Posts Tagged ‘Ebru’

Kijk nu naar Libelle Nieuwscafe LIVE!

donderdag, februari 17th, 2011

Libelle Nieuwscafé LIVE wordt geopend door onze hoofdredacteur Franska Stuy. Het hoofdthema is het Nieuwe Werken, hierover zal gediscussieerd worden met Roos Wouters, Tatum Dagelet en onze nieuwscafé correspondenten Astrid, Desiree, Gediz en Nathalie. Daarnaast zijn er spetterende optredens van Karsu Dömnez, Krysl en Van Dik Hout.

De presentatie is in handen van Libelle’s Ebru en Femke.

Volg de uitzending van Libelle Nieuwscafé LIVE rechtstreeks vanuit café Duduok in Den Haag van 13.00 uur- 14.00 uur.

Ebru – Focus!

maandag, november 22nd, 2010

Locaties bezoeken, menu’s bepalen, uitnodigen maken, het programma samenstellen, sponsors benaderen, je kunt het zo gek niet bedenken of ik ben er uren zoet mee geweest. Van goodybags regelen tot de inhoud ervan, van tafelschikking tot presentatie, van betalingen controleren tot bloemen voor de optredens. Op zich een megaleuke klus, maar als je bedenkt dat ik hiernaast nog een bestaan heb – en bijvoorbeeld opdrachtgever Libelle nu al bezig is met de activiteiten voor 2011 – kun je je voorstellen dat ik gesloopt was. Zo veel ballen tegelijk in de lucht houden – ik wist niet dat het mogelijk was. Het gaat dan ook niet vanzelf: overdag stroomde mijn mailbox vol met zo’n honderd mails per dag. Om nog maar te zwijgen van het aantal telefoontjes. Mijn oren tuiten nog. ’s Avonds zat ik tot ver na middernacht alles af te ronden waar ik overdag niet aan toekwam. En ’s ochtends stond ik op zonder nog een keer omdraaien (de luxe van de vrijgezelle zelfstandige). Maar zaterdag was het dan zover: het gala. Totaal gesloopt was ik, maar als je eenmaal een mooi jurkje aan hebt en make-up op je gezicht, dan gaat alles vanzelf. Een paar schoonheidsfoutjes die niemand opvielen, maar het was een geslaagde avond. Een prachtlocatie. Een goed menu. Leuke artiesten. 150 Tevreden gasten. Wat wil een mens nog meer? [rectangle]

Werken. Er moet gewerkt worden. Ik loop een stuk of wat deadlines achter. De opdrachten stapelen zich op. En de vooruitzichten voor het einde van dit jaar en de eerste helft van 2011 zijn zó leuk. En hectisch. Voorlopig ga ik even geen gala’s organiseren maar me op Libelle & Co. focussen. En ook al zal achteraf blijken dat de organisatie van het Tannet-gala de stilte voor de Libelle-storm zal zijn, het doet me nu even niets. Vanaf nu ben ik zwaar Libelle gefocust. Ik heb er zin in!

columns

Ebru – De gemeente

vrijdag, november 12th, 2010

De setting? Een telecomwinkel in Kusadasi, Turkije. Een mevrouw rende in paniek naar binnen want sinds kort is het betaald parkeren op straat. Blijkbaar had ze geen geld of zag ze de parkeerbeambten niet (echte mensen in plaats van een meter!) en wist ze niet wat ze moest doen. Het antwoord van de jongen in de telecomwinkel bood de dame rust en deed mij me iets realiseren: zó kan het dus ook. De gemeente is er niet om geld aan je te verdienen, de gemeente is er om te faciliteren en vraagt een bijdrage om die faciliteiten op orde te houden. Ik was vergeten dat het ook zo kon.

Een uur later weer zo’n eyeopener. In Turkije kun je niet alles automatisch laten afschrijven. Elektra wel. Water niet. En zo stond ik in de rij bij de gemeente om het water, dat ik al twee maanden niet had betaald, te betalen. In doodsangst dat het ieder moment afgesloten kon worden. Zo handig, een huis in het buitenland! Bij de balie vroeg ik hoe lang het zou duren eer ik afgesloten zou worden van water. De dame die me hielp, keek me bevreemd aan. “Afgesloten? Van water? Mevrouw, water is een eerste levensbehoefte, dat sluiten we niet af. Elektra wel.” [rectangle]

Elektra kan dus wel automatisch worden afgeschreven, mijn adsl internet ook. Maar alle overheidsvoorzieningen, zoals WOZ, water en wie weet welke zaken nog meer waarvan ik het bestaan niet weet en die ik dus niet betaal, worden alleen automatisch afgeschreven als je een rekening bij bepaalde banken hebt lopen. En die heb ik niet. Toch prettig om te weten dat ik me over sommige dingen in Turkije niet druk hoef te maken.

In Amsterdam is het leven één grote zucht. De gemeente weigert in parkeergarages parkeren per minuut in te voeren. Dat scheelt te veel inkomsten. De Amsterdamse overheid is er niet voor ons. Nee, wij zijn er voor de Amsterdamse overheid. Wonderbaarlijk dat er in die stad nog mensen wonen.

columns

Ebru – koffiedik kijken

dinsdag, november 9th, 2010

Moet ik blijven, gaan, hem volgen of hem eruit zetten? Iemand hoeft dan maar te roepen dat ze een tarotlegster, helderziende, horoscopentrekker, medium of handenlezer kent en we verliezen ons verstand. Het enige juiste antwoord ligt in de woorden van de ander. Is het de hoop die we zoeken, of het interpreteren van woorden die uit de mond van een ander rationeler klinken dan wij, verstrikt in emoties aankunnen op een bepaald moment?

Hoe het ook is, toen ik mijn vriendinnen liet weten dat een andere vriendin een koffiediklezeres uit Turkije had geïmporteerd, stond iedereen in de rij. Het oude dametje ziet eruit zoals je denkt dat een koffiediklezeres eruit moet zien. Oud. Grijs. Grote doek om d’r hoofd. Klein. Dik. Bloemetjeskleding. En gezien de goede referenties die ze had, wilde vrijwel iedereen die van haar komst wist, een afspraak maken.[rectangle]

En zo had ik op zondag een full house. Een vriendin kwam uit België. Een meisje was toevallig over uit New York en moest haar zien. Amsterdam-Zuid liep uit. En mijn mailbox liep vol: hoe lang is ze hier nog, kan het ook een andere keer? Ja, het kan ook een andere keer. Ik zette Turkse koffie (had zowel de koffie als de kopjes speciaal gekocht), zette de pepernoten erbij en iedereen dronk braaf het kopje leeg. Daarna plaats je het schoteltje erop en draai je het geheel om. Als het afgekoeld is, gaat de koffiedame aan de slag. Wat ze doet, ik weet het niet maar iedereen ging onder de indruk weg. Verleden, heden en toekomst passeerde de revue. Mannen werden besproken, banen onder de loep genomen en betoveringen – het kwade oog – werden teniet gedaan. Redelijk indrukwekkend.

Behalve dan bij mij. Waarbij bij iedereen over familie, werk en man wat te vertellen viel, haperde het bij mij. Het verhaal bleef hangen op ‘de man’. Net als vorige keer stamelde ze: “Jij had allang getrouwd moeten zijn, er is iets misgegaan, er is iets misgegaan maar dat kan niet, moet niet, mag niet… Dit moet goedkomen.”

Ik bleef met raadsels achter. Ja, ik had allang getrouwd moeten zijn. Ja, het is misgegaan. Maar ‘goedkomen’… Kan iemand ‘goedkomen’ definiëren?

columns

Ebru – Tienduizend euro

maandag, november 1st, 2010

De paspoortcontrole op Schiphol verliep vlotjes, de vertraging duurde anderhalf uur en toen het eindelijk tijd was om te boarden, bleek ik wederom mijn paspoort te moeten tonen. Op Schiphol, achter de douane, vlak voor de laatste tassencontrole. [rectangle]

“Uw paspoort is in Istanbul afgegeven?”, sprak de douanebeambte.
“Ja”, antwoordde ik. Ik heb nooit zin om te veel te zeggen tegen mensen in een uniform. Er zit een suggestie in zijn vraag, hoewel, er zitten meerdere vragen verborgen in die vraag. Vind ik althans. Stel ze maar één voor één – als je durft. Denk ik dan. Waar andere mensen klein worden als ze tegenover een burger in uniform staan, zo stijgt mijn zelfvertrouwen. Noem het voor mijn part arrogantie, maar mijn aangeboren ‘mij krijg je niet gek’-houding groeit. Dus terwijl de ambtenaar door mijn maagdelijke, in Istanbul afgegeven Nederlandse paspoort bladerde, bleef ik hem vriendelijk aankijken. Afwachtend. Zoek wat je denkt te kunnen vinden, het zal er niet zijn. “We zijn met een geldcontrole bezig”, sprake beambte.

Ik herinnerde me opeens het formulier dat ik bij de tassencontrole in mijn handen gedrukt kreeg. “Meer dan tienduizend euro op zak? Dat moet u aangeven!” Stond op het formulier waar ik secondenlang naar heb staan staren. Het wilde niet tot mijn hersenen doordringen en wel om één simpele reden: wie heeft er in hemelsnaam nog geld op zak?! Ja, ik, maar in mijn vriendenkring ben ik de enige die zonder pinpas uit winkelen gaat. Ik ben klaar met plastic geld uitgeven, ik ben weer (al meer dan een jaar) terug naar écht knisperend geld. Maar tienduizend euro, nee, dat heb ik niet op zak.
“U mag niet meer dan tienduizend euro het land uitvoeren”, sprak de douanebeambte terwijl hij mijn paspoort overhandigde. “Ik heb geen geld”, sprak ik snel. Te snel, zeker voor mijn doen. “U hebt geen geld?”" Owww. Verkeerd antwoord. NATUURLIJK heb ik geld op zak. En redelijk veel ook, maar geen tien mille.

“Ja, ik heb wel geld, uiteraard”, sprak ik. “Maar een paar honderd euro, ik weet niet precies hoeveel.” Ik wist dat ik geld in mijn portemonnee had toen ik een paar honderd euro pinde waarvan inmiddels ook wel iets had uitgegeven dus, ja, ik heb geld op zak, uiteraard. Maar hoeveel?! Ik voelde de bui al hangen. Heb ik weer.
“Prima mevrouw, dan wens ik u een fijne reis.”
O. Was dat het? Hm. Ik snap niets van die controles. Zonde van ieders tijd. En geld.

columns

Ebru – Euro-Turken

maandag, oktober 25th, 2010

Ongeacht of het om ziekenhuizen, gemeentetoestanden of onderwijs gaat. De klager? Euro-Turken. Ook wel allochtonen genoemd. Van die gevallen zoals ik, geboren getogen in Nederland en die dan als ze in Turkije met vakantie zijn, niet snappen dat alles anders werkt in Turkije. Alsof in België alles werkt zoals in Nederland. [rectangle]

En het is een feit: alles is verschrikkelijk slecht of vaag geregeld. Zálig! Dat betekent dat er ruimte is om alles precies zo te regelen zoals jij het wilt. Heel simpele dingen als met de pinpas van de ene bank geld halen bij de pinautomaat van de andere bank, kan pas sinds kort. En nog steeds communiceren niet alle pinautomaten van alle banken met elkaar. Maar ook moeilijke dingen, zoals politiek en bouwvergunningen zijn een drama. Wij noemen het achterkamertjespolitiek, in Turkije heet het vriendjespolitiek. Zelfde actie, andere benaming. Ergens geloven de euro-Turken dat in Nederland alles keurig geregeld is. Dat Nederlanse politici mensen zijn die elkaar met een handdruk hun woord geven. Waar ze dat rare idee vandaan toveren als ze in Turkije zijn, weet ik niet. En je hoeft maar tien minuten in Amsterdam rond te lopen om te zien dat de stad een bouwput is. En in Turkije wordt geklaagd over bouwoverlast. Het klopt dat achttien uur per dag werken aan een straat, appartementencomplex of winkelcentrum erg vervelend is voor de buurt. Maar die nare toestand duurt wel slechts drie maanden. In plaats van dertien jaar.

Die klagende euro-Turken, ik moet erom lachen. Het is allemaal geweldig geregeld in Turkije. Als je internet het niet doet, staat er dezelfde dag nog een man voor de deur om je te helpen. Als je wilt verbouwen, beginnen ze nog dezelfde week en is het klaar wanneer je wilt dat het klaar is. Je drinkwater in coolers wordt thuisgebracht, parkeertarieven zijn twee kwartjes, de winkels zijn 24/7 open, eten wordt thuisbezorgd én is lekker. En ja, het kapitalisme tiert hier welig. Het resultaat is dat mensen het vanzelfsprekend vinden dat er competitie is: service, bekwaamheid, ondernemersgeest en boven het maaiveld uitsteken wordt toegejuicht. Dat die euro-Turken klagen in Turkije, heus, het zegt meer over Europa dan over Turkije. Helaas.

Meer columns

Ebru – Gratis werken

vrijdag, oktober 15th, 2010

In mijn vak komt het veel voor, gratis werken. Het is absoluut onverdedigbaar en toch heb ik er tegelijkertijd totaal geen moeite mee. Als een collega me benadert voor iets (meestal een stukje schrijven, een spreekbeurt of een lesje columns schrijven) en zegt dat er niets tot een fooi tegenover staat, denk ik eerst aan haar. Háár feestje, zij moet scoren en als ik daaraan kan bijdragen: PRIMA! Bovendien ga ik er vanuit dat collega’s me niet bedonderen: als er budget zou zijn, zou me dat ook gegund worden. Vaak genoeg is die overtuiging waarheid gebleken. Een andere reden waarom je gratis zou kunnen werken, is omdat er ander werk of publiciteit (wat weer kan leiden tot ander werk) uit volgt die je kunt gebruiken. Het is ook een quid pro quo-dingetje: ik doe iets voor jou, op een dag doe jij iets voor mij. Het wereldje is klein, je komt elkaar tegen en je moet elkaar ook iets gunnen (zowel aan de gratis leverende kant als aan de opdrachtgevende kant). [rectangle]

De beste reden om gratis te werken, is als het voor een goed doel is. Pink Ribbon is er zo een. Alle opbrengsten van Pink Ribbon gaan naar onderzoek tegen borstkanker dus zeg dan maar eens nee als je gevraagd wordt om een stukje te schrijven voor een Pink Ribbon-boek. Maar ik ben dan wel zo’n trut die checkt of ik de enige ben die voor nop werkt. Want medewerkers van de uitgeverij worden gewoon betaald. Die zijn in vaste dienst, of wordt dat boek soms na werktijd en op atv-dagen samengesteld? Hoewel je je ook hier weer overheen zet: die mensen máken tenminste iets waarvan de opbrengst naar borstkankeronderzoek gaat. Totdat je belt en blijkt dat de samenstellers van het Pink Ribbon-boek freelancers zijn. Die betaald worden. Tien procent – de auteursgage. “Wij krijgen als auteurs tien procent maar wij geven dat meteen door aan Pink Ribbon.”

Nu schieten mij twee dingen in het verkeerde keelgat: 35 vrouwen worden benaderd om een stukje te schrijven. Die 35 vrouwen zijn ‘dus’ de auteurs. Niet de samenstellers van een boek. Goed, met sommige vrouwen doen de samenstellers interviews, ze tikken dus ook nog iets zelf. Maar de auteur, één van de 35 auteurs althans, ben IK. Die tien procent zou dus voor mij moeten zijn. En of ik dat zou houden of doorsluizen naar Pink Ribbon, die keuze zou 100% bij mij moeten liggen.

Ik haat dit soort verzoeken en initiatieven. Het idee is goed, de uitvoering niet. De fooi die een dergelijk boek zou opleveren, kan me werkelijk gestolen worden – het gaat me om het principe, de vanzelfsprekendheid dat ik niet betaald word en de samenstellers die zich opeens auteur noemen, wel. Die ook nog blaten dat ze hun gage aan Pink Ribbon geven. Ik haat het. Maar met een familie waarin borstkanker heerst, en een zusje dat door het KWF gesponsord wordt om onderzoek naar borstkanker te doen, moet ik er toch een nachtje over slapen of ik dit verzoek wel kan weigeren. Ook principes hebben hun houdbaarheid. 

 Meer columns

Ebru – Terug. Jippie!!

maandag, oktober 11th, 2010

Weg uit het huis waarin alles nieuw is. Luxueus is. Op maat gemaakt is. Weg uit het huis dat extreem groot is, een tuin heeft en van mij is? Ik heb het weggedrukt. Omdat ik het ondankbaar vond. Overdreven. Geldverspilling. Ik heb mezelf voorgehouden dat ik hiervoor gekozen heb en dat die rationele keuze juist was. Maar het is me duidelijk geworden: ik krijg hoofdpijn in mijn huis. Het is er te donker. Wat niet gek is, ik houd niet van lampen dus heb ik er niet veel. Het natuurlijke licht komt via grote ramen voor en achter binnen maar dat is behelpen in een Amsterdamse benedenwoning. Tenminste, als je vorige woning op de tweede en derde verdieping was waar de zon naar binnen straalde. En je zomerhuis in Turkije al helemaal geweldig is qua zon en licht. Ik trek het niet meer. [rectangle]

De ‘nieuwe’ woning is ook van mij. En staat leeg. Het zou goed zijn als ik die zou verhuren, maar om de een of andere reden heb ik dat nog niet gedaan. Het is namelijk ook een geweldige woning. Ook zelf ontworpen en ingericht. Maar in tegenstelling tot de woning waarin ik nu woon, is het daar ‘oud’. Alles is vijftien jaar geleden gedaan en hoewel ik het altijd heb onderhouden – afgelopen zomer heb ik zelfs het trappenhuis nog laten schilderen terwijl het leeg stond – is het dus niet zo ‘nieuw’ als de woning waar ik nu woon. Het bubbelbad bubbelt minder goed dan dat ding dat ik nu heb (en waarin ik in de vier jaar dat ik hier woon misschien vijf keer gelegen heb). De Siematic-keuken heeft geen Miele apparatuur. De Bosch wasmachine is geen Miele. De waterkoker is geen quooker. Het is ‘maar’ 180 m2 in plaats van de 250 waarop ik nu woon. En het dakterras is geen tuin (waarin ik toch nooit zit).

Op het meest idiote moment van mijn leven komt de calvinist in mij naar boven: ik hoor niet ongelukkig te zijn in een woning die groter, luxueuzer en nieuwer is dan mijn vorige huis. Maar het is natuurlijk nog idioter om ongelukkig te zijn in een woning als het alternatief voorhanden is. Het is bizar om te realiseren wat ik altijd al wist: ik geef niets om luxe of materiële zaken. Helemaal niets. Dus guess what? De calvinist in mij heeft haar vijftien minuten gehad. Ik ga terug verhuizen. Naar mijn oude vertrouwde woning met licht. Heel veel licht. De Miele in de huidige keuken zal me geen seconde missen. Ik haar ook niet.

Meer columns

Ebru – Ziek!

maandag, oktober 4th, 2010

Gelukkig ben ik nooit ziek. Ja, ik heb wat lichamelijke gebreken: ik ben doof aan een oor en heb tien jaar geleden mijn ogen laten laseren. Maar verder ben ik gezond. Althans, dat denk ik. Zolang ik niet naar een dokter ga en onder een scan gelegd word, weet ik zeker dat ik kerngezond ben. Die wetenschap voldoet.

Het enige waar ik de klok op gelijk kan zetten, is keelpijn. Die uitmondt in neusverkoudheid, oor- en hoofdpijn. Mijn lichaam is dan de baas en de baas zegt: “Zo, nu is het eventjes mooi geweest. Lekker tukjes doen! Paracetamol slikken en thee met honing.” Me hiertegen verzetten heeft geen zin, mijn lichaam pakt me dan driedubbel zo hard terug. Zoals vorig jaar. Ik hoestte als een gek maar omdat ik ‘nooit wat heb’, besteedde ik er geen aandacht aan. Totdat ik me realiseerde dat ik inmiddels al een week of zes aan het hoesten was. De hele afgelopen winter heb ik gehoest, en dat terwijl ik met 20 graden onder de Turkse zon zat. Dat gaat me dit jaar dus niet nog eens gebeuren. [rectangle]

Vandaar dat ik de afgelopen week onbereikbaar was. Hoe het kan weet ik niet, maar de keelpijn trad in. Was het een verkouden Libelle-collega, was het de autoverwarming die het niet deed – net op de dag dat ik in een file van twintig kilometer zat? Hoe dan ook, het begon met keelpijn. En een zak drop die hier niet tegen hielp. Snel aan de paracetamol. De ibuprofen. De paardemiddelen die ik uit Turkije had meegenomen. En zie hier, na drie dagen lekkende ogen en neus gaat het weer een stuk beter. Ik haat ziek zijn. Als freelancer meld je je nergens af – niemand die zegt: “Pas goed op jezelf, even goed uitzieken hoor”. En als single is er niemand die zegt: “Hier, kopje thee, honing erbij, je moet echt even wat eten hoor…”. Ziek zijn is me te eenzaam. Alleen daarom al geef ik eraan toe. Moet er niet aan denken dat die eenzaamheid langer dan noodzakelijk duurt.

Ebru – Laat mij maar vousvoyeren

maandag, september 27th, 2010

De ouders van vrienden, ik zeg ‘u’ tegen ze. Ik kan er niet goed tegen om oudere mensen die ik respecteer als intimi te benaderen. Niet dat ik er niet intiem mee kan zijn, de manier waarop je het ‘u’ uitspreekt, zegt veel. De 83-jarige vader van een van mijn beste vrienden ‘je’ en ‘Pierre’ noemen? Ik krijg er kriebels van. Nooit! “Oké, als je dat niet wilt, is het ook goed”, was zijn reactie. Het verandert niets aan de verhouding, hij vindt me nog steeds even lief en leuk, ik heb nog steeds enorm ontzag voor hem. 83. Zó veel meegemaakt in zijn leven. Zó slim. Hetzelfde geldt voor mijn 87-jarige oom Philip. Geen haar op mijn hoofd om ‘je’ tegen hem te zeggen. Of ‘Philip’. Er komt een leeftijd waarop sommige ooms en tantes zeggen: “Zeg maar Phil hoor”. Ik schudde altijd mijn hoofd. Ik wil een oom. En een tante. Duidelijke verhoudingen. Nabijheid door vermeende afstand, ik vind het zalig. Mijn ‘u’ is bedoeld uit respect. [rectangle]

Met ‘u’ benader ik ook mensen die ik niet mag. Niet respecteer. Die mensen verdienen het niet dichterbij me te komen. Zo dichtbij dat ze ‘je’ tegen me zeggen. Want als ik ‘u’ zeg, voelt degene die ik niet mag, dat ze het niet in hun hoofd moeten halen ‘je’ tegen me te zeggen. Afstand, gecreëerd door woorden. Een simpel woordje, lettertje zelfs.

Er komt een leeftijd, of eigenlijk meer een uitstraling, waardoor jongeren opeens ‘u’ tegen mij zijn gaan zeggen. Nog steeds moet ik slikken als iemand in een winkel ‘u’ tegen me zegt – tenminste, als het een jongere persoon is. Van oudere dames en heren kan ik het juist erg waarderen. Dan vousvoyeer ik terug. We kennen elkaar immers niet, hoezo zouden we elkaar tutoyeren?! En eerlijk is eerlijk, ik heb inmiddels de ‘u’-leeftijd. Als studenten me bellen, zeggen ze ‘u’ tegen me. Ik zeg dan: “zeg maar ‘je’ hoor” – wat er nog steeds raar uitkomt volgens mij.

En dan zijn er de mensen die vanwege hun functie het vousvoyeren afdwingen. Ali B die bij Pauw en Witteman minister president Balkenende ‘je’- en ‘jouwde’. Iedereen had het erover en ook als ik dit schrijf, zal iedereen het zich weer herinneren. Dit weekend in Brandpunt, Sven Kockelman die Job Cohen tutoyeerde. Op Twitter viel de hele journalistieke gemeenschap erover. Wat mij bij de eeuwige vraag bracht: hoe spreek ik straks Rutte aan tijdens het Libelle Broodje Politiek? Ik heb alle ministers altijd gevousvoyeerd – wat ik sowieso doe. Maar Rutte, iedereen noemt hem Mark. Ik noem hem al jaren Mark. Ik ga er vanuit dat alle Libelle-gasten hem gaan vousvoyeren. Dus dat ga ik dan ook doen. En toch kinkt het raar: ‘meneer Rutte’. Gelukkig hebben we nog geen Libelle Broodje Politiek-datum geprikt. Eerst komt Geert. Meneer Wilders. Pff, ook al iemand die ik tutoyeer. Gelukkig heb ik nog tot 10 december om over het tutoyeren of niet (niet dus) van Geert na te denken.

Ebru – Einde vriendschap

maandag, september 20th, 2010

Oneerlijkheid. Ongeacht of het mezelf of een ander betreft. Een zwart-wit wereldbeeld maakt het makkelijk om recht van onrecht te onderscheiden. Maar. Er zijn grenzen aan mijn geduld. Of zachtaardigheid. Als je ruzie met mij hebt, is er geen weg terug. Hoe kinderachtig dat ook mag klinken, ruzie is ruzie. Als je het goed wilt maken met me, dan snap ik dat niet. Want waarom maak je eerst kapot wat goed is, waarom maak je eerst ruzie, als je door ‘sorry’ te zeggen dat wat kapot is gemaakt eigenlijk weer wilt herstellen? Ik snap dat niet. Sorry, dáár trap ik niet in. [rectangle]

Het aantal mensen met wie ik ruzie heb, is aan de vingers van één hand te tellen. De voormalig burgemeester van Amsterdam, zal – sinds hij mij publiekelijk in een volle zaal met Marokkanen de stad uit heeft gewenst – nooit meer een vriend van me worden. Als ik het al kan opbrengen hem met respect te bejegenen, is dat een opgave. Daar ben ik eerlijk in. De ander met wie ik ruzie heb, haar naam wil ik niet eens noemen. Zij bestaat niet voor me. En dan heb ik sinds kort ruzie met iemand die ik vriend noemde, iemand die ik al zes jaar ken en regelmatig spreek, raadpleeg en met wie ik lief en leed deel.

Die iemand noemde ik vriend. Tijdens onze laatste bijeenkomst bleek dat hij al jaren dacht dat ik door mijn ouders werd onderhouden. Het kwam er zomaar uit tijdens een borrel. “Jij verdient toch helemaal niet genoeg om jouw levensstijl te bekostigen?!” Ik, veertig jaar, alleenstaande werkende vrouw, stond met mijn mond vol tanden. Hoe noem je iemand die zoiets zegt? Nog afgezien van het feit dat deze figuur journalist is (iets wat ik ook schijn te zijn) en door publiceren en schrijven in zijn levensonderhoud voorziet, en ik hem al die jaren voor vriend aanzag. Hoe kan iemand ervan uitgaan dat hij zelf wél kan leven van wat hij doet (namelijk journalistieke werkzaamheden) en ik niet (terwijl ik exact hetzelfde en nog meer doe dan hij)?! De grens aan mijn verbazing werd bereikt door zijn uitspraak “Jouw ouders hebben jouw zomerhuis natuurlijk betaald, waarom zou je anders in exact hetzelfde dorp als je ouders een zomerhuis kopen?!”.

Ik ben opgestaan en weggelopen. Ik heb de telefoon niet opgenomen toen hij belde. Ik ben een vrouw. Een werkende vrouw. En ik krijg leuke cadeau’s van mijn ouders, afgelopen week nog een doosje met lekkere chocolaatjes maar heus: mijn huizen koop en betaal ik zelf. Mijn sieraden en kleding ook. Iedereen die denkt dat ik als vrouw niet kan werken of kan verdienen wat een man verdient, schrap ik van mijn vriendenlijstje. Dan heb je namelijk geen ruzie met me, maar respecteer je me niet. Geen respect betekent zo veel als oorlog. En einde vriendschap. 

Meer columns

Ebru – Vreemde tijden

vrijdag, september 10th, 2010

Het suikerfeest valt dit jaar samen met de 9/11-herdenkingen en al die mensen die helemaal niets met die aanslag te maken hebben, die de aanslag minstens zozeer verafschuwen en veroordelen als de inheemse Nederlanders, zullen getrakteerd worden op meningen, tv-beelden en getetter vanuit Amerika. Velen van hen zullen de schouders ophalen, maar hoe vaak je dat ook doet, het getetter wordt er niet minder om – en mijn hoofdpijn dus ook niet.

Het zal allemaal wel bij de emancipatie van moslims horen. Vroeger, toen ik nog klein was, betekende het suikerfeest iets. Met name cadeautjes. En nieuwe kleding. Niet dat ik als verwend meisjeskindje nooit cadeautjes of kleding kreeg, maar dit was wel een mooie extra reden om het suikerfeest te vieren. Er kwamen mensen langs of we gingen bij mensen op bezoek. Net kerst dus. En dan nu… bij mijn ouders komen nog steeds mensen op bezoek, behalve ik natuurlijk. Ik ben die slechte dochter die nooit zal langskomen op de dagen dat het is voorgeschreven. Kerst? Mij niet gezien. Suikerfeest? Ik heb ’n lieve vriendin, Gediz, die mij vroeger sms’te: “Het is suikerfeest je moet je ouders even bellen”. Sinds ze dat niet meer doet, bel ik dus ook niet. [rectangle]

Eens in de zo veel tijd vallen feestdagen samen. Zo valt dit jaar het suikerfeest samen met een Joodse feestdag. En al het gefeest valt ook nog eens samen met de 9/11-herdenking. Die weer gepaard gaat met een demonstratie tegen de bouw van een islamtisch gemeenschapscentrum waar ook een islamitische gebedsruimte in geplaatst wordt. Het zijn vreemde tijden. Vroeger had je geen idee wat er aan de andere kant van Nederland gebeurde, nu brengt internet de andere kant van de wereld in een fractie van een seconde de huiskamer in. We zien de ellende die overal ter wereld plaatsvindt, veelal geweld uitgevoerd onder het mom van godsdienst. Ik denk dat ik dit weekend maar ‘ns ga bijslapen. Deken over mijn hoofd en geen suikerfeest. Of een bij Ground Zero tetterende blondie ‘from Holland’.

Meer columns

Ebru – Koekje van eigen deeg?

maandag, september 6th, 2010

Wat niemand voor mogelijk hield, is gebeurd: Geert Wilders heeft de stekker uit de formatiebesprekingen gehouden. En niet, waar iedereen bang voor was, Maxime Verhagen. Wilders wijst echter naar het CDA voor zijn motivatie: hij eiste dat alle 21 CDA-fractieleden het regeerakkoord zouden steunen en ging er vanuit dat dat niet zou gebeuren. CDA’er Ab Klink had immers al door een brief te schrijven aangegeven hoe hij over WIlders, zijn PVV en de op handen zijnde samenwerking dacht. Wilders concludeerde dat zijn eis geen stand zou houden. Van de 21ste CDA’ers zou er altijd wel eentje (Ab Klink bijvoorbeeld) dwars kunnen liggen. Een risico dat hij niet wilde nemen. [rectangle]

De reacties verbaasden me: op Twitter melden politici in 140 tekens hoe blij ze zijn over het mislukken van de formatie. Er gloort immers licht aan de horizon voor PvdA, D66 en Groen Links. De een zijn dood, is de ander zijn brood niet waar? De kranten melden dat Verhagen zijn kikkers niet in de emmer zou kunnen houden. De foto’s van Mark Rutte op de voorpagina’s zijn veelzeggend. Maar ik hoor niemand wijzen op het feit dat Wilders uit de VVD-fractie is gestapt juist omdat de VVD fractie EISTE dat hij hetzelfde standpunt zou innemen als de rest van de fractie. Dat hij mee zou stemmen met de fractie.

Kortom, dat ook van Wilders geëist werd dat hij zijn eigen mening voor zich zou houden. Hij was er destijds zo verbolgen over dat hij geen vrijheid van meningsuiting zou hebben dat hij de VVD gedag zei, z’n zetel oppakte en zijn eigen fractie vormde. En deze meneer eist nu dat 21 CDA kamerleden een regeerakkoord steunen en de komende vier jaar allemaal dezelfde mening verkondigen? Ik dacht dat vrijheid van meningsuiting voor iedereen gold?

 Ondertussen vraag ik me af of we 1 juli überhaupt nog gaan halen.

Meer columns

Ebru – Melancholie

woensdag, september 1st, 2010

Het moment dat ik me dat realiseerde, kocht ik mijn huis in Turkije. Inmiddels zit ik er vaker dan dat ik in Nederland ben. Ik overwinter er (zon, zon, zon terwijl hier de Anton Pieck-tijden herleefden) en ’s zomers zit ik er ook met mijn billen op het strand. Tussendoor (lente en herfst) kom ik wel eens terug naar Nederland. Het is uitermate gezellig om terug te komen, vrienden weer IRL (= in real life, dus in het echt) te zien, verjaardagen mee te maken, boekpresentaties te bezoeken, door de stad te fietsen en in de drukte van Nederland te zijn.

[rectangle]Elke keer weer vind ik het zalig om weg te zijn uit Nederland omdat ik me elke keer weer afvraag wat ik nou mis. Wie mij nou mist. Het korte, botte antwoord is tot twee keer toe: niets! Niemand! Natuurlijk doe je jezelf tekort door zo te denken, zeker als je thuiskomt en meteen al van feesten naar partijen snelt. Superleuk. Maar wat heb ik nu écht gemist? Het nieuws? Dat volg ik via internet en dat gaat prima. Ik loop op geen enkele wijze achter. Ergens is dat ook frustrerend: vroeger ging je weg en was je ook echt weg. Tegenwoordig ben je door alle mobiele apparaten elke seconde van de dag op de hoogte van wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt. Mentaal ben je nooit echt weg. Terugkomen is heel gek: het is koud – twintig graden verschil, geen grap. En het is druk: speelde ik in Turkije kluizenaartje, in Nederland rijd ik van hot naar haar. En de files, die zijn er nog steeds – iets wat ik zonder uitzondering vergeet als ik weg ben geweest.

Het is leuk om terug te zijn. Ik heb het idee dichter bij de actie te zijn, tenminste fysiek. In 48 uur heb ik al meer mensen gezien en gesproken dan de afgelopen drie maanden in Turkije. Maar het is jammer om te zien dat er niets veranderd is. We hebben nog steeds geen kabinet. CDA-‘prominenten’ roeren zich (waarom? De politiek blijft een ondoorgrondelijk gegeven) en op tv is een stoelendans van programma’s – ook dat verandert niet. Ja, de programma’s misschien maar de koppen niet.

Pff. En zo zit ik nu weer thuis, achter mijn computer. De tram raast voorbij, de zon probeert te schijnen en in plaats van mijn witte bikini heb ik herfstkleding en –kleuren aan. Niets verandert, behalve mijn locatie.

Meer columns

Ebru – Lekker alleen

maandag, augustus 23rd, 2010

Ik ben vijf weken weggeweest na de Libelle Zomerweek. Toen was ik een week of drie thuis voordat ik weer afzwaaide. Dat is inmiddels ook wel weer vijf, zes weken geleden. Niet dat ik gemist word: het is vakantie. Al mijn vrienden zitten in het buitenland of stressen zich een nog groter slag in de rondte omdat de kinderen vrij zijn. De redactie ontvangt mijn stukken zoals altijd over de mail. Soms op tijd, vaker te laat – ook niets nieuws.

Dagelijks mail ik met Nederland, met de redacties waar ik voor werk. Ik lever mijn stukken in, ik mail, ik twitter, ik schrijf maar ik ben er niet. In Nederland. Ik zit in m’n huis in Turkije en deze keer komt niemand langs. Enerzijds omdat de tickets achterlijk duur zijn in dit seizoen, anderzijds omdat ik het wel prettig vind, even tijd voor mezelf. Ik behoor tot die mensen die het leuk hebben met zichzelf. Geef mij m’n eigen ruimte en heus, ik amuseer me wel. Ik hoef niet zo nodig met iemand dingen te ondernemen. Te praten over van alles.

[rectangle]

Ik ben zo’n raar figuur die enorme lol in haar eentje kan hebben. Iets wat niet begrepen wordt door de rest van de wereld. Iets wat vreemd gevonden wordt. En wat mij daardoor aan mezelf doet twijfelen. Hoe gezond is het om drie, vier weken zonder gezelschap te verkeren? Geen vrienden te zien (zo’n gedoe, moet ik weer praten), de telefoon niet op te nemen (geen zin in) en hoe gezond is het om dat nog langer dan drie vier weken te doen?

Het is heerlijk om niemands gezeur aan te horen. Het is heerlijk om niet over futiliteiten te spreken. Het is zalig om je niet druk te hoeven maken over andermans problemen. Het is lekker, geweldig om net zo vroeg (of laat) op te staan als je wilt, te eten (of niet) wanneer en waar je maar wilt, te doen (of te laten) wat je maar wilt. Ik geniet van het kluizenaarschap zonder mezelf te verwaarlozen – dat is dan weer het voordeel van mijn smetvrezige natuur. Ik kan me druk maken over de juiste schoenen, het juiste jurkje, de fijne bikini en de verplichte afspraken bij de schoonheidsspecialiste. Ik heb nu al een paar weken geen sieraden om behalve parels in mijn oren en ook geen nagellak. Dat is me net iets te veel moeite, zeker bij veertig graden.

Maar m’m collega Maureen heeft gelijk: ik moet ‘ns terugkomen. Ik mis mijn vrienden. Mijn Amsterdamse (drukke) leven. Al wint de ratio nog steeds van mijn emotie: alleen is ook maar alleen.

Meer columns

Ebru – Onze mening telt niet

vrijdag, augustus 13th, 2010

Wat vindt Pietje, wat vindt Jantje en nog veel belangrijker: wat vind ik, met wie ben ik het eens en waarom heb ik gelijk? Zoals gezegd, soms, een enkele keer, ontbreekt mij de lust om me in een debat te mengen. Zeker als ik ervan overtuigd ben dat het totaal geen zin heeft om me druk te maken over het meningsverschil waarover gediscussieerd wordt. En de feiten, de uitgangspunten waarop men de discussie voert, totaal onjuist zijn.

[rectangle]

Geen wonder dat het ‘debat’ over ‘de moskee’ die op ‘Ground Zero’ komt, me totaal koud laat. Of de meningen die iedereen erop nahoudt over het feit dat Geert Wilders naar New York gaat om een babbel te houden tegen de bouw van ‘de moskee’ op ‘Ground Zero’. Waar ik me dan weer druk over maak, is het waardeloze Engels waarin Geert zich zal proberen verstaanbaar te maken in den vreemde. Fijn visitekaartje voor Nederland, zo’n steenkolenengels sprekende geblondeerde parlementarier. Nou ja, moet kunnen, wij Nederlanders staan immers bekend om onze tolerantie, niet waar? Althans, dat is in ieder geval waar de New Yorkse burgemeester Michael Bloomberg vanuit gaat, onze tolerantie is de basis waarop New York floreert, de Amerikaan zijn levensmotto uitdraagt en de Verenigde Staten bekend om staat. Alles kan, alles mag, vrijheid van meningsuiting geldt voor mannen en vrouwen van elk ras, elke gezindte en om het even welke sexuele voorkeur (hoewel de Amerikanen dat homohuwelijk nog niet accepteren, maar goed, dat is voor een andere column).

Of die ‘moskee’ op ‘Ground Zero’ komt of niet komt, daar hebben wij helemaal niets, maar dan ook echt to-taal niets, over te zeggen. Het zijn de Amerikanen die bepalen wat er in Amerika gebouwd wordt, waar iets in Amerika gebouwd wordt en wie daar gebruik van zal maken. Bij hun besluitvorming gaat het de Amerikanen om twee dingen: 1. worden de Amerikaanse rechten van de burgers gerespecteerd? En 2. wordt de rekening van de verbouwing betaald? Als dat het geval is, mag iedereen zijn mening uiten – gewoon, omdat dat mág in Amerika. Freedom of speech geldt voor iedereen. Evenals godsdienstvrijheid. Zolang er geen burgerrechten geschonden worden, zal alles wat geld oplevert gewoon gebouwd, gebruikt en geinstitutionaliseerd worden. En dus ook de bouw van een gemeenschapscenter een aantal blocks van Ground Zero vandaan, waarin naast culturele instellingen ook een gebedsruimte gehuisvest zal worden. En wat Geert Wilders, PvdA’ers, twitteraars, Nederlanders maar ook de rest van de wereld ervan vindt, het zal allemaal niets uitmaken. En zo hoort het ook. Er is geen enkele reden waarom er geen plek zou mogen zijn voor een gebedsruimte van een wereldgodsdienst twee blocks bij Ground Zero vandaan- ongeacht wat je persoonlijke mening over godsdienst en die wereldgodsdienst in het bijzonder is.

Ebru – Newsflash: Marokkaan voelt zich thuis in Nederland

vrijdag, juli 30th, 2010

Maar in deze moderne tijden is het makkelijk op de hoogte blijven van alles wat er thuis gebeurt. Hoe het met de formatie staat. Wat de Taliban van de PvdA vindt. En vooral dat de Telegraaf het ‘nieuws’ brengt dat ‘Marokkanen zich thuisvoelen in Nederland’.

‘Vroeger’ kon ik witheet worden van dit soort berichten, tegenwoordig haal ik er mijn schouders over op. Waarom zouden ‘Marokkanen’ zich niet thuis voelen in Nederland?! Definieer ‘Marokkaan’! Zou het iemand kunnen zijn die in Nederland geboren is, in Nederland op school heeft gezeten, studeert of werkt, iemand van wie de familie en vrienden in Nederland wonen en iemand die een Nederlands paspoort heeft? Het zou zomaar kunnen. Dat die ‘Marokkaan’ daarnaast nog een andere taal spreekt, geassocieerd wordt met criminaliteit en gewelddadig randjongerengedrag, is een gegeven. Zoals ‘de Nederlander’ standaard geassocieerd wordt met drugs en De Wallen. [rectangle]Niet met Nobelprijswinnaars of onze zogenaamde ‘kennisindustrie’. Dat die Marokkaan ook met zijn negatieve kant geassocieerd wordt, zal ‘m waarschijnlijk net zo hard raken als de associatie van drugs en het sekstoerisme op De Wallen. De doorsnee Marokkaan haalt er zijn schouders over op. Daar durf ik als Nederturk een wedje op te leggen. Dus dat die Marokkaan zich thuisvoelt in Nederland mag geen verbazing wekken. Hij woont hier, het is de bedoeling dat hij zich thuis voelt in de omgeving waar hij woont. Dat is, lijkt me ook voor hem de reden waarom hij in Nederland woont. Of blijft. Zoals de rest van ons.

Het wordt tijd dat we de rest van Nederland en Nederlanders serieus nemen, en laten zien dat Nederlanders in diverse varianten bestaan. En dat ook de Marokkaanse variant zich hier thuis voelt. Omdat hij hier thuis is. En blijft.

Meer columns

Ebru – Onaanvaardbare actie van Nina Brink, eh, Storms

vrijdag, juli 23rd, 2010

Daarnaast is Nina Storms vooral bekend als de dame die haar internetbedrijf World Online naar de beurs bracht, daar zeshonderd miljoen euro aan overhield, haar eigen aandelen maanden eerder al verkocht bleek te hebben en de internetbubbel deed barsten. De koers van World Online stortte in, vrienden, medewerkers en de man op straat waren hun inleg kwijt maar mevrouw Brink, nu Storms en geboren Vleeschdrager was wat eurootjes rijker. In plaats nog lang en gelukkig in de anonimiteit te leven deed mevrouw Brink wat al die vrouwen die het van pauper tot Quote 500 schoppen, doen. ‘Bewijzen’ dat ze een goede zakenvrouw is – althans, ze probeert het. En een van die pogingen is het boek NINA waar journalist Eric Smit vier jaar aan gewerkt heeft, uit de boekhandel te krijgen. Dat is niet gelukt. [rectangle]

Toch een nederlaag voor iemand die denkt dat alles te koop is. Ja, een vliegtuig is te koop. Juwelen en een eiland ook. Maar respect? Zeker niet. En vooral niet als je dan beslag laat leggen op het bezit van de journalist in kwestie, die een boek over jou heeft geschreven. Wat ik niet zo goed snap, is dat als je het een slecht boek vindt, en als je vindt dat er onwaarheden in het boek staan (de rechter achtte dat trouwens niet de moeite van een publicatieboycot waard), dan negeer je toch die hele journalist en dat boek? Aandacht geven aan iets wat je wilt doodzwijgen, is altijd nog de slechtste oplossing, niet goed voor je bloeddruk ook. Wat kan er zo erg zijn aan het boek NINA, geschreven door journalist Eric Smit, dat het rechtvaardigt om beslag te leggen op het hele hebben en houden van de journalist, nota bene een half jaar nadat het boek is uitgekomen?! Eric kan momenteel niet bij het geld dat hij verdient, sterker nog hij kan zelfs niet bij het spaargeld van zijn kinderen komen. Chic, mevrouw Brink, of mevrouw Storms. Heel chic. Had dan gewoon uitgeverij Prometheus opgekocht, de uitgever van het boek NINA. Wel zo makkelijk.

Steun Eric Smit door follower te worden op Twitter: @steunsmitsteunen. Doneren voor zijn juridische verdediging kan via stichting Muckraker 78.49.32.972 (Triodos Zeist).

Meer columns

Ebru – Verslaafd

vrijdag, juli 9th, 2010

Ik doe er lacherig over maar ontkennen is eigenlijk niet aan de orde. Familie en vrienden kijken al niet meer op, die vragen zich alleen af wanneer ik weer begin – in tijden van stilte.

Mijn verslaving is niet echt erg en daar begint het al mee: afzwakken. Nee, het is geen verslaving, het is een hobby die af en toe de kop opsteekt. Zo eens in de tien jaar. Bij het woordje tien jaar zal 80% van mijn vriendenkring zich verslikken: “Tien maanden lijkt me waarschijnlijker Umar.” Ik neem het me ook altijd weer voor: nu even niet. Echt niet.

De bekendste en daarmee beruchtste verslavingen moeten alcohol en suiker zijn. Alcohol kan me gestolen worden en suiker eigenlijk ook. Tenzij ik een dropje neem – dan moet de zak leeg. De remedie is simpel: geen drop kopen. Lukt goed, behalve bij het tankstation. Taartjes zijn een vak apart: een kieskeuriger taartjeseter dan ik bestaat niet. Hema en bakkersspul loop ik straal voorbij. Bijenkorf en banketbakkerspatisserie is niet per definitie goed, de uitstraling, kleur en combinatie moeten goed zijn. Nuffig, ouderwets nuffig ben ik als het om taartjes gaan. Maar een goede taart krijg ik op – niet verder vertellen. Ik doe het niet, maar dat komt doordat ik hele taarten mijd. Kortom, suiker is een milde verslaving die ik goed de baas kan. Maar dan. Die andere. Ik moet het zeggen maar krijg het niet over mijn lippen. Uit mijn toetsenbord. Ik ben verslaafd aan verbouwen. [rectangle]

Zucht. Dat kost moeite. Normale mensen haten verbouwen – ik ook – maar ik behoor tot diegenen die het eindresultaat kunnen visualiseren. Geef mij een bouwval en binnen een minuut zie ik of het potentie heeft of niet. Of hoe het potentie kan krijgen. Na een bouwval in Nederland kon ik me uitleven op de bouwval in Turkije. Inmiddels is het paleis in Nederland toe aan een schilderbeurt. En ik heb lekkage gehad. Dus dan mag ik weer. De lekkage is werk voor de stukadoor, het hele trappenhuis wordt gedaan en tja, als we dan toch bezig zijn, pak dan meteen het interieur mee. Die lamp is kapot en moet vervangen, in de kleedkamer moet een nieuw rek en trouwens: van die kapotte lamp heb ik er twee dus ze moeten allebei vervangen. Nu we toch zo lekker bezig zijn: laat de keukenboer ook maar komen, ik wil een nieuw granieten aanrechtblad in de keuken. 

En waarom? Omdat de lekkage verholpen moest worden. Dan is het toch logisch dat je maar meteen de rest ook meeneemt. Wel zo makkelijk. Zucht. Verslaafd. Valt niet te ontkennen. Of wel?

Meer columns

Ebru – Denkend aan Holland…

vrijdag, juni 25th, 2010

Maar fietsen in Amsterdam, als de zon schijnt, echt, leuker dan dat wordt het niet in Amsterdam. Fietsen is zo Hollands als maar zijn kan, in geen enkel ander land is fietsen zo vergroeid met de bevolking als bij ons. Wie het als kind niet geleerd heeft, zal het ook niet snel oppakken. Mijn moeder kan het bijvoorbeeld niet, fietsen. Ze mag het ook niet van ons, het hoeft niet, en fietsen is moeilijker dan wij denken. Noem me asociaal maar toeristen op de fiets, ik haat ze. Ze kunnen het niet, ze kennen de weg niet in Amsterdam en ze vergeten dat ze in een stad met verkeer rondrijden, niet in een Disneyland voetgangerszone – hoezeer Amsterdam daar bij tijd en wijle ook op mag lijken. [rectangle]

Fietsen als je koud een nacht terugbent uit Turkije, is genieten. Je ziet de stad, de mensen, het verkeer, de beweging. Je ziet hoe iedereen met elkaar omgaat en je ziet hoe goed alles geregeld is hier. Ja, al ons geklaag ten spijt is fietsen in Nederland een luxe. De fietspaden zijn duidelijk aangegeven en breed. Fietsers geven het aan als ze afslaan naar links of rechts – heus. Automobilisten houden rekening met fietsers – in een andere situatie zijn ze het zelf ook. En door rood licht rijden, gebeurt alleen als het kan – fietsers nemen geen onnodige risico’s. Ja, fietsen gaan vanzelf. Zoals wonen, leven en functioneren in twee landen voor mij ook vanzelf gaat. Het is heel rustgevend om dat te realiseren, dat het leven, mijn leven, vanzelf gaat en dat ik daar prima in fiets.

Meer columns