Posts Tagged ‘interview’

Interview met schrijver Tom Lanoye

donderdag, februari 23rd, 2012

Waarom lukte het je eerst niet om aan Sprakeloos te beginnen?
“Na de dood van mijn moeder begon ik met wat losse anekdotes over haar, maar het kwam niet op gang. Die ruimte en afstand kreeg ik pas na een paar jaar, al was ik er intussen wel veel mee bezig. Mijn vader wist het, die vroeg elk telefoontje: wanneer is het boek af? Ik heb hem heel bewust in het boek verwerkt, Sprakeloos gaat ook over de liefde tussen hem en mijn moeder, maar hij heeft het resultaat nooit gelezen. Uiteindelijk is het een heel persoonlijk verhaal geworden, al merk ik dat het ook inleefbaar is voor anderen. Het zet mensen aan het denken over hun eigen ouders, of ze nu nog leven of niet. Het gaat over iets essentieels, het verhaal doet lachen en huilen.”

Erg intiem ook, om zo over je moeder te schrijven. Hoe reageerden je zussen en broer op het boek?
“Ze zeggen wel eens: wie schrijft, is een gier. Toch was de beste manier die ik als zoon kon bedenken om mijn moeder te eren, een zo goed en waarachtig mogelijk boek over haar te schrijven. En dit is mijn verhaal, niet hét verhaal. Er zijn honderden andere verhalen en interpretaties van mijn moeder. Mijn broer en zussen reageerden uiteindelijk plagerig, zo van: je bent dit en dat nog vergeten. Kijk, schrijven is eerder een vorm van vernietigen dan bewaren, ik heb nooit de illusie gehad dat ik mijn moeder terug zou krijgen met dit boek. Maar door van haar een romanpersonage te maken, kon ik dicht bij haar komen en haar laten zien. Al heb ik haar ook in haar waarde gelaten op haar grootste momenten van verval.”

Was het schrijven van dit boek therapeutisch voor je?
“Nee. Therapeutisch wil zeggen dat iets niet meer hetzelfde is als het was, en dat zou betekenen dat ik geen woede, pijn of verdriet meer voel. Maar ik beschouw de aftakeling van mijn moeder nog steeds als een straf zonder oorzaak, het is een woedend boek geworden. Met therapie heb je berusting, en dat zou pas écht verraad zijn aan mijn moeder, die altijd zo rebels was. Zelfs in haar coma, vastgebonden met riemen aan haar bed, vocht ze terug. Die scène was wreed, maar moest juist om die reden getoond worden. De pijn is nooit weggegaan.”

Wat voor vrouw was je moeder?
“Een passionele, sterke vrouw met een scherp en groot intellect. Vrouwen van haar generatie zorgden en werkten zonder morren en verbittering, maar hun talent werd niet in een carrière omgezet, dat kon niet. Mijn moeder praatte er niet graag over, al besefte ze donders goed dat ze in deze tijd veel meer kansen had gehad. Ze werd slagersvrouw, maar haar droom was strafpleiter of rechter te worden. Onrecht en wetteksten vond ze fantástisch. Uiteindelijk is mijn zus jurist geworden, maar ze is nooit gaan strafpleiten. Dat vond mijn moeder toch jammer. Door mijn moeders dromen lag de lat voor ons altijd onbereikbaar hoog.”

Ook voor jou?
“Ja, maar als nakomertje had ik wel de minste problemen. Van jongs af aan konden zij en ik over álles discussiëren. Dat kwam door de sterke band die ik met haar had en dat mis ik soms het meest van allemaal. We praatten over politiek, de televisie, het toneel, en dat ging er vaak hard aan toe. Ze was een overtuigd amateuractrice, jarenlang overhoorde ik de tekst van haar rollen. Ik las alles hardop voor, terwijl zij stond te strijken. Die momenten met haar waren de basis van mijn latere leven. Door haar ben ik van kunst gaan houden, schrijver geworden en in de schouwburg gaan spelen. En uitgerekend zij verloor haar spraakvermogen.”

Toch blijkt uit Sprakeloos ook dat ze erg hard kon zijn, en bijzonder manipulatief.
 “Ze fingeerde soms een naderende hartaanval. Dat is natuurlijk een tikkeltje gestoord, maar je moet wél durven. Ze ging ver in haar pathos, ze was niet voor niets een amateuractrice.”

Sprakeloos is inmiddels in meerdere landen vertaald, het boek won de Gouden Uil Publieksprijs en de Henriette Roland Holst Prijs en werd bewerkt tot een theaterstuk, Sprakeloos op de planken, dat Lanoye tijdens de Boekenweek eenmalig speelt in Koninklijk Theater Carré. “Een droom, dat theater, een mythische zaal, het is een enorme eer dat ik daar mag staan”, zegt hij. Het boekenweekgeschenk schreef hij vorige zomer,. Het was rotweer buiten, maar de discipline van het schrijven en de zeer precieze regels eromheen bevielen hem. “Het boekenweekgeschenk mag maximaal 24.000 woorden zijn, ik zit er drie onder.”
Hij is na 23 jaar de eerste Vlaming, sinds Hugo Claus in 1989, die het mag schrijven, en hij wist niet wat hij hoorde.
“Kijk, toen Claus werd gevraagd vond ik dat normaal, toen ze mij vroegen kon ik het gewoon niet geloven. Als Vlaming bewonder ik jullie Boekenweek en dat geschenk al jaren. Dus heb ik meteen gevraagd of het dit jaar ook in Vlaanderen kan worden uitgegeven, en dat gaat gebeuren. Fantastisch toch? We zijn zo klein als taalgebied en toch is er soms zo’n grote afstand. Maar die taal is van ons samen, en de literatuur daardoor ook.”

Het thema van de Boekenweek van dit jaar is ‘vriendschap en andere ongemakken’. Wat heb je daarmee gedaan in je boekenweekgeschenk Heldere hemel? “De opdracht voor het geschenk was vrij, ik mocht schrijven wat ik wilde. Maar natuurlijk gaat bijna alles over liefde en vriendschap, of het gebrek eraan. Uiteindelijk heb ik een waargebeurd feit genomen en dat beschreven door de ogen van een groepje mensen. Sommigen zijn verwanten, anderen juist niet. Je krijgt zo een internationale en een familiale kijk op één feit. In de wereldpolitiek een fait divers, voor de familie in kwestie een wrede tragedie. Ik wilde vooral de kleine mens laten zien, tegenover de grote machinerie van de wereldpolitiek. En het noodlot dat die botsing voor de onmachtige enkeling kan betekenen.” 

Interview – Paul McCartney

donderdag, februari 16th, 2012

 

Een paar weken geleden kwam het aanbod binnen: ­Libelle mocht op de thee bij Paul ­McCartney. Opwinding op de redactie, want de man is nog altijd een fenomeen. Zo ­beroemd en ogenschijnlijk zo gewoon gebleven. Dat is ­althans de indruk als hij quasi ­nonchalant de hotelsuite die voor de ­gelegenheid is geboekt, binnen­stapt met een vrolijk “Hello”. Goed humeur, lichtroze overhemd met het kenmerkende McCartney-giletje erover. Hij is nog ijdel genoeg om zijn haar te verven en ­joviaal als altijd, maar achter die façade schuilt een rechte rug. Dit is wel de man die de andere Beatles aanklaagde toen hij zich tekortgedaan voelde en zich tijdens zijn scheiding niet liet chanteren door zijn aanstaande ex. Om zijn linkerringvinger glimt zijn nieuwe trouwring, om zijn rechterpols draagt hij een horloge met zwarte leren band dat er zo ­eenvoudig uitziet dat het wel peperduur moet zijn.
Hij neemt de tijd en als hij praat, praten zijn handen mee.

Liedjes van zijn vader
Bijna zeventig is McCartney inmiddels, maar hij beschikt nog altijd over de charme waar hij sinds 1962 om bekendstaat. Inmiddels behoort hij zo’n beetje tot het Werelderfgoed: vooraanstaand vegetariër, altijd inzetbaar voor goede doelen en nog altijd relevant omdat hij goede muziek blijft maken. Zoals zijn nieuwe album Kisses on the Bottom. Het is een verzameling liedjes waar hij mee opgroeide en die hij zelf vaak voor het eerst hoorde als zijn vader ze op de piano speelde. De songs zijn aangevuld met twee nieuwe, eigen composities. Is het een sentimental journey voor hem? “Ik maak muziek in het hier en nu,” zegt McCartney, “maar ik ben opgegroeid met de stijl van deze nummers, die goed in elkaar zitten. Liedjes zoals deze zijn als een mooi sieraad. Voor een songwriter zijn composities van bijvoorbeeld Gershwin echt goed gemaakt; ik ben opgegroeid met het ambacht van die stijl. Toen kwam rock-’n-roll en ontmoette ik John (Lennon). En gingen we liedjes schrijven in de richting van rock-’n-roll, maar die oude stijl speelde altijd mee op de achtergrond. Als je Beatles-liedjes gaat analyseren, zijn ze door die specifieke achtergrond toch weer anders. Songs als Here, there and everywhere worden ingeleid, dat maakte ze speciaal.”

Grote liefde Linda
Hij straalt als hij over muziek praat, zoals hij ook zichtbaar verliefd kijkt als hij het over zijn nieuwe vrouw Nancy Shevell heeft. Het nieuwe geluk staat hem goed, na een bittere scheiding van Heather Mills en daarvoor een lange ­periode van rouw na de dood van zijn eerste vrouw Linda Eastman. Zij stierf in 1998 aan de gevolgen van borstkanker. “Linda’s aardse houding heeft me geholpen om met alle bekendheid om te gaan en een normaal leven te krijgen,” zegt hij over zijn grote liefde. “Ons privéleven had voor haar altijd prioriteit, ze was heel grappig, heel slim en getalenteerd. In haar laatste dagen adviseerde de arts ons niet tegen haar te zeggen dat ze stervende was. Ze wist dat ze ziek was, maar ze had chemo gehad en haar haar groeide weer. Ik geloof niet dat ze wist dat ze dood zou gaan. Je moet als naasten de ­beslissing nemen of je zoiets zegt. Ik besprak het met de arts en hij zei: ‘Ik denk niet dat ze het zou willen weten. Ze is zo’n sterke, vooruit­strevende vrouw en zo’n positief ingestelde meid, ik denk niet dat het haar goed zou doen’.”

Samenwerken met Stella
Niet alleen Nancy is een bron van inspiratie voor hem, ook zijn kinderen en acht klein­kinderen zijn dat want Paul houdt het graag dicht bij huis. Mary fotografeerde de hoes van zijn nieuwe cd, Stella leende haar artdirector aan hem uit en met zijn drieën leverden ze onlangs een fotoboek van Linda’s werk als fotograaf af. “Ik werk graag samen met mijn kinderen,” zegt hij. “Dat is altijd boeiend, ze zijn allemaal getalenteerd en als vader is het interessant om te zien hoe zich dat ontwikkelt. Ik ben dan niet de vader die hen advies geeft of die om raad wordt gevraagd, ze geven mij juist advies. Of beter gezegd: ze zeggen tegenwoordig gewoon wat ik moet doen.”
Vooral met Stella lijkt hij een creatieve klik te hebben: vanaf haar eerste dag als modeontwerpster zit hij op de eerste rij als ze nieuwe ­collecties presenteert. Hij kan blij naar haar zwaaien alsof het een schoolvoorstelling ­betreft en zegt na afloop steevast dat hij zo trots is op ‘my baby’. Om niet van vriendjes­politiek te worden beschuldigd, ging zij samen­werking tien jaar lang uit de weg, maar kleedde op zijn verzoek uiteindelijk wel het ballet Ocean’s Kingdom aan dat Paul vorig jaar in samenwerking met het New York City Ballet maakte. Haar enige klacht was dat haar vaders aantekeningen amper te lezen waren.

Liefde voor muziek
Kinderen die op hun beurt dol zijn op hun ­vader. “Als ze me al een ouwe vent vinden, zijn ze toch te beleefd om het te laten merken,” zegt hij. Dat hij nog midden in het leven staat, helpt natuurlijk wel. Hoe blijft een man die al jaren geleden de pensioensgerechtigde leeftijd haalde zo levendig en hard werkend? “Het ­belangrijkste is dat je houdt van wat je doet. Mensen vragen waarom ik niet met pensioen ga, ik heb alles toch al gezien en gedaan. Dan zeg ik: ‘Ik heb geen zin om te stoppen, want ik houd nog te veel van wat ik doe.’ Wat moet ik anders, voor de televisie zitten en op paarden wedden? Optreden en feedback krijgen van het publiek is verslavend. Al ben ik zelf eigenlijk ook wel verbaasd dat ik het nog steeds kan. Ik zie dat generatiegenoten de toonsoorten van hun liedjes naar beneden moeten bijstellen omdat ze de hoge noten niet meer halen, ik heb dat nog niet hoeven doen. Ik weet niet hoe dat komt. Het enige wat ik kan bedenken, is dat ik altijd alles met plezier heb gedaan. En dat ik blij ben dat ik niet mijn hele leven leraar of zo heb hoeven zijn. Dat was namelijk het enige wat ik kon toen ik van school kwam. Ik had leraar Engels kunnen worden, maar toen kwamen The Beatles en dat was natuurlijk veel leuker. Ik heb me altijd bevoorrecht gevoeld dat ik mag doen wat ik doe en denk dat ik het daarom nog kan. Ik neem het niet voor lief.”  ■

Interview – Richard Krajicek

donderdag, februari 9th, 2012

De keuken van de oude pastorie in Muiderberg hangt vol slingers, hier en daar prijkt het getal veertig. Richard Krajicek glundert als hij aan zijn veertigste verjaardag wordt herinnerd. Zijn vrouw Daphne Deckers organiseerde een surpriseparty. Geen overvol feest, meer een intiem samen­zijn met goede vrienden. Het typeert de oud-­toptennisser en huidige directeur van het ABN AMRO-tennistoernooi. “Ik heb niet met heel veel mensen contact. Dat heeft alles te maken met mijn persoonlijkheid. Ik ben liever goed met een paar échte ­vrienden, van wie ik weet dat ik dag en nacht bij ze terecht kan, dan dat ik omga met een grote zwerm vage kennissen. Ik hecht erg aan loyaliteit in vriendschap. Bij ons thuis is het dus geen zoete inval. ­Onverwacht ­bezoek vind ik zeer onprettig.”

Strenge jeugd
Richard Krajicek is geboren in Nederland als zoon van Tsjechische vluchtelingen. Na de Praagse Lente ontvluchtten zijn ouders het communistische Tsjecho-Slowakije. Ze wilden eigenlijk naar Zweden, maar stopten even in Nederland. “Mijn vader volgde mijn moeder, maar hij heeft altijd heimwee gehad. Hij had het zwaar in Nederland, ­miste zijn familie en vrienden. Al moest ook hij niks hebben van het communisme. Hard werken moet worden beloond, was zijn levensmotto. Hij had er moeite mee dat iemand die niks deed, evenveel kreeg als iemand die zich uitsloofde. Thuis ­predikte hij altijd dat we het maximale uit onszelf moesten halen. Dat betekende dat we moesten uitblinken op school, maar ook op de tennisbaan. Want wat is er mooier dan maximaal presteren en op die manier iets terug te doen voor het land dat je zo gastvrij heeft ontvangen? Mijn vader ging veel liever werken, werken, werken, dan dat hij zijn hand ophield. Al was dat laatste soms misschien beter geweest voor de stemming thuis. We hadden het niet breed en het was bij ons lang niet altijd gezellig. Mijn vader eiste veel van zijn kinderen. Hij was streng. Vooral op de tennisbaan.”

Hoe ga je om met dat verleden?
“Eigenlijk ben ik er niet meer mee bezig. Toen ik een twintiger was, heb ik wel een periode gehad waarin ik veel nadacht over mijn jeugd. Ik was onrustig, down. Van Daphne kreeg ik toen twee leuke boekjes over het zenboeddhisme, waar aan de hand van stripverhaaltjes de filosofie op een eenvoudige manier werd uitgelegd. Dingen die in het verleden zijn gebeurd, moet je loslaten. Je kunt er toch niets meer aan veranderen, ­alleen maar van leren. Hetzelfde geldt voor de toekomst. Ook hierop heb je vaak weinig vat, dus waarom zou je daar te veel energie aan besteden? Probeer te genieten van het heden. Het leven is mooi zoals het is. Als je bij alles te krampachtig stilstaat omdat je bang bent dat er iets verandert in je leven, komt het niet goed. Kijk naar stilstaand ­water, dat wordt vies en troebel. Alleen als het stroomt, blijft het schoon. Je moet dus ‘in beweging’ blijven, leven in het nu. Door het stripboek heb ik meerdere echte zen-boeken gelezen. Niets bijzonders, geschreven door Charlotte Joko Beck, werd mijn favoriete boek, het is een soort bijbel voor me.”

Mooie theorie, maar werkt het ook in de praktijk?
“Ik heb gemerkt dat het voor sommige dingen in mijn leven werkt, maar voor andere ook weer niet. Als het bijvoorbeeld gaat om mijn financiën, wil ik zekerheid. Ook voor de toekomst. Die behoefte heeft niet iedereen. Een vriend van me huurde tijdens een vakantie in India een man met een riksja, die hem naar zijn hotel bracht. Mijn vriend gaf de man een flinke fooi en hoopte dat hij de volgende dag weer gebruik kon maken van zijn diensten. Toen hij de volgende ochtend uit zijn hotel kwam, stond daar dezelfde man weer. Mijn vriend vroeg: ‘Kun je me ergens naartoe brengen?’ Waarop de man antwoordde: ‘Waarom? Ik heb het geld voor de komende twee dagen gisteren al verdiend. Dat maak ik eerst op, voordat ik weer ga werken.’ Die man leefde financieel gezien van dag tot dag. Zo ben ik niet. Al probeer ik bij andere dingen juist wel weer in het nu te leven. Mijn jeugd bijvoorbeeld heb ik echt achter me gelaten. Daarvan denk ik: ’t is gebeurd, ik heb mijn les geleerd en ga door.”

Begrijp jij je eigen vader nu beter?
“Ik begrijp heel goed dat hij als ouder helemaal opging in het tennisspel van zijn zoon. Maar daarmee keur ik zijn gedrag nog niet goed. Ik ben blij dat ik mezelf een spiegel kon voorhouden in die auto. Dat was een belangrijke les voor me. Tennis moet een bindmiddel zijn tussen ons, geen splijtzwam.”

Vind je winnen eigenlijk belangrijk?
“Nee, totaal niet. Dat zeg ik ook tegen Alec. Het belangrijkste is dat je je best doet, dat je knokt voor de punten. Als ik zie dat hij dat doet, eten we na afloop een frietje of een milkshake bij McDonald’s. Ook als hij heeft verloren. Op die manier associeert hij een beloning niet alleen met winnen. Ik wil geen druk voor mijn kinderen. Al geef ik ze wel dezelfde les mee als mijn vader mij gaf: probeer het maximale uit jezelf te halen. Ook op school. En of dat nu vmbo is of gymnasium, dat maakt me niet uit.”

De liefde
Heel even laat echtgenote Daphne Deckers zich zien. Ruim 17 jaar zijn ze al samen, waarvan alweer 12,5 jaar getrouwd. Het geheim van hun liefde? Ze kunnen ontzettend lachen samen en vullen elkaar aan. Zij is de prater, hij het luisterende oor. Zij
is een avondmens, hij een ochtendmens. Kortom, samen houden ze elkaar in balans. Dat deze harmonie vorig jaar kort werd ­verstoord door een poging tot afpersing door middel van dreigende sms’jes aan Daphne, daarover wil Krajicek niet al te veel kwijt. “Het was een vervelende ervaring en bepaald geen leuke middag. Maar ­gelukkig heeft de politie het snel en adequaat opgelost. Het ligt nu achter ons. Als gezin hebben we het hartstikke fijn samen. De jaren zijn echt omgevlogen, al voelt dat helemaal niet zo. Wat Daphne en ik ­hebben, is heel speciaal. We lopen nog ­altijd hand in hand over straat. En als ik van huis ben, mis ik haar echt. Ze is lief, leuk en mooi. Bovendien ben ik heel trots op wat ze allemaal doet.”

Zitten jullie altijd op één lijn als het om de kinderen gaat?
“Ja, al is Daphne wat consequenter in het hanteren van de ­regels. We hebben de kinderen bijvoorbeeld heel lang geen televisie laten kijken, alleen dvd’s. Maar toen ze zeven, acht jaar oud waren, moesten we dat laten gaan. Alec speelt nu zelfs schietspelletjes. Al stellen we daar wel paal en perk aan door hem een tijdslimiet te geven. Eigenlijk hebben we best makkelijke kinderen. Ze zijn allebei erg sportief, wat ik heel fijn vind. Emma van dertien hockeyt, tennist en fietst elke dag zeventien kilometer van en naar school. Ik zie veel dingen van mezelf terug in haar. Ze staat makkelijk op en als ze thuiskomt, moet ze eerst altijd even chillen voordat ze haar huiswerk maakt. Zo deed ik dat ­vroeger ook. Maar als ik vroeger een voldoende had, dan was ik tevreden en ging ik snel tennissen. Zo is Emma niet. Zij kwam thuis met een uitstekend rapport, het laagste cijfer was een zeven! Toch kon het volgens haar nóg beter. Ik probeer haar wat af te remmen, al praat ik tegen ­dovemansoren. Ze is een door­zetter, heeft veel discipline. Daarin lijkt ze op haar ­moeder. Ik hoop dat Emma en Alec later iets kiezen waarbij ze passie voelen. Ik zeg altijd: doe vooral iets wat je leuk vindt en wat bij je past. Zorg dat je passie ook je vak is. Dat lukt niet altijd, maar als je jong bent, vind ik dat een mooi streven.”

Interview – Karin Amatmoekrim

dinsdag, februari 7th, 2012

Leuk, het event?
“Ik vond het een erg leuke ervaring. Op het event zag je de bijhorende krant echt tot leven komen. Ik zat aan tafel met twee vrouwen die ook geïnterviewd waren in de krant, tussen alle lezeressen. Je merkte dat het onderwerp van het event echt leeft. De multiculturele samenleving maakt veel los bij mensen. Tegelijkertijd was de sfeer net zo warm en gezellig als in de krant.”

Er waren pittige discussies…
“De multiculturele samenleving is een onderwerp waar gevoel en verstand soms met elkaar botsen. Dat merkte je ook aan de lezeressen in de zaal. We vinden dat er regels moeten zijn, maar veel lezeressen zijn ook moeder en dat sommige kinderen het land uitgezet worden, gaat tegen hun gevoel in. Er waren veel vragen voor minister Leers, die het heel goed deed, vond ik. Hij heeft een moeilijke klus te klaren. Wat ik jammer vind, is dat er nog steeds in ‘wij’ en ‘zij’ wordt gedacht als het over de multiculturele samenleving gaat en dat het huidige beleid die gevoelens versterkt. Bij het toelaten van mensen wordt er heel erg gekeken naar wat mensen voor ons land kunnen betekenen. We gaan te vaak voorbij aan de menselijke maat.”

Heb je goede reacties gekregen op het interview in de krant?
“Ik heb al een paar mails ontvangen ja. Iemand raadde me bijvoorbeeld aan om extra vitamine D te slikken omdat ik in het interview zeg dat ik me lichamelijk altijd beter voel als ik in Suriname ben.”

Karin haar laatste boek heet ‘Het Gym’

Interview – LA The Voices

vrijdag, februari 3rd, 2012


Sinds de oprichting van LATV is er al belangstelling voor jullie in het buitenland. Hoe groot is jullie ambitie?
Gordon: “Groot! Als ik zie hoe positief mensen op LATV reageren, geloof ik er heilig in dat wij wel eens een van de grootste Nederlandse acts kunnen worden in het buitenland. Van de cd die in maart uitkomt, maken we ook een versie waar drie Duitse nummers op staan. Ja, ‘het zoveelste Nederlandse bandje dat het in Duitsland wil proberen’, dacht onze Duitse tekstschrijfster ook, maar in de studio bleek dat de klanken mooi zijn en haar teksten waanzinnig. Eigenlijk klinkt LATV nog beter in het Duits dan in het Nederlands!”
Richy: “Onze zang leent zich heel goed voor vreemde talen. Het Franstalige SOS d’un terrien en détresse past gewoon heel goed bij onze groep.”
Roy: “SOS voelde als een keerpunt. Mensen vonden ons eerst pretentieus, omdat we onszelf De Engelen, De Stemmen noemden. Met SOS kregen we erkenning voor onze zangkwaliteiten.”
Gordon: “Het maakt mij niet uit in welke taal een lied is, het gaat mij om de muziek en dat ik mijn gevoel erin kan leggen. Maar ik wil wél dat het perfect klinkt. We hebben coaches, die ons begeleiden bij de tekst en de uitspraak.”

In hoeverre is bij de samenstelling van LATV rekening gehouden met leeftijd, uiterlijk en etniciteit?
Gordon: “Niet. Ik had van Tineke de Nooij een cd van Romanz gekregen, een Zuid-Afrikaanse groep van vier fantastische jonge zangers. Zoiets wilde ik ook in Nederland doen, maar toch net even anders, popmuziek in een klassiek jasje.”
Peter: “Gordon had een auditie uitgeschreven voor mannen tussen de 25-45 jaar. Ik heb vroeger bij rockgroepen gezongen, onder andere bij Vandenberg, maar vijf jaar geleden wilde ik meer leren, dus ben ik Italiaanse aria’s gaan zingen. Om de teksten te begrijpen en goed te kunnen uitspreken, heb ik in verhoogd tempo Italiaanse taalcursussen gedaan. Ik wilde iets met een orkest gaan doen, klassiek georiënteerd, en zag Gordon’s auditie-oproep. Ik was zénuwachtig! Ik heb niets met audities en was acht jaar ouder dan de leeftijdsgrens. Maar ik voelde meteen de acceptatie. Het was geweldig dat de flexibiliteit er was om een ouder persoon aan te nemen.”
Gordon: “Ik vond het erg moedig dat hij zich had aangemeld. Ik zag zijn foto en dacht: wat een leuke man! En toen ik ’m hoorde zingen dacht ik: wat een stem! Het gaat om de zangkleuren, wie er bij mij en bij elkaar past. Niet om de huidskleur.”
Roy: “Ik kijk nooit naar hoe oud mensen zijn. Los van het werk zijn we intussen heel hecht met elkaar. We begonnen als collega’s, daarna werden we vrienden, maar nu voelt het alsof we familie van elkaar zijn.”
Peter: “In Zuid-Afrika deelden Roy en ik een hotelkamer en het is waar, dan zijn we gewoon maatjes. Er is geen leeftijdsgrens.”

Het Libelle Nieuwscafé gaat over De Nieuwe Buurt. Hoe kijken jullie daartegenaan?
Gordon: “Ik woon in Blaricum, dat is natuurlijk een reservaat, maar toen ik op een maandagmiddag in Amsterdam-zuidoost was, schrok ik. Ik was de enige blanke daar en ik werd echt geschoffeerd, zo van: ‘Wat doe jij hier, homo?’ Het raakt me veel minder dan vroeger, maar ik denk wel dat we wat integratie betreft onszelf zijn voorbijgelopen. Ik schrok van wat ik zag: zo veel mensen die niet werken op een maandagmiddag.”
Peter: “Ik ben twintig jaar lang leraar op een basisschool in Rotterdam Feyenoord geweest en had 45% anderstalige leerlingen, die allemaal Nederlands leerden spreken. Maar hún kinderen spreken soms geen woord Nederlands. Dat is een probleem.”
Gordon: “Ik vind dat het aanpassen moet plaatsvinden bij de bron, dat ouders verantwoordelijk moeten worden gesteld voor het gedrag van hun kinderen.”
Richy: “Ik denk dat iedereen met een kleurtje wel eens met discriminatie te maken heeft gehad. Ik ook. Vroeger meer, omdat ik ben opgegroeid in een vrij blanke buurt in Amsterdam-Zuid. Dan ben je altijd de uitzondering.”

Interview – Robert Vuijsje

donderdag, februari 2nd, 2012

Toen Alleen maar nette mensen in 2009 genomineerd werd voor de Libris Literatuurprijs en de Gouden Uil was er plotseling reuring rondom het boek. De commotie­ ontstond vooral onder Surinaamse vrouwen die zich stoorden aan de manier waarop Vuijsje in zijn roman zwarte vrouwen beschrijft, compleet met ronde billen en grote cupmaat. Terugkijkend zegt de schrijver erover: “Het viel me vooral op dat de mensen met de grootste kritiek het vaak helemaal niet hadden gelezen, maar een mening vormden op basis van wat ze van anderen hadden gehoord. Het was een heftige tijd, maar ik weet dat ik Alleen maar nette mensen met de juiste intentie schreef. Ik heb niet het idee dat ik stiekem iets verkeerds gedaan heb.“ Nu, drie jaar later,  komt Vuijsje met zijn nieuwe boek Beste Vriend. Hoofdpersoon is Sam Green, een beroemdheid van wie niemand weet waarmee hij ook alweer beroemd is geworden. Sam leeft het cele­brity-bestaan met volle teugen en verliest zijn vrouw en kind volledig uit het oog. En dan vertrekt zijn vrouw met zijn kind naar het land waar zij haar wortels heeft liggen: Suriname.

Een minder choquerend boek dan je vorige. Waar ligt dat aan, denk je?
“Ik schreef mijn eerste boek niet om te choqueren en ik had ook geen zin om een soort vervolg te maken. Dat dit boek anders is, zou kunnen liggen aan mijn leeftijd. Toen ik Alleen maar nette mensen schreef, was ik 34, toen het uitkwam was ik 37 en nu ben ik alweer 41. Mijn leven is anders dan een aantal jaar geleden. Ik heb inmiddels kinderen en tsja, ik schrijf over dingen die ik om me heen zie gebeuren. Dat is bij dit tweede boek niet anders dan bij mijn eerste.”

Je hoofdpersoon, Sam, is erg bezig met zijn bekendheid. Hij loopt de belangrijke feestjes af, houdt bij hoeveel volgers hij heeft op Twitter en wil graag in de talkshows zitten. In hoeverre lijk jij op hem?
“Ik hoop dat ik niet op hem lijk. Met het personage van Sam wilde ik een beschrijving geven van wat ik de afgelopen jaren om me heen heb gezien. Ineens ben ik in die wereld van talkshows en optredens terechtgekomen en het viel me op hoe sommige mensen bezig kunnen zijn met roem en buitenkant. Als ik uitgenodigd word voor zo’n tv-show dan ga ik meestal in mijn eentje. Maar er zijn mensen die een heel gevolg met zich meenemen. Je zit erbij en je ziet ze binnenkomen, maar je hebt werkelijk geen idee wie het allemaal zijn en waaróm ze er zijn. Misschien uit een soort onzekerheid? Om zichzelf belangrijker te maken?”

Robert Vuijsje schrijft over Amsterdam-Zuid en woont in Amsterdam-Zuid. Hij schrijft over zijn fascinatie voor zwarte vrouwen en zelf heeft hij die fascinatie ook. In Beste vriend schrijft Vuijsje over een relatie die op de klippen loopt. Zijn eigen huwelijk strandde vier jaar geleden. Met zijn ex-vrouw heeft hij een zoon: Sonny (5).

Is je scheiding een grote deceptie geweest?
“Als je trouwt, ga je ervan uit dat het voor altijd is. En wanneer dat dan niet lukt, is het een tragedie. Eigenlijk vind ik dat mensen die kinderen hebben in feite getrouwd moeten blijven totdat die kinderen de deur uit zijn. Dat heb ik dus niet gedaan. Tja, achttien jaar is lang. Ik heb dat van tevoren niet voldoende beseft. Maar het is en blijft tragisch dat een huwelijk mislukt. Anderhalf jaar lang ben ik constant bij Sonny geweest. Iedere avond, iedere ochtend. En ineens was ik er een stuk minder.”

Hoe vaak zie je je zoon nu?
“Zo’n vier keer in de week.”

Lijkt hij op jou?
”Ja, ik vind van wel. Hij is vrolijk, vrolijker dan ik, slim, grappig en erg extravert. Momenteel gaat hij naar dezelfde basisschool als waar ik op gezeten heb. Heel leuk om te zien hoe de lokalen nog hetzelfde zijn en dat zelfs sommige leraren uit mijn tijd er nog lesgeven.”

De hoofdpersoon in je boek is bang dat zijn ex met hun zoontje vertrekt naar haar moederland. Jouw ex-vrouw komt uit Brazilië. Is het je eigen angst die je beschrijft?
“Dit verhaal scheert langs mijn leven. Het lijkt er gedeeltelijk op, maar mijn situatie is anders. Mijn ex en Sonny wonen nog steeds in Amsterdam-Zuid en ze gaan ieder jaar naar Brazilië op vakantie. Maar toen een scheiding ter sprake kwam, vroeg zij zich wel even af of er dan nog een reden was om in Nederland te blijven. Zoiets is lastig, want dat is natuurlijk geen basis om bij elkaar te blijven. Aan de andere kant: een paar generaties geleden bestonden er helemaal geen scheidingen. Dat zijn lastige vragen waarover je je buigt in zo’n periode. Kijk, in principe kom je over een scheiding wel heen, maar het gevoel voor een kind… dat zit zo diep.

Inmiddels heb je alweer een paar jaar een nieuwe relatie en ben je vader van een tweede zoon: Samuel. Aangezien je nieuwe vriendin ook nog een zoon van elf heeft, heb je nu in feite een groot gezin.
“Sonny is in het weekend bij mij, maar dan is de zoon van mijn vriendin bij zijn vader. We zijn dus niet zo vaak met zijn allen, maar als dat zo is, is het slopend. Ha! We wonen trouwens niet fulltime samen. Ik woon gedeeltelijk in Amsterdam en gedeeltelijk bij mijn vriendin in Almere.”

In het Almere waar je in je boek zo op af loopt te geven?
“Ja, zij woonde daar al en haar zoon zit er op school, dus ze wil er niet weg. Dat vind ik een goed argument. Maar ik zou inderdaad niet dood in Almere gevonden willen worden. ”

Zijn ultieme stad is en blijft Amsterdam, zijn favoriete plek Zuid. Hoewel hij de bewoners van het elitaire stadsdeel in zijn eerste roman nogal op de hak nam, is Vuijsje er zelf ook niet weg te slaan. De zoon van een Amerikaanse moeder en de bekende journalist Bert Vuijsje is er geboren en getogen, ging er naar het bekende Barlaeus-gymnasium en woont er momenteel op een verdieping boven zijn 69-jarige moeder.

Nooit de behoefte gehad om ergens anders in Nederland te wonen?
”Nee. Voor mijn studie hoefde het niet, want wat ik wilde studeren, kon in Amsterdam. Bovendien bleven al mijn vrienden ook hier wonen, dus ik zag geen enkele reden. Nog steeds niet.”

Toch opvallend dat jij als bewoner van het totaal blanke Amsterdam-Zuid ook veel donkere vrienden hebt. Hoe kom je daaraan?
“Op mijn lagere school zat één donker jongetje en dat was inderdaad een uitzonderingsgeval in Zuid. Dat ik nu veel donkere vrienden heb, heeft vooral te maken met het feit dat ik sinds 1995 nooit meer een relatie met een blanke vrouw heb gehad. Het waren allemaal donkere dames en omdat je dan haar familie en vrienden leert kennen, wordt je blanke vriendenkring langzamerhand een beetje gemixt.”

Interview – Mike Boddé

donderdag, januari 26th, 2012

Je voorstelling Wil je in ons groepje? met Jelka van Houten en Onno Innemee is van start gegaan en duurt tot begin juni. Waar is Thomas? Is het ‘uit’ tussen jullie?
“Nee, absoluut niet, Thomas en ik gaan in het najaar weer samen iets doen. Een woeste kerstrevue met lilliputters, olifanten, danseressen en vuurspuwers. Nou ja, misschien iets anders, maar in ieder geval in het najaar. Het laatste wat wij samen gedaan hebben, was een pilot voor een tv-programma, maar die is uiteindelijk afgewezen. Wij werken zó intensief samen dat we eens in de zo veel tijd wat vakantie van elkaar nemen. Het is wel verfrissend om af en toe wat anders te doen.”

In het verleden heb je ook met Hadewych Minis samengewerkt. Werk je graag met anderen?
“Ik werk het liefst met anderen, in mijn eentje op het toneel vind ik heel lastig. En ik vind het leuk met anderen. Bij de voorstelling Pil had ik een band om me heen waar ik af en toe nog ruggespraak mee had, daarbij voelde ik me niet helemaal in mijn eentje. Eigenlijk speel ik het liefst een klein beetje de tweede viool. Dat je af en toe een momentje in de spotlight staat, maar niet alleen bent. Mike staat er wél, maar het is meestal of met Thomas of met Onno of Hadewych of – zoals laatst – met Babette van Veen. Met haar heb ik een kerstliedje opgenomen.”

Hoe ben je bij Jelka van Houten uitgekomen?
“Jelka heeft een keer meegedaan bij de Mike en Thomas show, toen viel me al op dat ze ontzettend geestig is en heel veel zelfspot heeft. Dat is bij bekende dames vaak ver te zoeken, dus dat vond ik een enorme pre. Daarbij is ze minstens zo’n goede actrice als haar zus Carice en kan ze heel mooi zingen. Zij heeft een intuïtieve manier van acteren, dat vind ik heel leuk. Onno is ook een enorme fan van Jelka. Ze is typisch zo’n vrouw die zegt: ‘Mij moet je niets vragen, ik heb geen ideeën. Kijk maar niet naar mij, ik verzin alleen maar onzin’. En dan komt ze met enorm veel leuke suggesties en heeft ze een aantal heel maffe typetjes bedacht. Dus officieel hebben Onno en ik de voorstelling geschreven, maar haar aandeel is uiteindelijk vrij groot geworden.”

Waar gaat de voorstelling over?
“We gaan alle drie een droom waarmaken. Ik wil meesterpianist worden, dus ik ga proberen het allermoeilijkste pianostuk te spelen dat er bestaat. Dat is een stukje uit een piano­concert van Rachmaninov. Iedereen die Rachmaninov speelt, wordt gek, maar ja ik ben al gek dus daar hoef ik niet meer bang voor te zijn. Rach III is zeg maar de Mount Everest onder de pianostukken, daar heb ik me helemaal op geworpen, het is verwoestend moeilijk, maar ik wilde het één keer in mijn leven gespeeld hebben. Onno’s droom is om serieus genomen te worden. Hij heeft een raar hoofd, elke keer als hij iets doet, wordt het grappig. Jelka wil eigenlijk gewoon countryzangeres zijn. Dat wil ze volgens mij al haar hele leven.­ Nou ja, dat is dan ook nog wel haalbaar, hoewel Emmylou Harris wel erg mooi kan zingen. Eigenlijk drijven we op Jelka, wat bij nader inzien vanzelfsprekend is. Als je zo’n struise, blonde dame tussen twee buikende veertigers hebt lopen, weet ik wel ongeveer waar de aandacht naartoe zal gaan.” 

Het klinkt een stuk luchtiger dan Pil, de voorstelling waarin je overigens met humor­ over je depressie sprak en voorlas uit je boek. Dat was best intiem. Hoe valt zoiets thuis?
“Zolang het over mezelf gaat, is het niet zo’n probleem. Het wordt pas ingewikkeld als je dingen vertelt waar ook anderen bij zijn betrokken; dat heb ik zo veel mogelijk geprobeerd te vermijden. In het boek heb ik van alles opgeschreven, mijn schoonouders hebben het ook gelezen, maar die wisten al vanaf het eerste moment dat hun dochter met een gek was getrouwd. Als ik mijn pillen niet slik, word ik weer knettergek, dat is een feit. Waarom zou ik me daartegen verzetten? En wie is er nou wél normaal?”

Is het niet juist een zegen dat je niet ‘normaal’ bent? De grootste geesten waren knettergek. Rachmaninov… “Voor iemand die optreedt, is het misschien zelfs een pre om gek te zijn. Als je registeraccountant bent of topadvocaat, ja, dan is het lastig. Weet je wat het ook is? Een mentale klik. Iemand met suikerziekte moet spuiten, dat vindt iedereen normaal. Iemand met een hoge bloeddruk kan bètablokkers slikken en iedereen vindt dat normaal. Waarom zou iemand die een hersen­ziekte heeft dan niet gewoon hersenpillen kunnen slikken? Waarschijnlijk worden antidepressiva meer geslikt dan bloedverdunners of bètablokkers, maar er zijn heel veel mensen die het moeilijk vinden om het toe te geven. In mijn omgeving neemt sowieso niemand me serieus, dat weet ik al jaren. Mijn kinderen zeggen wel eens: ‘Daar heb je papa weer met zijn flauwe grappen.’ Ik word op een bepaald vlak heel serieus genomen en op andere vlakken niet. Je kunt niet van mensen eisen dat ze je hele persoonlijkheid voor honderd procent serieus nemen.”

Heb je de ambitie om een nieuw boek te schrijven? Komt er een vervolg op Pil?
“Nee, ik heb eerst drie jaar over mezelf geschreven, toen anderhalf jaar over mezelf geluld. Nou weten we het wel. Ik althans wel. Ik ben bezig met een boek. Het verhaal gaat over een man en een vrouw die elkaar vinden en die een nogal tumultueus liefdesleven hebben dat niet geaccepteerd wordt in de dorpsgemeenschap waarin zij wonen. Ik schrijf het in een heel merkwaardig soort Nederlands, dat ik bedacht omdat mijn vader oude scheepsjournalen zat te lezen. Dat zijn teksten waarvan je vermoedt dat je weet waar het over gaat, maar helemaal zeker weet je het niet. En zo zijn die zinnen in mijn nieuwe boek ook. Ik moet over iedere zin vreselijk lang nadenken voordat hij helemaal precies loopt zoals ik het wil. Een hindernis bij het lezen, het kan je perceptie van een tekst verhevigen. Ik heb Chinees gestudeerd. Als je Chinese gedichten vertaalt, duurt het heel lang voordat de tekst zich prijsgeeft.”

En over twintig jaar?
“Over twintig jaar zie ik mezelf lekker muziek maken. En af en toe een grapje tussendoor. Tot nu toe was het cabaret met een beetje muziek, en het wordt denk ik veel muziek en een klein beetje cabaret. En ik hoop dat ik nog het een en ander kan schrijven. Want ik vind dat schrijven ontzettend leuk.” ■

Interview met Femke Halsema

donderdag, januari 19th, 2012

Even waren vriend en vijand stil. Het kwam als een donderslag bij heldere hemel toen Femke Halsema vorig jaar december aankondigde dat ze per direct stopte als fractievoorzitter en de politiek vaarwel zei. Op dat moment was ze acht jaar politiek leider van GroenLinks, en dertien jaar politicus. Diezelfde dag nog gaf ze zichtbaar gespannen een persconferentie, ’s avonds lichtte ze haar beslissing voor de eerste – en laatste keer toe bij Pauw & Witteman. “Soms is het gewoon tijd om te vertrekken”, zei ze. En ook, met een knipoog: “Ik ga lekker mijn keuken verven.” Ze had haar vertrek met maar een handjevol mensen gedeeld, voor het grootste deel van haar omgeving was de verrassing enorm. Maar nu was het klaar. Eindelijk.

Precies een jaar later komt ze op een woensdagochtend met rode, winterse wangen een grand café in Amsterdam binnengelopen. Ze heeft net haar tweeling van acht naar school gebracht en onderweg nog even haar gezicht laten zien bij mensen van een stichting die haar wilden ontmoeten. Interviews geeft ze niet, maar omdat ze sinds 1 januari de nieuwe voorzitter van Stichting Vluchteling is, maakt ze een uitzondering. Niet veel later vertelt ze ontspannen lachend over die keer dat ze zich in verkiezingstijd had laten strikken om een middag in een luxe kledingwinkel aan de PC Hooftstraat te werken. “Badslippers kostten daar € 150,-. Dat was toch echt wel het sufste wat ik in mijn hele politieke carrière heb gedaan.”

Hoe is het met je?
“Goed! Mensen die me kennen, zeggen dat ik een stuk vrolijker ben. Niet dat ik daarvoor depressief was hoor, maar ik was wel altijd gefocust. Tegenwoordig fiets ik weer fluitend door de stad, heerlijk.”

Heb je ook meer tijd?
“Ik plan mijn dagen aardig vol, maar dat permanente gevoel van onrust is weg. Als politicus dacht ik de hele tijd: er kan niets misgaan, er kán niets misgaan. Want dan was ik verantwoordelijk en moest ik zorgen dat het weer in orde kwam. Die spanning slijt langzaam, maar bij belangrijk nieuws is dat oude schrikgevoel meteen terug.”

Je afscheid vorig jaar was erg onverwacht, zelfs voor mensen die direct met je werkten. Waarom ben je toch zo plotseling gestopt?
“Het was klaar. Ik ben dertien jaar politicus geweest en acht jaar politiek leider. Ik heb GroenLinks hervormd denk ik, het is een modernere partij dan eerst en is ook voor andere partijen een serieuze partner geworden. Maar toen het in de formatiegesprekken niet lukte met Paars III, wist ik dat ik in de oppositie weer precies hetzelfde moest gaan doen als altijd. Daar had ik het geduld niet meer voor. Ik was dertien jaar dienstbaar geweest aan een partij en een parlement. Daarvoor moest ik compromissen sluiten met mezelf en dat wilde ik niet meer. Ik wilde gewoon weer eens als mezelf opereren.”

Je kreeg veel verzoeken na je vertrek, maar Stichting Vluchteling belde je zelf. Waarom?
“De directrice van Stichting Vluchteling, Tineke Ceelen, was tijdens de Arabische revolutie in Tunesië om te kijken of er genoeg hulp was in de vluchtelingenkampen bij de grens bij Libië. Vervolgens meldde ze nogal opgewekt dat onze hulp daar écht niet nodig was, dat er ‘driesterrenkampen’ stonden. Die uitspraak vond ik erg verfrissend, dus heb ik haar gebeld om te helpen.”

Hoe zag je die hulp voor je?
“Het begon met een kennismaking, Tineke nodigde me uit om met haar naar Liberia en Ivoorkust te gaan. Ik dacht nog: laten we leuk en lichtjes beginnen met Egypte ofzo. Maar nee, in Liberia is het al dertig jaar burgeroorlog, bijna alle mannen zijn daar kindsoldaat geweest. Toch viel het daar nog mee want in Ivoorkust bezochten we een missiepost waar 30.000 gevluchte mensen op elkaar gepakt samenleefden onder afschuwelijke omstandigheden. In een kamertje lag een vrouw moederziel alleen te bevallen, letterlijk als een koe in een stal. Ik vond het zo onthutsend en mensonterend. Tineke mopperde dat ze in een Nederlandse loods tonnen aan hulpgoederen had liggen. Dat kon worden ingevlogen, maar Stichting Vluchteling kan zich niet zomaar een vliegtuig permitteren en een boot zou te lang gaan duren.” [rectangle] Maar daar krijgen hulporganisaties toch juist geld voor?
Stichting Vluchteling is in de eerste plaats afhankelijk van particuliere giften en die besteden ze ook, maar er is geen extra geld voor dit soort onverwachte situaties. En Stichting Vluchteling start zelf geen projecten. Ze werken samen met het International Rescue Comittee, een grote Amerikaanse ontwikkelingsorganisatie, Stichting Vluchteling controleert ter plekke of het geld goed terechtkomt. In Ivoorkust was meer hulp nodig, maar er was geen tijd voor bureaucratie want er gingen gewoon mensen dood. Ineens was mijn achtergrond heel erg handig, dus heb ik gebeld met de Nederlandse regering. Dat was geen vriendendienst trouwens: Nederland moest zeker weten of het vliegtuig goed kon landen en de Verenigde Naties moesten controleren of de situatie echt zo erg was als wij zeiden. Maar een week later hadden we heel veel goederen voor 40.000 mensen geregeld.”

Dat gaf zeker een goed gevoel?
“Joh, ik heb dagenlang juichend door mijn huis gelopen.”

Ontwikkelingshulp ligt op dit moment nogal onder vuur. Begrijp je die kritiek?
“Ik denk niet dat mensen ontwikkelingshulp in de steek moeten laten, maar we moeten er inderdaad wel kritisch over praten. We zitten in een moeilijke economische tijd, maar ik vind dat we onsnog steeds verantwoordelijk moeten voelen voor het armste deel van de wereld. En dat is ook eigenbelang, want vroeg of laat raken die mensen op drift en komt het alsnog op ons bord. Maar ik ben het eens met de kritiek dat klassieke hulp, zoals voedselpakketten sturen of waterputten slaan, zorgt dat mensen het niet zelf gaan doen. Noodhulp is iets anders, juist daarom koos ik ervoor. Je kunt er lang over praten, maar op het moment dat er ergens duizenden mensen aan het creperen zijn, denk ik toch: jongens, klets lekker door, ik ga daar even wat aan doen.”

Interview met Jeroen van der Boom

donderdag, januari 12th, 2012

Wat vind je van je typering als no-nonsense man?
“Daar kan ik me wel in vinden. Weet je, ik heb altijd hard gewerkt en dat doe ik nog steeds, maar als je wat vaker op tv bent en in de hitparade staat, denken mensen soms dat het meevalt met die no-nonsense.”

Welke Libelle-coverman zou je vrouw uit het schap trekken als ze jou niet zou kennen?
“Lastig! Toevallig heeft ze met alle covermannen wel iets, daarom doe ik ook mee. Ze houdt van jongensachtige mannen en van mensen die door hard werken ver komen in hun vak. Maar als ze echt zou moeten kiezen? Ik denk Humberto. Hij is voor mijn gevoel het meest gesoigneerd en toch grappig.”

Humberto zei: “Leuk dat Jeroen nu bij het grote publiek bekend is…”
“Toen RTL me benaderde voor The Voice of Holland zei ik in eerste instantie nee. Ik maak muziek en ben gelukkig met wat ik doe. Maar ik realiseer me ook dat ik richting veertig ga. Er komt een moment dat ik niet meer in een feesttent ga staan. Niet omdat ik het niet leuk vind, maar omdat ik over tien jaar ‘oud’ ben.” [rectangle] Wat is jouw slechtste eigenschap?
“Ik zuig energie. Ik kan enorm hyper zijn, maar dat komt doordat ik alles wat ik aanpak voor vierhonderd procent doe. De ruststand, even met mijn voeten op de bank, ik kan het niet. Ik kan niet ‘uit’.”

Je hebt twee zoons, een mannenhuishouden. Is dat erg voor je vrouw?
“Daan is de enige vrouw in huis, naar haar wordt goed geluisterd! Maar het is een echt mannenhuishouden, er is hier geen barbiepop te vinden en als ik naar de tuin kijk, zie ik zo tien voetballen liggen. Maar er is wel een bepaalde harmonie in huis, zeker.”

Doe je iets in huis, heb je taken?
“Strijken en wassen doe ik pertinent niet. Het klikt niet, ik kan het niet. Ik heb het gedaan – want dat moet ik wel van mezelf, ik wil ervaren hoe ik iets vind – maar heb besloten dat ik het nooit meer doe. Dat gedoe met die kleuren, waarom lichtblauw niet bij wit zou kunnen… Nee.”

Dany is meegekomen naar de fotoshoot. Ik kreeg het idee dat jullie het erg leuk hebben samen.
“Dat is ook zo. Dany is voor mij heel belangrijk, zij is goed in haar vak en heeft er ook geen enkele moeite mee om kritisch te zijn naar mij toe. We zijn maatjes. En soms zijn we heel ouderwets. Als we uit eten zijn en ik weet niet wat ik zal nemen, vraag ik het haar gewoon: ‘Daan, wat zal ik nemen?’ En ze pakt mijn koffer als we op vakantie gaan. Niet dat ik niets doe thuis, je zult me echt niet op de bank zien hangen terwijl zij bezig is.”

Luisteren je zoons beter naar haar of naar jou?
“Naar mama! Ik ben eerst de vriend, dan pas de vader. Laatst zei mijn zoon: ‘Ik krijg van jou nooit een klap op mijn billen en dat hoort wel, jij begint altijd te lachen.’ Tja… ik word blijkbaar niet zo snel boos. Daan houdt de lijn erin.”

Zeg Jeroen… ik zag stiekem dat jij best wel strak bent. Hoe doe je dat?
“Dat is goed om te horen. Sinds een maand of vijf train ik dagelijks. Ik word volgend jaar veertig en dan moet je wel! Drie keer per week optreden, is op mijn leeftijd net zoiets als drie keer per week stappen, dat trekt je lichaam ook niet. Ik moet in conditie blijven. Bovendien wil ik geen buik. Dat betekent dat ik veel moet sporten, want ik eet alles. Mensen zeggen dat het een verslaving wordt, sporten. Nou, echt niet, ik vind het nog steeds niet leuk.”

Vanaf 26 januari presenteer je samen met je Libelle-coverconcurrent Beau van Erven Dorens de nieuwe talentenjacht The Winner is…
“Het wordt een kwestie van twitteren en social media inzetten om ervoor te zorgen dat mijn cover de winkel uit vliegt! Het programma dat we doen, is een kruising tussen Deal or no deal en The Voice of Holland. Het zit heel slim in elkaar. Voor de Libelle-cover zijn we concurrenten, maar bij The Winner is… meer dan collega’s!”

Lees hier ook het interview van:
Thomas Acda en Daniel Boissevain

Interview met Barry Atsma

donderdag, januari 12th, 2012

We moesten eerst even met hem onderhandelen voordat hij dit interview wilde geven. Barry Atsma heeft in de media niet eerder over zijn scheiding gesproken en ja, hij wil er nu best iets over zeggen, maar dan wil hij wel de tekst inzien en zo nodig aanpassen. Een paar weken later legt hij in het Amsterdamse Lloyd hotel uit waarom. “Alles wat ik over mijn scheiding vertel, ligt gevoelig en ik wil te allen tijde voorkomen dat dingen verkeerd begrepen worden.”

We zitten in de nok van het Lloyd hotel, in de bibliotheek. Bij het zien van de drukte in het restaurant beneden is Barry meteen naar de manager toegelopen, die hij toevallig kent. Nu lunchen we boven en moet de serveerster elke keer vier trappen op en af. Het zorgt voor de nodige grappen van Barry. “Heb je nog wat suiker voor me? Pas op je veters. Mag ik er nog een glaasje water bij?”

Onze eerste afspraak moest hij op het laatste moment verzetten omdat hij auditie moest doen voor een Hollywood-film. Nu is hij vanwege zijn volle agenda een half uur te laat. Het gaat goed met Barry Atsma, de acteur die we kennen van zijn rollen in films als De Storm en Komt een vrouw bij de dokter. Vorig jaar heeft hij het vanwege zijn scheiding rustig aan gedaan, hij wilde genoeg tijd voor zijn twee kinderen hebben. Nu is hij weer volop aan de slag. Hij heeft sinds kort een internationale agent en is dit voorjaar te zien in twee speelfilms: Taped en Quiz. Ook staat hij op het toneel met de voorstellingen van Toneelgroep Amsterdam: Husbands en Kat op een heet zinken dak.

Toen we een afspraak maakten,zei je dat 2012 ook voor jou jouw jaar wordt. Waarom?
“Ik ben in twee films te zien waar ik heel trots op ben. Bij beide films dacht ik vooraf: als ik als acteur door de mand wil vallen, moet ik deze films gaan doen. Taped en Quiz zijn echte acteursfilms. Taped is bijvoorbeeld heel documentaireachtig gefilmd. Bij andere films ben je als acteur soms weinig meer dan snijmateriaal en word je beschermd door bijvoorbeeld de entourage en de editor, maar bij Taped duren sommige takes wel twaalf minuten. Achteraf is er niet meer in gesneden om het dicht op de huid te maken. Als acteur is dat heel spannend om te spelen; je moet een lange­re spanningsboog vasthouden en het is bijna alsof je op het toneel staat. Ook Quiz was een uitdaging. De film speelt zich af in één ruimte en staat of valt bij het spel van mij en Pierre Bokma.”

Je speelt in grote speelfilms, maar staat dit jaar bijvoorbeeld ook twee weken in de Haarlemse Toneelschuur met de voorstelling Kat op een heet zinken dak. Is dat dan nog leuk?
“Dat is juist het mooie aan dit jaar. Ik houd van het spelen in films. De geconcentreerde en realistische manier van spelen ligt me. De zaken eromheen maken het natuurlijk ook aantrekkelijk: de rode loper, de aandacht; het is ego-strelend. Maar ik vind het ook fantastisch om in de Toneelschuur te staan. Het is het eerste stuk dat acteur Jacob Derwig regisseert; te gek dat hij me nu gaat regisseren. Toneel heeft een andere spanningsboog dan film; je bent als acteur helemaal zelf verantwoordelijk en je moet het een avond lang boeiend houden. Dat betekent dat je in jezelf moet zoeken naar de echte motor om te willen spelen. Moet ik dicht zijn, of juist open? Ik heb ook veel zin in Husbands, een stuk van Ivo van der Hove. We gaan er heel Europa mee door.”

In Taped speel je een overspelige man, net als in Komt een vrouw bij de dokter en Loft. Ben je niet bang dat het publiek gaat denken dat jij óók een vreemdganger bent?
“Ze denken het wel. De beeldvorming is enorm sterk. Maar ik weet inmiddels wel hoe het werkt; dat is het fijne van ouder worden. Toen ik Bob de timmerman was in Rozengeur & Wodka Lime was ik voor ieder­een die leuke jongen. Na Komt een vrouw bij de dokter kreeg ik in de tram een klap van een vrouw: ‘Wat ben jij een klootzak’, schreeuwde ze. Een hoofdredacteur zei: ‘Ik haat Barry Atsma.’ Dan denk ik: ho, ho, ik ben maar een acteur die zijn tekstje zegt. Na Komt een vrouw bij de dokter kreeg ik veel mails van bijvoorbeeld mannen die ook een vrouw hadden met borstkanker. Een keer werd me gevraagd of ik bij het einde wilde zijn. Dat gaat ver ja. In het begin ben ik weleens met mensen gaan praten na een mail, maar dat was niet goed en te heftig. Ik ben geen psychotherapeut. Maar ik probeer mensen wel altijd antwoord te geven en respectvol met hen om te gaan. En tegen een actie voor Pink Ribbon zeg ik bijvoorbeeld meteen ja.”

Taped, waarin een stel hun relatiecrisis probeert op te lossen, zal ook een film zijn waar veel dertigers en veertigers zich in herkennen.
Taped gaat heel erg over ambitie, de drukke tijd waar we in leven en weinig tijd hebben voor elkaar. Je ziet hoe een stel heel erg hun best doet voor elkaar, maar beiden weten niet hoe ze de muur tussen hen moeten slechten waardoor ze allebei in de stelling van hun eigen gelijk terechtkomen. Susan Visser speelt een vrouw die door haar drukke baan weinig tijd voor haar gezin heeft gehad. Dat we het allemaal chronisch te druk hebben, is echt iets van deze tijd denk ik.” Hij pakt zijn Blackberry en zegt: “In de tijd dat ik met jou zit te praten, heb ik twee mails, drie tekst­berichten, twee WhatsApp’jes en vier telefoontjes gehad. Vroeger luisterde je na een dag je antwoordapparaat af en keek je wel wanneer je iemand terugbelde, nu moet je altijd bereikbaar zijn. Mijn telefoon is mijn kantoor. Als ik straks in de auto stap, gaat als eerste de headset op.”

Toen Taped werd opgenomen, eind 2010, zat je vlak voor je scheiding. Is het dan niet heftig om iemand te moeten spelen die midden in een relatiecrisis zit?
“Dat was best pittig ja, maar het blijft een vak natuurlijk. Door mijn eigen situatie kon ik me goed inleven, maar uiteindelijk moet je wel weten waar de camera staat, zeg maar. Al is het mooie van mijn werk wel dat het me de kans geeft om veel na te denken over waarom mensen de dingen doen zoals ze doen. Ik ben enorm nieuwsgierig en het fascineert me wat mensen zeggen, waarom ze bang zijn voor elkaar, elkaar haten. Zo’n personage als Stijn in Komt een vrouw bij de dokter bijvoorbeeld, die zet je aan het denken. Hij gaat vreemd terwijl zijn vrouw doodgaat en als je daarover gaat nadenken, valt het te begrijpen: hij zoekt uit doodsangst de levenslust op. In Taped zit een mooie metafoor. Uiteindelijk gebeurt er iets wat groter is dan de relatiecrisis van die twee en moeten ze vluchten. Op dat moment worden ze doodsbang elkaar kwijt te raken; het grote geheel neemt het over. We leven in een tijd waarin we denken dat alles maakbaar is. Tot op zekere hoogte klopt dat: je moet bijvoorbeeld geld verdienen om brood te kunnen kopen, maar maakbaarheid is ook relatief, realiseer ik me de laatste tijd steeds meer. Soms gebeuren er dingen in het leven die alles overnemen. Dan heb je er geen invloed meer op en kun je alleen nog denken: ik moet het loslaten en zien dat ik hiermee om leer gaan. Dat heb ik bij mijn scheiding ook zo ervaren. Je kunt blijven duwen en trekken, maar je kunt het leven ook zien als een golf waarop je moet surfen in plaats van dat je met emmertjes water een meer blijft vullen en continu nieuwe dammen bouwt. Soms zit je in het leven opeens in een tsunami van gevoelens en gebeurtenissen die je niet had voorzien. Maar dat soort heftige periodes zijn, hoe cliché ook, de eerste stap naar echte groei. In die zin zie ik 2012 echt als een nieuw jaar. Daarom raakt spelen voor mij ook zo aan het leven: je moet je zo goed mogelijk voorbereiden, maar ook bereid zijn alles los te laten.”

Barry zien?
Taped: vanaf 23 februari.
Quiz: vanaf 22 maart. Première
Husbands: 18 april in de Amsterdamse Stadsschouwburg.
Kat op een heet zinken dak: de laatste twee weken van juni in de Haarlemse Toneelschuur.

Interview met Daniël Boissevain

donderdag, januari 12th, 2012

Daniël, we hadden al vier toppers voor de covers en toen wilde jij ook nog.
“Ik vond het wel een leuk idee. Het is de eerste keer dat er mannen op de Libelle-cover staan, toch?”

Yep! Voor welke cover zou je vrouw kiezen?
“Ik weet zeker dat mijn vrouw mij uit het schap zou trekken. Op andere types valt ze niet.”

Hoe vind je je typering?
“De ‘spannende man’, toch? Ik vind het een leuke beoordeling. Ik ben in ieder geval niet de knuffelbeer, eerder de familieman.” [rectangle] Wat zijn jouw goede eigenschappen?
“Eh… Je moet als man niet over jezelf praten, dat is niet cool.”

Ik maak het makkelijk voor je: wat zijn je slechte eigenschappen?
“Ik schuif dingen voor me uit, zoals afspraken bij de kapper en de tandarts. En ik kan heel ongeduldig zijn, vooral met mijn naaste omgeving. Het is onredelijk, dat weet ik ook, maar als ik rust aan mijn kop wil, dan wil ik eigenlijk dat iedereen zijn mond houdt. En als ik iets doe, moet het goed gedaan worden. Bijvoorbeeld als de kinderen willen helpen met koken, zeg ik al snel: ‘Laat maar, ik doe het wel.’”

Hebben jullie de taken thuis verdeeld?
“Het verschuift een beetje, maar ik doe de was en ik hang die op. En de vuilniszakken, die doet mijn vrouw gewoon niet. Niet! Daar hadden we het toevallig gisteravond nog over. Ik zei: ‘Als je nou ziet dat die zak vol is, doe er dan een andere in.’ Maar nee, daar is geen discussie over mogelijk, dat is mijn taak. Het compromis is nu dat ze in ieder geval een lege zak pakt waar ze het afval in gooit en die zak dan naast de vuilnisbak zet.”

Hoe heb je je vrouw ten huwelijk gevraagd?
“Ontzettend onromantisch, ik zei iets van: ‘Zullen we trouwen…’ Ik heb het wel eerst aan haar vader gevraagd. Volgens mij schrok hij daarvan. Ik denk ook dat hij in eerste instantie dacht dat het een grap was, maar later kwam hij naar me toe. Of ik dan wel heel lief voor haar zou zijn. We hadden al kinderen, maar ik vind trouwen belangrijk. Je gaat toch all the way en het heeft wel wat om dat in het bijzijn van familie en vrienden tegen elkaar uit te spreken.”

Hoe ervaar jij het om ouder te worden, je ziet het er bij jou niet zo aan af.
“Ik merk dat ik minder gejaagd ben dan vroeger. Ik kon echt het gevoel hebben dat ik overal bij moest zijn en dat ik iets miste als dat niet zo was. Nu denk ik eerder: ik hoor het wel als het leuk is. Ik word ook grijs, maar ik denk niet dat ik daar iets aan ga doen. Qua fysiek vind ik het wel vervelend, je merkt het met sporten en uitgaan: je bent sneller moe, ook na een avond doorzakken. Maar eigenlijk vind ik ouder worden wel prettig. Het wordt wat rustiger in je hoofd.”

En hoe is het met werk en ouder worden? Vrouwelijke actrices klagen daar nogal eens over.
“Ik denk dat het wel in mijn voordeel kan werken. Vooralsnog krijg ik rollen van mijn eigen leeftijd of zelfs iets jonger – ik ben nog niet gevraagd als vader van een gezin. Bij veel mensen vind ik dat ze te jong gecast worden: ze hebben geen kinderen, maar spelen wel een vaderrol. Soms vraag ik me af waarom ik niet ben gevraagd voor een rol, maar ik ga niet aan mezelf sleutelen om te voldoen aan een bepaald beeld.”

Volgens mij ben jij de enige van onze covermannen die bij zijn leest blijft. Zie je jezelf nog iets anders doen dan acteren? Presenteren, schrijven?
“Ik sta altijd overal voor open. Ik zou graag iets willen regisseren en schrijven vind ik ook heel spannend. Dat doe ik nu al, korte stukjes, maar vooral voor mezelf. En ik heb wel eens een column geschreven, dat was ontzettend leuk om te doen.”

Lees ook de interviews met Humberto Tan, Jeroen van der Boom, Thomas Acda en Beau van Erven Dorens

Interview met Beau van Erven Dorens

donderdag, januari 12th, 2012

Beau, wat vind je van je typering?
“Wat was het ook alweer? De jongensman? Dat vind ik eigenlijk wel een goeie. Je hebt van die mensen die al vroeg een beetje ouwelijk zijn, als in ‘wijs’. Dat heb ik niet. Het nadeel is dat ik denk dat ik alles kan. Ik gedraag me in de buurt van 27-jarigen als iemand van 27 en dat is toch een beetje triest, vind je niet? Maar zo voel ik me wel!”

Denk je dat je nog eens ouder wordt? Ik zou denken dat je als vader van vier soms wel een reality check krijgt.
“Ik was dertig toen ik vader werd en ook nog van een tweeling. Dat maakt je van het ene moment op het andere zo enorm volwassen en verantwoordelijk. Maar kinderen zijn zo mooi, zo teer en broos. Wij hadden een tweeling-huilbaby, maar daar kwamen we pas na een jaar achter. De dokter vroeg op een dag hoeveel ze eigenlijk sliepen. Ach, ik heb dat nooit erg gevonden, hoe zwaar het ook was. Soms had ik maar een uurtje geslapen als ik RTL Boulevard presenteerde.” [rectangle] Vier kindertjes is echt veel. Wilde je dat altijd al?
“Ja! Als je met een tweeling begint, heb je al een voorsprong. Selly en ik wilden veel kinderen, maar bij vier dacht ik opeens: don’t push your luck. Vier gezonde kinderen, ik ben daar zó dankbaar voor, maar als ik zo’n klein hummeltje zie, dan smelt ik wel. Ik vind het zo lief… Jij hebt echt geen idee waar ik het over heb, hè?”

Ik vind baby’tjes heel lief, echt! Maar ik denk nooit: laat ik er eentje mee naar huis nemen.
“Ach, het is zo leuk! Het zijn nu vier leuke, slimme mannetjes met wie ik kan lachen, reizen, stappen en ondernemen. Het grootste geluk is om naar ons huisje in Zeeland te gaan, daar geniet ik echt met volle teugen van. Pannenkoeken bakken, spelletjes spelen, heerlijk!”

Je hebt een echt mannenhuishouden. Dat is best zielig voor je vrouw!
“Dat zegt Selly soms ook wel, maar ze is een heel sterke vrouw. Elke dag brengen we samen lopend de kinderen naar school. Soms drinken Sel en ik daarna nog een kop koffie waarna zij naar haar school gaat. Ze geeft drie dagen in de week Franse les. Die dagen hebben we een pooltje van oppasstudenten die de kinderen van school halen. Ik probeer te zorgen dat ik voor het eten thuis ben, ik vind niets leuker dan koken met een fles wijn erbij. Al schiet dat er vanwege mijn onregelmatige werk vaak bij in. Maar zodra het kan, wil ik thuis bij de kinderen zijn.”

Welke cover zou Selly kiezen?
“Ik denk Thomas Acda. Vooral voor het interview – ik denk dat ze het wel leuk zou vinden om te lezen wat hij doet. Fysiek weet ik het niet eigenlijk. Zal ik het even vragen? Selly, Sel! Welke man zou je kiezen: Humberto, Thomas, Jeroen of Daniël? Kijk uit wat je zegt! Nee, Sel, niet mij. Wie zou je kiezen: Daniël, Thomas… Daar hoefde ze geen seconde over na te denken: Daniël.”

Daniël is een strakke man. Het viel mij op dat jij ook strak bent. Hoe kan dat?
“Ik heb een rare hobby: ik ren marathons. En halve marathons. Dat soort dingen. Ik ben een vraatzuchtig type, ik houd van lekker eten. Door te sporten blijft het in evenwicht.”

In januari ga je samen met Jeroen The Winner is… presenteren. Wat ga je nog meer doen dit jaar?
“Half februari begint De wereld van Beau bij SBS. Ik ben naar een onbewoond eiland geweest waar ik bijna het leven heb gelaten – dat was behoorlijk spannend. Daarnaast heb ik meegetraind met een professionele schaatsploeg, ik heb meegedaan aan worstelwedstrijden en ik ben naar Las Vegas geweest om 25.000 euro te vergokken.”

Wat is het geheim van een goed huwelijk?
“Verschillig blijven. Dat is het eerste wat me te binnenschiet.”

Interview – Jeroen Spitzenberger

donderdag, januari 5th, 2012

Jeroen Spitzenberger. Acteur. We kennen hem van de films De Tweeling (2002) en Alles is Liefde (2007) en vorig jaar nog schitterde hij in de tv-serie Bloedverwanten. Vanaf 19 januari is hij te zien in de film Süskind, gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Jeroen vertolkt de rol van de Jood Walter Süskind, een bekende en omstreden Amsterdammer die in de Tweede Wereldoorlog besluit zijn gezin te redden door zich aan te sluiten bij de Joodsche Raad. Dit betekent dat hij de selectie moet maken van Joden die op de trein naar de concentratiekampen moeten. Door zijn functie weet Süskind echter ook honderden kinderen te redden, maar de vraag die tijdens de film steeds prangender wordt, is: ontspringt hij zelf de dans?

Je eerste hoofdrol. Waarom nu pas?
“Het is wel eens vaker tegen me gezegd. Waarschijnlijk heeft het te maken met het feit dat ik altijd heel druk ben in het theater. Ik ben verbonden aan Het Nationale Toneel en speel veel voorstellingen. Tja, en als je al een volgeplande agenda hebt, moet de rest wijken.”

Zo’n rol in een oorlogsfilm lijkt me zwaar.
“Ik heb nog nooit een rol gespeeld die me zo heeft opgeslokt. Ik raakte het niet kwijt als ik de set verliet. Ik wist ook dat ik diep moest gaan om de wanhoop en het verdriet van de hoofdpersoon zo echt mogelijk over te brengen en dat vergt wel wat van je. Er zijn een paar momenten waarop de hoofdpersoon, Walter, breekt en toen ik dat speelde, moest ik wel putten uit mijn eigen verdriet, mijn eigen angsten, mijn eigen twijfels. Hoe meer ik van mezelf laat zien, hoe geloofwaardiger het wordt. Dat voelt heel kwetsbaar ja, maar het heeft ook iets meeslepends en bijna verslavends om zo in een verhaal te duiken. Toen we half juli klaar waren met de opnames heb ik ook nog wel een tijdje moeten afkicken. Het verhaal heeft iets in me wakker gemaakt en dat kon ik niet zomaar terzijde schuiven.”

Hoe gaat dat thuis als je zo intensief met je werk bezig bent?

“Zodra ik de drempel van mijn huis overstap, ben ik meteen in een totaal andere realiteit. Een realiteit waarin het ene kind aan me komt hangen en me wat wil laten zien en de ander een schone luier om moet. Milan (tweeënhalf) en Diego (acht maanden) hebben er geen boodschap aan dat papa op de set de Tweede Wereldoorlog heeft staan uitbeelden. Dus de knop moet meteen om en dat gebeurt ook. Veel makkelijker dan ik had kunnen bedenken.” [rectangle] Het verhaal van Jeroen begint in 1971, als zijn Oostenrijkse vader zijn Nederlandse moeder ontmoet. Het verliefde stel besluit samen aan een toekomst te bouwen en al snel wordt hun eerste zoon geboren. Vier jaar later komt Jeroen ter wereld, een fantasierijke jongen die, gefascineerd door films, al jong besluit acteur te worden. Zijn ouders steunen hem bij elke stap die hij zet en zijn trots op hem. Jeroens moeder is een paar jaar geleden overleden. Zijn stem stokt als hij over haar praat. “Ze stierf aan… Ze stierf heel plotseling.”

Je komt niet uit een familie van toneel­spelers of kunstenaars. Wat trok jou zo aan in acteren?
“Dat je door een verhaal mensen kunt bewegen, had ik al heel jong door. Emoties uitbeelden, iemand raken door het vertolken van een indrukwekkend script: eigenlijk is die motivatie nooit veranderd. Al wilde ik, toen ik een jaar of vijftien was, niet naar de toneelschool. Ik zou filmacteur worden, de nieuwe Robert de Niro. Maar na verloop van tijd werd ik realistischer. Ik besefte dat het misschien toch wel handig was om eerst naar de toneelschool te gaan. Zo kwam ik terecht op de toneelopleiding en daar ben ik achteraf heel blij om.”

Hebben je ouders nooit tegenge­sputterd? Het is lastig om je brood te verdienen met toneelspelen.

“Dat klopt, maar mijn ouders zagen het al lang aankomen. Het was een logische keuze en ze vonden het eigenlijk alleen maar leuk. Hoewel… Ik herinner me
nog dat ik na mijn afstuderen bij mijn ouders in de auto zat en dat mijn vader
vroeg: ‘Heb je al een baan? Je kunt natuurlijk ook overwegen om nu nog de docentenopleiding te gaan doen.’” (lacht luid)

Druktemakers van 2011

donderdag, december 15th, 2011

Al jarenlang is Antoinette Hertsenberg het gezicht van Tros Radar en Opgelicht. Ze bijt zich vast in onderwerpen, is erg volhardend. Na een telefoontje van Radar gaan bij menig bedrijf de alarmbellen rinkelen.

Pierre Wind is vooral bekend van zijn hyperactieve optredens op televisie. Maar hij doet meer, veel meer.

Het nieuws van haar vertrek bij Shownieuws sloeg in als een bom in medialand. Patty Brard zelf kreeg nauwelijks tijd om te rouwen, binnen een maand diende zich alweer een nieuw tv-programma aan: Diva’s Draaien Door. [rectangle]In El Salvador met straatbendes op stap, mee met pedofielenjagers in de VS, programmamaker Lauren Verster zorgde het afgelopen jaar weer voor spraakmakende tv.

Maxim Hartman bracht dit jaar vernieuwende – en in elk geval spraakmakende – televisie met zijn Omroep Maxim.

Lees de interviews in Libelle 51 of bekijk alvast het backstagefilmpje van de fotoshoot!

Interview met Eva Jinek

donderdag, december 8th, 2011

Je bent in Amerika geboren nadat je ouders uit Tsjechoslowakije waren gevlucht. Spreek je nog Tsjechisch?
“Mijn ouders hadden natuurlijk Tsjechisch met ons moeten praten, maar ze wilden niet dat mijn broer en ik ons buitenlanders zouden voelen in Amerika en spraken Engels met een Tsjechisch accent met ons. Heel lief, maar echt goed Engels leerden mijn broer Jan en ik pas van Amerikanen die het foutloos spraken op school.” 

Op je elfde kwam je naar Nederland, leerde Nederlands en schopte het tot de bakermat van het ABN: NOS-nieuwslezer.
“Dat ik in het Nederlands mocht presen­teren, was een enorme persoonlijke overwinning op mijn taalachterstand. Ik was me daar heel erg van bewust toen ik voor het eerst het nieuws ging lezen. Het voelde alsof ik de handicap die ik had toen ik elf was, had overwonnen. Die taal goed spreken en dit werk doen, daar zit een enorme drive achter. Ik was boos op mijn ouders dat we hier naartoe verhuisden. Later, op mijn achttiende, zou ik teruggaan naar Amerika. Inmiddels is Nederland thuis geworden.” 

In hoeverre ben je je bewust van je buitenlandse komaf?
“Ik voel verwantschap met mensen die de taal niet goed spreken en daar last van hebben. En ook met mensen die worden aangesproken als allochtoon of buiten­lander. Dat ben ik namelijk ook wel. Alleen realiseer ik me dat ik niet zo klink, er niet zo uitzie en een makkelijke naam heb.  Dat maakt het anders in de beleving van de omgeving. Ik ben een allochtone variant die niet moslim is en die er niet anders uitziet dan een Nederlander. Dat maakt het ongetwijfeld veel makkelijker. Ik ben onderhand een beetje van alles. Vooral Nederlands, maar ook Amerikaans en Tsjechisch.” [rectangle]Je moeder wilde verhaal halen omdat jij werd geweigerd als presentator van Nieuwsuur. Dat zie ik een Nederlandse moeder niet zo snel doen.
“Ze wilde zelfs de hond meenemen! In haar wereld kan dat. Ik vind het fantastisch dat ze zich voor mij wil inzetten. Maar ik zei: ‘Mama, dit is niet de Golanhoogte waar je even alles oog om oog gaat uitvechten als een baviaan’. Ze wilde alleen maar even ‘praten’, zei ze. Maar ik denk niet dat ze alleen maar wilde praten. Met haar mooie Tsjechische accent. Het idee alleen al, ik krijg het er helemaal warm van.”

Je had acht jaar een relatie, leerde Bram Moszkowicz kennen, werd verliefd op hem en vervolgens werd je baan bij Nieuwsuur je geweigerd omdat die relatie zou kunnen leiden tot belangenverstrengeling. Dacht je toen al dat je oud met Bram zou worden?
“Ik stap alleen in een relatie als ik geloof oud te kunnen worden met die persoon. Ik woonde samen, leerde Bram kennen tijdens een fotoshoot en kreeg pas later een relatie met hem. Dat was een heel heftige periode. Ik heb een jaar lang als zwerver overal gewoond, bij mijn ouders, in huizen van collega’s die met vakantie waren, in een mooi maar veel te duur appartement op de grachten. Uiteindelijk ben ik bij Bram gaan wonen.”

Hoe werkt een relatie tussen twee mensen met volle agenda’s als die van jullie?
“Dat is af en toe ingewikkeld. En asociaal ook, want je rooster is dwingend en daar moet iedereen zich maar in schikken. Wij zien elkaar weinig en koesteren de momenten die we hebben. Bram kijkt op zondag in bed naar mijn talkshow en haalt me daarna vaak op. Dan gaan we de stad in of lunchen met zijn kinderen. En hij wacht altijd op mij als ik Het Oog presenteer op maandagavond. Om één uur kom ik thuis, drinken we wat en praten we bij. Dus tja, het is niet zo ideaal maar je schikt je ernaar. En je wordt heel dankbaar voor zo’n zondagmiddag, die gaat niet meer geruisloos aan je voorbij. Het is dan echt: wow, we zijn samen aan het lunchen. Heel bewust. Bram zal me nooit het gevoel geven:­ was je maar thuis, was je maar dit… Hij heeft zelf ook zijn hele leven heel hard gewerkt, dus hij begrijpt dat en hij stimuleert me daarin. Hij heeft zo veel energie, ik  kan me aan hem optrekken als ik een keer moe ben. En als wij fantaseren over dingen samen doen, dan zijn het heel eenvoudige dingen zoals vaker samen eten. Dat kan niet in de lifestyle die wij nu hebben.”

Bram is van de zomer met Libelle naar Aruba geweest. In dat interview zegt hij dat als je kinderen mocht willen met hem, hij daar best aan wil toegeven.
“Vier jaar lang weiger ik te antwoorden op de vraag of ik kinderen wil. Bram gaat één keer met Libelle naar een tropisch eiland en dan dit… Kijk, alles wat je zegt, gaat een knipselmap in, verschijnt op internet en verdwijnt nooit meer. Als ik later oud en grijs ben, zie ik mezelf wel met een gezin. Maar om dat nou in een interview te zeggen? Het is niet iets waar ik momenteel mee bezig ben. En ja: het is aan de zijlijn makkelijk praten, ik zie ook niet hoe ik op dit moment mijn manier van leven en werken zou kunnen combineren met kinderen.”

Je bent 33 en hebt een eigen talkshow. Eigenlijk ben je er al. Wat valt er nog te bereiken?
“Nou… Ik ben nog aan het leren hè, niet te snel! Er is nog zo veel te bereiken. Er was een gat op de zondagochtend, het is geen prime time. De verwachtingen voor prime time-programma’s zijn gigantisch, daar moeten hoge kijkcijfers worden gescoord. Maar het is mooi om te zien dat mensen inschakelen. We beginnen altijd met minder kijkers aan het programma dan waarmee we eindigen.”

Ben je trots op wat je hebt bereikt?
“Op wat ik nu doe, ben ik zeker trots. Ik ben niet iemand die een kruiwagen heeft gehad. Had geen connecties in de mediawereld. Ik ben als stagiair op eigen kracht binnengekomen. Alles wat ik heb bereikt, heb ik zelf gedaan. Met dank aan de mensen bij de NOS die een risico met me hebben durven nemen. Daar ben ik ze ook altijd dankbaar voor. Maar ook ík heb het risico durven nemen en de kansen gepakt die mij zijn gegeven.”

Interview Roel van Velzen

donderdag, december 8th, 2011

Nog maar vijf jaar geleden kwam Roel van Velzen (artiestennaam VanVelzen) bovendrijven in de Nederlandse muziekscene. Zijn eerste single Baby get higher was een megahit. Optredens bij de TMF-awards en De Wereld Draait Door volgden in rap tempo en al snel wist een groot deel van Nederland wie die kleine man met het grote talent is. Door het programma The Voice of Holland, dat hij begin dit jaar won met zijn kandidaat Ben Saunders, kwam de rest van ons land erbij. Zo zullen er nog maar weinig mensen zijn die niet weten wie VanVelzen is. Tijdens de fotoshoot in het Vondelpark in Amsterdam wordt zijn populariteit nog eens duidelijk door de drommen schoolkinderen die achter de zanger aanlopen. Regelmatig wordt hem gevraagd om even met een groepje op de foto te gaan of een handtekening te zetten. Roel ondergaat het geduldig.

Wat heeft The Voice of Holland jou gebracht?
“Het heeft als een soort turboboost gewerkt. Op alles. Op mijn bekendheid, op de kaartverkoop. Toen we vorig jaar met het programma begonnen, zat ik net in een theatertour en de zalen liepen ineens veel sneller vol. Heel veel mensen hebben me door The Voice of Holland voor het eerst ontdekt. En ze vinden het ook leuk om iets van de persoonlijkheid van mij en de rest van de coaches te zien, merk ik.”

Je werkt momenteel aan een nieuw album. Kun je daar al iets over zeggen?
“Het wordt het persoonlijkste album tot nu toe. Ik merk dat ik steeds beter bij mijn gevoel kan. Dat ik behoefte heb om te schrijven over het afgelopen jaar. Er is nogal wat gebeurd. Ik ben getrouwd met Marloes, ik word vader. Het is een prachtige fase in mijn leven. Ik dacht altijd dat het lastig schrijven is als je in een periode van geluk verkeert, maar dat blijkt helemaal niet het geval. Er is juist heel veel te schrijven. Soms denk ik bijvoorbeeld ineens: jee, hoe lang gaat dit nog goed?  en dat wordt dan een liedje. Of ik schrijf iets over onze bruiloft. Dat is natuurlijk ook zo’n ijkpunt geweest. Daar stonden we dan, Oud en Nieuw 2010. Om één over twaalf gaven we elkaar het ja-woord. Marloes zag er zo prachtig uit, ik werd helemaal geabsorbeerd door daar met haar te zijn en die gelofte te doen. Het heeft me wel aan het denken gezet: op dat moment vielen hoofd en hart helemaal samen. Dat probeer ik dan naar een liedje te vertalen.”

En nu ook nog een kindje op komst.
“Ja! Marloes en ik zijn zo blij dat het ons gegeven is, want ja… iedereen weet dat je een kind niet neemt. Ik verheug me er erg op. Altijd al heb ik een zwak voor kinderen gehad. Inmiddels hebben meerdere vrienden kinderen en dat vind ik echt fantastisch om te zien. Ik kan me aan de ene kant wel een beetje een voorstelling maken van wat er komen gaat, maar aan de andere kant ook helemaal niet.” [rectangle]Welke rol speelde muziek in je jeugd?
“Een grote rol. Er waren altijd muziekinstrumenten in huis, dus ik wist niet beter dan dat muziek bij het leven hoorde. Mijn ouders waren gescheiden en bij hen allebei stond een piano waarop ik altijd kon spelen. Ze hebben het beiden ook enorm gestimuleerd. Mijn moeder speelde zelf blokfluit en piano en mijn vader is net als ik een muzikant. Hij heeft er niet z’n beroep van gemaakt, maar had dat zeker ook gewild en gekund. Hij heeft nog veel meer doorzettingsvermogen dan ik.”

Jullie schrijven zelfs samen nummers.
“Ja, dat doen we al jaren. Hij heeft dat vroeger echt in mij losgemaakt. Dan zei hij: “Oma wordt tachtig, we gaan een liedje voor haar maken” en dat deden we dan. Hij is natuurlijk reclamemaker, dus hij kan goed in concepten denken, dat heb je ook nodig als je een liedje schrijft. Nadenken over wat de kern moet zijn. Associëren, een goed refrein bedenken. Nog steeds staan er nummers van ons samen op mijn albums. Af en toe gaan we bij elkaar zitten, vertellen we over onze ideeën of laten we elkaar iets horen.”

Moet je echt gaan zitten om een nummer te schrijven of komt het plotseling op in je hoofd?
“Heel vaak val ik terug op ideetjes die me ineens invallen. Midden in de nacht kan ik ineens een tekst opschrijven of een melodielijn inzingen op mijn voicerecorder. Later kijk ik dan in mijn notitieblok of luister ik het bandje af en dan hoor ik meteen wat rommel is en waarmee ik wel wat kan.”

Je speelt fantastisch piano, maar je kunt geen noten lezen. Hoe kan dat?
“Ik heb in mijn jeugd een half jaar keyboardles gehad, maar ik speelde de liedjes puur op gehoor. Niet op wat er stond. Ik had een boek met liedjes van de Beatles gekocht en zocht zelf uit hoe ik die moest spelen. Mijn leraar had natuurlijk vrij snel door dat ik niet naar de noten keek. Hij heeft me toen uitgedaagd door me zelf liedjes te laten schrijven. Zo hadden die lessen toch nog zin. Ha!”

Je nieuwe album komt begint 2012 uit. Heb je nog andere plannen voor de toekomst?
“Ik ben niet zo’n enorme planner. Als ik kan blijven doen wat ik leuk vind en er af en toe nieuwe uitdagingen op mijn pad komen, ben ik blij. Ik ben gezegend met het feit dat er veel creatieve mensen met mij willen samenwerken. Vorig jaar stond ik ineens met Brian May (van Queen), een van mijn grote helden, op het podium. Fantastisch! Van dat soort dingen leer ik veel. Dus dat is mijn doel, denk ik. Mezelf creatief blijven uitdagen, blijven leren en goede liedjes maken. En af en toe eens iets nieuws, zoals The Voice of Holland.”

Het geheim van Suzanne Vermeer

donderdag, december 1st, 2011

In huize Goeken op het Spaanse eiland Gran Canaria staan de boeken van Paul Goeken prominent op het dressoir, naast de thrillers van Suzanne Vermeer. Als er weleens visite overkwam uit Nederland, werden de Vermeers snel verstopt, vertelt Annemiek Goeken die met haar man in 1999 vanuit Hilversum naar de zon verhuisde. “Niemand wist dat Paul de schrijver was van die populaire Suzanne Vermeer vakantiethrillers.” Voor het eerst sinds het bekend worden van Nederlands best bewaarde schrijversgeheim, spreekt de weduwe over dit feit dat zij en haar man al die jaren verborgen wisten te houden. “Het was een groot geheim. Alleen zijn ouders, de uitgever en een paar vrienden wisten ervan.”

Onthulling haalt het achtuurjournaal
In schrijverskringen vroeg men zich jarenlang af wie er schuilging achter het pseudoniem Suzanne Vermeer, die grote verkoopsuccessen had met boeken als All Inclusive en Bella Italia. Dat geheim werd afgelopen juni onthuld, nadat de relatief onbekende auteur Paul Goeken op de leeftijd van 48 jaar aan kanker overleed. Het nieuws werd groot gebracht. Annemiek Goeken: “‘Miek,’ zei hij, ‘als wordt onthuld wie achter Suzanne Vermeer zit, haalt dat het achtuurjournaal.’ Hij kreeg gelijk. Toen de uitgeverij de auteur achter het pseudoniem onthulde, werd dat op het journaal en in alle kranten gebracht.” Ze pinkt een traan weg. “Hij zou genoten hebben van die aandacht.” [rectangle]
Onafscheidelijk waren ze, bijna dertig jaar lang. Ze loopt naar het dressoir en pakt een ingelijste foto van een bruinverbrand gezicht met olijke en bijzonder blauwe ogen. “Ik was negentien, hij een jaar jonger. We maakten een afspraakje en vanaf toen zijn we altijd bij elkaar gebleven.” Ze kregen drie zoons: Loek (26), Paultje (16) en Jack (13) en runden samen een goedlopende zwem- en duikschool in Hilversum. Maar Paul wilde het allerliefst schrijven.

Annemiek Goeken herinnert zich het moment nog goed waarop haar man tijdens een vakantie ineens zei: ‘Miek, ik ga een boek schrijven.’ “‘Doe je best,’ zei ik en dacht: eerst zien dan geloven. Ik vond het schrijverschap helemaal niet bij hem passen. Pas toen hij ging schrijven, werd hij serieus. Toen draaide alles om zijn schrijverschap.”

In eerste instantie publiceerde haar man onder verschillende pseudoniemen korte romannetjes, vingeroefeningen. “Paul kon niet typen, dus ik moest zijn teksten uittypen. Omdat ik dat verschrikkelijke handschrift van hem niet kon lezen, las hij het voor. Ik had werkelijk geen idee wat ik typte, want dat gebeurde na een drukke dag in de zaak. Ik zorgde ook nog voor onze drie kinderen, dus ik was te moe om echt te luisteren.”

Naar Gran Canaria
Dertien jaar geleden, in 1999 verruilen ze Nederland voor Gran Canaria, vanwege het klimaat en het welzijn van hun astmatische zoons. Drie jaar later, in 2002, verscheen het eerste boek onder zijn eigen naam. Het was een thriller met de titel Hammerhead, die zich afspeelt in de duikwereld. Annemiek: “Ik zei tegen hem: ‘Leuk boek,’ maar ik vond het ingewikkeld. De boeken die Paul onder zijn eigen naam publiceerde, bevatten zo veel namen, dat je steeds moet terugbladeren om op te zoeken wie ook alweer wie is. De boeken van Suzanne Vermeer lezen veel makkelijker.”

Die eerste twee thrillers waren geen verkoophits, maar Paul was er een meester in om zichzelf te promoten, vertelt zijn vrouw. “Zijn derde boek, Camouflage, was voorzien van mooie aanbevelingen van de grootste Nederlandse thrillerschrijfsters Saskia Noort en Esther Verhoef. Paul wist wie belangrijk waren in zijn vakgebied en hij wist situaties goed naar zijn hand zetten. Hij had aan zelfvertrouwen geen gebrek. Hij zou ‘Saskiaatje en Esthertje’ in populariteit overstijgen, maar hij was ervan overtuigd dat hij alleen succesvol kon worden als hij onder een vrouwelijk pseudoniem ging schrijven.”

Oer-Hollands pseudoniem
Dus werd het in 2008 plotseling stil rond Paul Goeken. Van de man die doorgaans twee boeken per jaar publiceerde, verscheen niets meer. Intussen werd er een geheim gesmeed tussen de thrillerschrijver en uitgeverij A.W. Bruna die sinds 2005 zijn boeken uitgaf. Ze lieten een model onherkenbaar fotograferen en bedachten een oer-Hollandse naam. En ineens lag er de vakantiethriller All inclusive in de winkels, geschreven door Suzanne Vermeer – volgens de uitgeverij een pseudoniem omdat het boek gevoelige informatie uit de reiswereld bevatte die de desbetreffende auteur in problemen zou brengen.

All Inclusive werd een groot succes. Van Vermeers debuut werden 17.000 exemplaren verkocht, de voordeeleditie die een paar maanden later verscheen, stond twintig weken in de bovenste helft van de bestseller top-60. Inmiddels zijn er volgens Bruna bijna een miljoen Suzanne Vermeers verkocht.

“Het zijn lekkere wegleesboeken voor het gewone volk”, zegt Annemiek. “Paul vergeleek Suzanne Vermeer met Frans Bauer. De teksten zijn eenvoudig, de thema’s herkenbaar. Er waren slechte kritieken waarin werd gezegd dat Suzanne Vermeer geen literatuur was. Paul pretendeerde dat helemaal niet. Wel nam hij zijn werk serieus. Hij deed uitgebreid research voor die vakantiethrillers.” Niet altijd tot vreugde van zijn vrouw en kinderen. Annemiek: “Dan hadden we afgesproken om met z’n allen naar Hawaï te gaan en dan zei Paul ineens dat hij een boek ging schrijven dat zich afspeelde in Italië, en dus gingen we niet naar Hawaï, maar kamperen bij het Gardameer. En omdat Paul voor De suite research wilde doen op Tenerife, moesten we onze vakantie doorbrengen op het eiland hiernaast. Ik had wel iets leukers geweten. Het is daar precies hetzelfde als hier.” Hij wilde de beste zijn in zijn genre en hij was dag en nacht in de weer met verkoopcijfers, vertelt Annemiek. “Hij was ook apetrots op het succes. Toen Suzanne Vermeer in 2010 werd genomineerd voor de NS Publieksprijs en de schrijver Ernest van der Kwast beweerde dat híj achter het pseudoniem zat, werd Paul woedend. Ergens had hij graag gewild dat de hele wereld wist dat hij Vermeer was.”

Op een dag in februari 2010 gooide Paul zout in het zwembad en het schoot in zijn rug. Hij had al jaren last van zijn rug en was regelmatig bij fysiotherapeuten geweest, maar een dokter had hij nooit bezocht. “Paul durfde zich niet te laten onderzoeken. Hij was als de dood voor naalden. Maar die dag stond ik erop dat hij naar de dokter ging, ook omdat hij een ongezonde bruine gelaatskleur had.”

Uit onderzoek kwam dat hij beginnende artrose had, maar ook dat er iets anders aan de hand moest zijn. Verschillende onderzoeken volgden, maar de puncties die eind 2010 werden gemaakt, wezen op kanker in het hele lichaam.

“In januari 2011 begon hij aan een chemokuur en daar knapte hij zozeer van op dat hij er met plezier naartoe ging. Hij werd niet misselijk of kaal. Hij ging er juist steeds beter uitzien. Hij was ervan overtuigd dat hij tachtig ging worden en hij bleef doorschrijven. Op 6 juni leverde hij zijn manuscript van Bella Italia in, en hij was al bezig met een nieuw manuscript, Noorderlicht. Alles leek goed te komen.”

Het is Paul niet gelukt om boven ‘Saskiaatje en Esthertje’ uit te stijgen. Wel kwam een andere droom uit. Zijn laatste thriller Bella Italia stond bij het verschijnen in juni meteen op nummer 1. Dat was op de dag dat hij in coma raakte. Annemiek: “Dat was mooi en pijnlijk tegelijk omdat ik niet zeker weet of Paul dat in comateuze toestand nog heeft meegekregen. Ik vermoed van wel, want als ik tegen hem sprak, reageerde hij door zijn gezicht mijn kant op te draaien.”

Zeven dagen lag hij in coma. Nadat zijn ouders en zijn kinderen bij hem langs waren geweest, ging Annemiek alleen naar hem toe. “Ik zei: ‘Paul, het is goed zo. Je hebt ons goed achtergelaten, ga maar. Maar laat nog één keer je mooie blauwe ogen zien. Er liep een traan over zijn wang. De volgende ochtend stierf hij.”

Interview met Albert & Arjan

donderdag, december 1st, 2011

Vriendschap
Verlinde: “We kennen elkaar al heel lang, van de Kleinkunstacademie in Amsterdam, een klein schooltje.”
Ederveen: “Ik heb daar een gouden tijd gehad. De middelbare school is een vage brij voor mij. Ik herinner me alleen een vriend met wie ik een passie deelde voor marmotten en Asterix & Obelix, maar op de Kleinkunst viel alles op zijn plek.”
Albert: “Het was een geweldige opleiding, maar een soort sekte. Je zat van ’s ochtends vroeg tot ’s avond laat bij elkaar en je werd in de spellessen erg met jezelf geconfronteerd. Ik vond het een heftige tijd.”
Ederveen: “In het eerste jaar mocht ik niet meedoen met voorstellingen omdat ik niet kan zingen en ik niet ‘voelde’ wat mijn leraar voelde. Die vroeg steeds: ‘Voel je het?’ Ik wist niet wat hij bedoelde. Maar ik wilde op school blijven dus zei ik op een gegeven moment: ‘O ja! Ik begrijp precies wat je bedoelt. Ik voel het. Mag ik nu iets presenteren?’ Toen deed ik een typetje van de oudervereniging. Daar moest iedereen om lachen.”
Verlinde: “Arjan was een held voor mij. Hij behoorde tot de eerste lichting cabaretiers die heel vernieuwend waren, zoals met Thea en Theo. Na de opleiding kwamen we elkaar continu tegen in de theater- en musicalwereld, maar we raakten pas bevriend toen we gingen samenwerken. Arjan stuurde mij vijf jaar geleden een mail waarin hij zichzelf aanbood voor een rol in de musical Hairspray die ik produceerde. Hij was de perfecte persoon voor die rol.
Ik heb hem niet eens auditie laten doen. Het klikte ook meteen tussen ons. We lijken op elkaar.”
Ederveen: “Nou, ik ben introvert en gesloten. Onze vriendschap is gebaseerd op ons werk, daarin zijn we op dezelfde leest geschoeid. We zijn geen bange types en hebben onze eigen weg gezocht. Toen ik met Tosca (Niterink, red) Thea & Theo deed, stond Albert met een SBS-microfoon al de boel op te hitsen bij de rode loper.
“En wanneer je doet wat je wilt, krijg je altijd kritiek. Ik heb wel eens met mijn kop onder een kussen gelegen, maar dat was na twee dagen weer voorbij. Dan loop ik weer door.”
Verlinde: “Omdat je net als ik weet wat je wilt.”
Ederveen: “Ik was gecharmeerd van Alberts kantoor. Hij heeft geen groot, chic pand waarin zijn productiebedrijf zetelt, maar een soort rommelschuur. Het zal ook met het homo zijn te maken hebben dat
ik me daar meteen thuisvoelde.”  [rectangle]2012
Ederveen: “Volgend jaar ben ik vier dagen per week bezig met mijn voorstelling. Op vrije dagen ga ik vaak naar mijn boerderij in Friesland, om in de tuin te werken, te schrijven en na te denken. Houwe vindt er weinig aan, dus ik ben er meestal alleen, met de hond. Heerlijk.”
Verlinde: “Ik heb net de rechten gekocht voor Shrek de muscial en ik heb voor drie jaar bijgetekend bij RTL Boulevard, maar ik doe wekelijks nog maar vier afleveringen zodat ik op vrijdag voor een lang weekend naar Maastricht kan vertrekken. Ik ga het rustiger aan doen, wil meer gaan genieten. Ik heb de afgelopen jaren keihard gewerkt en ben niet aan leven en mezelf toegekomen. Door de dood van Antonie heb ik de luiken opengegooid. Ik merk ook voor het eerst dat ik het heerlijk vind om alleen te zijn op onze boerderij in Brabant.”
Ederveen: “Dat is de leeftijd, Albert.”

Kerst
Verlinde: “Op Kerstavond gaan we naar de nachtmis in de Sint Servaas in Maastricht en beide kerstdagen vieren we met familie en schoonfamilie. Op derde kerstdag springen we waarschijnlijk in een vliegtuig want ik heb een week vrij.”
Ederveen: “Ik zit met Kerst in India.”

Interview met Christopher Paolini

donderdag, november 17th, 2011

Toen je negentien jaar was, werd je aangekondigd als de nieuwe Tolkien, zo ongeveer de grootste fantasy-auteur die er ooit is geweest. Hoe moeilijk was het voor je om met deze vergelijking te leven, maar vooral, te schrijven?
“Het idee voor de Erfgoed-trilogie ontstond uit mijn liefde voor de magie van verhalen en hoe die de lezer op fantastische plekken kan brengen. Ik werd thuis onderwezen op het platteland van het Amerikaanse Montana. Toen ik op mijn vijftiende klaar was met de middelbare school moest ik, totdat ik zou gaan studeren, iets vinden om me bezig te houden.

Ik besloot te proberen een boek te schrijven dat ik zelf graag zou willen lezen. De schepping van Eragon was een persoonlijke reis en het eerste deel van een langer verhaal. Dat het gepubliceerd zou worden, daar was ik helemaal niet mee bezig. En ik wist al helemaal niet aan wat voor groot project ik begonnen was. Maar toen ik me met hart en ziel op het verhaal stortte, was schrijven al snel een alles overschaduwende activiteit.

Toen ik bezig ging met het tweede boek De Oudste, voelde ik de druk om het succes van het vorige boek te evenaren. Tegelijkertijd was ik nog steeds bezig het verhaal te vertellen dat ik al lang daarvoor had bedacht. Ik probeerde de mening van anderen te negeren en te focussen op het zo helder mogelijk opschrijven van mijn verhaal.” [rectangle]Je schreef Eragon, De oudste en Brisinger als een trilogie. Waar begon je je te realiseren dat er na het derde deel nog een vierde deel moest komen?
“Ik was denk ik halverwege het schrijven van Brisinger toen ik me realiseerde dat ik te veel plot had om in één deel te stoppen en dat ik nog een vierde deel nodig had om de avonturen van Eragon en de draak Saphira af te ronden zoals ik ze oorspronkelijk had bedacht. En dus werd, wat begon als de Erfgoed- trilogie, de Erfgoed-serie. Maar in mijn hoofd zijn boek drie en vier nog steeds het laatste deel van een driedelig verhaal.”

Je was vijftien toen je begon met schrijven. Inmiddels ben je 28 jaar. Welke ontwikkeling zie je in je schrijven als je het eerste boek met je laatste vergelijkt?
“Na Eragon daagde ik mezelf met ieder boek uit om mijn schrijven te verbeteren. In het tweede boek stopte ik alles wat ik geleerd had van mijn editor. Ik ging ook experimenteren met het vertellen vanuit verschillende perspectieven. Maar het moeilijkste in De oudste was denk ik wel dat ik mijn zelfuitgevonden taal verdedr moest ontwikkelen.

In het derde deel, Brisinger, besloot ik een hoofdstuk te schrijven vanuit het perspectief van de draak Saphira. Dat was erg leuk. En met Erfenis werd in geconfronteerd met de opdracht recht te doen aan alle karakters.

In het algemeen heb ik van deze hele serie enorm veel geleerd over het schrijversambacht en hoe ik mijn visie op papier krijg. Ik kijk uit naar het verbeteren van deze bekwaamheden.”

Je hoort wel eens date en verhaal met zijn auteur aan de haal gaat. Hoe is dat bij jou? Ben je blij met hoe het verhaal is gegaan?
“Mijn originele verhaalboog is vrijwel intact gebleven, hoewel sommige karakters zich in een bepaalde, genuanceerdere richting ontwikkelen dan ik had gepland. En het uiteindelijke verhaal is natuurlijk veel rijker dan mijn eerste concept. De karakters van bijvoorbeeld Angela, de kruidenvrouw – overigens geïnspireerd op mijn zus -, Nasuada en Sloan ontwikkelden zich sterk tijdens het schrijven.”

Je bent inmiddels ongeveer je halve leven bezig geweest met deze serie. Wat komt er nu, voor jou en voor je lezers?
“Mooie dingen! Deze herfst reis ik ter promotie door Verenigde Staten en Canada. Vervolgens ga ik, na een vakantie, internationaal op tournee. Ik weet nog niet of ik naar Nederland kom. Houd het in de gaten op www.shurtugal.com of www.alagaesia.com.

En als ik weer thuis kom, dan neem ik een pauze om weer bij te lezen. En dan heb ik nog veel meer verhalen te vertellen, fantasy en andere. Als ik klaar ben, kies ik het verhaal dat me het meest inspireert en duik ik erin.

Moge uw zwaard scherp blijven!”

Interview met Kim van Kooten

donderdag, november 17th, 2011

Kim van Kooten, dochter van Kees. Zus van acteur, drummer en zanger Kasper van Kooten. Vrouw van acteur Jacob Derwig. Actrice en scenarioschrijfster. Als ze zou willen, zou ze elke week over een rode loper kunnen lopen en zou ze even zo vaak onderwerp van gesprek kunnen zijn bij de showbizzprogramma’s. Maar Kim van Kooten wil liever geen BN’er zijn, daarvoor is haar tijd te kostbaar. Iets wat ze extra goed beseft door de ernstige darmziekte die haar trof. Twee zware operaties, waarbij uiteindelijk haar hele dikke darm werd verwijderd, en een herstelperiode waarin ze niet kon lopen, praten of eten, zorgden ervoor dat ze nu veel beter weet wat belangrijk is. En wat ze niet meer wil.

Wat is er veranderd sinds je ziekte?
“Ik wil niet meer alleen met werken bezig zijn en doe dat ook niet meer. Niet dat de ziekte die ik had, colitis, daardoor ontstaat, maar het is wel aan stress gerelateerd. Net als iedereen die een heel heftige ziekte heeft gehad, weet ik: dit nooit meer. Ik richt mijn leven nu anders in, bewaak mijn grenzen beter. Ik wil niet dat mijn kinderen opgroeien in een gezin waarvan de ouders alleen maar hysterisch aan het werk zijn. Tijdens mijn ziekte heb ik er zo naar uitgekeken om ze weer te kunnen optillen dat ik, nu ik dat weer kan, er ook voor de volle honderd procent van wil genieten.” [rectangle]Alsof er een put met liefde in je buik wordt opengetrokken waarvan je niet wist dat die er zat, zo beschrijft ze wat ze voelde toen ze voor het eerst moeder werd. Haar ogen stralen wanneer ze het over haar zoon Roman (7) en haar dochter Kee (3) heeft. Ze hoefde dan ook niet lang na te denken over een rol in de kinderfilm Dolfje Weerwolfje (naar de gelijk­namige boekenserie van Paul van Loon). Ze kroop in de huid van de moeder van Dolfje, een zeven­jarig jongetje dat op een nacht ver­andert in een weerwolfje en vervolgens allerlei avonturen meemaakt.

Wat vindt Roman ervan dat je in deze film speelt?
“Ha! Voor het eerst vindt hij mijn werk interessant. Zijn juf vertelde me dat, toen ze laatst uit Dolfje Weerwolfje voorlas, Roman op­gewonden begon te wippen op zijn stoel zodra hij het woord ‘moeder’ hoorde.”

Ging deze rol je makkelijker af omdat je zelf moeder bent?
“Absoluut. Het ging heel natuurlijk. De acteur die de vader speelt, Remko Vrijdag, is in het echte leven ook vader en had dat precies hetzelfde.”

Wat vind jij het leukst aan het hebben van kinderen?
“Ik lach me ziek om mijn kinderen. Kee is echt een beest. Wij kunnen met z’n drieën vol verwondering naar haar kijken. Hoe ze schreeuwt, dingen kapotmaakt en als een wervelwind door het huis draaft. Roman is de poëtische, de denker. Laatst vroeg hij of ik niet meer zomaar op straat wilde gaan zingen, ‘want dan voelt het niet zo fijn in zijn buik’. Prachtig toch hoe zo’n kind z’n schaamte­gevoel kan verwoorden. Soms is het trouwens ook wat minder leuk, hoor. Ik herinner me nog dat Roman, hij was toen een jaar of vijf, verliefd was op een meisje uit zijn klas. Op een dag had hij bedacht hoe hij het voor elkaar kon krijgen om dichter in haar buurt te zijn. Hij vroeg me of ik het goed vond dat de moeder van Fay met papa zou trouwen. Terwijl ik ineenkromp bij de gedachte en probeerde niet boos te worden, zei ik iets in de trant van: ‘Maar wat gebeurt er dan met mij?’ ‘Dan word jij toch de oma!’, antwoordde mijn zoon heel rustig. Dat was natuurlijk de genadeslag.”

Het is duidelijk dat je gezin op één staat. Hoe doe je dat met je werk?
“Ik probeer mijn werk zo veel mogelijk om alles heen te plannen. Jacob is in dienst van Toneelgroep Amsterdam, dus hij heeft een baas die hem naar het buitenland kan sturen. Maar ik ben freelancer en kan zelf beslissen aan welke film ik wil meewerken. Dat had niet gekund als ik van acteren had moeten leven, maar omdat ik ook scenario’s schrijf, kan ik ervoor kiezen om een tijdje alleen maar te schrijven. Dat doe ik dan bijvoorbeeld onder schooltijd of ’s avonds, zodat er geen stress is thuis. Ik vind stress ontzettend ongezellig.”

Dolfje Weerwolfje draait vanaf 30 november in de bioscoop.