om en fluistert mij toe: “If you want, you can have my job!” Waarop de baby, die net even stil was, een niets en niemand ontziende huilbui inzet.

Miriam – Nooit meer zagen

donderdag, december 1st, 2011

Het is vaak koud in de supermarkt, maar vandaag lijkt het nog kouder dan anders. Het is al donker buiten en mijn dochter lijkt niet van plan te zijn om ooit nog contact met me te zoeken. Verkleumd loop ik langs de schappen. Mijn oog valt op een klein jongetje en zijn moeder. Het jongetje haalt een voor een snoepjes, desserts en andere lekkere dingen uit de schappen en zijn moeder schudt alleen maar nee. Zonder stampij te maken legt het mannetje alles terug. Ik glimlach, wat een braaf jongetje.

Als ik bij de kassa sta, staan hij en zijn moeder achter me. Ook hier in België proberen ze je te verleiden tot impulsaankopen, dus hangen er zakjes lekkere nootjes bij de kassa. Het ventje streelt een voor een de verschillende zakjes. Hij zucht diep. En nog eens. Zijn moeder geeft geen sjoege. Dan pakt hij héél voorzichtig een zakje cashewnootjes uit het rekje en houdt deze verwachtingsvol omhoog. Zijn moeder schudt weer nee. “Mama?”, hoor ik hem vragen met een heel lief stemmetje en een zwaar Vlaams accent, “Mama? Toe? Ik beloof u dat ik echt nooit meer ergens om zal gaan zagen” (zagen = zeuren). [rectangle]Mijn hart smelt en tegelijkertijd krijg ik een enorme brok in mijn keel. Als ik nu alle zakjes nootjes voor hem kon kopen in de wetenschap dat het leven van dit mooie kindje voor altijd zorgeloos zal verlopen, dan zou ik dat doen. Als ik zeker zou weten dat hij de rest van zijn leven nooit buitensporige wensen zal hebben. Dat hij nooit wordt gepijnigd door verlangens die niemand voor hem kan waarmaken. Dat de wereld om hem heen hem nooit zal teleurstellen. En dat hij altijd met zo veel respect en liefde naar zijn moeder zal kijken, dan zou ik de hele supermarkt voor hem leegkopen.

Zijn moeder aait hem over zijn ronde bolletje. Het zakje nootjes hangt hij netjes terug. Ik voel dat ik zo in huilen ga uitbarsten en klem mijn tanden op elkaar. Nog even en ik ben alleen. Houd vol zeg ik tegen mezelf. Ik reken af en loop met mijn boodschappentas naar mijn auto. De bladeren op de bijna lege parkeerplaats maken een dansje door een plotselinge windvlaag. Ik stap in en start de motor. “Ik beloof u dat ik nooit meer ergens om zal gaan zagen”, hoor ik mezelf hardop zeggen, terwijl ik naar boven kijk.

Hans – Contactadvertentie

donderdag, december 1st, 2011

Ik zat van de week zo lang in de trein dat ik – na het weerbericht en de beurskoersen – maar de contactadvertenties begon te lezen. Er stond een heel lange tussen van een vrouw van midden vijftig uit het midden des lands met een goede, drukke baan en veel vrienden en… u raadt het al, ze miste nog iets, iemand en meldde hoe fijn het zou zijn om de Kerst met z’n tweeën door te brengen. Tot zover was het allemaal nog volstrekt normaal, maar toen kwam het eisenpakket.

‘Jij bent lang, sterk, niet onknap. Atletisch.’ Hier viel ik zelf al meteen af, ook gezien het volgende: ‘Niet rokend. Wel een wijntje, nooit te veel. Liefhebber van bossen en stranden.’ Toen begonnen we trouwens pas: ‘Spiritueel ingesteld. Diepgang. Goede gesprekken. Werk belangrijk. Nog belangrijker: leven. Léven.’ ‘Stedentrips. Londen, Rome, New York. Verre landen. Hou je van Zuid-Afrika, Bali? Dichtbij: Zeeland, Wadden. Tennis. Golf. Zeilen.’ [rectangle]Ik werd er nu al moe van. Ik stelde me voor: op Eerste Kerstdag een strandwandeling, vervolgens een partijtje tennis, rondje zeilen rond Texel, tussendoor wat gesprekken over de zin van het leven, even golfen, en dan, uitgeput: ‘Eten. Samen koken. Samen natafelen. Vrienden ontvangen.’ Dan ben je tamelijk uitgeput, als man, aan het eind van zo’n Eerste Kerstdag. En dan komt vast dit op Tweede Kerstdag: ‘Samen pianospelen. Concert bezoeken. Museum. Je houdt van literatuur. Tolstoi. Samen lachen.’ Om Tolstoi?

Die vrouw had vast een ex. Ik zag hem voor me: onderuitgezakt met een literfles bier en een grote zak chips op een vervallen bank, kijkend naar The Hangover II, wachtend op de pizzakoerier, nog steeds totaal uitgeput van die jaren samenzijn, maar eindelijk vrij.

‘Je houdt van antiek. Samen zoeken naar dat ene beeldje. Academisch niveau, natuurlijk.’

En nou heb ik zo’n zin om haar een mail te sturen, met de tekst: ‘Ik mag graag met mijn zeilboot aanmeren bij een leuk antiekwinkeltje in Zuid-Engeland om daarna héérlijk te lunchen bij Chez Maurice in Londen. Met spirituele groet, prof. dr. Hans Verstraaten’. Waarna ze me vast uitnodigt. Zal toch een schok voor haar zijn, als ik Eerste Kerstdag met een bosje halfvergane gladiolen voor de deur sta.

Marelle – En toen ging de telefoon…

vrijdag, november 25th, 2011

‘U kent mij niet, maar ik zou u graag spreken.’ Het blijkt een vrouw die niet zo ver van mij af blijkt te wonen. Ze heeft een dochter… Fleur genaamd. Een valse melding door haar ex bij het AMK. ‘Door vormfouten is mijn Fleur uithuis geplaatst.’ Kennissen hadden haar de Gelderlander met daarin mijn interview over ‘Vals Alarm’ gegeven. Met stijgende verbazing had ze het gelezen: ‘Dit gaat over mij en over mijn Fleur.’ Ik zit met kippenvel te luisteren. Mijn boek is fictie, ook al is het gebaseerd op levensechte ervaringen. Een jaar geleden heb ik de namen Janna en Fleur en de verhaallijnen bedacht. Maar deze Fleur bestaat echt!

Deze vrouw belde niet om te klagen. Ze belde ook niet om haar zaak naar voren te schuiven. Er zit pit in haar en vechtlust en ze doet er alles aan om haar kind terug te krijgen, tot de politiek aan toe. Haar telefoontje was alleen maar bedoeld om me te bedanken. ‘Het is zo goed dat er aandacht komt voor deze misstanden. Jeugdzorg moet betere controle uitoefenen.’ Daarna gaf ze aan dat ze het boek met een klap op de balie van Bureau Jeugdzorg zou leggen. Dan kunnen ze ook eens lezen waar ze mee bezig zijn.

Gisteren schreef ze me het volgende: ‘Wij staan nog midden in het valse alarm en doen ons uiterste best om er een positieve draai aan te geven… zo’n boek geeft dan toch weer een beetje extra kracht om verder te strijden, bedankt daarvoor!!’ Voor mij is deze reactie zowel hartverwarmend als angstaanjagend. Mijn fictieve verhaal gebeurt bij mij naast de deur. Ik hoop dat de aandacht voor mijn boek haar gaat helpen. Dat er ogen open gaan, zodat er geen enkele moeder en geen enkele Fleur meer zoiets hoeft mee te maken.

Wil je meer weten over thrillerschrijfster Marelle Boersma? Neem dan een kijkje op haar website. Marelle twittert ook, volg haar!

[rectangle]

Moe is moe, maar voldaan

maandag, november 21st, 2011

“Het valt niet mee om Goede Moeder te zijn, zeker wanneer je jezelf vergelijkt met Andere Moeders. Als Home-Manager heb je o.a. Te maken met races tegen de klok, multitasken, Hulp-moederen, schuld- en sloofjesgevoelens, Ongestelde-Hormonen, nachtelijk gepieker en Baby-kriebels.” [rectangle]Herkenning
Het boek Moe is moe maar voldaan gaat over herkenning. Situaties die alle moeders meemaken, onzekerheden waar elke moeder last van heeft en het geluksgevoel als je erachter komt dat díe moeder er ook last van heeft of als dochterlief vertelt dat de juf schreeuwde in de klas (‘harder dan mama?’ ‘ja, harder dan jou’).

Alles is bespreekbaar

Irene Easton schuwt geen onderwerpen waar normaal niet over gesproken wordt, alles is bespreekbaar. Het boek Moe is moe maar voldaan is geschreven in columnachtige vorm en dus ideaal voor moeders die geen tijd hebben om echt in een boek te duiken.

Moe is moe maar voldaan is een musthave voor moeders.

Moe is moe maar voldaan – Irene Wing Easton
ISBN: 9789491072031. Prijs: €18,80.

Femke – Zwelgen in het verleden

donderdag, november 17th, 2011

Ik weet het, het is niet goed wat ik doe, zwelgen in het verleden

Ik ben een nostalgisch persoon. Of beter gezegd: ik hang van nostalgie aan elkaar. Hoe ouder ik word, hoe nostalgischer. Wat natuurlijk ook logisch is, aangezien er steeds meer is om nostalgisch over te doen. Dagelijks gebeurt er wel iets wat me aan vroeger doet denken en altijd gaat er dan een scheut van heimwee door me heen.

Laatst zag ik op Facebook een foto van een meisje, vrouw inmiddels, dat bij mij in de brugklas zat. Ze was destijds klein, verlegen en had nog geen vrouwelijke rondingen. En nu zag ik haar weer terug op een foto, met een enorme buik en de tevreden glimlach van een zwangere vrouw op haar gezicht. Ik kan er werkelijk niet bij dat we zo razendsnel van dertien naar dertig zijn gegaan. Dat onze eerste ‘beste’ vriendin inmiddels een andere ‘beste’ vriendin heeft, dat ons eerste vriendje vader is van twee kinderen, dat meisjes van twintig ons niet als vriendinnen zien, maar als… ja, wat eigenlijk… moeders? [rectangle]Dat onze eerste echte baan allang achter ons ligt, dat onze studietijd zo ontzettend verleden tijd is. Dat de grote, onbeantwoorde, tergende verliefdheden bijna niet meer te herinneren zijn. Ik weet het. Het is niet goed wat ik doe. Zwelgen in het verleden, terwijl ik pas 31 ben.

Gisteren bedacht ik iets wat me zou moeten helpen bij het stopzetten van het alsmaar terugkijken. Als ik namelijk objectief naar mijn leven kijk, kan ik niet anders dan toegeven dat dit de periode van bloei is. De tijd waar we onze jeugd en toen we twintig waren naartoe werkten. Waarvoor we studeerden, ons een weg baanden door de mannenjungle, ons pad vonden naar de stad en het huis waarvan we droomden.

Het is er allemaal. Waarom zeuren? Waarom niet onbekommerd vruchten plukken? Tja, de mens, of ik, zit raar in elkaar. Onrust voert altijd de boventoon. Het verschil tussen het verlangen naar iets en het verkrijgen van iets. Zodra je iets verkrijgt, weet je dat de euforie maar tijdelijk is. Voor mij betekent dit, dat er altijd nieuwe doelen moeten worden gesteld. Iets om naar uit te kijken. Het verlangen cultiveren en koesteren. Gedijen in wat ik nu heb, kan ik niet. De toekomst moet meer in petto hebben.

Femke – Ommekeer

donderdag, november 10th, 2011

Het weekend zal de geschiedenis ingaan als het weekend van de ommekeer. Tenminste, zo stel ik me dat voor en dat geloof ik ook.

Het gebeurde tijdens een logeerpartijtje in Harderwijk. Ik moet toegeven, veel dingen van belang gebeuren nog altijd in Harderwijk. Het was een zwoele dag. Eentje waarvan we er afgelopen zomer wel iets meer hadden mogen hebben.

Toen ik mezelf weer eens martelde door op de weegschaal van mijn moeder te gaan staan (hopend, altijd hopend dat dat ding wat anders aangeeft dan de mijne) schrok ik wederom zodanig, dat ik meteen een legging, shirt en sportschoenen uit de kast trok en langs het Veluwemeer begon te hollen. In gedachten viel ik met iedere stap wel een pond af, maar toen ik terugkwam en de tuin in liep, bleek het tegendeel waar. Mijn omaatje van 93 keek onverbloemd misprijzend naar mijn lijf en toen mijn moeder zei: “Kijk, daar komt Femke terug van het hardlopen”, zei ze: “Dat kan ze helemaal niet. Daar is ze veel te dik voor.” En wie zegt dat alleen kinderen en dronken mensen de waarheid spreken? Dementerende bejaarden dus ook. [rectangle]Dat bleek. Nog met een enigszins vergoeilijkende lach zei ik: “Oma, dat kun je niet zeggen. Dat is onaardig.” Maar ze wist van geen ophouden en vervolgde met de zin die nu nog steeds in mijn hoofd nagalmt: “Wat een dikke kont. Nee, het is echt niet mooi meer, hoor.” Kedeng. Een dolk in mijn hart.

Ik besloot te gaan douchen en verhullende kleding aan te trekken waarin ik zelf altijd nog de illusie heb dat ik er best prima uitzie. ’s Avonds tijdens het eten besloten vader en moeder er nog even een schepje bovenop te doen door gezamenlijk een soort interventie op poten te zetten. Mijn vader begon met te zeggen dat het toch echt de spuigaten uit begon te lopen en mijn moeder knikte bevestigend en zei dat ik daadwerkelijk tegen de grens van ‘dik’ aanleunde. Ik schrok enorm. Was het zo erg?

De volgende dag ben ik gestopt. Gestopt met kroketten, chips, kip-kerriesalade, gevulde koeken, snoep, ijs, pizza en al het andere waarvan ik weet dat het de tachtig kilo angstvallig dichtbij bracht. De pondjes verdwijnen heel langzaam, maar ik merk dat mijn instelling over eten veranderd is. Ik wil niet DIK zijn en prijs mijn ouders dat ze zo lekker hard waren. Hoe gaat dat spreekwoord ook alweer? Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

Wieke – portret van Freek

maandag, oktober 17th, 2011

Deze week zet ik Freek Esser in de zon, de fotograaf met wie ik Nepal bezocht voor Simavi. Zonder foto’s heeft een verhaal minder zeggingskracht. Beeld en tekst moeten elkaar ondersteunen.

Bij trips als deze weet je van tevoren niet wat je kunt verwachten en ter plekke moeten Freek en ik er samen uitkomen. We reisden eerder naar Zuid-Afrika en Kenia en na de eerste reis dacht ik al: “voor mij nooit meer een andere fotograaf!”

In Nepal hadden we maar twee dagen om ons materiaal te verzamelen. Het klinkt wat oneerbiedig, ‘materiaal verzamelen’, maar zo bedoelen we dat natuurlijk niet. Voor ongeveer 36 foto’s in vier afleveringen van Libelle maakt Freek er honderden, voordat de goede erbij zitten.  

De reis naar de bergen in het westen van Nepal was lang en bochtig, ik schreef er al eerder over. Freek vond het geen probleem om in de kofferbak van de auto te gaan zitten, tussen alle tassen. Raam open, camera’s in de aanslag, en vanuit die ongemakkelijke positie schoot hij zijn mooiste uitzichtfoto’s. Het gaf ons meer ruimte op de achterbank, anders hadden we daar met ons vieren moeten zitten. Voor tien minuten geen ramp, voor zes uur wel. Knap hoe hij na een halve dag dieseldampen inademen geen krimp gaf.

Hij lijkt geboren met camera’s. Hij heeft er wel vier en die hangen aan een handige gordel, voorzien van uitgekiende tasjes om hem heen. Hij beheerst de kunst om, ondanks al die apparatuur, zichzelf toch onzichtbaar te maken. Ik merk niet dat hij bezig is, maar ik weet dat hij er is als ik achterom kijk en zeg: “Freek, deze mevrouw wordt het wel…” Want tijdens het interviewen blijkt pas of iemand geschikt is om een aflevering in Libelle te vullen. En dan heeft hij dat allang gezien en gehoord. “Heb je die stal? Dat kindje??” Natuurlijk heeft hij de stal en het kindje. En nog veel meer waar ik geen oog voor had.

Onderweg is hij een ideale reisgenoot. Neemt de dingen zoals ze komen en hij heeft op mij een kalmerende invloed. Ik wind me nogal eens op als de zaken niet gaan zoals ik wil en één relativerende opmerking van hem is genoeg om te denken: “Ach, het komt altijd goed, dus nu ook!” Tijdens die letterlijk en figuurlijk adembenemende tochten omhoog, zei hij, als ik puffend als laatste boven kwam: “Niet vergeten om ook van het uitzicht te genieten hoor!”

Na twee dagen buffelen kwam de volgende klus: al dat mooie beeld sorteren. Terwijl hij dat deed, werkte ik mijn aantekeningen uit. Samen aan een tafeltje in Kathmandu. Daarna bepaalden we de selectie. Deze week staat Bishna in Libelle 42. Freek vond haar portret één van zijn prijsfoto’s. Oordeel zelf!

Niet gek toch, dat ik het liefst met hem op stap ga?

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Nu in Libelle, week 40 tot en met week 43: Puzzelmarathon in Libelle voor Simavi!
Lees meer over de krachtige moeders van Nepal. Steun ze, door mee te puzzelen. Er zijn mooie prijzen te winnen, waaronder een auto, als u alle vier weken meedoet.

Wieke – slapen in een koeienstal

maandag, oktober 10th, 2011

Ik had nog nooit van het Chaupadi systeem gehoord. In het westen van Nepal is dit voor vrouwen vernederende en ziekmakende systeem nog lang niet overal afgeschaft.

Wat houdt dit Chaupadi systeem in? Vrouwen en meisjes die menstrueren, evenals bevallende vrouwen, worden gezien als ‘onrein’. Daarom moeten zij zich afzonderen zolang ze bloeden.

De vrouwen worden vijf dagen per maand verbannen naar de stal, waar het vee slaapt. Ze krijgen wat brood met zout, dat in de stal wordt gegooid. Goed voedsel is er niet bij. Ze mogen zich niet wassen. Ook barende vrouwen ondergaan dit lot.

Je westerse verstand staat stil, maar iets wat al eeuwen zo gaat, omdat nog nooit iemand op het idee is gekomen om er verandering in te brengen, buig je niet zomaar om. Tijdens deze reis ontmoet ik vrouwen die er genoeg van hebben. Vrijwilligsters zoals Manju, over wie ik vorige week schreef, ondersteunen de vrouwen in de afgelegen bergen van Nepal.

Als Nepalese vrouwen, hoe ongeletterd ook, besluiten dat ze hun situatie gaan veranderen, dan zie je het voor je ogen gebeuren. Het zijn geuzenvrouwen, in mijn ogen. Met elkaar maken ze een vuist. Over doorzetten en discipline weten ze alles allang. Beter dan wij. Het verbaast me niet dat ze diezelfde mentaliteit weer inzetten, nu het om hun eigen welzijn en dat van hun kinderen gaat.

Deze week schrijf ik in Libelle over de twee Saru’s. Saru van 18 en Saru van 52. Elke week zitten ze in de klas en krijgen ze te horen hoe ze zichzelf en hun kinderen gezond moeten houden. En daar hoort het Chaupadi systeem niet meer bij. 18-jarige Saru is klaar met de angst en de viezigheid: aan haar lijf geen polonaise meer. 52-jarige Saru heeft haar hele vruchtbare leven maandelijks in die stal moeten bivakkeren. Ze kreeg haar kinderen daar. Nu geeft ze andere vrouwen voorlichting.

Vaginale infecties, baarmoederverzakkingen, bloedarmoede, dode baby’s, de vrouwen willen het niet meer. De een na de ander doet mee met de lessen over gezondheid. Ze snakken naar kennis. Naar baas zijn over hun eigen lichaam, naar een beter leven voor hun kinderen en vooral voor hun dochters. Ze zijn als een niet te blussen veenbrand, die zich langzaam maar zeker over het hele gebied zal uitspreiden. De vrouwen komen er wel, zij het in hun eigen tempo. En via hun eigen mensen, die de cultuur met alle narigheid, maar ook met de waardevolle zaken, van binnenuit kennen.

Als het Chaupadi systeem eenmaal de hellingen afrolt (en die zijn hier lekker steil), is er geen houden meer aan. Doorvechten zullen ze, de taaie moeders van Nepal.

Tekst en beeld: Wieke Biesheuvel

Nu in Libelle, tot en met week 43: Puzzelmarathon in Libelle voor Simavi!
Lees meer over de krachtige moeders van Nepal. Steun ze, door mee te puzzelen. Er zijn mooie prijzen te winnen, waaronder een auto, als u alle vier weken meedoet.

Marelle – Dove è…?

donderdag, oktober 6th, 2011

Het is eind van de middag en we zijn op zoek naar ons hotel op Sardinië. De TomTom, voor het gemak MarioMario genaamd, stuurt ons een zeer steil weggetje op. Gevaarlijk steil zelfs. Gehoorzamen of niet?

We parkeren onze auto om lopend de route te verkennen. Het weggetje, dat de Ardennen in jaloezie zou achterlaten, rekt mijn achillespezen flink op. Als de zoektocht dan ook nog tevergeefs blijkt – geen hotel te vinden – vervloek ik MarioMario. Bij een kroeg staan de gebruikelijke oudere mannen het leven te bespreken. De donkere kleren, broek tot net onder de oksels, en de verweerde gezichten, maken er typische dorpsbewoners van.

In mijn beste Italiaans vraag ik de weg: ‘Dove è il hotel Monte Maccione?’ Het gezicht van een van de mannen licht op. ‘Ah, Monte Maccione.’ In rap Italiaans legt hij uit hoe we moeten rijden. Ik vang een aantal woorden op, waarbij a la fine, sinistra, en cooperativo toch de belangrijkste lijken. Ik herhaal die aanwijzingen en de man knikt blij. Het leven lijkt simpel.

Dan voegt zich een jonge vrouw bij ons. Ze spreekt Engels en ze blijkt te wachten op twee toeristen. Waar kom je dat nog tegen? Nou, hier op Sardinië dus, in het plaatsje Olieva. Alleen blijken wij niet Günther en Ursula te zijn. Ze wacht niet op ons. Geen probleem. Spontaan worden we bij haar thuis uitgenodigd. Haar man is bezig wijn te maken en trots laat hij de grote bakken druiven en de vaten zien. Natuurlijk mogen we proeven.

En zo brengt onze hotel-zoektocht ons opeens bij gastvrije Sardijnen aan de wijn. Een soort enorme grote lange vinger blijkt erbij te horen. Wat een ontvangst voor twee niet verwachte gasten. Er volgt een demonstratie van het druivenverwerk-proces en wij zitten eerste rang. Na een tijdje nemen we afscheid en vervolgen onze weg, die behalve links afslaan en doorrijden tot het eind ook nog drieëntwintig haarspeldbochten blijkt te bevatten. In het hotel, met een prachtig uitzicht over zowel de bergen als de vallei, genieten we van een Sardijnse wijn, gemaakt door onze wijnboer. Het lijkt opeens heel aantrekkelijk om vaker naar de weg te vragen. Want wat zal die simpele vraag ‘Dove è…?’ ons nog meer aan verrassingen opleveren?

Wil je meer weten over thrillerschrijfster Marelle Boersma? Neem dan een kijkje op haar website. Marelle twittert ook, volg haar!

Marelle – Een man als vriendin

vrijdag, september 23rd, 2011

Volgens mij heb ik zo langzamerhand meer mannelijke vriendinnen dan vrouwelijke. Hoe dat komt? De afgelopen twee jaar heb ik ge-internetdate (of internet gedate, het is maar hoe je het ziet). Spannend en opwindend, maar zeker ook frustrerend. Het goede nieuws is dat ik met een aantal mannen contact heb gehouden. Het waren gezellige ontmoetingen, maar zonder een blikseminslag in het hart. Toch waardevol genoeg voor beiden om vrienden te willen blijven. Het zijn inspirerende contacten geworden. Met de een praat ik over relatieworstelingen, met de ander deel ik de liefde voor taal, en met weer een ander maak ik urenlange wandelingen.

Om me heen merk ik dat hier soms vreemd tegenaan gekeken wordt. Of eigenlijk, ze vinden míj vooral vreemd. Want mannen zijn jagers. Die denken alleen maar aan seks, en in dit geval dus aan seks met mij. Soms klonk er zelfs iets van bewondering in door: hoe heerlijk om op die manier van allerlei walletjes te kunnen snoepen. Maar dat was teveel eer. Ik sta echt alleen maar in de vriendschapsstand. Niet meer en ook niet minder. Het is fantastisch om mannelijke vrienden te hebben, het is een verrijking in mijn leven. Ik wil die mannelijke vriendinnen liefst niet kwijt.

Toch maken de terugkerende opmerkingen indruk. Zeker nu ik zelf weer een relatie heb (nee, niet via internet). ‘Wat vind je nieuwe vriend daarvan?’, is de meest voorkomende vraag. Als ik het uitleg, knikken ze begrijpend, maar met een ondeugende twinkeling in de ogen. Ik laat het maar zo. Het zijn toch echt alleen maar vriendinnen. Deze mannen zijn niet uit op meer, anders hadden ze dat allang geprobeerd. Toch? Bestaat het dan niet, alleen maar vriendschap tussen een man en een vrouw? Ben ik hierin dan toch te naïef?

Wil je meer weten over thrillerschrijfster Marelle Boersma? Neem dan een kijkje op haar website. Marelle twittert ook, volg haar!

Femke – Wijze tante Femke

donderdag, september 22nd, 2011

Lieve Madelief,

Je was er niet en toen was je er. Voor ons, de buitenwereld,­ lijkt het alsof je ineens tevoorschijn getoverd bent, maar je moeder weet wel beter.

Wat ben je mooi. En wat voelt het bijzonder dat jij de eerste Sterken bent van de generatie na die van je vader en mij. Nu ik je in mijn armen houd, besef ik pas dat je niet zomaar een baby bent. Jij en ik zijn door de bloedband verbonden en dat betekent dat jij, net als je vader, mijn broer, altijd op mij kunt rekenen. Onvoorwaardelijk. Ik voel nu al de neiging om je kleine leventje, je kleine lijfje te beschermen, maar gelukkig heb je ouders die dat zullen doen. De liefste ouders. Ouders die knap, grappig, slim en dol op elkaar zijn. Je moeder is ontzettend humoristisch (als je kunt praten dan moet je maar eens vragen of ze je opa nadoet, dat kan ze meesterlijk) en je vader is een van de zorgzaamste mannen die er rondloopt. [rectangle]Je leven ligt uitgestrekt voor je, Madelief. Je bent letterlijk een onbeschreven blad. Geen fouten, geen verdiensten. Gisteren keken je opa en ik in je vaders eerste fotoalbum en toen werden we even emotioneel van het feit dat het leven maar door en door gaat. Dat jij ook zo’n album gaat vullen en jouw kinderen en de kinderen van jouw kinderen… De cirkel van het leven. Maar met die dingen hoef jij je nog helemaal niet bezig te houden. Bespiegelingen beginnen pas wanneer je halverwege de twintig bent. Tot die tijd is het vooral leven, met volle teugen leven. Leren lachen, leren lopen, leren praten. Vrienden maken, naar school, naar ballet.

Neem deze wijze raad van mij aan: je hebt een groot deel van je leven zelf in de hand. Met wilskracht kun je heel ver komen, als je maar een doel stelt. En laat me je dit zeggen: een van de belangrijkste doelen is liefhebben en geliefd worden. Ook al denk je op een zeker moment misschien dat hoge cijfers of een goede baan of een slanke lijn het allerbelangrijkst zijn. Probeer de stress en de druk van deze dolgedraaide maatschappij niet te veel op je schouders te nemen. Ik lijk een ouwe tante als ik het zeg, maar het is echt zo: de jaren razen als een dolle langs je heen. Zuig ze op, buit ze uit. En het belangrijkste: geniet!

Dikke kus,
je tante Femke

Femke – Trotse ouders

donderdag, september 1st, 2011

Mijn ouders zijn van het laatste slag. Of ik nu met een 6,5 of een 10 voor aardrijkskunde thuiskwam, hun reactie was er altijd een in de trant van: “Goed gedaan, hoor”. Toen ik de hoofdrol in de musical Pompelmoes veroverde, in groep acht, kreeg ik een schouderklopje en that was it. Het maakte ze niets uit of ik nu decordrager of hoofdrolspeler was.

Natuurlijk siert het mensen als ze je niet alleen beoordelen op prestaties, dat zie ik ook wel. Maar als je een streberig kind bent dat alles doet voor een tien en de bijbehorende waardering, dan is het best slikken als er geen loftuitingen je kant op komen wanneer je een doel bereikt hebt. [rectangle]

Naarmate je ouder wordt, kom je natuurlijk steeds meer los te staan van je ouders. Hun waardering blijft echter altijd belangrijk, of je nu 12 of 42 bent. Zo kreeg ik een paar jaar geleden deze column in Libelle. Nadat ik Reinier had gebeld om het goede nieuws te vertellen, pleegde ik een telefoontje naar Harderwijk.

Vader kwam aan de lijn, en ik gilde meteen: “IK KRIJG EEN COLUMN IN LIBELLE!!!! Yoeoehoeoe!!!!” Waarop hij reageerde: “Nou, dat is mooi.” Ik kon het niet helpen dat ik dit toch als een lichte teleurstelling voelde. Het was leuk geweest als hij voor één keer net zo door het dolle heen was geweest als ik. Maar de nuchterheid voerde, zoals altijd, de boventoon.

Trots uit zich bij mijn ouders in andere dingen, zo is het nu eenmaal. Dat werd laatst weer eens duidelijk toen mijn vader me bekende dat hij mijn column in de C1000 had staan lezen. Verwonderd vroeg ik hem waarom hij daarvoor naar de supermarkt ging. Mijn moeder heeft al jaren een abonnement. Mijn vader antwoordde: “Ik mag hem van je moeder niet openmaken, want dat hoort bij haar zondagsritueel. En omdat ik nooit kan wachten, kijk ik stiekem alvast in de supermarkt wat je die week weer hebt geschreven.”

Met deze uitspraak kreeg ik in een keer de erkenning die ik zo graag wilde hebben, en ik besloot me nooit meer wat aan te trekken van die Zwolse nuchterheid. Ook weet ik wat ik mijn vader voor zijn verjaardag ga geven: een eigen Libelle-abonnement.