Posts Tagged ‘gesprek van de dag’
dinsdag, oktober 19th, 2010

Vrijheid door Jonathan Franzen
Waar het over gaat: Depressieve Patty besluit het verhaal van haar leven op te schrijven.
De eerste zin: Het nieuws over Walter Berglund kwam niet van iemand uit Ramsey Hill (Patty en hij waren twee jaar geleden naar Washington verhuisd en vormden allang geen gespreksstof meer in de buurt), maar in dit deel van St. Paul was de verbondenheid met de eigen stad niet zo sterk dat er voorbij werd gegaan aan de New York Times, en volgens een uitgebreid en verre van lovend stuk in die krant was Walter behoorlijk in de fout gegaan, daar in de hoofdstad van het land.
Waardering: 9
Eén familie, duizend verhalen. Dat is Vrijheid, het nieuwe boek van Jonathan Franzen. Die man kan schrijven! Als lezer vlieg je met hem mee in een sportwagen die met 160 kilometer per uur door de bochten raast. Niet dat er in Vrijheid enorm veel wilde avonturen gebeuren. In feite zijn het allemaal doodnormale levensverhalen. Over een vrouw, een man en hun twee kinderen. [rectangle]
Opwindende rockstar
De moeder verstikt haar zoontje met liefde. De jongen vlucht naar de buren. Wordt verliefd op het ‘ordinaire’ buurmeisje enzovoort. En dit is nog maar één verhaallijn. Want diezelfde moeder is dan wel getrouwd met vader, maar ze houdt eigenlijk het meest van de huisvriend, een opwindende rockstar én de beste vriend van vader. Ja, hoe je het bedenkt. Maar zo is het leven. Deze roman is levensecht. Inclusief jaloezie, egoïsme en kleingeestigheid. Ik herkende hier en daar wat… uhm… minder leuke karaktertrekjes van mezelf.
Harde humor
Het is net een lange speelfilm over leuke en minder leuke mensen. Een Woody Allen die speelt op het platteland van Amerika met uitstapjes naar NYC. Het is verslavend. Die mensen, hun gedoe, hun misstappen, hun verliefdheden.
Vrijheid is een romige, ronkende roman die je in één ruk uitleest. De schrijver wisselt van perspectief, zo kun je je lekker vereenzelvigen met Patty met haar harde humor, met de slinkse zoon en met de weke vader die overstroomt van liefde voor de wereld. Ik houd van hen allemaal en geef een 9.
Vrijheid – Jonathan Franzen, Uitgeverij Prometheus
ISBN: 9789044614398, Prijs: € 19,95
Verschenen: september 2010
Winnen!
Libelle geeft 10 x het boek Vrijheid weg! Winnen? Deze winactie is helaas verlopen. Voor meer leuke winacties gaat u naar www.libelle.nl/winnen.


Tags: boekenclub, columnist, columns, gesprek van de dag, jonathan franzen, marleens boek, Marleens boek van de week, recensie, uitgeverij prometheus, vrijheid, winactie, Winnen
Posted in Marleens boek van de week, boekenclub | No Comments »
maandag, oktober 11th, 2010
Weg uit het huis waarin alles nieuw is. Luxueus is. Op maat gemaakt is. Weg uit het huis dat extreem groot is, een tuin heeft en van mij is? Ik heb het weggedrukt. Omdat ik het ondankbaar vond. Overdreven. Geldverspilling. Ik heb mezelf voorgehouden dat ik hiervoor gekozen heb en dat die rationele keuze juist was. Maar het is me duidelijk geworden: ik krijg hoofdpijn in mijn huis. Het is er te donker. Wat niet gek is, ik houd niet van lampen dus heb ik er niet veel. Het natuurlijke licht komt via grote ramen voor en achter binnen maar dat is behelpen in een Amsterdamse benedenwoning. Tenminste, als je vorige woning op de tweede en derde verdieping was waar de zon naar binnen straalde. En je zomerhuis in Turkije al helemaal geweldig is qua zon en licht. Ik trek het niet meer. [rectangle]
De ‘nieuwe’ woning is ook van mij. En staat leeg. Het zou goed zijn als ik die zou verhuren, maar om de een of andere reden heb ik dat nog niet gedaan. Het is namelijk ook een geweldige woning. Ook zelf ontworpen en ingericht. Maar in tegenstelling tot de woning waarin ik nu woon, is het daar ‘oud’. Alles is vijftien jaar geleden gedaan en hoewel ik het altijd heb onderhouden – afgelopen zomer heb ik zelfs het trappenhuis nog laten schilderen terwijl het leeg stond – is het dus niet zo ‘nieuw’ als de woning waar ik nu woon. Het bubbelbad bubbelt minder goed dan dat ding dat ik nu heb (en waarin ik in de vier jaar dat ik hier woon misschien vijf keer gelegen heb). De Siematic-keuken heeft geen Miele apparatuur. De Bosch wasmachine is geen Miele. De waterkoker is geen quooker. Het is ‘maar’ 180 m2 in plaats van de 250 waarop ik nu woon. En het dakterras is geen tuin (waarin ik toch nooit zit).
Op het meest idiote moment van mijn leven komt de calvinist in mij naar boven: ik hoor niet ongelukkig te zijn in een woning die groter, luxueuzer en nieuwer is dan mijn vorige huis. Maar het is natuurlijk nog idioter om ongelukkig te zijn in een woning als het alternatief voorhanden is. Het is bizar om te realiseren wat ik altijd al wist: ik geef niets om luxe of materiële zaken. Helemaal niets. Dus guess what? De calvinist in mij heeft haar vijftien minuten gehad. Ik ga terug verhuizen. Naar mijn oude vertrouwde woning met licht. Heel veel licht. De Miele in de huidige keuken zal me geen seconde missen. Ik haar ook niet.

Tags: columisten, columnist, columns, Ebru, gesprek van de dag, gesprek vd dag
Posted in Columns, Ebru | No Comments »
donderdag, oktober 7th, 2010
In de trein naar Hoofddorp kreeg ik een briljant idee: het moest een tatoeage worden. Een paar jaar geleden hebben Reinier en ik al een keer een hele nacht liggen praten over hoe mooi het zou zijn om aan elkaar verbonden te worden door een tattoo. Toen we echter de daaropvolgende dag wakker werden, keken we elkaar aan en schoten in de lach. “Nee, dat gaan we never nooit doen,” zei ik stellig en Reinier was het helemaal met me eens. [rectangle]
En toch kwam datzelfde idee weer bovendrijven, een paar dagen voor Reiniers verjaardag. Tot mijn verbazing was mijn lief dolenthousiast. Zelfs toen ik alweer aan het terugkrabbelen was, hield hij zijn poot stijf: hij moest en zou die tatoeage. Of eigenlijk: wíj moesten en zouden die tatoeage, want we besloten er allebei eentje te nemen in de aanloop naar ons huwelijk. Maar tjee, waar doe je dat? De enige naam die in mijn hoofd opkwam was Henk Schiffmacher en dus togen we op een willekeurige vrijdag naar zijn tattooshop. Een beetje timide kwamen we binnen. Zou het pijn doen? En hoelang duurt het eigenlijk om zo’n ding te zetten?
Ik voelde me eerlijk gezegd een totale nerd tussen al die zwaargetatoeëerde mensen. Tijdens het wachten raakte ik er meer en meer van overtuigd dat ze dachten: wat komen die twee maagdelijk witte mensen hier doen? Gelukkig was het tatoeëren zelf minder erg dan ik vermoedde. Het voelde alsof ik tien minuten lang gekrabd werd door een kat. Vervelend, maar niet onoverkomelijk. Het resultaat mocht er zijn, vonden zowel Reinier als ik. Zo blij als een kind kwamen we naar buiten. We gingen meteen naar vriendin Elisabeth, die ons officieel een tikje stoerder geworden vond. De ouders van beide kanten waren een stuk minder enthousiast. Reiniers vader kwam met de opmerking: “Het menselijk lichaam is mooi genoeg van zichzelf” en mijn moeder kon niet meer dan een “Gatver” uitbrengen. Maar gelukkig, we zijn dertig en nemen onze eigen beslissingen. Het resultaat: een tatoeage van een nautische ster op Reiniers schouderblad en mijn enkel. De ster staat voor hoop. Voor het vinden van de juiste weg in dit leven. En de weg vinden, dat doen wij samen. Ik ben zijn ster, hij de mijne.


Tags: column, column Femke, columns, Femke, gesprek van de dag, hoop, libelle 41, tatoeage, tattoo, trouwen
Posted in Columns, Femke, Uit het blad, blad | No Comments »
dinsdag, oktober 5th, 2010

Het lange lied door Andrea Levy
Waar het over gaat: De slavernij wordt op Jamaica in 1831 officieel afgeschaft, maar is huisslavin July werkelijk vrij?
De eerste zin: Het boek dat u ter hand heeft genomen, is voortgekomen uit een onbedwingbaar verlangen.
Waardering: 8- [rectangle]
Nu is Jamaica een verrukkelijk eiland waar je kunt zonnen, aan cocktails kunt lurken en mag luieren in een prettige strandstoel. Maar bijna 200 jaar geleden was het eiland de hel voor duizenden slaven die er de suikerrietplantages bewerkten. De sterksten hadden als taak de plantjes te bemesten. Zij vervoerden druipende koeienmest in een rieten mand op het hoofd.
Dikke, roze reuzin
Dat deze dragers de stank niet meer kwijtraakten, dat de aceton uit de mest huid en ogen verbrandde, maakte niet uit. Het waren toch maar slaven? Het lange lied gaat over het zwarte meisje July dat van haar moeder wordt afgenomen en huisslaaf wordt bij de witte mevrouw: een dikke, roze reuzin van Duitse origine. Mevrouw heeft denk ik niet eens een slechte inborst, maar weet niet beter dan dat ze ‘de zwartjes’ mag slaan. Sterker nog: ze is ervan overtuigd dat ze die domme negers móet slaan om hen te laten doen wat ze wil.
Hoop en geloof
Het lot brengt rijk en arm samen. Sterker nog: de witte mevrouw en het onderdrukte slavenkind zijn tot elkaar veroordeeld. Want hoewel de slavernij officieel is afgeschaft, zijn de zwarten niet bevrijd. Het lange lied is het verhaal van deze bevrijding, verteld door July op hoge leeftijd. Het is een geschiedenis van geweld en verkrachting, maar ook van hoop en geloof in rechtvaardigheid. Sensitief geschreven, en vaak verteld in de taal van de slaven zelf. Die taal zingt en danst. Het mag een heftig boek zijn, maar er wordt óók veel in gelachen. Ik geef een 8-.
Het lange lied - Andrea Levy, Uitgeverij Mouria
ISBN: 9789045801254, prijs: € 22,95
Verschenen: april 2010
Winnen!
Nieuwsgierig geworden naar dit boek? Win een exemplaar! Deze winactie is inmiddels helaas verlopen. Voor meer leuke winacties gaat u naar www.libelle.nl/winnen.

Tags: andrea levy, boekenclub, column, Columnisten libelle, gesprek van de dag, gesprek vd dag, het lange lied, marleen, Marleens boek van de week, Marleens Boekenbal, marleens boekenclub, Mouria, roman, Uitgeverij
Posted in Columns, Marleens boek van de week, boekenclub, genre, roman | No Comments »
maandag, oktober 4th, 2010
Gelukkig ben ik nooit ziek. Ja, ik heb wat lichamelijke gebreken: ik ben doof aan een oor en heb tien jaar geleden mijn ogen laten laseren. Maar verder ben ik gezond. Althans, dat denk ik. Zolang ik niet naar een dokter ga en onder een scan gelegd word, weet ik zeker dat ik kerngezond ben. Die wetenschap voldoet.
Het enige waar ik de klok op gelijk kan zetten, is keelpijn. Die uitmondt in neusverkoudheid, oor- en hoofdpijn. Mijn lichaam is dan de baas en de baas zegt: “Zo, nu is het eventjes mooi geweest. Lekker tukjes doen! Paracetamol slikken en thee met honing.” Me hiertegen verzetten heeft geen zin, mijn lichaam pakt me dan driedubbel zo hard terug. Zoals vorig jaar. Ik hoestte als een gek maar omdat ik ‘nooit wat heb’, besteedde ik er geen aandacht aan. Totdat ik me realiseerde dat ik inmiddels al een week of zes aan het hoesten was. De hele afgelopen winter heb ik gehoest, en dat terwijl ik met 20 graden onder de Turkse zon zat. Dat gaat me dit jaar dus niet nog eens gebeuren. [rectangle]
Vandaar dat ik de afgelopen week onbereikbaar was. Hoe het kan weet ik niet, maar de keelpijn trad in. Was het een verkouden Libelle-collega, was het de autoverwarming die het niet deed – net op de dag dat ik in een file van twintig kilometer zat? Hoe dan ook, het begon met keelpijn. En een zak drop die hier niet tegen hielp. Snel aan de paracetamol. De ibuprofen. De paardemiddelen die ik uit Turkije had meegenomen. En zie hier, na drie dagen lekkende ogen en neus gaat het weer een stuk beter. Ik haat ziek zijn. Als freelancer meld je je nergens af – niemand die zegt: “Pas goed op jezelf, even goed uitzieken hoor”. En als single is er niemand die zegt: “Hier, kopje thee, honing erbij, je moet echt even wat eten hoor…”. Ziek zijn is me te eenzaam. Alleen daarom al geef ik eraan toe. Moet er niet aan denken dat die eenzaamheid langer dan noodzakelijk duurt.
Tags: Columns, columns, Ebru, gesprek van de dag, gesprek vd dag
Posted in Columns, Ebru | No Comments »
donderdag, september 30th, 2010
Mijn vrijgezellenfeestje kwam natuurlijk op een dag dat ik het niet verwachtte. En dus een kater had. Ik had vriend Janwillem nog gevraagd: “Het is toch niet morgen, hè?”, maar hij bezwoer me dat ik het helemaal mis had. Ik geloofde hem en stond mezelf daarom toe om net íets te diep in het wijnglaasje te kijken. Gevolg: misselijk en met knallende koppijn stond ik op. [rectangle]
Toen was daar ineens dat sms’je: om 16.40 uur staat er een taxi voor je deur. Trek iets leuks aan en stap erin! De stress sloeg me om de oren. Ik kan er namelijk ab-so-luut niet tegen als de controle mij uit handen wordt genomen. Wat volgde, waren uren met rare opdrachten en bizarre taferelen. Zo stond daar ineens mijn jeugdliefde voor me. Hij was getraceerd door mijn vriendinnen en kwam helemaal uit het zuiden van het land om mij te shockeren. Nou, dat lukte. Ik kon echt geen woord meer uitbrengen en werd er helemaal emotioneel van (onderdrukt natuurlijk, want ik huil nooit in gezelschap).
Toen ik ’s avonds tijdens het diner de tafel rondkeek, schoot ik ook weer bijna vol. Wat een leuke, geweldige mensen. Ik wilde het wel uitschreeuwen van liefde, maar ja… dat doe je dan weer niet. Langzamerhand begon ik me een beetje te ontspannen. Het leek erop dat alle gekkigheden ten einde waren gekomen. Helaas. Toch niet. Plotseling kwam er onder luid gejuich een prachtige, gespierde, donkere man binnenlopen om een striptease op te voeren. Ik heb gegild. Zo ontzettend hard gegild.
De dagen na de happening was ik totaal van mijn stuk. Ik kon het helemaal geen plek geven. Het was waarschijnlijk de combinatie van die kater, het feit dat mijn jeugdliefde er was, mijn sterke gevoel jegens mijn vrienden en het feit dat ik nu toch echt-echt-echt in het huwelijksbootje ga stappen. Mijn lichaam en geest reageerden totaal overspannen. Ik kreeg buikpijn, uitslag over mijn hele lichaam en droomde de meest onrustige dromen. De enige remedie zou een flinke huilbui zijn, maar mijn tranen zaten zo vast als een huis. Onmogelijk om er bij te komen. Dus wat deed ik: ik maakte ruzie met Reinier (kwaad worden is mijn uitvlucht-emotie). Toen kwamen de tranen vanzelf. Een half uur lang heb ik gierend gehuild. Wat een opluchting. En wat een heftigheid, zo’n vrijgezellenavond. Dat belooft nog wat voor de trouwdag…

Tags: column, column Femke, Columns, Femke, gesprek van de dag, libelle 40, trouwerij, uit het blad, vrijgezellenavond, vrijgezellendag
Posted in Columns, Femke, Uit het blad, blad | No Comments »
maandag, september 27th, 2010
De ouders van vrienden, ik zeg ‘u’ tegen ze. Ik kan er niet goed tegen om oudere mensen die ik respecteer als intimi te benaderen. Niet dat ik er niet intiem mee kan zijn, de manier waarop je het ‘u’ uitspreekt, zegt veel. De 83-jarige vader van een van mijn beste vrienden ‘je’ en ‘Pierre’ noemen? Ik krijg er kriebels van. Nooit! “Oké, als je dat niet wilt, is het ook goed”, was zijn reactie. Het verandert niets aan de verhouding, hij vindt me nog steeds even lief en leuk, ik heb nog steeds enorm ontzag voor hem. 83. Zó veel meegemaakt in zijn leven. Zó slim. Hetzelfde geldt voor mijn 87-jarige oom Philip. Geen haar op mijn hoofd om ‘je’ tegen hem te zeggen. Of ‘Philip’. Er komt een leeftijd waarop sommige ooms en tantes zeggen: “Zeg maar Phil hoor”. Ik schudde altijd mijn hoofd. Ik wil een oom. En een tante. Duidelijke verhoudingen. Nabijheid door vermeende afstand, ik vind het zalig. Mijn ‘u’ is bedoeld uit respect. [rectangle]
Met ‘u’ benader ik ook mensen die ik niet mag. Niet respecteer. Die mensen verdienen het niet dichterbij me te komen. Zo dichtbij dat ze ‘je’ tegen me zeggen. Want als ik ‘u’ zeg, voelt degene die ik niet mag, dat ze het niet in hun hoofd moeten halen ‘je’ tegen me te zeggen. Afstand, gecreëerd door woorden. Een simpel woordje, lettertje zelfs.
Er komt een leeftijd, of eigenlijk meer een uitstraling, waardoor jongeren opeens ‘u’ tegen mij zijn gaan zeggen. Nog steeds moet ik slikken als iemand in een winkel ‘u’ tegen me zegt – tenminste, als het een jongere persoon is. Van oudere dames en heren kan ik het juist erg waarderen. Dan vousvoyeer ik terug. We kennen elkaar immers niet, hoezo zouden we elkaar tutoyeren?! En eerlijk is eerlijk, ik heb inmiddels de ‘u’-leeftijd. Als studenten me bellen, zeggen ze ‘u’ tegen me. Ik zeg dan: “zeg maar ‘je’ hoor” – wat er nog steeds raar uitkomt volgens mij.
En dan zijn er de mensen die vanwege hun functie het vousvoyeren afdwingen. Ali B die bij Pauw en Witteman minister president Balkenende ‘je’- en ‘jouwde’. Iedereen had het erover en ook als ik dit schrijf, zal iedereen het zich weer herinneren. Dit weekend in Brandpunt, Sven Kockelman die Job Cohen tutoyeerde. Op Twitter viel de hele journalistieke gemeenschap erover. Wat mij bij de eeuwige vraag bracht: hoe spreek ik straks Rutte aan tijdens het Libelle Broodje Politiek? Ik heb alle ministers altijd gevousvoyeerd – wat ik sowieso doe. Maar Rutte, iedereen noemt hem Mark. Ik noem hem al jaren Mark. Ik ga er vanuit dat alle Libelle-gasten hem gaan vousvoyeren. Dus dat ga ik dan ook doen. En toch kinkt het raar: ‘meneer Rutte’. Gelukkig hebben we nog geen Libelle Broodje Politiek-datum geprikt. Eerst komt Geert. Meneer Wilders. Pff, ook al iemand die ik tutoyeer. Gelukkig heb ik nog tot 10 december om over het tutoyeren of niet (niet dus) van Geert na te denken.
Tags: column, Columns, Ebru, gesprek van de dag, gesprekvddag, laat mij maar vousvoyeren
Posted in Columns, Ebru | No Comments »
maandag, september 20th, 2010
Oneerlijkheid. Ongeacht of het mezelf of een ander betreft. Een zwart-wit wereldbeeld maakt het makkelijk om recht van onrecht te onderscheiden. Maar. Er zijn grenzen aan mijn geduld. Of zachtaardigheid. Als je ruzie met mij hebt, is er geen weg terug. Hoe kinderachtig dat ook mag klinken, ruzie is ruzie. Als je het goed wilt maken met me, dan snap ik dat niet. Want waarom maak je eerst kapot wat goed is, waarom maak je eerst ruzie, als je door ‘sorry’ te zeggen dat wat kapot is gemaakt eigenlijk weer wilt herstellen? Ik snap dat niet. Sorry, dáár trap ik niet in. [rectangle]
Het aantal mensen met wie ik ruzie heb, is aan de vingers van één hand te tellen. De voormalig burgemeester van Amsterdam, zal – sinds hij mij publiekelijk in een volle zaal met Marokkanen de stad uit heeft gewenst – nooit meer een vriend van me worden. Als ik het al kan opbrengen hem met respect te bejegenen, is dat een opgave. Daar ben ik eerlijk in. De ander met wie ik ruzie heb, haar naam wil ik niet eens noemen. Zij bestaat niet voor me. En dan heb ik sinds kort ruzie met iemand die ik vriend noemde, iemand die ik al zes jaar ken en regelmatig spreek, raadpleeg en met wie ik lief en leed deel.
Die iemand noemde ik vriend. Tijdens onze laatste bijeenkomst bleek dat hij al jaren dacht dat ik door mijn ouders werd onderhouden. Het kwam er zomaar uit tijdens een borrel. “Jij verdient toch helemaal niet genoeg om jouw levensstijl te bekostigen?!” Ik, veertig jaar, alleenstaande werkende vrouw, stond met mijn mond vol tanden. Hoe noem je iemand die zoiets zegt? Nog afgezien van het feit dat deze figuur journalist is (iets wat ik ook schijn te zijn) en door publiceren en schrijven in zijn levensonderhoud voorziet, en ik hem al die jaren voor vriend aanzag. Hoe kan iemand ervan uitgaan dat hij zelf wél kan leven van wat hij doet (namelijk journalistieke werkzaamheden) en ik niet (terwijl ik exact hetzelfde en nog meer doe dan hij)?! De grens aan mijn verbazing werd bereikt door zijn uitspraak “Jouw ouders hebben jouw zomerhuis natuurlijk betaald, waarom zou je anders in exact hetzelfde dorp als je ouders een zomerhuis kopen?!”.
Ik ben opgestaan en weggelopen. Ik heb de telefoon niet opgenomen toen hij belde. Ik ben een vrouw. Een werkende vrouw. En ik krijg leuke cadeau’s van mijn ouders, afgelopen week nog een doosje met lekkere chocolaatjes maar heus: mijn huizen koop en betaal ik zelf. Mijn sieraden en kleding ook. Iedereen die denkt dat ik als vrouw niet kan werken of kan verdienen wat een man verdient, schrap ik van mijn vriendenlijstje. Dan heb je namelijk geen ruzie met me, maar respecteer je me niet. Geen respect betekent zo veel als oorlog. En einde vriendschap.

Tags: Colum, Columns, Ebru, gesprek van de dag, gesprekvddag
Posted in Columns, Ebru | No Comments »
donderdag, september 16th, 2010
Alsof er een stopbord staat. Geen geluid, geen getoeter (zo van: u bent op verboden terrein) maar enkel en alleen een rood sein. Tot hier en niet verder. Bij vrijgezelle vrienden of vriendinnen merk ik recentelijk dat het taboe is om te benoemen dat het maar niet lukt om een relatie aan te gaan. Vaak zijn deze vrienden, toen ze eind twintig waren, al eens flink depressief geweest vanwege ditzelfde feit en destijds spraken we er oeverloos over, maar kennelijk zitten ze nu in de fase van ‘Het gaat allemaal goed, hoor! Ik ben heel gelukkig met hoe mijn leven nu is. Ik geniet van mijn vrijheid en ik mis eigenlijk helemaal niks.’ De keuze is gemaakt: zij klagen er niet meer over. [rectangle]
Ondertussen staat er echter wel een olifant in de kamer en het is aan jou om die te negeren. En dat doe je dan, want je bent een vriend. En je gaat niet in open wonden roeren met opmerkingen als: ‘Ik snap wel dat je nu het gevoel hebt dat je niks mist, want je bent al zo lang zonder man/vrouw dat je bijna niet meer beter weet. Maar als je diep in je hart kijkt, wil je natuurlijk heel graag liefde in je leven.’ Je begrijpt namelijk heel goed dat zo’n muur ook nog van enig zelfbeschermend nut is.
Nu ik erover nadenk, vallen de zwarte gaten erg vaak in het relationele gebied. Zo ben ik ooit verliefd geweest op een goede vriend, maar daar is nooit over gepraat. We scheren heel soms langs het onderwerp, maar het wordt nooit benoemd. Terwijl we allebei weten dat het destijds toch wel een ding was. En dat is het gekke ervan: je weet allebei dat het onderwerp bij tijd en wijle nog ergens in de lucht hangt, maar er is iets wat je tegenhoudt om het te grijpen en erover te beginnen.
Laatst had ik het met Elisabeth over een zwart gat van een gezamenlijke kennis en ineens zei ze: “Maar Fem, wij hebben toch geen zwarte gaten, hè?” Heimelijk moest ik lachen, want we weten allebei: als we een zwart gat hebben, dan praten we er niet over.

Tags: column, Columns, Femke, gesprek van de dag, libelle 38, taboe, uit het blad
Posted in Columns, Femke, Uit het blad, blad | No Comments »
vrijdag, september 10th, 2010
Het suikerfeest valt dit jaar samen met de 9/11-herdenkingen en al die mensen die helemaal niets met die aanslag te maken hebben, die de aanslag minstens zozeer verafschuwen en veroordelen als de inheemse Nederlanders, zullen getrakteerd worden op meningen, tv-beelden en getetter vanuit Amerika. Velen van hen zullen de schouders ophalen, maar hoe vaak je dat ook doet, het getetter wordt er niet minder om – en mijn hoofdpijn dus ook niet.
Het zal allemaal wel bij de emancipatie van moslims horen. Vroeger, toen ik nog klein was, betekende het suikerfeest iets. Met name cadeautjes. En nieuwe kleding. Niet dat ik als verwend meisjeskindje nooit cadeautjes of kleding kreeg, maar dit was wel een mooie extra reden om het suikerfeest te vieren. Er kwamen mensen langs of we gingen bij mensen op bezoek. Net kerst dus. En dan nu… bij mijn ouders komen nog steeds mensen op bezoek, behalve ik natuurlijk. Ik ben die slechte dochter die nooit zal langskomen op de dagen dat het is voorgeschreven. Kerst? Mij niet gezien. Suikerfeest? Ik heb ’n lieve vriendin, Gediz, die mij vroeger sms’te: “Het is suikerfeest je moet je ouders even bellen”. Sinds ze dat niet meer doet, bel ik dus ook niet. [rectangle]
Eens in de zo veel tijd vallen feestdagen samen. Zo valt dit jaar het suikerfeest samen met een Joodse feestdag. En al het gefeest valt ook nog eens samen met de 9/11-herdenking. Die weer gepaard gaat met een demonstratie tegen de bouw van een islamtisch gemeenschapscentrum waar ook een islamitische gebedsruimte in geplaatst wordt. Het zijn vreemde tijden. Vroeger had je geen idee wat er aan de andere kant van Nederland gebeurde, nu brengt internet de andere kant van de wereld in een fractie van een seconde de huiskamer in. We zien de ellende die overal ter wereld plaatsvindt, veelal geweld uitgevoerd onder het mom van godsdienst. Ik denk dat ik dit weekend maar ‘ns ga bijslapen. Deken over mijn hoofd en geen suikerfeest. Of een bij Ground Zero tetterende blondie ‘from Holland’.

Tags: column, Columns, Ebru, gesprek van de dag, gesprekvddag
Posted in Columns, Ebru | No Comments »
donderdag, september 9th, 2010
We gingen nog eens de mogelijkheden langs, maar ook samen konden we geen verklaring vinden voor mijn plotselinge labiliteit. Tot Reinier ineens zei: “Ben je ongesteld?” Ik stond al op het punt om te zeggen: “Jahaa, maar je weet toch dat ik daar nooit last van heb?”, maar toen viel het kwartje. Hormonale schommelingen. Huilen om niets. Ongesteld.
Kortgeleden ben ik gestopt met de pil. Na meer dan tien jaar was ik het ineens zo zat om elke dag hormonen mijn lijf in te pompen dat ik mijn strip heb weggegooid. De verantwoordelijkheid voor het voorlopig-nog-even-niet-zwanger-worden ligt nu aan de andere kant. En ik vind het een openbaring. Tot een tijdje geleden kon ik er de klok op gelijkzetten wanneer het weer die tijd van de maand was. Zodra ik ook maar één dag te laat was, stond ik al bij de drogisterij om een zwangerschapstest aan te schaffen. Nu heb ik het helemaal losgelaten en word ik er iedere keer weer een beetje door verrast. [rectangle]
Twee dagen vroeger of drie dagen later? Ach ja, dat kan. Buikkrampen? O ja, dat hoort erbij. En dus dat onbestemde verdriet van de baarmoeder: wéér geen kind!
Ik moet trouwens zeggen dat ik wel een beetje medelijden met mijn eigen lijf heb omdat ik het zo lang voor de gek heb gehouden. Dag in, dag uit heeft dat kleine roze pilletje de boel keurig onder controle gehouden. Begrijp me niet verkeerd, ik ben dankbaar voor de mogelijkheid, maar ik merkte dat ik het niet meer als een mogelijkheid zag, maar als een verplichting. Iets wat onvermijdelijk tot aan de overgang, afgezien van eventuele zwangerschappen, een deel van mijn leven zou uitmaken. Terwijl er natuurlijk nog talloze andere opties zijn.
Ik heb mijzelf verlost van de anticonceptiepil. Het gloomy-gevoel heeft plaatsgemaakt voor opgewektheid. De natuur heeft haar rechtmatige plek in mijn lichaam weer opgeëist en ik verwelkom haar met open armen.

Tags: 37, anticonceptie, column, columnnisten, Femke, gesprek femke, gesprek van de dag, libelle 37, ongesteld, Uit het blad, uit het blad
Posted in Columns, Femke, Uit het blad, blad | No Comments »
maandag, september 6th, 2010
Wat niemand voor mogelijk hield, is gebeurd: Geert Wilders heeft de stekker uit de formatiebesprekingen gehouden. En niet, waar iedereen bang voor was, Maxime Verhagen. Wilders wijst echter naar het CDA voor zijn motivatie: hij eiste dat alle 21 CDA-fractieleden het regeerakkoord zouden steunen en ging er vanuit dat dat niet zou gebeuren. CDA’er Ab Klink had immers al door een brief te schrijven aangegeven hoe hij over WIlders, zijn PVV en de op handen zijnde samenwerking dacht. Wilders concludeerde dat zijn eis geen stand zou houden. Van de 21ste CDA’ers zou er altijd wel eentje (Ab Klink bijvoorbeeld) dwars kunnen liggen. Een risico dat hij niet wilde nemen. [rectangle]
De reacties verbaasden me: op Twitter melden politici in 140 tekens hoe blij ze zijn over het mislukken van de formatie. Er gloort immers licht aan de horizon voor PvdA, D66 en Groen Links. De een zijn dood, is de ander zijn brood niet waar? De kranten melden dat Verhagen zijn kikkers niet in de emmer zou kunnen houden. De foto’s van Mark Rutte op de voorpagina’s zijn veelzeggend. Maar ik hoor niemand wijzen op het feit dat Wilders uit de VVD-fractie is gestapt juist omdat de VVD fractie EISTE dat hij hetzelfde standpunt zou innemen als de rest van de fractie. Dat hij mee zou stemmen met de fractie.
Kortom, dat ook van Wilders geëist werd dat hij zijn eigen mening voor zich zou houden. Hij was er destijds zo verbolgen over dat hij geen vrijheid van meningsuiting zou hebben dat hij de VVD gedag zei, z’n zetel oppakte en zijn eigen fractie vormde. En deze meneer eist nu dat 21 CDA kamerleden een regeerakkoord steunen en de komende vier jaar allemaal dezelfde mening verkondigen? Ik dacht dat vrijheid van meningsuiting voor iedereen gold?
Ondertussen vraag ik me af of we 1 juli überhaupt nog gaan halen.

Tags: column, Columns, Ebru, gesprek van de dag, gesprekvddag, koekje van eigen deeg
Posted in Columns, Ebru | No Comments »
donderdag, september 2nd, 2010
Zolang je elkaar niet spreekt en ziet, speelt het niet, maar als je dan ineens oog in oog staat, schiet het toch weer even door je hoofd. En je weet… wij hebben iets gedeeld, maar dat is nu weg. Heel soms vind je een nieuwe vorm, als in vriendschap, maar vaker toch is de ultieme verwijdering het beste. Er zit wrok, verwijt, verdriet en zodra je dat verwerkt hebt, is er eigenlijk niets meer over.
Behalve dan dat schokje als je elkaar per ongeluk tegen het lijf loopt. Zijn ex tegenkomen. Ook ongemakkelijk. Vooral als het zijn grootste ex is. Zijn eerste-liefde-ex. De ex met de schattige naam. De ex voor wie hij gedichtjes schreef in de trant van: ‘Je ligt als een vosje opgerold in mijn bed. Oh, wat verlang ik ernaar om naast je te kruipen.’ De ex om wie hij gehuild heeft, terwijl ik hem nog nooit heb zien huilen. Die ex. Niet dat ik me (nog) bedreigd voel door die ex, maar het is toch een momentje: haar tegenkomen. Vooral omdat ik niet begrijp hoe zij en hij, terwijl hij en ik nu. Zo’n totaal ander type. Ik zie geen enkele overeenkomst.
Maar goed. We kwamen haar dus tegen bij de fietsenstalling op het station. Het was onhandigheid ten top. Zij kon er nog net uitpersen: “Hoe is het met de bruiloft?” en hij wist niks anders te zeggen dan: “En waar ga jij naar toe?” Toen viel het stil. Er was niks meer te zeggen blijkbaar.
De ex-geliefden keken wat bedremmeld naar elkaar en de stilte rekte zich meer en meer uit. Waar ik normaal niet de beroerdste ben om op zo’n moment in te springen en Reinier te redden, heb ik nu niets gedaan. Ik morrelde aan mijn fiets, keek naar wat er voor mijn ogen geschiedde en zei, na een paar minuten: “Zullen we maar gaan?”
Thuis aangekomen kon ik het toch niet laten om op te merken dat het wel een erg zwijgzame ontmoeting was geweest. “Tja”, zei Reinier, “ik had verwacht dat jij me wel zou redden. Dat doe je altijd!” Ik schaamde me een beetje voor mijn kinderachtige gedrag, maar ik weet: de volgende keer doe ik het weer niet. Normaal zou ik Reinier redden, maar deze keer deed ik niets!

Tags: column, column Femke, columnis, Columns, ex, Femke, gesprek van de dag
Posted in Columns, Femke, Uit het blad, blad | No Comments »
woensdag, september 1st, 2010
Het moment dat ik me dat realiseerde, kocht ik mijn huis in Turkije. Inmiddels zit ik er vaker dan dat ik in Nederland ben. Ik overwinter er (zon, zon, zon terwijl hier de Anton Pieck-tijden herleefden) en ’s zomers zit ik er ook met mijn billen op het strand. Tussendoor (lente en herfst) kom ik wel eens terug naar Nederland. Het is uitermate gezellig om terug te komen, vrienden weer IRL (= in real life, dus in het echt) te zien, verjaardagen mee te maken, boekpresentaties te bezoeken, door de stad te fietsen en in de drukte van Nederland te zijn.
[rectangle]Elke keer weer vind ik het zalig om weg te zijn uit Nederland omdat ik me elke keer weer afvraag wat ik nou mis. Wie mij nou mist. Het korte, botte antwoord is tot twee keer toe: niets! Niemand! Natuurlijk doe je jezelf tekort door zo te denken, zeker als je thuiskomt en meteen al van feesten naar partijen snelt. Superleuk. Maar wat heb ik nu écht gemist? Het nieuws? Dat volg ik via internet en dat gaat prima. Ik loop op geen enkele wijze achter. Ergens is dat ook frustrerend: vroeger ging je weg en was je ook echt weg. Tegenwoordig ben je door alle mobiele apparaten elke seconde van de dag op de hoogte van wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt. Mentaal ben je nooit echt weg. Terugkomen is heel gek: het is koud – twintig graden verschil, geen grap. En het is druk: speelde ik in Turkije kluizenaartje, in Nederland rijd ik van hot naar haar. En de files, die zijn er nog steeds – iets wat ik zonder uitzondering vergeet als ik weg ben geweest.
Het is leuk om terug te zijn. Ik heb het idee dichter bij de actie te zijn, tenminste fysiek. In 48 uur heb ik al meer mensen gezien en gesproken dan de afgelopen drie maanden in Turkije. Maar het is jammer om te zien dat er niets veranderd is. We hebben nog steeds geen kabinet. CDA-‘prominenten’ roeren zich (waarom? De politiek blijft een ondoorgrondelijk gegeven) en op tv is een stoelendans van programma’s – ook dat verandert niet. Ja, de programma’s misschien maar de koppen niet.
Pff. En zo zit ik nu weer thuis, achter mijn computer. De tram raast voorbij, de zon probeert te schijnen en in plaats van mijn witte bikini heb ik herfstkleding en –kleuren aan. Niets verandert, behalve mijn locatie.

Tags: columns, Ebru, gesprek van de dag, melancholie, Nederland, Turkije
Posted in Columns, Ebru | No Comments »
maandag, augustus 23rd, 2010
Ik ben vijf weken weggeweest na de Libelle Zomerweek. Toen was ik een week of drie thuis voordat ik weer afzwaaide. Dat is inmiddels ook wel weer vijf, zes weken geleden. Niet dat ik gemist word: het is vakantie. Al mijn vrienden zitten in het buitenland of stressen zich een nog groter slag in de rondte omdat de kinderen vrij zijn. De redactie ontvangt mijn stukken zoals altijd over de mail. Soms op tijd, vaker te laat – ook niets nieuws.
Dagelijks mail ik met Nederland, met de redacties waar ik voor werk. Ik lever mijn stukken in, ik mail, ik twitter, ik schrijf maar ik ben er niet. In Nederland. Ik zit in m’n huis in Turkije en deze keer komt niemand langs. Enerzijds omdat de tickets achterlijk duur zijn in dit seizoen, anderzijds omdat ik het wel prettig vind, even tijd voor mezelf. Ik behoor tot die mensen die het leuk hebben met zichzelf. Geef mij m’n eigen ruimte en heus, ik amuseer me wel. Ik hoef niet zo nodig met iemand dingen te ondernemen. Te praten over van alles.
[rectangle]
Ik ben zo’n raar figuur die enorme lol in haar eentje kan hebben. Iets wat niet begrepen wordt door de rest van de wereld. Iets wat vreemd gevonden wordt. En wat mij daardoor aan mezelf doet twijfelen. Hoe gezond is het om drie, vier weken zonder gezelschap te verkeren? Geen vrienden te zien (zo’n gedoe, moet ik weer praten), de telefoon niet op te nemen (geen zin in) en hoe gezond is het om dat nog langer dan drie vier weken te doen?
Het is heerlijk om niemands gezeur aan te horen. Het is heerlijk om niet over futiliteiten te spreken. Het is zalig om je niet druk te hoeven maken over andermans problemen. Het is lekker, geweldig om net zo vroeg (of laat) op te staan als je wilt, te eten (of niet) wanneer en waar je maar wilt, te doen (of te laten) wat je maar wilt. Ik geniet van het kluizenaarschap zonder mezelf te verwaarlozen – dat is dan weer het voordeel van mijn smetvrezige natuur. Ik kan me druk maken over de juiste schoenen, het juiste jurkje, de fijne bikini en de verplichte afspraken bij de schoonheidsspecialiste. Ik heb nu al een paar weken geen sieraden om behalve parels in mijn oren en ook geen nagellak. Dat is me net iets te veel moeite, zeker bij veertig graden.
Maar m’m collega Maureen heeft gelijk: ik moet ‘ns terugkomen. Ik mis mijn vrienden. Mijn Amsterdamse (drukke) leven. Al wint de ratio nog steeds van mijn emotie: alleen is ook maar alleen.

Tags: Columns, Ebru, ebru umar, gesprek van de dag
Posted in Columns, Ebru | No Comments »
donderdag, augustus 12th, 2010
Ik ben eigenlijk altijd wel ergens gestrest over. Over mijn werk, afspraken, relaties met vrienden, relaties met vreemden, moeilijke telefoongesprekken.
Werkelijk de kleinste dingen kunnen me uit evenwicht brengen. Ik ben altijd bang dat ik iets vergeet, dat ik iets verkeerd heb aangepakt, dat ik iets stoms heb gezegd of dat ik een gigantische fout heb gemaakt. Eigenlijk zie ik mijzelf als een wandelend risico. Als een bom die op ontploffen staat en waarvan ik de timer steeds weer opnieuw moet zetten zodat ik niet explodeer. [rectangle]
Heel sporadisch heb ik een piekervrij moment, maar mijn hersenen zoeken dan meteen wel weer wat nieuws uit waarover ik me zorgen kan maken. Al zo vaak hebben mensen mij gevraagd: “Waarom doe je dat? Je hebt er toch niets aan?”, en altijd beaamde ik dat. Tot ik vannacht bedacht dat het eigenlijk niet waar is. Ik heb er wél wat aan. De filosofie achter het piekeren en stressen is namelijk dat je altijd gewapend bent tegen aanvallen van buitenaf. En zo werkt het dus daadwerkelijk voor mij.
Neem die keer dat ik thuiskwam en mijn hele huis leeggeroofd was. Geen krimp gaf ik. Ik raakte niet in paniek, hoefde geen slachtofferhulp, voelde me niet bedreigd. Ik belde de politie, deed aangifte, ruimde de boel op en sliep die nacht gewoon weer alleen in mijn eigen bedje (terwijl de boeven zelfs mijn hele bed uitgeplozen hadden).
Of die keer dat de bovenbuurman midden in de nacht uit het raam besloot te springen en daarbij al zijn botten brak. Terwijl Reinier nog uren erna erg ontdaan en nerveus was, lukte het mij vrij makkelijk om de slaap weer te vatten.
O, en die nacht dat ik een half uur lang achtervolgd werd door een vies mannetje dat duidelijk niet veel goeds in zin had. Toen werd ik alleen maar ontzettend boos en riep: “Wat wil je nou van me, klootzak!?” Terwijl ik dus bang en gestrest ben voor alles wat er mis kan gaan in dit leven, voel ik me heel rustig als het ook echt verkeerd loopt (of dreigt te gaan). Ik ga ervanuit dat je er altijd op moet rekenen dat het ergste ook jou kan overkomen en dat helpt me de rampen in mijn leven door te komen. Of het een opweegt tegen het ander, dat is natuurlijk de vraag.

Tags: 33, blad, column, Columns, femke sterken, gesprek femke, gesprek van de dag, libelle, magazine
Posted in Columns, Femke, Uit het blad, blad | 1 Comment »
vrijdag, juli 30th, 2010
Maar in deze moderne tijden is het makkelijk op de hoogte blijven van alles wat er thuis gebeurt. Hoe het met de formatie staat. Wat de Taliban van de PvdA vindt. En vooral dat de Telegraaf het ‘nieuws’ brengt dat ‘Marokkanen zich thuisvoelen in Nederland’.
‘Vroeger’ kon ik witheet worden van dit soort berichten, tegenwoordig haal ik er mijn schouders over op. Waarom zouden ‘Marokkanen’ zich niet thuis voelen in Nederland?! Definieer ‘Marokkaan’! Zou het iemand kunnen zijn die in Nederland geboren is, in Nederland op school heeft gezeten, studeert of werkt, iemand van wie de familie en vrienden in Nederland wonen en iemand die een Nederlands paspoort heeft? Het zou zomaar kunnen. Dat die ‘Marokkaan’ daarnaast nog een andere taal spreekt, geassocieerd wordt met criminaliteit en gewelddadig randjongerengedrag, is een gegeven. Zoals ‘de Nederlander’ standaard geassocieerd wordt met drugs en De Wallen. [rectangle]Niet met Nobelprijswinnaars of onze zogenaamde ‘kennisindustrie’. Dat die Marokkaan ook met zijn negatieve kant geassocieerd wordt, zal ‘m waarschijnlijk net zo hard raken als de associatie van drugs en het sekstoerisme op De Wallen. De doorsnee Marokkaan haalt er zijn schouders over op. Daar durf ik als Nederturk een wedje op te leggen. Dus dat die Marokkaan zich thuisvoelt in Nederland mag geen verbazing wekken. Hij woont hier, het is de bedoeling dat hij zich thuis voelt in de omgeving waar hij woont. Dat is, lijkt me ook voor hem de reden waarom hij in Nederland woont. Of blijft. Zoals de rest van ons.
Het wordt tijd dat we de rest van Nederland en Nederlanders serieus nemen, en laten zien dat Nederlanders in diverse varianten bestaan. En dat ook de Marokkaanse variant zich hier thuis voelt. Omdat hij hier thuis is. En blijft.

Tags: column, columns, Ebru, gesprek Ebru, gesprek van de dag, Marrokaan
Posted in Columns, Ebru | 1 Comment »
vrijdag, juli 23rd, 2010
Daarnaast is Nina Storms vooral bekend als de dame die haar internetbedrijf World Online naar de beurs bracht, daar zeshonderd miljoen euro aan overhield, haar eigen aandelen maanden eerder al verkocht bleek te hebben en de internetbubbel deed barsten. De koers van World Online stortte in, vrienden, medewerkers en de man op straat waren hun inleg kwijt maar mevrouw Brink, nu Storms en geboren Vleeschdrager was wat eurootjes rijker. In plaats nog lang en gelukkig in de anonimiteit te leven deed mevrouw Brink wat al die vrouwen die het van pauper tot Quote 500 schoppen, doen. ‘Bewijzen’ dat ze een goede zakenvrouw is – althans, ze probeert het. En een van die pogingen is het boek NINA waar journalist Eric Smit vier jaar aan gewerkt heeft, uit de boekhandel te krijgen. Dat is niet gelukt. [rectangle]
Toch een nederlaag voor iemand die denkt dat alles te koop is. Ja, een vliegtuig is te koop. Juwelen en een eiland ook. Maar respect? Zeker niet. En vooral niet als je dan beslag laat leggen op het bezit van de journalist in kwestie, die een boek over jou heeft geschreven. Wat ik niet zo goed snap, is dat als je het een slecht boek vindt, en als je vindt dat er onwaarheden in het boek staan (de rechter achtte dat trouwens niet de moeite van een publicatieboycot waard), dan negeer je toch die hele journalist en dat boek? Aandacht geven aan iets wat je wilt doodzwijgen, is altijd nog de slechtste oplossing, niet goed voor je bloeddruk ook. Wat kan er zo erg zijn aan het boek NINA, geschreven door journalist Eric Smit, dat het rechtvaardigt om beslag te leggen op het hele hebben en houden van de journalist, nota bene een half jaar nadat het boek is uitgekomen?! Eric kan momenteel niet bij het geld dat hij verdient, sterker nog hij kan zelfs niet bij het spaargeld van zijn kinderen komen. Chic, mevrouw Brink, of mevrouw Storms. Heel chic. Had dan gewoon uitgeverij Prometheus opgekocht, de uitgever van het boek NINA. Wel zo makkelijk.
Steun Eric Smit door follower te worden op Twitter: @steunsmitsteunen. Doneren voor zijn juridische verdediging kan via stichting Muckraker 78.49.32.972 (Triodos Zeist).

Tags: column, column ebru, Columns, Ebru, gesprek, gesprek Ebru, gesprek van de dag
Posted in Columns, Ebru | No Comments »
donderdag, juli 15th, 2010
Ik had vannacht een vreselijke droom: ik was in een kantoorgebouw vol met onbekende mannen en vrouwen die allemaal gehuld waren in dezelfde grijze kleding. Ik wist niet wat ik daar deed, maar wel dat ik er voor altijd moest blijven. Het nare was dat ik met niemand een klik had. Je kent het wel: zo’n situatie dat je met iemand in de lift staat (een collega of een vriendin van een vriendin) en dat je dan niks te zeggen hebt. Gewoon, omdat je je niet gemakkelijk voelt bij die persoon. Waarom dat soms gebeurt, daar ben ik nog niet achter, maar feit is dat er nu eenmaal mensen zijn met wie je meteen iets hebt en anderen bij wie je voelt dat het nooit iets zal worden. Nou, met die laatste groep zat ik dus opgescheept in dat flatgebouw. Ik voelde me totaal ontheemd. Ze keken me voortdurend vreemd aan en als ik wat vroeg werd er naar me gekeken alsof ik het niet waard was om tegen te praten. [rectangle]
Langzamerhand besefte ik hoe alleen je kunt zijn als er niemand is tegen wie je aan kun kletsen en die je snapt. Door al die gelijkvormige kantoorlieden werd me duidelijk hoe de buitenbeentjes van deze maatschappij zich moeten voelen. Ineens herinnerde ik me dat te kleine, ongewassen, langharige jongetje van de lagere school. Niemand ging met hem om en hij werd bijna nooit voor feestjes uitgenodigd. Ook doemde dat dikke meisje van de middelbare school in mijn gedachten op. Ze liet een tatoeage op haar hele buik zetten en iedereen sprak er schande van.
Gelukkig ben ik nooit in zulke situaties beland, maar mijn droom maakte me weer eens duidelijk wat ik natuurlijk allang wist: tjonge, wat ben ik toch bang om alleen achter te blijven! En dan niet zozeer alleen in de zin van buitengesloten, maar juist ook alleen binnen een groep mensen bij wie ik niet pas. Het idee dat niemand lacht om mijn grapjes. Dat ik een opmerking maakt en dat niemand dan snapt waarover ik het heb.
Het lijkt me afgrijselijk en soms heb ik er een irrationeel grote angst voor. Een angst die me doet dromen van flatgebouwen met gelijkvormige mensen in een oneindig heelal.

Tags: 29, column Femke, Femke, gesprek femke, gesprek van de dag, ik wil niet alleen achter blijven, Uit het blad
Posted in Columns, Femke, Uit het blad, blad | No Comments »
vrijdag, juli 9th, 2010
Ik doe er lacherig over maar ontkennen is eigenlijk niet aan de orde. Familie en vrienden kijken al niet meer op, die vragen zich alleen af wanneer ik weer begin – in tijden van stilte.
Mijn verslaving is niet echt erg en daar begint het al mee: afzwakken. Nee, het is geen verslaving, het is een hobby die af en toe de kop opsteekt. Zo eens in de tien jaar. Bij het woordje tien jaar zal 80% van mijn vriendenkring zich verslikken: “Tien maanden lijkt me waarschijnlijker Umar.” Ik neem het me ook altijd weer voor: nu even niet. Echt niet.
De bekendste en daarmee beruchtste verslavingen moeten alcohol en suiker zijn. Alcohol kan me gestolen worden en suiker eigenlijk ook. Tenzij ik een dropje neem – dan moet de zak leeg. De remedie is simpel: geen drop kopen. Lukt goed, behalve bij het tankstation. Taartjes zijn een vak apart: een kieskeuriger taartjeseter dan ik bestaat niet. Hema en bakkersspul loop ik straal voorbij. Bijenkorf en banketbakkerspatisserie is niet per definitie goed, de uitstraling, kleur en combinatie moeten goed zijn. Nuffig, ouderwets nuffig ben ik als het om taartjes gaan. Maar een goede taart krijg ik op – niet verder vertellen. Ik doe het niet, maar dat komt doordat ik hele taarten mijd. Kortom, suiker is een milde verslaving die ik goed de baas kan. Maar dan. Die andere. Ik moet het zeggen maar krijg het niet over mijn lippen. Uit mijn toetsenbord. Ik ben verslaafd aan verbouwen. [rectangle]
Zucht. Dat kost moeite. Normale mensen haten verbouwen – ik ook – maar ik behoor tot diegenen die het eindresultaat kunnen visualiseren. Geef mij een bouwval en binnen een minuut zie ik of het potentie heeft of niet. Of hoe het potentie kan krijgen. Na een bouwval in Nederland kon ik me uitleven op de bouwval in Turkije. Inmiddels is het paleis in Nederland toe aan een schilderbeurt. En ik heb lekkage gehad. Dus dan mag ik weer. De lekkage is werk voor de stukadoor, het hele trappenhuis wordt gedaan en tja, als we dan toch bezig zijn, pak dan meteen het interieur mee. Die lamp is kapot en moet vervangen, in de kleedkamer moet een nieuw rek en trouwens: van die kapotte lamp heb ik er twee dus ze moeten allebei vervangen. Nu we toch zo lekker bezig zijn: laat de keukenboer ook maar komen, ik wil een nieuw granieten aanrechtblad in de keuken.
En waarom? Omdat de lekkage verholpen moest worden. Dan is het toch logisch dat je maar meteen de rest ook meeneemt. Wel zo makkelijk. Zucht. Verslaafd. Valt niet te ontkennen. Of wel?

Tags: column, Columns, Ebru, gesprek Ebru, gesprek van de dag, gesprek vd dag, keuken, verbouwen, verf, verslaafd
Posted in Columns, Ebru | No Comments »