Posts Tagged ‘Femke’

Femke – naakt

donderdag, februari 16th, 2012


Van nature ben ik niet graag naakt. Hoewel, dat is eigenlijk niet zozeer van nature als wel aangeleerd. Maar toch. Ik denk dat voor het merendeel van de zogenaamde ‘nuchtere’ Hollanders geldt dat ze in hun blootje niet uitermate op hun gemak zijn. Een enkele nudist daargelaten. We zijn een beetje schuchter over ons lijf. Ik ook. Als kind holde ik nog als een dolle naakt over het strand, maar rond de puberteit kon ik me niets afgrijselijkers voorstellen dan mijn ouders of broertje in de badkamer als ik me aan het afdrogen was. Dus de badkamerdeur ging hermetisch op slot. En dat is zo gebleven.

Tot voor kort mocht eigenlijk alleen Reinier me naakt zien. Sinds ik echter de drempel van een sauna over gestapt ben, zijn er meerdere mensen die me in eva-kostuum hebben gezien. Hoewel dat me minder moeite kostte dan ik van tevoren vermoedde, denk ik nog steeds bij het betreden van ieder stoombad of iedere zweetkamer: ik ben bloot, ik ben bloot. Maar zij ook, zij ook. Och, wat een klein piemeltje! Let op, Fem, buik inhouden, iedereen ziet je vetrollen…
Dus nee, beweren dat ik me zo heerlijk vrij voel zonder kleding, is pertinent onwaar. En volgens mij geldt dat voor heel veel saunabezoekers. Je maakt mij niet wijs dat zij zich niet constant bewust zijn van hun kwetsbare naaktheid.
Hoe anders gaat dat in de hamam. Toen ik daar afgelopen zaterdag voor het eerst binnenstapte, viel me op dat de sfeer totaal anders is. Waar er in de sauna min of meer stilte opgelegd wordt, kletsen de vrouwen in de hamam elkaar de oren van het lijf. Ze lopen rond in enkel een onderbroekje, masseren elkaar met olijfoliezeep, smeren elkaar in met modder, gooien emmers water over elkaar heen en alles met de grootste vanzelfsprekendheid. Ik keek mijn ogen uit. Er moet toch heel wat gebeuren, wil ik de voeten van mijn vriendin masseren en haar buik bestrijken met modder. In onze cultuur heeft zoiets toch al snel een andere lading, terwijl het in de hamam slechts een natuurlijke kwestie van vertrouwen is. Om eerlijk te zijn, maakte het me een beetje jaloers, want tjonge jonge, wat zijn wij toch eigenlijk een afgemeten en afstandelijk volkje. Alles met mate. Niet te veel je emoties laten zien. Niet te overdreven. Niet te dichtbij. En waarom?

Femke – competitiedrang

donderdag, februari 9th, 2012

Na een weekend van twee diners en veel taart, smeekte ik Reinier om een rondje mee te rennen in het park. Het leek gezellig om deze bezoeking samen te ervaren. Sinds een paar maanden loop ik hard. Soms. Reinier sport niet, terwijl ook zíjn schattige buikje steeds dikker wordt. Na onze warming-up begonnen we rustig. Althans: ik. Reinier ging als een dolle van start. Alsof ie een record wilde vestigen. Gestaag rende ik door. Om hem na tweehonderd meter helemaal kapot tegen een hek te zien hangen. “Je moet veel langzamer lopen. Dan houd je het tenminste een paar kilometer vol”, riep ik hem toe. Zo’n tien minuten volgde Reinier mijn advies op. Maar toen ging hij ineens weer in een hogere versnelling lopen. Ik schudde mijn hoofd, maar wilde voor één keer de wijste zijn. En zei dus niks. Vierhonderd meter verderop kwam ik mijn echtgenoot weer tegen. “Ik heb enorme kramp”, klaagde hij, terwijl ik hem rustig voorbij rende. “Doe nou rustig!”, riep ik wederom. “Ga gewoon achter me rennen, dan heb je een fijn tempo waarin je het makkelijk zes kilometer volhoudt.” Hij knikte en ik haalde opgelucht adem: eindelijk was ik tot hem doorgedrongen.

Twee kilometer lang ging het goed en toen leek het wel alsof Reinier een wild paard was dat losbrak uit de kudde. Hij begon te rennen als Forrest Gump en binnen dertig seconden was hij uit het zicht. Verbijsterd bleef ik achter. Waarom deed hij dit? Ik pijnigde mijn hersens. Waarom bleef Reinier niet gewoon lekker achter mij lopen? Waarom putte hij zichzelf iedere keer zo uit? En toen viel het kwartje. Mijn lieve mannetje. De journalist bij de intellectuele krant. De man die boeken leest en niet kan klussen. De man van wie ik een aantal weken geleden nog beweerde dat hij niet van Mars kwam. Die man had even heel erg last van zijn testosteron.
Van competitiedrang. Hij moest en zou mij laten zien dat hij sneller was, sterker in de benen, van nature behept met meer conditie. En waar veel andere vrouwen hun mannen zouden laten begaan, moest ik natuurlijk weer de nadruk leggen op wat ik net helemaal zelf had uitgevogeld. Hij ontkende. Typisch.

Femke – Ik wil een kind

donderdag, februari 2nd, 2012

Het was op een heel gewone dinsdagavond. Reinier lag al in bed en ik nestelde me in een hoekje van de bank met het magazine van Freya, de vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen. Ik had net een vrouw geïnterviewd die na talloze ivf-behandelingen de hoop had opgegeven om ooit nog in verwachting te raken en vervolgens het blaadje van de vereniging toegestuurd gekregen. De verhalen van vrouwen die maar moeizaam of helemaal niet zwanger konden raken, stapelden zich per pagina op. Het waren mooie, integere artikelen, maar ik werd er dieptreurig van. Het moet toch vreselijk zijn als iets wat voor zo veel mensen zo gewoon en makkelijk is, niet binnen jouw bereik ligt. Helemaal als je al je hele leven weet dat je graag moeder wilt worden.

Het viel me op dat de lijdensweg van de onvruchtbare vrouwen me dieper raakte dan ooit. Voor het eerst in mijn leven betrok ik de verhalen op mijzelf. Zolang je nog niet bezig bent om zwanger te raken, denk je zelden aan onvruchtbaarheid. Eigenlijk telt dan alleen het omgekeerde: Als ik maar niet zwanger raak: want ik studeer nog, want ik ben nog maar twintig, want ik verdien te weinig, want ik woon nog op kamers, want is dit wel de ware? Voor de grap zou ik wel eens alle anticonceptie-pillen, condooms en morning-afterpillen die ik ooit gebruikte op een berg willen gooien om te zien hoe hard ik ermee bezig was om toch vooral niet te vroeg een kind te krijgen.

Maar daar zat ik dus, op een gewone dinsdag, diep geroerd te zijn. En plotseling besefte ik: wie zegt me dat het ons wel zomaar lukt? Waar wachten we eigenlijk nog op? Op het ‘goede’ moment? Maar wat is het goede moment om een kind op de wereld te zetten? We plannen ons helemaal suf en tot op bepaalde hoogte kan dit ook, maar je kunt nog zo hard plannen dat je op je 33e een kind wilt, niemand kan je garanderen dat dit ook lukt als je op je 32e stopt met de pil.

En toen… toen wist ik het ineens. Ik rende de huiskamer door en stormde de slaapkamer binnen.
“Reinier, moet je horen…”, begon ik
Mijn man zat rechtop in bed.
“Eerst ik…”, onderbrak hij me en hij keek me ernstig aan.
“Ik denk dat we er klaar voor zijn, Femke. Ik wil een kind.” [rectangle]

Femke – BN-er

donderdag, januari 26th, 2012

Zoals zo veel kinderen wilde ik vroeger beroemd worden. Ik keek op tegen alle bekendheden en kon me niets geweldigers voorstellen dan ook op die manier aanbeden te worden. Handtekeningen uitdelen, mensen die je naam weten terwijl je ze nog nooit in je leven hebt gezien, met alle egards worden behandeld, de beste plaatsen in het vliegtuig. Maar vooral: aandacht.

Zoals zo veel kinderen wilde ik vroeger beroemde mensen ontmoeten. Om te zien hoe ze ‘in het echt’ zouden zijn, of ze aardig waren, of gewoon omdat ik weer eens dacht dat een soapster mijn ware liefde was. Tegenwoordig ontmoet ik geregeld BN’ers omdat ik ze interview voor Libelle. De eerste keer was ik nog flink onder de indruk, maar al snel kwam ik erachter dat het ook maar gewoon mensen zijn. (Hoewel… Marco Borsato vond ik ook na afloop van ons gesprek nog een soort van god!) Mensen die er allemaal wel moeite mee hebben dat ze te allen tijde blootgesteld zijn aan de ogen van het publiek.

En toch… dat beroemd willen worden is altijd wel een beetje in me blijven zitten. Tot onlangs. De avond waarop de documentaire over Libelle (4 januari uitgezonden op de tv) gepresenteerd werd aan de redactie plus de makers en aanverwanten. Voor wie ’m niet heeft gezien: ik ben af en toe vrij prominent in beeld. Na de vertoning liep ik de zaal in waar we zouden naborrelen. Ergens in een hoek zag ik mijn beste vriendincollega Alida en ik wilde naar haar toelopen, maar werd aan alle kanten staande gehouden door mensen die iets tegen me wilden zeggen. Dat ze het leuk vonden. Of grappig. Dat ik zo ‘mezelf’ was (wat dat dan ook is). Natuurlijk is dat allemaal heel vleiend, maar toch… Toch begreep ik ineens een heel pietsie klein beetje waar die BN’ers soms over klagen. Je wordt plotseling publiek bezit. Iedereen vindt iets van je. En wat moet je terugzeggen op complimenten? Bedankt? Bedankt! Bedankt! Ja, jij ook bedankt! Ja, dank je! Murmelend ben ik weggeslopen. Met een glas wijn in de ene en een sigaret in de andere hand heb ik buiten staan wachten totdat de meeste mensen waren vertrokken. En toen ben ik via een sluiproute toch aan de bar bij mijn bestevriendincollega Alida uitgekomen. Die vervolgens zei: “Wat was je leuk in die documentaire!”
Mijn laatste ‘bedankt’ kwam er wat benepen uit.

Femke – vermijdingsgedrag

donderdag, januari 19th, 2012

Vermijdingsgedrag. Tot voor kort heb ik het nooit begrepen. Van nature ben ik iemand die de confrontatie aangaat. Liever zo snel mogelijk het koude water in dan aan de kant staan toekijken. Huiverend. Twijfelend. En toch. Ik ben bang om auto te rijden. Zegt Hij. Ik ben bang om auto te rijden en daarom kan ik het nog niet. Al veertien jaar mág het, van de wet, maar toch doe ik het niet. De grote vraag is: waarom eigenlijk niet? In mijn ogen lagen mijn prioriteiten jarenlang nu eenmaal anders, maar ik blijk dus een fobie te hebben. Tenminste, dat zegt Hij.
Hij is mijn nieuwe rij-instructeur. Ik had er al eentje, twee jaar geleden, bij wie ik gillend wegrende toen hij zei dat ik er waarschijnlijk meer dan zestig lessen over zou doen om mijn rijbewijs te halen. Nu heb ik dus een nieuwe, die me verdacht veel doet denken aan mijn oude. Ook deze keek na mijn eerste les hoofdschuddend naar me en zei: “Ik heb werkelijk geen idee hoelang jij erover gaat doen.” Met een stem die bijna verdrietig klonk, vervolgde hij: “Je bent bang. Het lijkt erop dat je een fobie voor autorijden hebt.” Ik was met stomheid geslagen. Bang? Ik? Hoezo? De redenen die ik al jaren aanvoer, hebben niks te maken met angst, maar alles met ‘ik vind het niet leuk’, ‘ik vind het te duur’, ‘het kost me te veel tijd’, ‘wat heb ik eraan in een stad als Amsterdam zonder parkeerplekken en met trams?’, ‘ik kan ook met het openbaar vervoer’ en ‘ik neem net zo makkelijk een taxi’. Ik kon me niet voorstellen dat ik bang was om auto te rijden, aangezien ik eigenlijk nooit ergens bang voor ben. Onverschrokken fiets ik midden in de nacht door een buitenwijk van Amsterdam en sta ik met een microfoon voor een publiek van een paar honderd mensen een presentatieklus te doen. Enkele jaren geleden reisde ik nog voor Libelle naar het onveilige Afghanistan. Dus. Bang? Ik? Hoezo? Ferm begon ik bezwaren te maken tegen deze rij-instructeur die mij iets vertelde waar ik helemaal niet aan wilde. Al snel onderbrak hij me en zei: “Femke, kijk eens even goed naar hoe je hier naast me zit.” En dat deed ik. Ik keek naar mezelf en zag een ineengedoken, ietwat mollige 32-jarige zenuwachtig schuivend op de bestuurdersplek. Het stuur leek in haar handen vastgeklemd en als ze haar handen verschoof, lieten ze natte plekken achter. Moedeloosheid overviel me.

Femke – Ommekeer

donderdag, november 10th, 2011

Het weekend zal de geschiedenis ingaan als het weekend van de ommekeer. Tenminste, zo stel ik me dat voor en dat geloof ik ook.

Het gebeurde tijdens een logeerpartijtje in Harderwijk. Ik moet toegeven, veel dingen van belang gebeuren nog altijd in Harderwijk. Het was een zwoele dag. Eentje waarvan we er afgelopen zomer wel iets meer hadden mogen hebben.

Toen ik mezelf weer eens martelde door op de weegschaal van mijn moeder te gaan staan (hopend, altijd hopend dat dat ding wat anders aangeeft dan de mijne) schrok ik wederom zodanig, dat ik meteen een legging, shirt en sportschoenen uit de kast trok en langs het Veluwemeer begon te hollen. In gedachten viel ik met iedere stap wel een pond af, maar toen ik terugkwam en de tuin in liep, bleek het tegendeel waar. Mijn omaatje van 93 keek onverbloemd misprijzend naar mijn lijf en toen mijn moeder zei: “Kijk, daar komt Femke terug van het hardlopen”, zei ze: “Dat kan ze helemaal niet. Daar is ze veel te dik voor.” En wie zegt dat alleen kinderen en dronken mensen de waarheid spreken? Dementerende bejaarden dus ook. [rectangle]Dat bleek. Nog met een enigszins vergoeilijkende lach zei ik: “Oma, dat kun je niet zeggen. Dat is onaardig.” Maar ze wist van geen ophouden en vervolgde met de zin die nu nog steeds in mijn hoofd nagalmt: “Wat een dikke kont. Nee, het is echt niet mooi meer, hoor.” Kedeng. Een dolk in mijn hart.

Ik besloot te gaan douchen en verhullende kleding aan te trekken waarin ik zelf altijd nog de illusie heb dat ik er best prima uitzie. ’s Avonds tijdens het eten besloten vader en moeder er nog even een schepje bovenop te doen door gezamenlijk een soort interventie op poten te zetten. Mijn vader begon met te zeggen dat het toch echt de spuigaten uit begon te lopen en mijn moeder knikte bevestigend en zei dat ik daadwerkelijk tegen de grens van ‘dik’ aanleunde. Ik schrok enorm. Was het zo erg?

De volgende dag ben ik gestopt. Gestopt met kroketten, chips, kip-kerriesalade, gevulde koeken, snoep, ijs, pizza en al het andere waarvan ik weet dat het de tachtig kilo angstvallig dichtbij bracht. De pondjes verdwijnen heel langzaam, maar ik merk dat mijn instelling over eten veranderd is. Ik wil niet DIK zijn en prijs mijn ouders dat ze zo lekker hard waren. Hoe gaat dat spreekwoord ook alweer? Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

Femke – Laat los

donderdag, september 8th, 2011
Het komt meestal boven als ik in een neerslachtige bui ben. Alles wat ik ooit verkeerd gedaan heb, moet dan goedgemaakt worden. Er ontstaat een absolute noodzaak om met iedereen in vrede te leven. En dus ook met de passionele Roemeen, die ik verliet voor Reinier. Ieder jaar probeer ik minstens één keer om weer op goede voet met hem te komen. Hoe ik me er ook tegen verzet. Ik moet en ik zal… ja wat eigenlijk? Vergeving krijgen? Contact houden? Vrienden worden? Ik weet het niet precies.

Ik weet alleen dat er, als die drang om hem te schrijven komt bovendrijven, geen houden meer aan is. Terwijl de uitkomst al jaren hetzelfde is: hij wil geen contact. Hij wil niet herinnerd worden aan wat had kunnen zijn. [rectangle]De toon is door de jaren heen wel iets anders geworden. In 2005 schreef hij nog dat hij me in mijn gezicht zou spugen als hij me ooit tegen zou komen en nu, anno 2011, vind ik op het zogenaamde sociale medium Facebook drie lange berichten met de strekking: tijd heelt niet alle wonden. Hij heeft geprobeerd onze relatie te vergeten

en contact met mij zorgt ervoor dat alle herinneringen weer terugkomen.

Natuurlijk kan ik snappen dat contact met een ex-geliefde pijnlijk is. Vooral als diegene je bruut aan de kant heeft gezet op het moment dat jij op je kwetsbaarst was. Maar wat ik niet begrijp is dat je dan voor altijd uit elkaars leven moet verdwijnen. Let wel: het is acht jaar geleden. Als je faalt op één terrein, faal je dan als compleet persoon? Als liefde niet werkt, is vriendschap dan onmogelijk? Hij kent mij nog steeds. Ik ken hem nog steeds. We zullen elkaar nooit meer niet kennen.

Hij volhardt echter in het negeren van mijn bestaan. En dus kan ik niet anders dan hartgrondig balen van
het feit dat het leven zo veel contacten met een heleboel niet-bijzondere mensen biedt, terwijl ik niet in staat
ben gebleken alle speciale individuen vast te houden.

Femke – Trotse ouders

donderdag, september 1st, 2011

Mijn ouders zijn van het laatste slag. Of ik nu met een 6,5 of een 10 voor aardrijkskunde thuiskwam, hun reactie was er altijd een in de trant van: “Goed gedaan, hoor”. Toen ik de hoofdrol in de musical Pompelmoes veroverde, in groep acht, kreeg ik een schouderklopje en that was it. Het maakte ze niets uit of ik nu decordrager of hoofdrolspeler was.

Natuurlijk siert het mensen als ze je niet alleen beoordelen op prestaties, dat zie ik ook wel. Maar als je een streberig kind bent dat alles doet voor een tien en de bijbehorende waardering, dan is het best slikken als er geen loftuitingen je kant op komen wanneer je een doel bereikt hebt. [rectangle]

Naarmate je ouder wordt, kom je natuurlijk steeds meer los te staan van je ouders. Hun waardering blijft echter altijd belangrijk, of je nu 12 of 42 bent. Zo kreeg ik een paar jaar geleden deze column in Libelle. Nadat ik Reinier had gebeld om het goede nieuws te vertellen, pleegde ik een telefoontje naar Harderwijk.

Vader kwam aan de lijn, en ik gilde meteen: “IK KRIJG EEN COLUMN IN LIBELLE!!!! Yoeoehoeoe!!!!” Waarop hij reageerde: “Nou, dat is mooi.” Ik kon het niet helpen dat ik dit toch als een lichte teleurstelling voelde. Het was leuk geweest als hij voor één keer net zo door het dolle heen was geweest als ik. Maar de nuchterheid voerde, zoals altijd, de boventoon.

Trots uit zich bij mijn ouders in andere dingen, zo is het nu eenmaal. Dat werd laatst weer eens duidelijk toen mijn vader me bekende dat hij mijn column in de C1000 had staan lezen. Verwonderd vroeg ik hem waarom hij daarvoor naar de supermarkt ging. Mijn moeder heeft al jaren een abonnement. Mijn vader antwoordde: “Ik mag hem van je moeder niet openmaken, want dat hoort bij haar zondagsritueel. En omdat ik nooit kan wachten, kijk ik stiekem alvast in de supermarkt wat je die week weer hebt geschreven.”

Met deze uitspraak kreeg ik in een keer de erkenning die ik zo graag wilde hebben, en ik besloot me nooit meer wat aan te trekken van die Zwolse nuchterheid. Ook weet ik wat ik mijn vader voor zijn verjaardag ga geven: een eigen Libelle-abonnement.

Femke – Literaire loser

donderdag, augustus 25th, 2011

Je kunt er de nieuwste romans doorbladeren, de door jou bewonderde auteurs ‘in het echt’ zien en lezingen bijwonen. Echt iets voor mij. Ik heb moderne Nederlandse letterkunde gestudeerd. Ik houd van boeken. Ik adoreer Connie Palmen. En ga zo maar door.

Een beetje vreemd is het dus wel dat ik Manuscripta nog nooit heb bezocht. Nu zou ik kunnen aanvoeren dat ik toevalligerwijze altijd in het eerste weekend van september op vakantie ben. Of dat mijn broer dan jarig is. Of dat mijn weekenden over het algemeen zo vol zitten, dat ik geen tijd heb voor zo’n boekenbeurs. Maar dat is allemaal niet waar. Sterker nog: vorig jaar fietste ik een beetje lamlendig door de stad en besloot een kop koffie te gaan drinken. [rectangle]

Ik slalomde over het Westergasfabriekterrein richting café-restaurant Pacific Parc. Ineens viel me op dat er meer mensen dan normaal waren. Het merendeel van de aanwezigen liep in een boek te bladeren. O jee, Manuscripta. Ik was er toevallig terechtgekomen. En ik wist niet hoe snel ik er weer weg kon komen.

Die kop koffie heb ik maar overgeslagen, want in mij riep een stem: weg hier! Weg van al die boeken. Weg van al die gevierde schrijvers. Van al die uitgekomen dromen. Al die discipline. Al die eenzame uren achter een computer en maar tikken, tikken, tikken, tikken.

De confrontatie was te groot. Door Manuscripta word ik namelijk geconfronteerd met mijn eigen falen. Al jaren steek ik mijn kop in het zand. Het enige wat ik doe, is achteroverleunen en hopen dat het door mij geschreven meesterwerk er vanzelf wel komt. Ik begin altijd morgen. Nooit vandaag. Ik ben een Literaire loser. Vandaar dat ik Manuscripta graag ontwijk.

Helaas zal ik dit jaar niet slagen in die missie. Ik word gestuurd. Mijn baas heeft me gevraagd om voor Libelle schrijvers te interviewen. Op Manuscripta. En aangezien ik nogal gezagsgetrouw ben, heb ik ja gezegd. Lekker. Zout in een open wond strooien.

Femke interviewt op Manuscripta o.a. Arie Boomsma en Ellen Heijmerikx op zondag 4 september van 15.45-16.15 uur (www.manuscripta.nl).

Manuscripta is een must voor boekenliefhebbers. Tijdens dit evenement in het eerste weekend van september krijg je alle ins en outs te horen vanuit het boekenvak. Lees meer over dit evenement.

Femke – Eetprobleem

donderdag, augustus 18th, 2011

Laatst werd ik me er ineens van bewust hoe vaak ik aan eten denk. Zoals er over mannen gezegd wordt dat zij ieder uur wel een paar gedachtes over sex hebben, zo ben ik de hele tijd bezig met voedsel. ’s Ochtends valt het wel mee, dan zit het slot nog op mijn maag, maar vanaf een uur of elf ontwaakt er een soort beer in mijn maag en die begint dan zo ongelofelijk te grommen, dat het bijna bedreigend wordt.

Ik begin heel hard te hopen dat er kroketten en pindasoep in de kantine zijn, en tegen de tijd dat het lunchtijd is, ben ik het feit dat ik hard richting de tachtig kilo ga, al bijna helemaal vergeten. Alles in mij roept dat die ene vette hap het verschil ook niet zal maken en dus ga ik voor de bijl. [rectangle]

Meestal gaat het de rest van de middag goed, maar als ik rond zessen op het station sta en de trein komt weer eens te laat, dan dwalen mijn ogen toch af naar de chipsautomaat. De focus op de rest van de wereld verdwijnt en het zoemt in mij CHIPSsss, CHIPSsss, CHIPSsss. Bijna als vanzelf gaat mijn hand naar mijn portemonnee en floep, die € 1,25 zit zo in de machine. Dat eerste bolognese-chipje in mijn mond. De hemel.

Vaak is dit ook het moment dat ik me voorneem weinig avondeten op te scheppen en geen (pak) koekje(s) bij de koffie te nemen. Maar helaas. De chips beklijft niet en tegen de tijd dat Reinier mij een pasta met zalm-roomsaus voorschotelt, zit ik zo lekker te smikkelen dat er ongemerkt een tweede portie in gaat. En dan moet de avond nog beginnen. Een avond die tussen acht en tien uur gedomineerd wordt door een ongeremd verlangen naar ijs met karamelsnippers, chocoladekoekjes, witte chocolade en tussen tien en twaalf door toastjes brie en kaasstengels.

Ik loop meerdere malen naar de keuken om in de kastjes te kijken wat we nog hebben, overweeg naar de snackbar te lopen, twijfel, doe het niet… en doe het uiteindelijk toch. Eten beheerst mijn leven en dus ben ik voor de zevende keer aan de Sex and the City-box begonnen. Zolang ik mijn ogen op de broodmagere, benijdenswaardige Carrie Bradshaw houd, kan mij niks gebeuren. Het vervelende is alleen: Carrie eet in elke aflevering. Voortdurend.

Femke – Openbare woede

donderdag, augustus 11th, 2011

Tevreden schoof ik in een bankje voor twee. Het was niet druk in de trein dus ik kon mijn tas lekker naast me neerzetten. Heerlijk vind ik dat. Een half uurtje treinen naar Hoofddorp. Lezen, denken, muziekje erbij.

En toen. Toen stommelden er twee nogal gezette vrouwen de coupé binnen. Zwetend en steunend. Ze sleepten enorme koffers achter zich aan. Die ze vervolgens nergens kwijt konden, want het bagagerek boven hen was te smal. De koffers werden dus voor en naast hen geplaatst, wat de andere passagiers natuurlijk uitermate irriteerde. [rectangle]

Het gegrom en gesteun van de jongste van de twee dames nam steeds meer toe en ze begon te schelden op haar moeder. Zei dingen als: “Waarom was je dan vanochtend ook zo langzaam? Je bent een trage slak! Waarom had je je koffer nog niet ingepakt? Wat ben jij toch ongelofelijk lui! Schuif eens op, je zit tegen me aan, ik word gek van je!” Dit alles ongegeneerd en met luide stem.

Meerdere reizigers keken verontrust de kant van de moeder en de dochter op, maar de dochter wist van geen ophouden. Ze duwde haar moeder op het einde zelfs het tweezitsbankje uit. “Ga daar zitten! Ik wil je even niet in mijn buurt!” De moeder droop af.

Plotseling werd ik razend. Wat dacht die vrouw wel? Waarom behandelde ze haar moeder zo? Ik had zin om haar eens door elkaar te schudden en te roepen: “Kijk wat je doet! Je stelt je aan en je zet jezelf voor schut tegenover een hele coupé met vreemden.” Maar ineens besefte ik: zo doe ik soms ook. Best wel vaak eigenlijk. Ik BEN deze vrouw.

Reinier spreekt me er zo vaak op aan dat ik me in moet houden en niet midden op straat ruzie kan gaan maken en dan zeg ik altijd dat dit aantoont hoeveel passie ik in me heb. Maar passie? Kom op zeg! Het tafereel van de twee vrouwen in de treincoupé kon ik louter bestempelen als laag bij de grond, ordinair en getuigend van slechte manieren. Ter plekke nam ik me voor om nooit, maar dan ook nooit meer woedend te worden. In het openbaar dan.

Femke – Beste vriend

donderdag, augustus 4th, 2011

Over het algemeen sta ik niet zo te juichen om vriendschappen aan te gaan met de vrienden van Reinier. Gewoon, omdat het niet mijn vrienden zijn en omdat ze dus altijd aan Reiniers kant zullen staan in tijden van onmin.

Ik ben voor gescheiden vriendengroepen, zodat je ook voorzien bent als alles in elkaar stort. Maar goed, Beste Vriend en ik hebben eigenlijk al jaren een klik en van lieverlee werd het contact geïntensiveerd: een sms’je, een telefoontje, een gesprek met een kop koffie. In mijn omgeving keken mensen me raar aan: ‘Spreek je dan alleen met hem af?’ en ‘Wat vindt Reinier ervan?’[rectangle] Tja, Reinier keek in het begin een beetje raar op van deze nieuwe ontwikkeling, maar vond het al snel prima. Dus zette ik de volgende stap en ging een avondje de kroeg in met Beste Vriend.

Het was gezellig, eigenlijk net zoals met mijn eigen vrienden, behalve dan dat we besloten niet over de relatie tussen Reinier en mij te praten, want dat voelde toch een beetje ongepast. Met de woorden ‘snel weer een keertje doen’ namen we afscheid.

Een week later gingen Reinier en ik uit eten. We nodigden wat vrienden uit en de enige die kon was Beste Vriend. En daar zaten we dan met zijn drieën aan een tafeltje. Terwijl het normaal zo ongedwongen gaat, hing er nu ineens een soort spanning in te lucht. Het gesprek kwam niet van de grond, ik wist dingen van Beste Vriend die Reinier nog niet wist (omdat zij elkaar al een tijdje niet gezien hadden) en daardoor leken de verhoudingen ineens anders dan ze zijn.

Ik vond het maar een krampachtige boel, maar toen ik Reinier er later naar vroeg, ontkende hij dat er iets aan de hand was. Volgens hem lag het allemaal aan een onhandig geplaatste opmerking van mijn kant. Verder niets. Toch heb ik van Beste Vriend sindsdien nooit meer wat vernomen. Geen sms’je, geen telefoontje, geen mailtje, geen ‘zullen we weer eens een avondje wodka drinken?’ Niks. Klaarblijkelijk heeft hij zijn conclusie getrokken en zijn keuze gemaakt. Reinier en hij spelen tegenwoordig iedere vrijdag tennis. Ik sta buitenspel. Nou ja, voorlopig dan.

Femke – Een oude vriend

donderdag, juli 28th, 2011

Zo’n vriend met wie je het heel snel weer heel gezellig hebt en tegen wie je dan zegt: ‘We moeten binnenkort nog eens samen eten’. Zo’n vriend bij wie zo’n afspraak eigenlijk nooit ingelost wordt. Maar dat dat dan niet erg is.

Maar goed, die vriend en ik raakten dus aan de praat en ineens begon hij over een periode die ik liever wil vergeten. De periode waarin ik probeerde ‘af te kicken’ van de antidepressiva die ik al zo’n tien jaar slik. [rectangle] Dat is inmiddels drie jaar geleden en ik had verwacht dat de herinnering voor hem ook vervaagd zou zijn, maar hij begon in geuren en kleuren te vertellen over de hysterische manier waarop ik gepraat had, dat ik steeds overal om moest huilen en nog harder praatte dan normaal. O, en hij had ook gehoord dat ik een uur had zitten janken met een schilderij in mijn armen. En dat ik stampij had gemaakt in een huisjespark op Texel. Dat ik jankend op de winterse koude grond was gaan zitten en Reinier had uitgescholden. Ik schrok, want al die beelden die hij opriep, had ik verstopt in een klein hoekje van mijn ziel waar ik maar zelden kom.

Toen ik de antidepressiva liet staan, gebeurde er iets raars in mijn hoofd: ik werd gek. Dat is eigenlijk het enige goede woord ervoor. En hoewel ik in het geval van een depressie altijd het liefst thuisbleef, ben ik in die afkickperiode gewoon ‘buiten’ geweest. Ik was roekeloos, zag niet wat er met me aan de hand was en dus hebben mensen mij gezien toen alle sluizen openstonden.

Van je dierbaren kun je dat goed hebben. Je houdt van hen en zij van jou. Maar die tweede en derde lijn, de net-niet-vrienden en de kennissen… dat voelt toch anders. Door mijn gesprek met die oude vriend besefte ik dat ook hij in die tijd een mening heeft gevormd over hoe ik deed. Misschien heeft hij achter mijn rug om gesproken toen ik in het moeras van de gekte werd weggezogen. Juist omdat ik hem niet vaak zie, bleek zijn beeld gekleurd door die ene periode.
En dat was even slikken.

Femke – Ouders

donderdag, juli 21st, 2011

Ze kozen voor mij. Ze hebben me opgevoed zoals zij dachten dat het goed was. Met ritme en regelmaat. Twee ons groente, twee stuks fruit, voldoende slaap, van alles genoeg en nooit te veel, laten kiezen (maar binnen het betamelijke), een instrument bespelen, een campingvakantie, sparen en zondags naar de kerk. Ik wist niet anders.

In mijn ogen was de stabiliteit die mijn ouders mij gaven een zekerheid. Iets waarvan ik dacht dat alle kinderen dat hadden. Ik lees nu wel eens verhalen van leeftijdsgenoten (in boekvorm of in een tijdschrift) die verwaarloosd of mishandeld zijn. En altijd denk ik dan aan de schommel in de tuin van mijn geboortehuis. Hoe hoog ik ging en dat ik dan door het keukenraam mijn moeder met een rood schort voor tomaten zag snijden. Een intens gevoel van geborgenheid herinner ik me dan, terwijl ik tegelijkertijd besef dat elders in het land kinderen aan hun lot overgelaten werden. Op straat geschopt door een alcoholistische vader. Wat een contrast. En het gebeurt nog steeds. Met weer andere kinderen op andere plekken.[rectangle]

Vanzelfsprekend was ik het niet altijd eens met de aanpak van mijn ouders. Ik vond ze truttig. Burgerlijk. Met hun nette koopwoning in een nette buurt en hun aangeharkte tuin. Later als ik groot zou zijn, zou ik alles anders, zo ontzettend anders doen. En nu is het later. En doe ik het anders. In de grote stad, op 65 vierkante meter, zonder kinderen en met nogal eens te veel drank op en een gat in mijn hand.

Het verschil met tien jaar geleden is echter dat ik het nu zie. Ik zie de waarde van een leven met regelmaat. Ik zie hoe het mij gevormd heeft. Wat was er van mij, met mijn borderlinetrekjes, terechtgekomen als ik een zoek-het-maar-uit-opvoeding had gehad? Als ik geen vader had gehad die ik midden in de nacht kan bellen als mijn hoofd op hol slaat? Wanneer ik niet uren met mijn moeder zou kunnen kletsen over wat ik nu weer heb meegemaakt?

Mijn ouders vormen de grond waarin ik geworteld ben en mijn takken groeien kanten op die zij niet bedacht hebben. Maar het is goed zo. Want ook dat leerden ze mij: wij zijn wij en jij bent jij. Het gaf me de ruimte om uit te vinden wie ik ben.

Femke – Nieuwe vriendin

donderdag, juli 14th, 2011

De meeste vrienden heb ik toch gemaakt in mijn jeugd en in mijn studententijd. Daarna kwam een enkele collega in de richting van de vriendenstatus, maar toen hield het ook wel op. Mensen denken vaak dat ik, omdat ik zo veel klets, makkelijk vriendschappen sluit, maar dat is absoluut een misverstand. Ik ben namelijk te kritisch en daarom niet geschikt om allemansvriend te zijn. Dat ik niet op de eerste indruk af moet gaan, dat weet ik natuurlijk al jaren, maar toch is dat nog steeds niet goed bij me binnengekomen.

Vaak heb ik op het eerste gezicht een oordeel over iemand. Geen fijne eigenschap, wederom, maar ik vertel dit om te laten zien dat het voor veel mensen lastig is om mij echt voor zich te winnen en andersom. Het schijnt dat je de kritiek van mijn gezicht kunt lezen.[rectangle] De andere kant van dit verhaal is dat áls ik in jou een potentiële vriend zie, ik wel zo ongelooflijk lyrisch van je ben dat je nooit meer uit mijn buurt wilt. Ik prijs je intelligentie, je woordkeuze, je kapsel, je kookkunsten, je kledingstijl, je humor, je woninginrichting, je muzieksmaak en mis je al terwijl je er nog bent, omdat ik weet dat we ook weer afscheid moeten nemen.

Tijdens de Zomerweek afgelopen mei ben ik erachter gekomen dat het niet anders kan dan dat Juul en ik vriendinnen moeten zijn. Ik wist het eigenlijk al door haar dagboek, want wat ik las over haar leven, was een-op-een te vertalen naar het mijne. Dit klinkt ontzettend narcistisch, maar het is toch wel een feit dat mensen die elkaar mogen ook vaak op elkaar lijken.

Ik lijk dus op Juul of zij op mij en het was een genot dat te ontdekken. We zijn allebei langslapers, zijn niet dol op groenvoer, laten graag voor ons zorgen, kunnen beiden absoluut WOEDEND worden en zo zijn er nog duizend dingen.

Juul is er inmiddels van overtuigd dat we verre familie moeten zijn en ik ben thuis een ‘Ik-wil-wonen-in-het-dorp-van-Juul’-campagne begonnen. Reinier weigert echter Amsterdam te verlaten voor mijn nieuwe vriendin. Dus nu heb ik gevraagd of ik een hond mag. Eentje die net zo lief is als Willem.

Femke – slapeloosheid

donderdag, juni 30th, 2011

Als kind had ik er flink last van. Iedere avond lag ik om half negen in bed en om elf uur sliep ik nog niet. En dan begon ik, strak van de kinder­zenuwen, te tellen hoeveel uren ik nog kon slapen. Soms kreeg ik pas tegen drieën een gevoel van slaperigheid en ondertussen dreunde het in mijn hoofd: ‘Vier, vijf, zes, zeven. Oh jee, nog maar vier uur slaap.’

De volgende dag zat ik als een dweil in de schoolbanken. Mijn ouders hebben heel wat geprobeerd om mijn nachtrust te verlengen. Van warme melk en de gevleugelde uitspraak van mijn vader “ga maar gewoon op je zij liggen” tot homeopathische pilletjes. Niets hielp. Uiteindelijk ben ik pas in mijn studententijd over mijn slapeloosheid heen gegroeid.[rectangle]

Mede door de vele late nachten, drankinname en het feit dat ik geen stress had van te vroege lessen (de colleges begonnen vaak pas om elf uur). Tien jaar lang hoefde mijn oor het kussen maar te raken en bam… ik viel in slaap. Heerlijk was dat. Sinds kort is het weer mis. Helemaal mis. Ik heb mijn bed, het kussen, mijn slaapritme en mijn woelende echtgenoot de schuld gegeven, maar na een paar nachten op een ander matras zonder man en met beter kussen, bleek dat niets van dat al me in de weg zat.

Ik zit mezelf in de weg. Zodra ik in bed lig en het licht uitdoe, tuimelen de gedachten als een lawine mijn hoofd binnen. En niet een beetje, maar massaal. Piekeren ken ik namelijk wel, maar dat kun je uitzetten. Tenminste, dat kon ik. Maar deze stroom zorgen en gedachten is zo groot en log en zwaar en overweldigend dat ik in mijn eentje geen tegenwicht kan bieden.

En dus lig ik uur na uur in mijn hoofd gesprekken met mensen te houden, brieven te schrijven, wasmachines te keuren, verbouwingen te regelen, vakantie te plannen, plannen te maken. Ik haal de tijd in die ik overdag niet had om al deze dingen te doen. Daardoor heb ik de volgende dag regelmatig geen fut om al die dingen die ik bedacht heb, ook daadwerkelijk uit te voeren.

Er moet een einde komen aan deze nachtelijke strijd. Zou dit dan het moment zijn dat mensen naar de dokter stappen om zich een slaappil voor te laten schrijven?

Femke – Trouwring

donderdag, juni 23rd, 2011

Mijn ring, mijn trouwring”, riep hij. “Wat is er met je ring?” “Ik ben ’m kwijt.”

Kussens werden binnenstebuiten gekeerd, elke pool van het hoogpolige vloerkleed werd opgetild, het bed bevoeld, de badkamer doorzocht. Jammerend liep hij van de ene hoek van onze 65 vierkante meter-etage naar de andere kant. Tassen omkerend, de koelkast inspecterend, tussen de onderbroeken graaiend. Het gouden kleinood werd niet gevonden.

Met bibberende benen belde hij naar zijn werk. Laatste mogelijkheid. Misschien had hij zijn ring onbewust afgedaan en naast zijn computer gelegd. Zijn collega’s moesten lachen (lachen?) en gingen vlijtig op zoek naar de ring. Maar ook daar geen ring.
En toen kwam hij verslagen naast me zitten. Bijna angstig keek hij me aan. Hij wist wat er komen ging. Onbegrensde kwaadheid, oeverloze woede, zinloze verwijten.

Ik zou hem gaan zeggen dat-ie het ding allang strakker had moeten laten maken, aangezien hij al maanden roept dat zijn trouwring te los zit. Ik zou hem voor de voeten werpen dat het verliezen van zijn ring aangaf dat-ie achteloos met ons huwelijk omging. Nú al, na zes maanden. Niet dat ik dat echt zou menen, maar gewoon, uit kwaadheid, omdat hij het kostbare ding zo snel verloren was.

Hij zou me zeggen dat-ie de volgende dag meteen een zelfde soort ring zou aanschaffen met precies dezelfde inscriptie en dat we er dan niks meer van zouden merken. En ik zou daarop zeggen dat dat absoluut niet hetzelfde is, dat ik enkel en alleen de ring om zijn vinger wil zien die ook aanwezig was bij de huwelijksvoltrekking.[rectangle]

Eentje die samen met de mijne maandenlang in een blauwfluwelen doosje heeft liggen wachten op De Grote Dag. Niet een ring die koud uit de winkel meteen aan de vinger geschoven wordt. Ik zou beginnen over het geld dat met die ring verloren was gegaan en dat we dat wel beter konden gebruiken, bijvoorbeeld om ons doorgezakte bed te vervangen door een exemplaar waarvan je niet met nek- en rugpijn opstaat.

Niets van dit al gebeurde echter. Terwijl Reinier schuld­bewust naar me keek, legde ik mijn hand op de zijne, keek hem aan en zei: “Ach, het is maar een ding. Misschien vind je ’m wel weer terug.” En dat was onze allereerste niet-ruzie.

Uit het blad 25

donderdag, juni 16th, 2011

Benieuwd naar Libelle 25? Bekijk dan het bladerboekje

In de Libelle webshop vind je alle kleding, schoenen en accessoires van de meest betrouwbare en leukste webshops.

Brief

  • Interview met Hans Klok
    In het begin was ik stomverbaas dat volwassen mensen mij serieus namen. ” Lees het interview.

  • Door het marineren en door het spek rondom de kipfilet, blijft het vlees lekker mals. Bekijk het recept.

  • Heb je nog een plekje vrij in je agenda deze week? Wij hebben speciaal voor jou vier leuke dingen om te doen deze week voor u op een rijtje gezet. Bekijk hier de uitjes.

  • Als u nu een jaarabonnement neemt op Libelle ontvang je een prachtige leren zomertas. Bekijk de aanbieding.
  • Overige verwijzingen
    • Libelle zoekt u: Regelmatig is Libelle op zoek naar mensen die hun verhaal kwijt willen aan Libelle, of mee willen doen met een metamorfose. Wil je mee doen? Ga dan naar Libelle zoekt u en reageer!
    • Libelle Academy: leren voor je plezier, over dingen die u bezighouden. Dit kan via cursussen en workshops in het land, maar ook thuis, gewoon achter uw computer. Even vertrouwd, warm en betrouwbaar als Libelle en ook even
    • Praktisch: wat u leert, is meteen toepasbaar in uw dagelijkse leven. Meer lezen over Libelle Academy

Libelle 24
Libelle 23

Libelle 22
Libelle 21
Libelle 20
Libelle 19

Femke- sporten

donderdag, juni 16th, 2011

Het kostte me een week om deze informatie te verwerken. Ook zette haar prestatie mij aan om nog eens naar mijn eigen bewegingsmodus te kijken.

Ik fiets elke ochtend zeven minuten naar het station en ’s avonds diezelfde zeven minuten weer terug. Veertien minuten lichaamsbeweging en verder is het zitten achter een computer, hangen op een bank, zitten in een café en liggen in een bed. Nu Jet Berkhout
had laten zien hoe ver zij kon gaan, moest het mij toch lukken om ook eens een rondje te rennen. Ik begon met een stukje van 1,7 kilometer. Een behapbare afstand, die ik in een kwartier wist af te leggen.[rectangle]

Daarna onder een hete douche, geen centje pijn. Tenminste, dat dacht ik. Dag een ging het lopen van een leien dakje. Er kwamen jeugdherinneringen boven over hardloopsessies met mijn vader in de Veluwse bossen en vooral ook hoe ik het destijds lang niet zo stom vond als nu. De volgende dag had ik vanzelfsprekend tegenstribbelende benen, maar ik besloot dat ik moest doorbijten.

Dus rende ik op dag twee door de pijn heen. Deze keer liep ik het rondje zelfs sneller dan op dag een. Verbazingwekkend, mijn conditie leek in een dag al verbeterd (en dat met die ouwe rooklongen van mij). Natuurlijk sloeg mijn hoofd meteen op hol en begon ik te dromen van slanke armen, benen, dijen en een fantastisch platte buik.

O, wat zou ik een sexy dertiger worden. Gedurende twee dagen voelde het als een bereikbaar ideaal. En toen kwam dag drie. De dag waarop mijn kuiten zodanig gemolesteerd bleken dat elke stap gruwelijke pijn deed.
Het kostte me een uur langer dan gewoonlijk om me te douchen en aan te kleden. Reinier keek me hoofdschuddend aan en zei: ‘Het lijkt wel alsof je mishandeld bent.’

Ik liep inderdaad alsof ik een paar flinke stokslagen te verduren had gekregen. Naarmate de uren voorbijtikten, steeg mijn lichaamstemperatuur, begon ik te rillen, ontwikkelde zich een stevige hoofdpijn en werd ik misselijk. Werkelijk alles deed me pijn: ik was ziek als een hond door twee rondjes om de vijver. Mijn lichaam heeft me duidelijk gemaakt wat ik diep van binnen al heel lang wist. Sporten is gewoon niet goed voor je.

Uit het blad 24

donderdag, juni 9th, 2011

Benieuwd naar Libelle 24? Bekijk dan het bladerboekje

In de Libelle webshop vind je alle kleding, schoenen en accessoires van de meest betrouwbare en leukste webshops.

Brief

  • Interview met Bert van Leeuwen
    In het begin was ik stomverbaas dat volwassen mensen mij serieus namen. ” Lees het interview.

  • Mooie plekjes, leuke adresjes en fijne aanbiedingen: er is nog zoveel te ontdekken in Nederland! Deze week: Noord Limburg

  • Als u nu een jaarabonnement neemt op Libelle ontvang je een prachtig grijs wikkelvest. Bekijk de aanbieding.
  • Overige verwijzingen
    • Libelle zoekt u: Regelmatig is Libelle op zoek naar mensen die hun verhaal kwijt willen aan Libelle, of mee willen doen met een metamorfose. Wil je mee doen? Ga dan naar Libelle zoekt u en reageer!
    • Libelle Academy: leren voor je plezier, over dingen die u bezighouden. Dit kan via cursussen en workshops in het land, maar ook thuis, gewoon achter uw computer. Even vertrouwd, warm en betrouwbaar als Libelle en ook even
    • Praktisch: wat u leert, is meteen toepasbaar in uw dagelijkse leven. Meer lezen over Libelle Academy
    • De Vaderdaghoroscoop in Libelle 24 kwam tot stand in samenwerking met Mariëlle Coenen, psychologisch astrologe. Kijk voor meer informatie op www.magischecirkel.nl.


Libelle 23
Libelle 22

Libelle 21
Libelle 20
Libelle 19
Libelle 18