Posts Tagged ‘els’

Crisis? Niet bij mij!

donderdag, oktober 29th, 2009

Els, Helen, Thea en Corine vertellen deze week in Libelle 45 over het topjaar dat zij ondanks of dankzij de crisis hebben gehad. Wilt u meer lezen over deze vrouwen? Kijk op:

www.natuurlijksmullen.nl (de website van de biologische snackbar van Helen)

www.hetgoed.nl (het kringloopbedrijf waar Thea werkt)

www.elsvegter.nl (Els is kunstenares en verkoopt haar schilderijen)

www.bbdoorn.nl (de website van de Bed&Breakfast van Corine)
[rectangle]
“Waarom zou ik van mijn hobby niet mijn beroep maken?”
Ingrid Alting (46) werd vorig jaar ontslagen, maar besloot niet bij de pakken neer te zitten. Ze haalde het beste uit haar ontslag en de crisis: ze richtte webwinkel de Patroonfabriek op.

“In de zomer van 2008 werd ik ontslagen bij het ICT-bedrijf waar ik werkte. Daar stond ik dan: zonder baan, mét twee kleine kinderen. De kans dat ik tijdens de crisis snel nieuw werk zou vinden, achtte ik klein. Ik vond het triest dat ik ontslagen was, maar veel tijd om erover na te denken had ik niet: ik stortte me volledig op mijn gezin. Toch groeide het idee dat ik iets moest gaan doen. Het geld moest toch ergens vandaan komen. Omdat ik 1,91 meter ben, weet ik als geen ander hoe moeilijk het is om goedpassende kleding te vinden. Ik tekende al jaren mijn eigen kledingpatronen. Waarom zou ik hier niet mijn beroep van maken? De gedachte dat meer vrouwen achter de naaimachine kruipen in tijden van crisis heeft me gesterkt. Ik ben ervoor gegaan en startte de Patroonfabriek. Op mijn website kunnen mensen een kledingstuk uitzoeken en hun maten invoeren. Ik maak de patronen dan op maat. Vanuit de branche krijg ik veel positieve reacties. Er bestaat een website waar ze allerlei patronen verkopen, maar voor afwijkende maten kun je daar niet terecht. Als er nu naar gevraagd wordt, kunnen deze mensen worden doorgestuurd naar mij. Erg fijn! Het opzetten van mijn eigen webwinkel was bepaald niet gemakkelijk. Ik merkte dat ik eigenlijk nog heel veel moest leren. De website bouwen, het patroontekenen, fotomodellen regelen en het opzetten van de administratie. Het was allemaal nieuw voor me. Steeds als er weer iets misging en ik het even niet meer wist, dacht ik bij mezelf: doorzetten, het is mijn droom waar ik aan werk. Nu, een jaar later, ben ik blij dat ik de stap genomen heb. De Patroonfabriek loopt goed en ik haal er ontzettend veel energie en voldoening uit. Ik werk nu vanuit huis en kan mijn baan prima combineren met de zorg voor mijn twee zoontjes. En het allerbelangrijkste: ik doe iets wat ik echt leuk vind. Je kunt wel zeggen dat ik ondanks de crisis echt mijn droom leef en meer dan een topjaar heb beleefd!”

Benieuwd geworden naar de Patroonfabriek? www.patroonfabriek.nl

“Honderd paar schoenen én een nieuwe topbaan!”
Barbara den Hollander (29) moest door de crisis vertrekken bij haar werkgever. Ze besloot haar droom achterna te gaan: een webshop in tweedehands schoenen openen.

“Mijn baan bij een groot internationaal taalinstituut heb ik moeten opgeven door de crisis. Het was een topbaan: ik had veel verantwoordelijkheden en reisde regelmatig. Door de geboorte van mijn dochter vorig jaar besloot ik gas terug te nemen. Ik deed het bedrijf een voorstel: minder uren en andere werkzaamheden. Dat werd afgewezen. Omdat er vanwege de recessie geen andere functies beschikbaar waren, werd rustiger aandoen uiteindelijk volledig ontslag. In de periode dat ik werkloos thuis zat, heb ik veel nagedacht. Zou ik een nieuwe baan zoeken? Wilde ik niet liever moederen? Ik had altijd al de ambitie om voor mezelf te beginnen. Het leek me ideaal om thuis te werken én ik ben dol op schoenen. Natuurlijk heb ik wel getwijfeld. Was het verstandig om in tijden van crisis een eigen bedrijf te beginnen? Al snel besloot ik VintageShoes.nl op te richten. Een webshop in tweedehands schoenen leek me helemaal geen slecht idee. De exemplaren die op mijn website staan, kies ik allemaal zelf uit. Ik houd van kwaliteit en ben redelijk veeleisend. De schoenen moeten een sixties-, seventies- of eightiesuitstraling hebben en ze moeten in goede staat zijn. Naast de webshop organiseer ik schoenenparty’s: het idee van de vroegere Tupperwareparty’s, maar dan met schoenen. De aanvragen voor deze feestjes stromen binnen. In het aantal websitebezoekers is ook een stijgende lijn te zien. Het is bijna onvoorstelbaar dat mijn bedrijf in zo’n korte tijd al zo goed loopt. Het eerste jaar bestaat vooral uit opstarten en investeren, maar toch houd ik er redelijk wat aan over. Het is geen volledig maandsalaris, maar dat hoeft ook niet. Inmiddels heb ik al honderd paar schoenen verkocht, heb ik mijn nieuwe topbaan gevonden en kan ik lekker thuis bij mijn kind zijn. Dat had ik een jaar geleden niet eens kunnen dromen!”

Op zoek naar mooie schoenen? www.vintageshoes.nl

Els – Online vrienden zijn ook vrienden

vrijdag, april 24th, 2009

Veel mensen waren er ook niet te bekennen. Af en toe reed een boer op een trekker voorbij, een ruiter te paard of een verdwaalde toerist uit de randstad zonder TomTom. Wat een rust, wat een stilte. En dan al dat groen om ons heen. De geur van natte grond, de geur van dennennaalden, en ja, ook de geur van gier: ik werd er bijna high van, zo lekker.

Het hele gezin bloeide op van een paar dagen Veluwe. Toen we bij het huisje arriveerden en uit de auto stapten, was Neils eerste reactie: “Mama, GRAS!”. En daar waren hij en zijn voetbal een week lang niet vanaf te krijgen. Kate is in een week vast twee centimeter gegroeid van de buitenlucht.

Op de Veluwe besloten we vastberaden dat we ons ooit – ooit – misschien wel eens hier zouden willen vestigen. Misschien zouden we het zelfs aandurven om hélemaal naar Drenthe of de Achterhoek te verhuizen. Ons toekomstige optrekje hoeft echt niet groot te zijn: als het maar uitkijkt op groen. En er moet een NS-station nabij zijn. Want zullen onze OV-ende vrienden uit Haarlem en Amsterdam nog wel bij ons langskomen als ze meer dan twee keer moeten overstappen? En o ja, we moeten natuurlijk ook supersnel internet tot onze beschikking hebben. Want als door de afstand vriendschappen toch verwateren, sluiten we net zo makkelijk nieuwe vriendschappen op internet, waar geografische afstand geen belemmering vormt. Online vrienden zijn ook vrienden, toch?

Ja, met snel internet zouden we het best in de outback kunnen uithouden. Vereenzamen zullen we niet. We zullen überhaupt te druk zijn om vrienden te ontvangen en te bezoeken. Want er moeten kippen gevoerd worden, geiten gemolken, sokken gebreid, kazen gemaakt, rabarbertaarten gebakken, kruidentuintjes geschoffeld en hectaren gras gemaaid. Als de zon ondergaat en het buiten fris wordt, trekken we naar binnen en kruipen we achter de laptop om in te loggen op Twitter, Hyves en andere gezellige netwerksites. Eén probleem: wie helpt ons van al die rabarbertaart af?

Dit was mijn laatste Gesprek van de Dag. Dank jullie wel voor het lezen en reageren. Ik wens jullie veel online vriendschap en gezelligheid toe, met elkaar op Libelle.nl.

Els – Peuters en pegels

vrijdag, april 17th, 2009

Als dat niet gebeurt, heeft mama vaak nog wel een andere pas, waarmee dat wél lukt. En anders komt er altijd nog een briefje uit waarop staat: volgende keer beter. Of je zoekt gewoon een andere geldautomaat. Dat laatste werkt helaas niet. Er is nog veel wat ik hem moet uitleggen.

In mijn kindertijd was het veel duidelijker, tot op zekere hoogte. Toen deed mijn moeder boodschappen met het geld dat mijn vader meenam als hij thuiskwam van zijn werk. Mijn vader werkte bij de bank. Dat kwam goed uit, vond ik, want daar was het geld nooit op. Heel plausibel allemaal.

Ook het principe van sparen was mij helder. Het hoogtepunt van het jaar was de Spaarweek, in de herfstvakantie. Dan gingen we onze spaarpot legen bij de bank. Achter de balie mochten we kijken hoe een telmachine onze muntjes sorteerde op kleur en grootte. Dat geld werd dan in een kokertje omhoog geschoten, naar de afdeling die het geld voor mij ging beheren. Die afdeling leende het geld dan aan mensen die het harder nodig hadden dan ik. En als beloning kreeg ik dan ‘rente’. Sparen voelde als welzijnswerk.

Ik vind het niet gek dat veel peuters en kleuters van nu zo weinig benul hebben van geld. Geld pinnen, betalen met een kaart en online bankieren maken het betaalproces er niet inzichtelijker op. Ik moet maar vaak ‘bankje’ gaan spelen met mijn zoon. Zijn speelgoedkassa doen we voorlopig ook nog niet weg. En als hij groot is, krijgt hij zakgeld, kleedgeld, een baantje als vakkenvuller en al die andere dingen waar ik vroeger niet altijd even blij mee was, maar die wel erg leerzaam zijn. Zal dat genoeg zijn om hem geldbewust (nee, niet geldbelust) en financieel zelfstandig te maken?

Els – (On)gelukkige ouders

vrijdag, april 10th, 2009

Als ik op mijn werkplek online foto’s en filmpjes van Kate en haar grote broer bekijk, wil ik mijn monitor knuffelen en het liefst meteen in de auto stappen om ze van de crèche te halen. O, wat ben ik gelukkig.

Toch denk ik ook vaak met een tikje weemoed terug aan de tijd dat we nog geen kinderen hadden. We voelden ons thuis in onze kindonvriendelijke etage in Amsterdam. We hadden alleen twee katten om ons verantwoordelijk voor te voelen. We konden zo hard werken als we wilden. We waren zelden geveld door griep of een ander in crèches op te lopen virus. We konden tot diep in de nacht in de kroeg zitten omdat de volgende ochtend niet al om zes uur een jongetje van drie naast ons bed stond. Toen was ik volgens mij ook heel gelukkig, ik denk: nét zo gelukkig. Ik durf het bijna niet op te schrijven. Mag een moeder dat wel denken?

Ja, het mag! Het is namelijk helemaal geen idiote gedachte. Het ouderschap maakt mensen niet gelukkiger, zeggen Britse sociologen. Een verband tussen ouderschap en geluk is er niet. Het eerste hapje fruit dat kinderen binnenhouden, hun eerste woordje, de eerste stapjes en alle mijlpalen die nog volgen, wegen niet op tegen de mindere kanten van het ouderschap. Dat is iets wat bewust kindlozen allang weten, maar waar de meeste ouders niets van willen horen.

Bij het ouderschap hebben mensen de neiging meer op de goede dan de slechte dingen te focussen, zegt de professor die het onderzoek leidde. We verwachten dat die enkele bijzondere momenten een lang effect op ons geluk zullen hebben, maar dat is dus niet zo. Ouders worden op een dag echter minstens zo veel tijd beziggehouden door opvoedingsperikelen, zorgen, gebrek aan bewegingsvrijheid en afgepeigerd zijn.

Mijn kinderen zijn nog te jong voor comazuipen en coke snuiven. Alles is nog pais en vree in ons huis. Met Kate op schoot, Neil tegen me aan en mijn echtgenoot aan mijn andere zij, ben ik de gelukkigste vrouw op aarde. Dan kunnen die Britse sociologen de boom in met hun onderzoek. Ik hoop dat dit gevoel nog heel lang blijft.

Els – Kredietcrisis wordt relatiecrisis

vrijdag, maart 27th, 2009

Mijn eerste reactie, toen ik dit hoorde, was: maar dat geld hebben we niet! Tot de recessie voorbij is, zetten we wel een bureaulamp op de wastafel. Mijn echtgenoot reageerde zoals het kabinet hoopt dat de meeste Nederlanders op de recessie zullen reageren: “Laten we dan meteen een offerte vragen voor het opnieuw betegelen van de muren. En een nieuw badkamermeubel zou ook niet misstaan”.

Ik wist niet wat ik hoorde. Hoe haal je het in je hoofd? Wat een financiële grootheidswaanzin. We hebben het goed, maar in onzekere tijden kunnen investeringen als een compleet nieuwe badkamer beter even wachten, vind ik. Een leninkje is zo afgesloten, dat is waar. Dat doet heel Nederland, zegt mijn echtgenoot, dus waarom wij niet? Maar ik ben opgevoed met: geld dat je niet hebt, kun je ook niet uitgeven.

De badkamercrisis is exemplarisch voor hoe verschillend wij hier in huis reageren op slecht financieel nieuws. Toen ik deze week hoorde dat ik door de crisis een grote opdrachtgever was kwijtgeraakt, stelde mijn echtgenoot me gerust met: “Je bent goed in je werk, dus je vindt zo weer een nieuwe”. Maar ik was ik in alle staten. Direct de schoonheidsspecialist afgebeld (met een rotsmoes: ‘mijn kinderen zijn ziek’), winkelmandje volgeladen met Euroshopper-spullen, bijna onze vakantie geannuleerd en nog net niet mijn nieuwe laarzen op Marktplaats gezet. Ik kon die dag aan niets anders denken aan die vermaledijde opdrachtgever, dreigend omzetverlies en de bedelstaf waartoe we zijn gedoemd te vervallen.

Wij zijn vast niet het enige huishouden in Nederland waar in de kredietcrisis een potentiële relatiecrisis schuilt. Mannen en vrouwen gaan nu eenmaal verschillend om met geld. Mannen geven makkelijker grote bedragen uit dan vrouwen dat doen, nemen meer risico en raken minder snel in paniek bij acute of dreigende geldnood.

Daarbij heb ik de indruk dat mannen minder snel erkennen dat ze krap zitten, en dus langer volhouden dat ze geld zat hebben, voor zichzelf en voor de buitenwereld. Wat denken jullie?

Els – Komt, laat ons zingen

vrijdag, maart 20th, 2009

Dat kan van alles zijn. Een slaapliedje, een klassieker uit Sesamstraat, op verzoek van mijn zoon van drie een liedje over poep, of een vrolijke meezinger uit Kinderen voor Kinderen over de atoombom, zeehondenjacht of echtscheiding. Als het maar swingt.

Zingen werkt heilzaam. Een muziektherapeut vertelde me eens dat zingen voor een baby een gevoel van veiligheid en geborgenheid teweegbrengt, ook als het nog niet geboren is. Als je als aanstaande moeder deze muziek ontspannen over je heen laat komen en het kindje via de buikwand teder aanraakt, dan krijgt de muziek een rustgevende lading. En als je deze liedjes vaak genoeg herhaalt, zingend voor je dikke buik, zal de baby ze herkennen als hij eenmaal ter wereld is gekomen. Voor die ongein had ik natuurlijk helemaal geen tijd, maar die schade haal ik nu in.

Het liefst zing ik als er niemand bij is, bijvoorbeeld in de auto. Dan galm ik mee met alles wat ik op de radio hoor. Zeker sinds ik weet dat zingen goed is tegen stress, een gemoedstoestand die mij niet vreemd is als ik achter het stuur zit. Zingen stimuleert de ademhaling en dus ook je bloedsomloop en dat werkt reinigend en stressverlagend. Hoe harder, hoe beter, denk ik dan. En dat principe breng ik ook in praktijk. In plaats van hyperventilerend in te voegen op de snelweg of achteruit inparkerend zonder adem komen te zitten, zing ik nu mee met Johnny Cash of andere automuziek. Zo blijf ik kalm. Echt, het werkt! Gisteren zong ik alleen zo hard dat ik niet hoorde dat de brandstofmeter begon te piepen. De paniek die toen ontstond – nieuwe auto, nieuw piepje en nergens een pomp te bekennen – daar was geen aria tegen opgewassen.

Zingen is zonder meer goed voor de mens. Er zou meer gezongen moeten worden, vindt u niet? Drie maal daags een lied en iedereen vaart er wel bij. Op welke momenten van de dag heft u het liefst een lied aan?

Els – Hoe word ik honderd?

vrijdag, maart 13th, 2009

Maar hela hola, ik laat me zomaar geen doodvonnis aanpraten. Hoe zit dat dan precies? Het valt mee. Het is niet zo dat pessimisme een directe oorzaak is. Optimistische mensen leven gewoon wat gezonder. Ze zijn meer geneigd om gezond te eten en te bewegen. Ook roken ze minder en ze hebben een rijker sociaal leven. Bovendien luisteren ze beter naar de dokter.

Doemdenkers als ik zijn dus nog niet ten dode opgeschreven. En gelukkig zijn er altijd nog tal van andere manieren om de honderd te halen, zeggen andere onderzoeken. Door je aan de schijf van vijf te houden. Door niet meer dan zeven uur per etmaal te slapen. Door voorzichtig te leven – check altijd de houdbaarheidsdatum op verpakkingen, pik geen lifters op in afgelegen gebieden en blijf uit de buurt van schrikdraad. Door een huisdier te nemen, dat zin aan het leven geeft en voor lichaamsbeweging zorgt. Of neem kinderen. Die kunnen je later verzorgen als je hulpbehoevend wordt.

Andersom is een hechte band met je moeder ook levensduurbevorderend, zeggen wéér andere Amerikaanse onderzoekers. De kans op een hoge bloeddruk, alcoholverslaving of hartaandoening is 91% als je geen goed contact met je moeder hebt, terwijl bij moederskindjes minder dan de helft deze gezondheidsrisico’s loopt. Ook ontspanning, fysiek en mentaal, is goed voor een mens. Daarom is seks, mits veilig, zo bevorderlijk voor de gezondheid. Net als lachen, mediteren en religie, mits met mate. En anders kun je altijd nog verhuizen naar het platteland, waar de levensverwachting hoger is dan in de uitlaatgassen en hectiek van de grote stad.

Door al die onderzoeken zou je bijna gaan denken dat je je levensverwachting grotendeels in eigen hand hebt. Doe dit, laat dat, en je leeft nog lang en gelukkig. Wat doet u met dit soort informatie? Neemt u het ter harte en denkt u optimistisch: op naar de honderd? Of bent u pessimistischer van aard en denkt u: ik kan alleen maar hópen dat ik gezond oud word?

Els – Vrouw in nood

vrijdag, maart 6th, 2009

Kantoorgenoot R. schoot direct te hulp. Hij verlegde wat kabeltjes en vroeg of ik misschien een chocoladekoekje wilde. Dat hielp, maar nog niet voldoende. De tweede man die in actie kwam, was kantoorgenoot J. Hij wilde wel even voor me bellen met onze systeembeheerder. Waarschijnlijk om te voorkomen dat ik aan de telefoon opnieuw in huilen zou uitbarsten. Daar deed hij goed aan.

De systeembeheerder arriveerde. “Ik denk dat het iets te maken heeft met het toewijzen van IP-adressen door de router”, zei ik, nog voor hij zich een beeld van de situatie had kunnen vormen. Die diagnose had ik natuurlijk beter voor me kunnen houden. Als je bij de huisarts bent met een ontstoken oog, moet je ook niet zeggen: “Dokter, ik heb even zitten googelen op ‘rood oog’ en ik denk dat ik suiker heb.” Laat de deskundige het denkwerk doen.

De systeembeheerder negeerde mijn opmerking en ging toen moeilijke vragen stellen. Bijvoorbeeld of ik soms werkte met een FBH. Of was het een OPD, ik weet het niet meer. Hij had ook kunnen vragen: “Heb jij soms een beveiligde internetverbinding met je werkplek thuis?” Dan had ik begrepen wat hij bedoelde. Maar ik verdenk hem ervan dat hij expres moeilijke afkortingen gebruikte om mij weer even mijn plaats te wijzen. Wie is hier de expert? Juist, ik. (Hij dus.)

Van de drie hulpvaardige mannen was het uiteindelijk de systeembeheerder die het probleem oploste. Dat moet ik hem nageven. De hoofdletter F in het wachtwoord moest een kleine letter f zijn. Dat had ik inderdaad zélf kunnen bedenken. Maar dat heeft me gesterkt in mijn overtuiging dat computers en internet eigenlijk best logisch in elkaar zitten, maar dat het de systeembeheerders van deze wereld zijn die het zo moeilijk maken.

Mannen kunnen een vrouw in nood op drie manieren te hulp schieten. Met deskundige hulp, psychische bijstand en chocoladekoekjes. Welke hulp krijgt u het liefst?

Els – Ik zet de joker in

vrijdag, februari 27th, 2009

Met het volume van de tv zo hoog als de stand van de kachel trainde zij dagelijks haar hersenen. Mijn oma was een pientere vrouw, tot het allerlaatst aan toe. Voor mij het bewijs dat quizzen gezond is voor de geest.

Toch wil de Universiteit van Tilburg hier voor alle zekerheid onderzoek naar doen, las ik. Wetenschappelijk onderzoek naar de invloed van quizzen op onze hersenen. Worden we slimmer als we een quiz spelen? Is het goed voor ons geheugen? En welke invloed heeft het goed of fout beantwoorden van quizvragen op het zelfvertrouwen?

Vooral die laatste vraag vind ik interessant. Ik denk dat ik het antwoord al wel weet. Je laat je meevoeren door Tien voor taal – ik noem maar een quiz – en je roept naar het beeldscherm: ‘B! Het is antwoord B!’ Wat er door je heen gaat op het moment dat Anita Witzier zegt: ‘Het goede antwoord is natuurlijk A. Dit was een makkelijke vraag om er even in te komen’, dat wil je niet te vaak voelen. Zeker niet als er mensen naast je op de bank zitten die het antwoord telkens wél weten. Daarom kijk ik niet te vaak naar Twee voor twaalf (daar is mijn gemiddelde score twee úit twaalf), Met het mes op tafel (alleen die ingewikkelde spelregels al) en de Achmea Kennisquiz (verliezen van een brugklasser wil je niet). Meedoen aan kennisquizzen ga ik pas weer doen als wetenschappelijk wordt bewezen en het honderd procent zeker is dat je er inderdaad slimmer van wordt, hoe goed of slecht je ook scoort.

Zijn quizzen IQ-verhogend, vindt u? En wat doen ze met úw zelfvertrouwen? Of wordt u van al dat gequiz niet veel wijzer?

Els – Neanderthaler in de keuken

vrijdag, februari 20th, 2009

De Allerhande, daar trekt mijn echtgenoot zijn neus voor op. Daar variëren ze al 35 jaar op hetzelfde recept, zegt hij. En ze strooien overal pijnboompitten over. Nee, de gerechten van mijn echtgenoot komen uit moeilijke kookboeken, zonder plaatjes.

Van BBC-kooktelevisie heeft hij geleerd hoe je met één hand eieren splitst, wortels julienne snijdt zonder je vingertoppen te verminken en soufflés maakt die niet inzakken. Ikzelf wacht nog steeds op een keukenmachine die dit alles kan. Ook heeft hij een betere timing dan ik.
Ik prik telkens toch weer net te laat in de broccoli om te zien of deze al gaar is. Mijn echtgenoot dresseert gerust vier pannen tegelijkertijd, en drinkt daar dan ook nog twee glazen wijn bij.

Goed kookgerei is het halve werk, zegt hij. Twee keukenkastjes moesten plaatsmaken voor een enorme Smeg-oven. Zijn koksmessen van € 75,-, zijn aanzetstaal, zijn zesteur, zijn vlammenwerper waarmee hij het suiker op de crème brûlée brandt en niet te vergeten zijn laatste aanwinst, een slacentrifuge, zijn hem heilig.

Mijn echtgenoot kookt het liefst met veel spektakel en natuurgeweld. Flamberen, roeren in enorme braadpannen en grote stukken vlees aan het spit rijgen, maken de neanderthaler in hem los. En een slagveld dat hij achterlaat. Maar dat is mannen niet vreemd, las ik deze week in NRC Next. Koken is het nieuwe jagen, zegt Igor Sorko van Cheffen.nl, een weblog voor mannen die graag koken. Vroeger kwam de man met een beest thuis dat vervolgens werd verscheurd. Maar ergens in de geschiedenis is het misgegaan, zegt hij. De vrouw nam het over, terwijl de keuken van oorsprong niet haar terrein is. Het maakt mij niet zo veel uit waarom mijn echtgenoot zich zo graag laat gelden achter het fornuis. Als het eindresultaat er maar naar is. En dat is het.

Wat is het beste gerecht dat ú ooit voorgeschoteld hebt gekregen door een man, chef-koks niet meegerekend? Wie heeft bij u thuis het schort aan?

Els – Wat minder passie graag

vrijdag, februari 13th, 2009

Bij het woord passie denk ik aan iemand die zo opgaat in waar hij mee bezig is, dat hij alles om zich heen vergeet en er alles, maar dan ook alles voor over heeft. Niet aan een grijze muis die te passie en te onpassie zegt: ik heb een passie.

Iedereen heeft tegenwoordig maar een passie. Een snelle google levert 610.000 voorbeelden op van mensen die zo’n onstuimige drang hebben, zo’n hartstochtelijke genegenheid. Voor kaas, bouwkundige constructies, breien, rookvlees, korstmos, metaaldectoren, rubber, het ongrijpbare, de medemens, je kunt het zo gek niet bedenken. Passie, passie, één en al passie.

En dan die mensen die beweren hun werk hun passie is, hoe saai dat werk ook is. Daar snap ik al helemaal niets van. Als je maar vaak genoeg zegt dat je werk je passie is, dan ga je het nog geloven ook, vermoed ik.

Ik gun iedereen zijn pleziertjes. Pret hebben, alles om je heen vergeten, is goed voor een mens. Wie van het leven geniet, heeft minder stress, is gezonder en leeft langer, blijkt uit onderzoek. Maar laten we dan alsjeblieft gewoon zeggen dat we een leuke hobby hebben, of een leuke baan. Als iedereen zijn liefhebberijen maar passies gaat noemen, waar blijven we dan, mensen? Begripsinflatie is het.

Wat ik pas echt ergerlijk vind, is dat je door al die passie om ons heen bijna medelijden met jezelf moet hebben als je passieloos door het leven gaat. En ook op de arbeidsmarkt ben je kansloos zonder passies. Lees maar eens wat personeelsadvertenties. Gezocht: projectleider met passie voor vastgoed, assistent met passie voor cardiologie. Waarom moeten we per se passie hebben? Wat is er mis met een gemiddelde hoeveelheid werkplezier en een gemiddelde dosis inzet? Al die hartstocht en bezieling op de werkvloer, dat gaat een keer mis.

Het moet maar eens over zijn met al die passie. Laten we het woord bewaren voor die dingen die ons echt gelukkig maken. En laten we dat dan lekker voor onszelf houden. Passie is passé, leve gewoon plezier hebben.

Els – Hoera voor Barbie

vrijdag, februari 6th, 2009

De pop zou met haar wespentaille en pronte boezem een onbereikbaar schoonheidsideaal in stand houden dat menig pubermeisje tot anorexia heeft gedreven. En ook met haar levenshouding geeft Barbie het slechte voorbeeld. Het enige wat Barbie zoal doet op een dag, is een beetje tennissen, paardrijden en shoppen op kosten van Ken. Weinig verheffend, weinig geëmancipeerd.

Dan wil ik het vanaf deze plaats toch graag voor Barbie opnemen. Ik geloof niet dat spelen met Barbies schadelijk is, integendeel.

Ik was alleen maar blij dat ik er niet uitzag als Barbie. Mijn Barbie had maar een raar lijf, vond ik. Haar borsten hadden geen tepels. Haar heupen waren zo smal dat haar rokjes afzakten. Die nam ik dan in met behulp van mijn nietmachine. En haar voetjes waren zo misvormd dat ik op een dag haar tenen heb moeten afknippen, omdat haar gympies anders niet pasten.

Met een complex heeft Barbie met haar rare lijf mij niet opgezadeld, en ook niet met een eetstoornis. Terwijl ik truitjes voor haar breide en Lego-huizen voor haar bouwde, at ik rozijntjes en Kokindjes en dronk ik Roosvicee, met mate. Spelen met Barbie ging bij ons thuis altijd gepaard met verantwoord snoepen. Snaaibuien en afvaloffensieven heb ik pas sinds ik niet meer met Barbies speel.

Ook in emancipatorisch opzicht heeft Barbie mij alleen maar goed gedaan. Mijn Barbie was bewust ongehuwde moeder. Ze had Skipper – officieel haar nichtje, maar ik vond dat ze ook prima kon doorgaan voor puberdochter – en die voedde ze in haar eentje op. Ken was er alleen maar om Barbie op commando rond te rijden in zijn cabrio. Hoe vrijgevochten is dat! Hiep hiep hoera voor Barbie, derhalve.

En u? Heeft u vroeger met Barbies gespeeld? En… heeft u daar iets aan overgehouden?

Els – Woorden schieten tekort

vrijdag, januari 30th, 2009

Ik vind het knap hoe Neil zijn woordenschat aan het uitbreiden is. Daar is hij, zoals de meesten van zijn leeftijdsgenootjes, heel vindingrijk in. Een slot openmaken noemt hij ‘openslotten’, een kan is een ‘inschenker’ en een helm is een ‘motormuts’. Lastige woorden leert hij steeds beter uitspreken – ‘tjomkuupter’ is inmiddels computer – en de zinnen die hij maakt, worden steeds langer. Hij leert ook woorden die ik hem vervolgens weer probeer af te leren. Zoals ‘nee’ als ik ‘ja’ wil horen.

De basis van de taal leggen kinderen tot ongeveer hun zesde jaar. Daarna begint het bijschaven. De grootste explosie van nieuw geleerde woorden hebben u en ik inmiddels dus wel gehad, maar we breiden onze vocabulaire (mooi woord!) nog elke dag uit. Een volwassene heeft maar liefst zo’n 60.000 woorden tot zijn beschikking. En zelfs dan komt het regelmatig voor dat er iets gebeurt waar je geen woorden voor hebt.
 
Ik kan ontzettend jaloers zijn op welbespraakte mensen. Mensen die begrijpelijke zinnen maken met mooie woorden en die daarmee precies onder woorden weten te brengen wat ze op hun hart hebben. Gerard Spong bijvoorbeeld, heel ingetogen en afgewogen. Of Matthijs van Nieuwkerk, die er, als hij op dreef is, soms bijna van gaat spetteren. Of, een voorbeeld uit heel andere kring: boer Jan uit Boer Zoekt Vrouw 2008. Als hij over zijn gevoelens praatte, zag je hem even stil worden, diep nadenken, en dan verwoordde hij kort maar krachtig, en precies goed, hoe nerveus, verliefd of verdrietig hij was. Behalve dan in de sleutelscène waarin Sipie liet merken dat ze eigenlijk wel naar huis wilde. Toen had ik echt zoiets van… (Ik kan even niet op het woord komen.)

Hoe welbespraakt bent u? Komt er bij u altijd uit wat u wilt zeggen of schieten woorden wel eens tekort?

Els – Je bent wat je hebt

vrijdag, januari 23rd, 2009

Met mijn nieuwe telefoon en toebehoren wil ik uitstralen dat ik een vrouw van de wereld ben. Een malle meid, ontzettend eigenzinnig, met een uitstekende smaak – waarschijnlijk ben ik de enige die dat vindt, want het model was belachelijk afgeprijsd – en die niet meeloopt met de rest. Wat ik dus eigenlijk wél doe met mijn iPhone, maar hé, het is nog altijd een witte.

Onnozel? Een beetje wel, ja. Maar zo zit de mens in elkaar. Gebruiksvoorwerpen moeten functioneel zijn, maar we willen er vaak ook onze identiteit mee uitdrukken. Wie we zijn, of misschien wel: wie we wíllen zijn. Als we geen onderscheidingsdrang zouden hebben, dan kochten we allemaal onze kleding bij C&A, V&D of P&C en reden we allemaal in een Ford Focus of een Golfje. Niks mis mee, maar wel een tikje saai.

Spullen zijn belangrijk voor me, dat geef ik toe. En die hoeven niet per se duur of state of the art te zijn. Dat kan ook een gammele fiets zijn of een paar afgeragde All Stars. Deze spullen horen bij mij, we hebben samen veel meegemaakt. En als ze gestolen zouden worden of kapot zouden gaan, dan zou dat voelen alsof ik een stuk van mezelf verlies.

Mijn nieuwe edelstenen-iPhone zegt: voor u staat geen moeke, maar een vrouw van de wereld. Wat ik niet ben, zal hij compenseren. En nu hoor ik u denken: wat een onzin, dat uiterlijk vertoon. Het gaat toch om het innerlijk? Maar u hebt toch ook wel eens een gebruiksvoorwerp gekocht om zijn uitstraling en in mindere mate om zijn functionaliteit? En, werkte dat?

Ik, chef brievenbakjes

vrijdag, januari 16th, 2009

Ik moet nog een beetje wennen aan de nieuwe situatie. Gezellig is het wel, maar af en toe mis ik mijn personal space. Gedachteloos neuspeuteren tijdens het typen is er bijvoorbeeld niet meer bij. Maar waar ik vooral door van slag ben, is dat mijn systeem begint te haperen. Mijn organiseersysteem, het systeem dat mij op de been houdt in drukke, onoverzichtelijke tijden.

Terwijl ik aan de ene kant van de kamer mijn leven probeer te ordenen in brievenbakjes, mapjes, stapeltjes en nog meer stapeltjes, struikel je aan de andere kant van de kamer over usb-kabels, snaren en zaagsel. En niet te vergeten een berg papier die ik demonstratief naar de andere helft van het bureau heb geschoven met de mededeling: hier, dit is van jou. Wat zoveel wil zeggen als: ruim die klerezooi op! Want ruimte op mijn bureau zorgt voor ruimte in mijn hoofd, is mijn overtuiging. Zoeken kost niet meer tijd dan opruimen, redeneert mijn man daarentegen.

Volgens de Amerikaanse psycholoog Sam Gosling zegt de manier waarop mensen hun omgeving, hun werkplek bijvoorbeeld, vormgeven veel over hun persoonlijkheid. Dat heeft hij onderzocht aan de hand van de voorwerpen en ‘sporen van gedrag’ die hij op werkplekken aantrof. Ik ben benieuwd wat hij zou concluderen als hij onze zolderkamer zou inspecteren. Opposites attract, zo veel is duidelijk.

We moeten tot een optimale hoeveelheid rommel zien te komen, heb ik nu bedacht. Een hoeveelheid waar ik niet overspannen van word en waarbij mijn man genoeg tijd overhoudt om te kunnen internetten, gitaarspelen en figuurzagen. En daarom heb ik een nieuw systeem bedacht. Op ooghoogte staat een nieuw brievenbakje: eentje waarin je mag storten wat je wilt. Van daaruit distribueer ík, chef brievenbakjes, de inhoud dan naar een van de elf andere brievenbakjes. En zo blijft ons bureau leeg. Jammer alleen dat zaagsel zich niet zo makkelijk laat archiveren.

We zullen zien of het werkt. Een prettige, opgeruimde werkomgeving maakt productiever. Maar is het ook goed voor je relatie?

Els – Je bent wat je hebt

vrijdag, januari 9th, 2009

De ‘ontsierende delling’, zoals de huisarts hem noemde, gaat nooit meer weg. De bobbel lijkt minder groot als ik een paar kilo’s ben aangekomen, maar ik begrijp best dat ik hierin niet de oplossing moet zoeken. Ik accepteer mijn asymmetrische billen, het is niet anders.

Ook mijn borsten hebben betere tijden gekend. Daar kun je tegenwoordig wel twintig potloden onder klemmen zonder dat ze vallen. Vlak na de bevalling zag het er nog hoopgevend uit als ik naar beneden keek. Maar nu maakt de aanblik me een beetje mistroostig. Aan het einde van de dag, na vijf voedingen, is er weinig meer over van wat ooit cup E was.

Mijn lichaam begint geleidelijk af te takelen. Ik lijd er niet onder, maar het houdt me wel bezig. Zo erg, dat ik nu al drie uur aan deze column zit te ploeteren. Hoe dat komt? Als we ons zorgen maken over hoe we eruit zien, dan vraagt dat zoveel aandacht dat er minder cognitieve capaciteit over is voor belangrijker zaken. Onderzoekers vroegen proefpersonen rekensommen te maken met alleen een zwembroek of bikini aan. Deze groep – vooral de vrouwen – presteerde slechter dan de proefpersonen die hun normale kleding droegen. In een ruimte zonder toeschouwers, kun je nagaan.

Zelfs met een dikke coltrui aan, afgezonderd op mijn zolderkamertje, laat ik me zo afleiden door mijn billen- en borstenmisère, dat we inmiddels een uur verder zijn, terwijl er nog geen fatsoenlijke column op papier staat. Kan iemand nú zeggen dat mijn billen en boezem er nog best mee door kunnen? Dan komt deze column misschien toch nog af.

Els- Eén plus één is tien

vrijdag, januari 2nd, 2009

Als ze begon te pruttelen, schudde ik een beetje aan het bakje en dan viel ze weer in slaap. Ondertussen hield ik getrouw de wacht.

Met deze rust was het de volgende ochtend gedaan. We mochten naar huis en Kate maakte kennis met haar broer Neil.

Vriendinnen hadden al gewaarschuwd dat het af en toe best aanpoten is met twee kinderen. En ze hadden gelijk. Eén plus één voelt als tien. Ze willen allebei aandacht en bij voorkeur tegelijk. Zit je de één te voeden, roept de ander, die bijna zindelijk is: Mama, er komt een poep! Wat doe je in zo’n geval? Zit je de één achter de broek omdat hij zijn korstjes niet wil opeten, gaat boven, in de babykamer, het alarm af omdat het alweer voedertijd is. Loop je in de bus naar voren om af te stempelen, met de kleinste in de draagzak, begint de ander, die je achter in de bus snel alvast op een bankje hebt geparkeerd, onbedaarlijk te huilen, omdat hij bang is dat je zonder hem uit de bus stapt. Op zo’n moment weet ik even zo gauw niet welk kind ik voorrang moet geven.

Dan zou ik willen dat het waar is wat ze zeggen:
dat vrouwen prima twee (of meer) dingen tegelijk kunnen. Dat ze, meer dan mannen, uitstekende multitaskers zijn. Ik herken me in elk geval niet in dit beeld. Hoe deed mijn moeder dat? Die had er vier. Ik las van de week een artikel over een gezin met vijftien (!) kinderen. De moeder zag er op de foto uit alsof ze elk weekend in een kuuroord zat, zo uitgerust en ontspannen. Wat is het geheim van dit soort supermoeders? Kunnen psychologen daar niet eens onderzoek naar doen? Sla mij maar over als proefpersoon. Niet geschikt. En bovendien heb ik daar nu even geen tijd voor…

Els Meijers

Els – Dubbel afscheid

vrijdag, oktober 24th, 2008

Mijn eerste Libelle las ik bij oma Meijers thuis. Als ik zondagmiddag bij haar op de thee was, nam ik eerst Libelle door, daarna de EO-gids en daarna Terdege, een stichtelijk familieblad boordevol advertenties van orgelspeciaalzaken en modewinkels waar je alleen rokken en hoeden kon kopen.

Als ik bij oma de Libelle las, had ik vooral oog voor de modereportages, moeder-dochter-verhalen, Wilma Culinair (of kwam die er pas later in?) en de knusse foto’s van familietaferelen en met linnen gedekte tafels vol kristal, en hapjes die mijn moeder wel wilde maken, maar uiteindelijk toch net iets te ingewikkeld vond. En niet te vergeten Anne-Wil. Zo’n supervrouw wilde ik later ook worden.

Na verloop van tijd stelde ik mijn Anne-Wil-ambities bij. Een carrière als Libelle-redacteur leek me net iets minder onrealistisch, zeker toen ik merkte dat ik kon schrijven. Stel dat ik oma Meijers zou kunnen vertellen dat ik voor Libelle schreef. Ze zou vast trots op me zijn. De goedkeuring van oma is me altijd veel waard geweest, er stond dus veel op het spel. En daarom heb ik lange tijd geen werk durven maken van mijn Libelle-droom.

Een half jaar geleden vertelde ik oma dat ik columns mocht gaan schrijven voor Libelle.nl. Dat vond ze heel wat, ook al had ze haar Libelle-abonnement inmiddels opgezegd (‘te werelds’) en kon ze zich weinig voorstellen bij internet.

Deze week is oma Meijers overleden. Ze is 94 jaar geworden. Ik wilde voor dit Gesprek van de Dag de gebruikelijke insteek nemen, maar ik kan vandaag eigenlijk alleen maar denken aan oma en wat zij voor mij heeft betekend. Een column over oma zou ze ‘bespottelijk’ hebben gevonden, want van ‘mensverering’ hield ze niet. Maar ik doe het toch. Ik hoop dat ze internet hebben in de hemel.

Morgen sta ik met mijn acht maanden zwangere buik op de begraafplaats. De geboorte van haar vijfde achterkleinkind heeft oma net niet kunnen meemaken. Volgende week ga ik met zwangerschapsverlof. De komende twee maanden kunnen jullie elke vrijdag op deze plek meelezen en –praten met Doreth. Veel plezier en tot in januari!

Els Meijers

Els – Had Madonna maar Fortis-aandelen

vrijdag, oktober 17th, 2008

Ik spiegel mezelf voortdurend aan anderen. Dat doet iedereen. Je wilt van jezelf kunnen vaststellen wie je bent en wat je kunt, en bij gebrek aan een objectieve meetlat meet je jezelf dan af aan anderen. Sociale vergelijking heet dat.

Het is goed voor je ego om jezelf te vergelijken met mensen die slechter af zijn dan jij. Ik ben daar bijzonder vaardig in. Ontmoet ik een vrouw die net de AKO Literatuurprijs heeft gewonnen voor haar debuutroman, twee keer zo veel verdient als ik en duizend vrienden heeft op Hyves, dan negeer ik dit alles gewoon en stel ik alleen maar vast: maar ik heb cup D en zij heeft twee erwten. Zo’n staaltje neerwaartse vergelijking geeft mijn zelfbeeld dan een enorme oppepper. Soms voel ik mezelf zelfs beter dan Madonna. Dan denk ik gewoon: ja, dat mens kan wel zingen, maar je zou maar zo’n spleet tussen je voortanden hebben.

Het mechanisme van neerwaartse vergelijking is echter niet altijd even succesvol, stelden onderzoekers aan de Rijksuniversiteit Groningen vast. Het kan mensen ook juist de put in praten. Een actueel, zelf bedacht voorbeeld. Stel: je hebt honderd Fortis-aandelen. Ik zou in dat geval mezelf peptalk proberen te geven door te denken: gelukkig zijn er ook mensen die duizend Fortis-aandelen hebben, díe zijn pas zuur, eigenlijk ben ik nog best een goeie belegger.

Maar… door jezelf te spiegelen aan nóg grotere pechvogels kun je jezelf dus ook de put in praten, stellen de psychologen. Vooral als je bij het vergelijken kijkt naar wat je gemeen hebt met die ander, het zogeheten assimilatie-effect. Dan ben je juist geneigd te denken: wat hem is overkomen met zijn duizend aandelen, had mij ook kunnen gebeuren, dat scheelde maar een haar, wat een sukkel ben ik toch, ik kan maar beter een andere hobby zoeken.

Pas dus op met wie je jezelf neerwaarts vergelijkt. Kies iemand uit die ver van je af staat, met wie je weinig gemeen hebt. Madonna had tienduizend Fortis-aandelen moeten hebben. Dat zou het leed van veel Nederlandse beleggers enorm hebben verzacht.

Met wie vergelijkt u zich wel eens? En werkt dat?

Els Meijers

Els – Uw reactie graag

vrijdag, oktober 10th, 2008

Als je denkt dat je buurman een ongemanierde zuurpruim is, moet je eens kijken op telegraaf.nl, ad.nl of een andere nieuwssite waar lezers kunnen reageren op nieuwsberichten.

Op álle berichten, of die nu over de kredietcrisis gaan of over de Nederlandse inzending voor het songfestival. Wat dat losmaakt bij de lezer? Ongenuanceerd gemopper en geklaag, niet zelden gepaard met scheldpartijen of zelfs bedreigingen. De teneur is bijna altijd dezelfde: politici zijn corrupt, de eerlijke belastingbetaler is de dupe en wie het daar niet mee eens is, is een eikel.

Vooral Nederlanders blijken hier een handje van te hebben, zegt dagblad Trouw, dat onderzoek deed naar online schelden op internet. Nederlanders reageren op nieuwssites en forums harder en platter dan andere Europeanen.

Ik dacht meteen: dan hebben de onderzoekers het Libelle-forum zeker overgeslagen, want hier valt het volgens mij nog wel mee met online wangedrag. Misschien doordat hier hoofdzakelijk weldenkende vrouwen vertoeven? Of maakt de moderator overuren?

Op basis van het onderzoek door Trouw kunnen Nederlanders een voorbeeld nemen aan de Duitsers. Op hun nieuwsforums wordt volgens Trouw zelden gescholden. De meeste bezoekers beginnen hun reactie zelfs met ‘geachte heer/mevrouw’. In Frankrijk is de toon harder, maar zijn de meningen beter onderbouwd. Op Britse forums blijven online discussies vaak aangenaam dankzij humor.

Maar of ongemanierde Nederlandse forumbezoekers hier een boodschap aan hebben? In elk geval niet de allergrootste sfeerverpesters, de ‘trollen’.
Forumbezoekers die doen alsof ze reageren op de discussie, maar er vooral op uit zijn om zoveel mogelijk mensen op de kast te jagen. Zieken om het zieken, onder een veelzeggend pseudoniem als Rukker138 of Bekhouwe (ik bedenk ze ter plekke, hoor).
Reprimandes werken averechts, want hoe meer aandacht, hoe beter. Nee, dan valt er met je buurman een beter gesprek te voeren.

Ook op Libelle.nl kunnen bezoekers volop deelnemen aan discussies. Velen van jullie doen dat ook. Waar ik zo benieuwd naar ben: is Libelle.nl de enige plek op internet waar jullie wel eens een reactie achterlaten? Of reageren jullie ook op artikelen op nieuwssites? En hoe gezellig vinden jullie het over het algemeen op internet?

Els Meijers