Posts Tagged ‘els meijers’

Ik, chef brievenbakjes

vrijdag, januari 16th, 2009

Ik moet nog een beetje wennen aan de nieuwe situatie. Gezellig is het wel, maar af en toe mis ik mijn personal space. Gedachteloos neuspeuteren tijdens het typen is er bijvoorbeeld niet meer bij. Maar waar ik vooral door van slag ben, is dat mijn systeem begint te haperen. Mijn organiseersysteem, het systeem dat mij op de been houdt in drukke, onoverzichtelijke tijden.

Terwijl ik aan de ene kant van de kamer mijn leven probeer te ordenen in brievenbakjes, mapjes, stapeltjes en nog meer stapeltjes, struikel je aan de andere kant van de kamer over usb-kabels, snaren en zaagsel. En niet te vergeten een berg papier die ik demonstratief naar de andere helft van het bureau heb geschoven met de mededeling: hier, dit is van jou. Wat zoveel wil zeggen als: ruim die klerezooi op! Want ruimte op mijn bureau zorgt voor ruimte in mijn hoofd, is mijn overtuiging. Zoeken kost niet meer tijd dan opruimen, redeneert mijn man daarentegen.

Volgens de Amerikaanse psycholoog Sam Gosling zegt de manier waarop mensen hun omgeving, hun werkplek bijvoorbeeld, vormgeven veel over hun persoonlijkheid. Dat heeft hij onderzocht aan de hand van de voorwerpen en ‘sporen van gedrag’ die hij op werkplekken aantrof. Ik ben benieuwd wat hij zou concluderen als hij onze zolderkamer zou inspecteren. Opposites attract, zo veel is duidelijk.

We moeten tot een optimale hoeveelheid rommel zien te komen, heb ik nu bedacht. Een hoeveelheid waar ik niet overspannen van word en waarbij mijn man genoeg tijd overhoudt om te kunnen internetten, gitaarspelen en figuurzagen. En daarom heb ik een nieuw systeem bedacht. Op ooghoogte staat een nieuw brievenbakje: eentje waarin je mag storten wat je wilt. Van daaruit distribueer ík, chef brievenbakjes, de inhoud dan naar een van de elf andere brievenbakjes. En zo blijft ons bureau leeg. Jammer alleen dat zaagsel zich niet zo makkelijk laat archiveren.

We zullen zien of het werkt. Een prettige, opgeruimde werkomgeving maakt productiever. Maar is het ook goed voor je relatie?

Els – Je bent wat je hebt

vrijdag, januari 9th, 2009

De ‘ontsierende delling’, zoals de huisarts hem noemde, gaat nooit meer weg. De bobbel lijkt minder groot als ik een paar kilo’s ben aangekomen, maar ik begrijp best dat ik hierin niet de oplossing moet zoeken. Ik accepteer mijn asymmetrische billen, het is niet anders.

Ook mijn borsten hebben betere tijden gekend. Daar kun je tegenwoordig wel twintig potloden onder klemmen zonder dat ze vallen. Vlak na de bevalling zag het er nog hoopgevend uit als ik naar beneden keek. Maar nu maakt de aanblik me een beetje mistroostig. Aan het einde van de dag, na vijf voedingen, is er weinig meer over van wat ooit cup E was.

Mijn lichaam begint geleidelijk af te takelen. Ik lijd er niet onder, maar het houdt me wel bezig. Zo erg, dat ik nu al drie uur aan deze column zit te ploeteren. Hoe dat komt? Als we ons zorgen maken over hoe we eruit zien, dan vraagt dat zoveel aandacht dat er minder cognitieve capaciteit over is voor belangrijker zaken. Onderzoekers vroegen proefpersonen rekensommen te maken met alleen een zwembroek of bikini aan. Deze groep – vooral de vrouwen – presteerde slechter dan de proefpersonen die hun normale kleding droegen. In een ruimte zonder toeschouwers, kun je nagaan.

Zelfs met een dikke coltrui aan, afgezonderd op mijn zolderkamertje, laat ik me zo afleiden door mijn billen- en borstenmisère, dat we inmiddels een uur verder zijn, terwijl er nog geen fatsoenlijke column op papier staat. Kan iemand nú zeggen dat mijn billen en boezem er nog best mee door kunnen? Dan komt deze column misschien toch nog af.

Els- Eén plus één is tien

vrijdag, januari 2nd, 2009

Als ze begon te pruttelen, schudde ik een beetje aan het bakje en dan viel ze weer in slaap. Ondertussen hield ik getrouw de wacht.

Met deze rust was het de volgende ochtend gedaan. We mochten naar huis en Kate maakte kennis met haar broer Neil.

Vriendinnen hadden al gewaarschuwd dat het af en toe best aanpoten is met twee kinderen. En ze hadden gelijk. Eén plus één voelt als tien. Ze willen allebei aandacht en bij voorkeur tegelijk. Zit je de één te voeden, roept de ander, die bijna zindelijk is: Mama, er komt een poep! Wat doe je in zo’n geval? Zit je de één achter de broek omdat hij zijn korstjes niet wil opeten, gaat boven, in de babykamer, het alarm af omdat het alweer voedertijd is. Loop je in de bus naar voren om af te stempelen, met de kleinste in de draagzak, begint de ander, die je achter in de bus snel alvast op een bankje hebt geparkeerd, onbedaarlijk te huilen, omdat hij bang is dat je zonder hem uit de bus stapt. Op zo’n moment weet ik even zo gauw niet welk kind ik voorrang moet geven.

Dan zou ik willen dat het waar is wat ze zeggen:
dat vrouwen prima twee (of meer) dingen tegelijk kunnen. Dat ze, meer dan mannen, uitstekende multitaskers zijn. Ik herken me in elk geval niet in dit beeld. Hoe deed mijn moeder dat? Die had er vier. Ik las van de week een artikel over een gezin met vijftien (!) kinderen. De moeder zag er op de foto uit alsof ze elk weekend in een kuuroord zat, zo uitgerust en ontspannen. Wat is het geheim van dit soort supermoeders? Kunnen psychologen daar niet eens onderzoek naar doen? Sla mij maar over als proefpersoon. Niet geschikt. En bovendien heb ik daar nu even geen tijd voor…

Els Meijers

Els – Dubbel afscheid

vrijdag, oktober 24th, 2008

Mijn eerste Libelle las ik bij oma Meijers thuis. Als ik zondagmiddag bij haar op de thee was, nam ik eerst Libelle door, daarna de EO-gids en daarna Terdege, een stichtelijk familieblad boordevol advertenties van orgelspeciaalzaken en modewinkels waar je alleen rokken en hoeden kon kopen.

Als ik bij oma de Libelle las, had ik vooral oog voor de modereportages, moeder-dochter-verhalen, Wilma Culinair (of kwam die er pas later in?) en de knusse foto’s van familietaferelen en met linnen gedekte tafels vol kristal, en hapjes die mijn moeder wel wilde maken, maar uiteindelijk toch net iets te ingewikkeld vond. En niet te vergeten Anne-Wil. Zo’n supervrouw wilde ik later ook worden.

Na verloop van tijd stelde ik mijn Anne-Wil-ambities bij. Een carrière als Libelle-redacteur leek me net iets minder onrealistisch, zeker toen ik merkte dat ik kon schrijven. Stel dat ik oma Meijers zou kunnen vertellen dat ik voor Libelle schreef. Ze zou vast trots op me zijn. De goedkeuring van oma is me altijd veel waard geweest, er stond dus veel op het spel. En daarom heb ik lange tijd geen werk durven maken van mijn Libelle-droom.

Een half jaar geleden vertelde ik oma dat ik columns mocht gaan schrijven voor Libelle.nl. Dat vond ze heel wat, ook al had ze haar Libelle-abonnement inmiddels opgezegd (‘te werelds’) en kon ze zich weinig voorstellen bij internet.

Deze week is oma Meijers overleden. Ze is 94 jaar geworden. Ik wilde voor dit Gesprek van de Dag de gebruikelijke insteek nemen, maar ik kan vandaag eigenlijk alleen maar denken aan oma en wat zij voor mij heeft betekend. Een column over oma zou ze ‘bespottelijk’ hebben gevonden, want van ‘mensverering’ hield ze niet. Maar ik doe het toch. Ik hoop dat ze internet hebben in de hemel.

Morgen sta ik met mijn acht maanden zwangere buik op de begraafplaats. De geboorte van haar vijfde achterkleinkind heeft oma net niet kunnen meemaken. Volgende week ga ik met zwangerschapsverlof. De komende twee maanden kunnen jullie elke vrijdag op deze plek meelezen en –praten met Doreth. Veel plezier en tot in januari!

Els Meijers

Els – Had Madonna maar Fortis-aandelen

vrijdag, oktober 17th, 2008

Ik spiegel mezelf voortdurend aan anderen. Dat doet iedereen. Je wilt van jezelf kunnen vaststellen wie je bent en wat je kunt, en bij gebrek aan een objectieve meetlat meet je jezelf dan af aan anderen. Sociale vergelijking heet dat.

Het is goed voor je ego om jezelf te vergelijken met mensen die slechter af zijn dan jij. Ik ben daar bijzonder vaardig in. Ontmoet ik een vrouw die net de AKO Literatuurprijs heeft gewonnen voor haar debuutroman, twee keer zo veel verdient als ik en duizend vrienden heeft op Hyves, dan negeer ik dit alles gewoon en stel ik alleen maar vast: maar ik heb cup D en zij heeft twee erwten. Zo’n staaltje neerwaartse vergelijking geeft mijn zelfbeeld dan een enorme oppepper. Soms voel ik mezelf zelfs beter dan Madonna. Dan denk ik gewoon: ja, dat mens kan wel zingen, maar je zou maar zo’n spleet tussen je voortanden hebben.

Het mechanisme van neerwaartse vergelijking is echter niet altijd even succesvol, stelden onderzoekers aan de Rijksuniversiteit Groningen vast. Het kan mensen ook juist de put in praten. Een actueel, zelf bedacht voorbeeld. Stel: je hebt honderd Fortis-aandelen. Ik zou in dat geval mezelf peptalk proberen te geven door te denken: gelukkig zijn er ook mensen die duizend Fortis-aandelen hebben, díe zijn pas zuur, eigenlijk ben ik nog best een goeie belegger.

Maar… door jezelf te spiegelen aan nóg grotere pechvogels kun je jezelf dus ook de put in praten, stellen de psychologen. Vooral als je bij het vergelijken kijkt naar wat je gemeen hebt met die ander, het zogeheten assimilatie-effect. Dan ben je juist geneigd te denken: wat hem is overkomen met zijn duizend aandelen, had mij ook kunnen gebeuren, dat scheelde maar een haar, wat een sukkel ben ik toch, ik kan maar beter een andere hobby zoeken.

Pas dus op met wie je jezelf neerwaarts vergelijkt. Kies iemand uit die ver van je af staat, met wie je weinig gemeen hebt. Madonna had tienduizend Fortis-aandelen moeten hebben. Dat zou het leed van veel Nederlandse beleggers enorm hebben verzacht.

Met wie vergelijkt u zich wel eens? En werkt dat?

Els Meijers

Els – Uw reactie graag

vrijdag, oktober 10th, 2008

Als je denkt dat je buurman een ongemanierde zuurpruim is, moet je eens kijken op telegraaf.nl, ad.nl of een andere nieuwssite waar lezers kunnen reageren op nieuwsberichten.

Op álle berichten, of die nu over de kredietcrisis gaan of over de Nederlandse inzending voor het songfestival. Wat dat losmaakt bij de lezer? Ongenuanceerd gemopper en geklaag, niet zelden gepaard met scheldpartijen of zelfs bedreigingen. De teneur is bijna altijd dezelfde: politici zijn corrupt, de eerlijke belastingbetaler is de dupe en wie het daar niet mee eens is, is een eikel.

Vooral Nederlanders blijken hier een handje van te hebben, zegt dagblad Trouw, dat onderzoek deed naar online schelden op internet. Nederlanders reageren op nieuwssites en forums harder en platter dan andere Europeanen.

Ik dacht meteen: dan hebben de onderzoekers het Libelle-forum zeker overgeslagen, want hier valt het volgens mij nog wel mee met online wangedrag. Misschien doordat hier hoofdzakelijk weldenkende vrouwen vertoeven? Of maakt de moderator overuren?

Op basis van het onderzoek door Trouw kunnen Nederlanders een voorbeeld nemen aan de Duitsers. Op hun nieuwsforums wordt volgens Trouw zelden gescholden. De meeste bezoekers beginnen hun reactie zelfs met ‘geachte heer/mevrouw’. In Frankrijk is de toon harder, maar zijn de meningen beter onderbouwd. Op Britse forums blijven online discussies vaak aangenaam dankzij humor.

Maar of ongemanierde Nederlandse forumbezoekers hier een boodschap aan hebben? In elk geval niet de allergrootste sfeerverpesters, de ‘trollen’.
Forumbezoekers die doen alsof ze reageren op de discussie, maar er vooral op uit zijn om zoveel mogelijk mensen op de kast te jagen. Zieken om het zieken, onder een veelzeggend pseudoniem als Rukker138 of Bekhouwe (ik bedenk ze ter plekke, hoor).
Reprimandes werken averechts, want hoe meer aandacht, hoe beter. Nee, dan valt er met je buurman een beter gesprek te voeren.

Ook op Libelle.nl kunnen bezoekers volop deelnemen aan discussies. Velen van jullie doen dat ook. Waar ik zo benieuwd naar ben: is Libelle.nl de enige plek op internet waar jullie wel eens een reactie achterlaten? Of reageren jullie ook op artikelen op nieuwssites? En hoe gezellig vinden jullie het over het algemeen op internet?

Els Meijers

Els – Poen, pret en prestige

vrijdag, oktober 3rd, 2008

De Libelle van deze week zette mij, net als Femke, aan het denken. Ben ik een carrièrejager of is ‘gewoon’ leuk werk voor mij voldoende? Als carrière maken betekent ‘je best doen om de juiste dosis Poen, Pret en Prestige uit je werk te halen om het nog heel lang te kunnen volhouden, dan ben ik een onwijze carrièretijger. Grrrrr.

Toen ik heao deed, zo’n vijftien jaar geleden, werden we klaargestoomd om later manager te worden. Een kantoortje met mijn eigen computer, een bureaustoel met veel hendeltjes, een toren van brievenbakjes vol belangrijk papier, een perforator met vier gaatjes, een Rolodex en een telmachine waar van die bonnetjes uit rollen, dat leek me helemaal het einde. Maar manager worden? Mwoa. Als dat betekent dat je de hele dag met andere managers doorbrengt, laat dan maar zitten.

Ik heb de heao keurig afgemaakt, heb er nog een universitaire studie achteraan gedaan en ben ondertussen eens goed gaan nadenken wat mij echt gelukkig zou maken in mijn werk. Daar ben ik inmiddels achter – denk ik. Stukjes schrijven, ik geloof niet dat er iets bestaat wat ik leuker vind. Maar dan wel volgens de theorie van de drie P’s: Poen, Pret en Prestige.

Schrijfklussen die niet bar hoog scoren op de Poenschaal doe ik alleen als ze veel Pret en Prestige opleveren. Pret heb ik als de mooie zinnen uit mijn vingers floepen en als ik samenwerk met leuke mensen. Prestige is er bijvoorbeeld als ik merk dat ik ga gloeien als ik over een bepaalde klus vertel op een verjaardag. Soms is een schrijfklus een ware verzoeking, maar daar staat gelukkig vaak weer een hoog uurtarief tegenover. Het één moet het ander compenseren. Zolang ik er de helft van de hypotheek van kan betalen, er niet overspannen van word en af en toe eens iets kan kopen wat ik helemaal niet nodig heb, vind ik mijn carrière behoorlijk geslaagd.

Heb ik dan verder helemaal geen ambities? Toch wel: dit alles in minder tijd voor elkaar krijgen, zodat ik meer tijd overhoud om een leuke moeder en echtgenote te zijn. Eerst maar eens zo’n telmachine kopen waar van die bonnetjes uit rollen.

Els Meijers

Els – Lekker fröbelen?

vrijdag, september 26th, 2008

Als ik een cursus of workshop doe, wil ik altijd het beste meisje van de klas zijn. Zo’n irritante streber heb je er altijd tussen zitten als je een cursus of workshop volgt, behalve als je zélf die irritante streber bent. Dan erger je je kapot aan dat ene natuurtalent dat nét iets beter is. Om dat risico zo klein mogelijk te houden, geef me daarom alleen op voor cursussen en workshops waarvan ik de leerstof grotendeels al beheers.

Met een gerust hart ging ik daarom woensdagavond op pad naar Amstelveen om daar een workshop creatief cadeaus inpakken te volgen. Daar was ik beroepshalve, omdat ik over die avond een artikel moest schrijven. Maar ik was er stiekem ook voor mijn plezier, want ik kick enorm op cadeaus inpakken. Geef mij een vijfarmige kandelaar en ik pak hem voor u in met mijn ogen dicht en twee vingers in mijn neus. Met één van mijn 25 rollen cadeaupapier en 48 rolletjes lint.

Tijdens de workshop – van inpakshop.nl, een aanrader – heb ik mij bekwaamd in het papiersnijden, waaiervouwen, boeketbinden en lintsplitten. Dat viel nog niet mee, ik heb best zitten worstelen. Niet zo erg als de vrouw links van me, die al moeite had met het verwisselen van een rolletje plakband. Maar er waren ook genoeg vrouwen – het zijn altijd vrouwen die beter zijn, zo onuitstaanbaar! – die ik benijdde om hun behendigheid.

Tegen tienen zat ik er volledig doorheen. Jemig, wat is dat vermoeiend zeg, de beste willen zijn als je dat niet bent. De Amerikaanse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi ontdekte dat lekker fröbelen en opgaan in waar je mee bezig bent, een mens flow geeft. Het heerlijke gevoel dat je zo ontspannen en geconcentreerd met iets bezig bent, dat je alles om je heen vergeet. Maar bij mij was weinig flow te bespeuren. Eeuwig zonde, want van een beetje flow zouden mijn pakjes alleen maar mooier en beter geworden zijn, zegt Csikszentmihalyi. Inpakken en wegwezen, dacht ik om half elf.

Zijn jullie een beetje creatief? Gaat het jullie om ‘lekker bezig zijn’ of stiekem toch vooral om het eindresultaat?

Els Meijers

Els – What’s in a name?

vrijdag, september 19th, 2008

Toen ik jong was, had ik een hekel aan de naam Els. Tuttig, ouderwets en lomp vond ik hem. Ik snapte mijn ouders niet: je noemt je kind toch ook geen Miep, Toos of Sjaan? Ik had puistjes en een beugel en heette ook nog Els.

Inmiddels heb ik vrede met mijn naam. Ik ben Els, vernoemd naar mijn oma en daar ben ik trots op. Bovendien is Els makkelijk te onthouden en maar op één manier te spellen. Hoewel, een Amerikaan dacht ooit dat ik ‘Alf’ heette, net als het harige buitenaardse wezen uit de gelijknamige tv-serie. Nee hoor, Els is prima.

Maar toch, als ik bijvoorbeeld zie dat de makers van de nieuwe VPRO-serie Toren C de gestreste, afgepeigerde, kolvende moeder uitgerekend Els hebben genoemd, dan steekt dat. Ook jammer dat in commercials de saaie administratief medewerkster, de vriendin met de moeilijke stoelgang en de gedienstige tandartsassistente vaak Els heet. Blijkbaar roept mijn voornaam geen associaties op als sexy, zelfverzekerd en succesvol.

Nee, dan kun je beter Floor, Jos, René of Robin heten. Meisjes met een jongensachtige voornaam worden van jongs af aan stoer gevonden en gaan zich hierdoor ook stoerder gedragen. Uit ander onderzoek blijkt dat hoe gewoner je voornaam is, hoe populairder je bent op school. Ook leraren hebben de neiging om leerlingen met een veelvoorkomende naam positiever te beoordelen. Als dat maar geen ‘lage-status-naam’ is als Kimberly, Britney of Priscilla. Want zo’n voornaam schept bij leraren lagere verwachtingen dan bijvoorbeeld het chiquere Julia of Madelon – met slechtere schoolresultaten en een minder florissante loopbaan tot gevolg.

En als je achternaam Van Veen, Westdijk of Zijtveld is, heb je helemaal pech, volgens Engelse onderzoekers. Kinderen met een achternaam die begint met een van de eerste letters uit het alfabet, komen vaker aan de beurt, krijgen dus meer individuele aandacht en zelfvertrouwen, waardoor ze beter presteren dan de hekkensluiters. Dat zou verklaren waarom mijn prestaties op school altijd zo middelmatig waren. Dat krijg je als je achternaam Meijers is.

Ik ken vrouwen die hun roepnaam hebben veranderd, omdat ze er niet gelukkig mee waren. Zijn jullie blij met je voornaam? En hebben jullie de indruk dat die voornaam van invloed is geweest op hoe jullie in het leven staan?

Els Meijers

Els – Hoe mindful bent u?

vrijdag, september 12th, 2008

Mindfulness is mode. Elk zichzelf respecterend vrouwenblad heeft er inmiddels wel een coverartikel of zelfs een heel themanummer aan gewijd. Mindfulness gaat over leven in het hier en nu, over het accepteren van gewaarwordingen zoals ze zijn, zonder ze te beoordelen en te willen veranderen, kortom: over vaardigheden waarvoor ik geen enkel talent heb. Ik ben een en al mind-léss.

Even na vijven, op de fiets op weg naar huis, zit ik nog met mijn hoofd bij een stroef verlopen interview, terwijl ik ondertussen probeer te onthouden dat ik nog langs de groenteboer moet voor champignons. Ik mag van geluk spreken dat ik de verkeerslichten onderweg opmerk. Terwijl we anderhalf uur later gezellig aan de warme prak zitten, is mijn hoofd alweer bij de afwas en achterstallig werk dat ik nog moet inhalen. De risotto – zonder champignons – waarin ik een half uur mindless heb staan roeren, werk ik al net zo gedachteloos naar binnen. En ’s avonds, tijdens mijn allereerste yogales – een rusteloos mens moet wat – zit ik op mijn matje alleen maar te balen dat ik mijn hoofd er niet bij kan houden, dat ik inadem als de rest uitademt en dat ik links en rechts door elkaar haal. Gefrustreerd keer ik huiswaarts.

Zou mindfulness dan toch misschien de oplossing zijn voor mijn gepieker over het verleden en mijn getob over de toekomst? Tot nu toe was ik er allergisch voor. Veel te ‘zweef’ voor mij; ik ben toch geen Boeddhist ofzo? En typisch iets wat volgens mij alleen werkt als je vijftigplus bent en je leven toch al op orde hebt. Maar met het zweefgehalte valt het mee, las ik. Uit verschillende psychologische onderzoeken blijkt dat een intensieve training in mindfulness positieve, langdurige effecten heeft op mensen met chronische pijn, hartklachten, maagdarmproblemen, angststoornissen, depressies en slaapproblemen. Dan zou je denken dat iemand als ik al zou opknappen van drie maal daags een lichte oefening.

Hoe mindful zijn jullie? Is het jullie ervaring dat je tobben en piekeren kunt afleren? Of zouden jullie ook best een spoedcursus mindfulness kunnen gebruiken?

Els Meijers

Els – Mag ik even aan u zitten?

vrijdag, september 5th, 2008

Afgelopen zaterdag was ik op een feestje. Het was een stafeestje, dus ik heb de hele avond gestaan. Tot tegen twaalven plotseling in beide voeten tegelijk een gruwelijke kramp schoot. Schijnt een zwangerschapskwaaltje te zijn. Ik moest er even bij gaan zitten, want het was behoorlijk pijnlijk.

En toen was daar ineens een vriendelijke jongen, die zei: ik denk dat ik het er wel uit kan masseren, zal ik? Hij studeerde voor sportdiëtist, had-ie me verteld, dus het was hem wel toevertrouwd, schatte ik zo in. Mijn nagels zaten strak in de lak, dus ik kon met mijn voeten voor de dag komen. En zo kwam het dat er ineens een onbekende man zonder gêne aan mijn tenen zat te friemelen.

Ik was een beetje in de war, ik kreeg het er warm van. Normaal moet ik niets van de fysieke nabijheid van vreemde mensen hebben. Ik griezel van bus- of treinbankjes die nog warm zijn van de vorige passagier. En als iemand me van dichtbij passeert, stop ik even met ademhalen, omdat ik die persoon niet wil ruiken. Iemand drie keer op de wang zoenen of deelnemen aan een group hug doe ik alleen als daar geen ontkomen aan is. Maar nu liet ik zomaar een wildvreemde man mijn voeten masseren. Er zijn vrouwen – heb ik me laten vertellen – die daar helemaal wild van worden.

Er gebeurde iets wonderlijks. Terwijl mijn weldoener mijn rechtervoet onder handen nam, verdween op miraculeuze wijze de kramp uit mijn linker. Was dat een speciale massagetechniek, een speciale gave? Of toch vooral het feit dat hij deze voet onaangeroerd liet? De kramp in mijn rechtervoet verdween namelijk ook pas toen ik deze weer op de grond zette. Misschien zat ik er toch niet helemaal ontspannen bij.

Iemand aanraken is een beladen onderneming. Maar de sportdiëtist in spe durfde het aan. En ik had zo’n pijn dat zijn hulp zeer welkom was. Waar ligt voor jullie de grens? Hoe reageren jullie als een vreemde of relatieve onbekende, al dan niet ongevraagd, fysiek heel dichtbij komt?

Els Meijers

Els – Zussen: je kunt ze niet inruilen

vrijdag, augustus 29th, 2008

Mijn zus en ik lopen de deur niet bij elkaar plat. En toch is het, als we elkaar eindelijk weer eens zien, alsof we elkaar gisteren nog gesproken hebben. We hoeven niet tot in detail van elkaar te weten wat ons bezighoudt om aan te voelen hoe het met de ander gaat. Als mijn zus en ik bij elkaar zijn, voelt het gewoon vertrouwd.

Als mijn echtgenoot er niet meer is – de kans dat ík eerder ga, is statistisch gezien nu eenmaal kleiner – dan wil ik best met mijn zus in een aanleunwoning. Elke avond een Engelse detective of kostuumdrama kijken, een kopje thee met een kaakje erbij, en natuurlijk ons breiwerk. We zouden ook samen een sprei kunnen haken.

Toen ik mijn echtgenoot leerde kennen – dit weekend elf jaar geleden – was mijn zus de eerste die ik hiervan op de hoogte stelde. Ik schreef haar een briefje dat ik voor haar verstopte, zodat mijn ouders het niet zouden lezen. Dat briefje was ik helemaal vergeten tot mijn zus het jaren later, vlak voor mijn trouwdag, aan me liet lezen. Ze had het al die tijd bewaard. Een ander goed bewaard geheim – tot vandaag dan – is dat ze me op mijn verzoek de avond vóór mijn verjaardag altijd al verklapte welke cadeaus ik van mijn ouders zou krijgen. Sorry, mam.

Hoe komt het dat sommige zussen elkaar niet kunnen uitstaan en andere zussen de dikste vriendinnen zijn of iets daar tussenin? Dat is niet (alleen) afhankelijk van factoren als een groot of klein leeftijdsverschil of geografische afstand, ontdekte de Amerikaanse socioloog Marcia Millman. Ook de ziekte of dood van ouders heeft niet zo veel effect op de zus-zus-relatie als veel mensen denken. Wat het dan wel is? Vooral de ouders zouden er een sterke invloed op hebben: als één dochter wordt voorgetrokken, vaker in vertrouwen wordt genomen of meer bij de zorg wordt betrokken, kunnen zij en haar zus(sen) uit elkaar groeien. Dat was bij ons thuis gelukkig niet het geval.

Hoe past jullie verstandhouding met jullie zussen in dit plaatje? Is die nog net zo als vroeger, of is jullie band door de jaren heen veranderd?

Els Meijers

Els – Lekker swingen

vrijdag, augustus 22nd, 2008

Ik loop weer eens hopeloos achter. Afgelopen maandag had Dr. Phil in zijn tv-show een stel te gast dat een ‘open relatie’ had en regelmatig parenclubs bezocht. Mijn verbazing was groot toen ik een dag later in NRC Next een achtergrondartikel las over een parenclub in de Achterhoek. Twee gezaghebbende instituten – Dr. Phil en NRC – die in één week nagenoeg hetzelfde item brengen. Dan kan het geen toeval zijn: dan heb ik iets gemist en is gezellig samen vreemdgaan weer – of nog steeds – helemaal in.

Het NRC-artikel, waarin de reporter op bezoek ging bij een parenclub in het Gelderse Wilp, had een ondertoon van: ieder zijn meug, maar mij niet gezien. En ook Dr. Phil moest niet veel van de open relatie hebben. Hij legde zijn twee gasten het vuur aan de schenen met zijn quasi-neutrale manier van vragen stellen. En het stel deed er alles aan om uit te stralen dat hun relatie er toch vooral niet onder leed, dat zij gelukkiger waren dan ooit en dat niemand – zelfs Dr. Phil niet – hen uit elkaar kon drijven. Ze glimlachten onophoudelijk naar elkaar en hielden elkaars hand stevig vast. Ze hadden het duidelijk zwaar te verduren, ik had met hen te doen.

Het liefst had ik Dr. Phil even flink door elkaar gerammeld en hem tot de orde roepen: dr. Phil, wat bent u toch een enorm bekrompen man. Maar toen dacht ik: eigenlijk ben ik zelf niet veel ruimdenkender. Want als ik eerlijk ben, roept het fenomeen swingen – hip woord voor partnerruil – bij mij ook de nodige weerstand op. Bij een parenclub, een populaire hangout voor swingers, denk ik aan een kantineachtig café met feestverlichting, met op elke barkruk een paar witte blote billen, met veelal een tatoeage daarop. En dan vergaat bij mij alle lust. Noem mij bekrompen, maar ik heb aan één man – de mijne – meer dan genoeg. En ik wil hem met niemand delen. Swingen, prima. Ieder zijn meug, maar mij niet gezien.

Ik zal proberen niet te veel als Dr. Phil te klinken, maar eh: ben je bekrompen of naïef als je anno 2008 nog gelooft in een volstrekt exclusieve liefdesrelatie, in voor- en tegenspoed?

Els Meijers

Els – Naakt over straat en andere klassiekers

vrijdag, augustus 15th, 2008

Vannacht zat ik weer eens in een niet te stoppen hogesnelheidstrein die de verkeerde kant op reed. Dat droom ik ongeveer vijf keer per jaar. Dat is nog niet zo vaak als dat ik midden in de nacht zwetend wakker word, omdat ik droomde dat ik iets stond af te rekenen bij de drogist, terwijl ik mijn fiets nog aan de hand had. Mét mijn kleren aan, voor de goede orde.

Koploper is de droom waarin ik met een bups vrienden en vriendinnen in mijn studentenkamer van vroeger ben, en me ineens realiseer dat ik daar helemaal niet mág zijn, omdat het appartement inmiddels eigendom is van mijn ex-huisgenoot. Wat het denkbeeldige voorval zo gênant maakt – dat heb ik inmiddels al wel uitgepsychologiseerd – is dat mijn huisgenoot en ik destijds op een wat ongemakkelijke manier uit elkaar zijn gegaan.

Wat me echter nog steeds een raadsel is, is waarom juist deze droom zo hardnekkig blijft terugkomen. Die niet te stoppen trein lijkt me een klassieker. Heeft vast te maken met de angst om controle te verliezen. En het wat-zullen-de-mensen-wel-niet-van-me-denken-gevoel dat ik heb bij die denkbeeldige drogist, is mij in het dagelijks leven ook niet vreemd. Maar die droom over mijn huisgenoot van toen. Waarom juist die, en waarom zo vaak?

Volgens Freud zijn onze dromen gebaseerd op niet vervulde wensen uit ons dagelijks leven, die wij niet in het bewustzijn toelaten. Klinkt enigszins plausibel, maar zo zwaar til ik er liever niet aan. Dan zouden er nog behoorlijk wat idiote wensen in vervulling moeten gaan, want ik droom heel wat af. Andere droomexperts gaan nog verder en geloven dat dromen de toekomst voorspellen. Beangstigend. Nee, dan hang ik liever mijn eigen theorie aan dat de meeste, eenmalige dromen vooral een hoop onzin bevatten.

Hoe serieus nemen jullie dromen? Ligt er op jullie nachtkastje een notitieboekje om ze in bij te houden? Hebben jullie wel eens een droom laten uitleggen door een expert? En waar ik dan vooral nieuwsgierig naar ben: wat dromen jullie dan zoal?

Els Meijers

Els – De illusie van een knappe echtgenoot

vrijdag, augustus 8th, 2008

Sinds we de weegschaal de deur uit hebben gedaan, weten mijn echtgenoot en ik eigenlijk niet meer zo goed hoeveel we wegen. We vertrouwen erop dat de ander een seintje geeft als het te gortig wordt. Ook heb ik mijn echtgenoot plechtig laten beloven om me op tijd te waarschuwen als ik gele tanden krijg, haar op mijn kin, in elkaar overlopende wenkbrauwen of andere ongerechtigheden die op mogelijk fysiek verval duiden. Dat doet hij nu al elf jaar, in voor- en tegenspoed. En daarom zie ik er nog steeds zo woest aantrekkelijk uit.

Uit onderzoek van psycholoog Pieternel Dijkstra blijkt echter dat het oog van de partner een dubieuze maatstaf is om iemands fysieke aantrekkelijkheid te beoordelen. Over het algemeen vinden we onze partner niet alleen een stuk aantrekkelijker dan wij onszelf vinden, maar ook dan de partner zichzélf vindt.

Terwijl mijn echtgenoot baalt van de broeksknoop die na twee weken Frankrijk nog maar net dicht kan, knijp ik nog eens verlekkerd in zijn handvatten. Als hij verzucht dat zijn haargrens op jaarbasis zo’n halve centimeter wijkt, werp ik liefdevol en welgemeend tegen dat ik hem, sinds ik hem ken, alleen maar mooier vind worden. Maar dan antwoordt hij steevast: “Dat zeg je ook alleen maar, omdat je van me houdt”.

Volgens Pieternel Dijkstra zit hij er niet ver naast. Hoe sterker de illusie dat je gezegend bent met een onweerstaanbare partner, hoe tevredener je bent met je relatie en hoe beter je met relatieproblemen omgaat, concludeert zij. Een positieve draai geven aan het uiterlijk van je partner zou een mechanisme zijn om te blijven geloven dat je De Ware hebt gevonden. We houden onszelf dus (onbewust) een beetje voor de gek door het fysieke voorkomen van onze partner de hemel in de prijzen. En toch vind ik het een mooi mechanisme.

De enige vraag die in me opkomt naar aanleiding van het onderzoek is: wat is precies ‘aantrekkelijk’? En hoe meet je dat? Wat vinden jullie eigenlijk aantrekkelijk aan jullie partner? Of, hoe ziet jullie ideale partner eruit? En ik neem natuurlijk geen genoegen met: ‘maar het gaat toch om het innerlijk’…

Els Meijers

Els – Het schaap en de Landrover

vrijdag, augustus 1st, 2008

De overburen hebben een enorme Landrover. Die parkeren ze regelmatig bij ons voor de deur, soms met twee wielen op de stoep. Het trottoir is hier maar anderhalve meter breed en we hebben geen voortuin, dus de auto staat gevoelsmatig bij ons in de huiskamer geparkeerd. Dan erger ik me blauw, maar zeg er niets van.

Tot op heden heb ik de verleiding kunnen weerstaan om ‘per ongeluk’ met de kinderwagen een van de zijportieren te schampen. Ik werk haar wel eens een vermanende, geïrriteerde blik toe, in de hoop dat dit de overbuurvrouw aan het denken zet. Maar daarvan was zij tot op heden – gek, hè – nog niet onder de indruk.

Een tijdje geleden stond ze net haar kinderen in te laden, toen ik onze voordeur opendeed. Ik kon geen kant op, want ik zat klem tussen twee openstaande portieren. De overbuurvrouw zei: “De straat staat vaak zo vol geparkeerd dat we onze wagen nergens anders kwijt kunnen. Maar dat vinden jullie toch niet vervelend, hoop ik”. Ik had op dat moment gewoon kunnen zeggen: “Nou… nu je erover begint, eigenlijk wel”. Maar in plaats daarvan mompelde ik iets als: “Nee joh, geen probleem. Mooie auto”.

Wat ben ik toch ook een schaap! Waarom is het zo moeilijk om je grenzen duidelijk aan te geven? Volgens de Amerikaanse psycholoog Anne Dickson is een diep ingebakken behoefte aan goedkeuring de oorzaak. We hebben ten onrechte het idee dat onze hele persoonlijkheid wordt afgekeurd als we in één situatie ‘nee’ zeggen. In mijn geval: dat de overbuurvrouw zal antwoorden: “Wat ben jij een bekrompen onmens. Weet je wat, ik parkeer mijn auto voortaan nóg iets dichter op je voorgevel. En een uitnodiging voor de buurt-BBQ die kun je ook wel op je buik schrijven”.

Het boek van Anne Dickson heb ik klaargelegd bij de voordeur om een mooie assertieve volzin uit voor te dragen, zodra de Landrover weer voor de deur wordt geparkeerd. Misschien trek ik er zelfs een assertieve blik bij.

Ben ik hier het enige schaap, en schudden jullie meewarig het hoofd als jullie dit lezen? Of balen jullie er zelf ook wel eens van dat jullie niet wat assertiever optreden als dat nodig is?

Els Meijers

Els – De A is van ‘aargh, een ABC!’

vrijdag, juli 25th, 2008

De afgelopen tijd hebben we nogal wat internationale bruiloften meegemaakt: een Engelse, twee Duitse en vorige week een Zweedse. Wat ze met elkaar gemeen hadden, was dat er geen ‘stukjes’ werden opgevoerd. Er werd wel gespeecht tijdens het diner, maar dat vind ik toch iets anders dan dat het feestgedruis abrupt wordt stilgelegd voor een ABC, levensloop of ander staaltje dichtvlijt.

Ik weet niet hoe het met jullie is gesteld, maar ik ben dol op stukjes. Hoe afgezaagd ze soms ook zijn (pluk een lied van internet en vervang de namen van het bruidspaar) en hoe tenenkrommend slecht ze soms ook worden uitgevoerd (repeteren is er vaak niet bij): stukjes maken voor mij het feest compleet. Je weet in één klap uit wat voor nest de bruid en bruidegom komen. En als je je niet kunt losrukken uit een saai gesprek, is zo’n stukje een welkome onderbreking.

Het opvoeren van stukjes is een oer-Hollands ritueel, waar een diepere betekenis achter schuilgaat, heb ik me laten vertellen. In een ABC of levensloop kunnen familie of vrienden soms lastig te verwoorden gevoelens van liefde en respect tot uiting brengen, maar ook op een geestige manier laten voelen dat een of beide echtelieden nog iets goed te maken hebben. Tegelijkertijd zorgen de stukjes voor verbondenheid, want ze gaan meestal over gebeurtenissen die je alleen maar kent als je tot de naaste familie- of vriendenkring behoort. Wat volgens mij nog het meest voor verbondenheid zorgt, is de collectieve plaatsvervangende schaamte voor die zwager of collega die zich zichtbaar doodgeneert voor het slecht gecomponeerde lied dat hij met zijn groepje ten gehore staat te brengen.

De Zweedse bruiloft waar we vorige week waren, had geen stukjes, maar wel een ander bijzonder feestelement. Als de bruidegom even uit zicht was, mochten alle mannelijke gasten de bruid kussen. En als de bruid haar neus ging poederen, vlogen alle vrouwelijke genodigden onder luid gejoel de bruidegom om de hals. Dit zou ook wel een Nederlandse traditie mogen worden, wat mij betreft. Mits het bruidspaar in kwestie een beetje appetijtelijk is.

Els is op vakantie. De kans dat zij jullie reacties beantwoordt, is niet heel groot.

Els Meijers

Els – Wie is er bang?

vrijdag, juli 18th, 2008

Ik ben altijd wel ergens bang voor, vrees ik. Bang voor invoegen op de snelweg, slangen, water in mijn ogen, films waarin een kind wordt vermoord, gips happen bij de tandarts, dat de hel bestaat, en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Een angst die mijn leven nog het meest beheerst, is mijn angst voor roltrappen, want daar heb je er zo veel van. Ik zweet vooral peentjes als ik bovenaan sta en mijn voet op de eerste trede moet zetten om naar beneden te gaan. Dan voel ik dat mijn bovenlijf naar voren helt en de rest van mijn lijf meesleurt de afgrond in. En dan zie ik mezelf al beneden liggen, een bloederig tafereel. Dus neem ik liever de lift of de trap.

Volgens cognitief wetenschapper Jerry Fodor hangt de beleving van angst samen met hoe mannen en vrouwen zijn opgevoed. Omdat vrouwen over het algemeen afhankelijker, minder assertief, emotioneler, passiever en meer risicovermijdend zijn dan mannen, zijn ze vatbaarder voor angst. Zou dat echt zo zijn? Dat je zelden angstige mannen spreekt, komt natuurlijk ook omdat mannen, mannelijk als ze zijn, daar liever niet voor uitkomen, denk ik dan.

Gelukkig is bijna elke irreële angst te overwinnen, dus ook roltrapangst. Een ervaringsdeskundige raadde me aan om gewoon eens een roltrap te némen. En dan nog eens, en nog eens. Als je 1.000 keer veilig beneden bent gekomen – en dat kan, want hoe vaak lees je in de krant dat iemand van een roltrap is gestort – dan hoef je echt de 1.001e keer niet bang te zijn dat je alsnog verongelukt. Ik heb er inmiddels zo’n vijftig getrotseerd en ik leef nog. So far, so good.

Het zou mij enorm tot steun zijn te weten dat ik niet de enige angsthaas ben. De Libelle-lezeressen die ik ken, komen op mij over als sterke, dappere vrouwen. Maar toe, jullie hebben toch ook wel een ridicule angst of fobie die jullie liever kwijt dan rijk zijn?

Els is deze week in Stockholm. De kans dat zij jullie reacties beantwoordt, is zeer gering.

Els Meijers

Els – Lekker samen ontharen?

vrijdag, juli 11th, 2008

Soms roept onderzoek meer vragen op dat het beantwoordt. Uit een onderzoekje dat op zo veel websites is gepubliceerd dat de oorspronkelijke bron niet meer te traceren is, blijkt dat één op de drie mannen hun partner helpt bij het ontharen.

De eerste vraag die dit onderzoek bij mij opriep, was: pardon, zó veel? Mijn tweede vraag was: waarom willen mannen dit in hemelsnaam? Mijn derde vraag was: wat vinden die partners daar dan van? Nu ik er nog eens over nadenk, komt er een nog een vierde vraag bij me op: zijn in dit onderzoek ook echt oksels, kuiten, onderkinnen en andere niet opwindende lichaamsdelen meegenomen?

Als ik mijn overtollige haargroei te lijf ga – met scheermes en scheergel, ik ben old school wat ontharen betreft – doe ik dat alleen als ik zeker weet dat er niemand in de buurt is. Daar hoef ik echt geen pottenkijkers bij te hebben, laat staan assistentie. De aanblik van mijn schuimige witte benen vol stoppels, beginnende bloedfonteintjes bij de enkels en een flinke toef schuim onder mijn oksels wil ik eenieder besparen. Mijn echtgenoot vindt het al shocking genoeg dat hij regelmatig een achtergebleven, moeilijk te duiden vrouwenhaar aantreft in zijn nieuwe scheermes.

Maar er zijn dus vrouwen die geen probleem hebben met een beetje hulp bij het ontharen, die dit misschien zelfs aanmoedigen. “Soort samenspel, stukje intimiteit”, zegt ene Fabiënne op een webforum waarop dankbaar uit het bizarre onderzoek wordt geciteerd. Ik vrees dat het bij ons in huis voorgoed gedaan is met alle intimiteit, als mijn scheersessies openbaar worden.

Ik durf het jullie bijna niet te vragen. Maar ach, toe, gooi het in de groep (desnoods maak je er even een andere gebruikersnaam voor aan), kunnen jullie het ontharen makkelijk alleen af, of is hulp van derden welkom? En wat is hier dan in hemelsnaam de meerwaarde van? Ik merk het wel als dit onderwerp te heftig is. Dan hebben we het volgende keer gewoon weer over een maatschappelijk écht relevante kwestie.

Els Meijers

Els – Thank you for the music

vrijdag, juli 4th, 2008

Mijn zoon van tweeënhalf heeft zijn muzikale hart op de juiste plaats. Dat vinden zijn ouders tenminste, die ontzettend veel van rock en popmuziek houden. Als we in de auto zitten en de radio staat aan – Arrow Classic Rock meestal, zeker als mijn echtgenoot de autoradio bedient – schudt mijn zoon met zijn hoofd mee op de maat, als een klein headbangertje. Precies wat hij zijn vader wel eens ziet doen bij een gitaarsolo.

Als ik mijn zoon ‘s avonds naar bed breng en hem vraag welke twee liedjes we samen nog gaan zingen voordat het licht uitgaat, is een van zijn favoriete verzoeknummers ‘weolvidajellosubawin’ (Yellow submarine van The Beatles). Ook vraagt hij regelmatig om ‘odogeddana’ (All together now, van dezelfde cd). Behalve zijn cd’s van Sesamstraat, Bassie & Adriaan en Dikkertje Dap trekt hij ook wel eens een cd van Serge Gainsbourg uit de kast, maar dat kan ook zijn omdat de primaire kleuren van de hoesjes hem zo aanspreken.

Afgelopen zaterdag roerde hij zijn ouders tot tranen toe, toen hij spontaan de karakteristieke stem van Johnny Cash herkende. Gelukkig zei hij na een half uurtje ook gewoon: “En nu wil ik Meneer de Uil”.

We willen de muzikale smaak van onze zoon niet beïnvloeden, maar doen dat onbewust toch. Muzieksmaak wordt vooral beïnvloed door omgevingsfactoren. Als jij in je tienerjaren bent opgegroeid met The Beatles, Johnny Cash en Serge Gainsbourg en deze muziek net zo mooi vond als je ouders, dan is de kans groot dat je deze muziek ook mooi bent blijven vinden. Dat blijkt tenminste uit onderzoek van MTV en hoogleraar Popmuziek Tom ter Bogt. Als tieners eenmaal een bepaalde stijl aanhangen, blijven zij dat waarschijnlijk heel lang, misschien wel de rest van hun leven, doen.

Klopt deze theorie met hoe úw muzieksmaak zich door de jaren heen heeft ontwikkeld? Luistert u bijvoorbeeld nog steeds naar muziek die u in uw jeugd ook draaide? Of ontwikkelt uw muzikale voorkeur zich nog steeds?

Els Meijers